KRITISCH NAAR MEER KANTEN
Sociale akademie
Sociale akademie Sinds 1978 zit ik op de G.S.A. te Ede (4e jaars), hier doe ik de richting Maatschappelijk Werk. Ik heb zelf nooit zo'n spanning ervaren tussen mijn lid zijn van de Gereformeerde Gemeenten en het feit dat ik aan de G.S.A. studeer; dit is te verklaren vanuit het gegeven dat ik thuiswonend ben en daardoor in de gelegenheid ben om de kontakten met de plaatselijke gemeente door middel van kerkgang, catchistie bezoek
van de jeugdvereniging te onderhouden; stage (1 jaar) heb ik gelopen binnen de gehandicaptenzorg. Wel is het zo dat je op deze opleiding gedwongen wordt over je situatie kritisch na te denken; maar dit kritisch nadenken heb ik niet alleen gehanteerd naar mijn achterban maar ook naar de G.S.A. zelf.
THEORIEëN
Medicijnen
Na het eindexamen brak voor mij een nog spannender tijd aan, want voor de studie, die ik graag wilde gaan volgen (medicijnen), was er een groxe hindernis: de loting. Gelukkig was de uitkomst voor mij positief en mocht ik de studie beginnen. Op dit moment ben ik enkele jaren bezig en het vak boeit me steeds meer.
De overgang van middelbare school was voor mij geen kleine. Een groot aantal veranderingen maak je mee. Het leerprogramma is anders. Je moet grote hoeveelheden stof doorwerken, zelfstandig werken en je tijd goed leren indelen.
De verandering van het milieu waarin je verkeert is, gezien de vraagstelling, op deze plaats belangrijker. Je krijgt te maken met studenten en docenten, die een heel andere denkwijze hebben, dan jijzelf. Allerlei modellen, theorieën en filosofieën, worden je voorgeschoteld, waarvan je afstand' moet nemen of waartegenover op zijn minst een kritische houding past. Het is belangrijk erop te letten dat het inderdaad om theorieën gaat. Men vangt in een theorie slechts een deel van de werkelijkheid. De objektiviteit is bovendien soms ver zoek.
Het gevolg van de veranderingen, die je als persoon ondergaat, met name het meer kritisch worden, heeft, dacht ik, ook invloed op de verhouding tot de kerk en de gemeente, waartoe je behoort. Er komen vragen bij je op. Er kunnen twijfels rijzen. Je krijgt ook vragen van anderen, mede ten aanzien van de kerk. Je wordt aan het denken gezet en komt voor problemen te staan. Om antwoorden te vinden (ook al betekent dat niet overal een pasklaar antwoord), zul je je kennis moeten verbreden, en verdiepen. Dat betekent studie: zelfstudie, maar ook studie samen met anderen, bijvoorbeeld op een studentenvereniging of op de kring die uitgaat van onze gemeenten. Laatstgenoemde kring vind ik zelf erg fijn en belangrijk. Het is een bewijs, dat. er aan hen die studeren wordt gedacht en — wat nog belangrijker is — met hen wordt meegedacht en gediskussieerd. Dat geldt ook voor de landelijke vergaderingen.
Bij alles wat we hiervoor opmerkten, moeten we bekennen dat in onszelf niets verstandigs is te vinden. Dat de Heere Zelf ons wijsheid wilde schenken en bovenal de vreze des Heeren.
IEDEREEN ....
Pedagogiek
Hierbij geef ik, vijfde jaar's studente in de pedagogiek, mijn antwoord op de vragen door.
— Ja, dit komt door het haaks staan van het universiteitsklimaat op dat van de gemeente: God wordt genegeerd' of God wordt gediend. Maar ik denk dat iedereen met dat negeren van God in aanraking komt en dat dit. voor iedereen spanning met zich meebrengt.
— Elke dag is die spanning er; maar elke dag is God er, elke dag spreekt Hij door Zijn Woord — je moet er wel in lezen — en elke dag wil Hij aangebeden zijn. Dat doe je niet uit jezelf. Daar kom je tot je schande pas toe als je ervaren hebt dat andere mensen niet voor je kunnen denken en dat je met de principes van een ander niet kunt leven. Je 'staat er alléén voor... Tenslotte heb je God niet alleen maar nodig om het dagelijkse spanningsveld dragelijk te maken... — Ik ben licÜ van.de jeugdvereniging +16.
NIET TUSSEN WAL EN SCHIP
Biologie
Ter inleiding op de aan mij gestelde vraag eerst iets: over mijzelf. Ik ben na lager-en middelbaar beroepsonderwijs en enkele jaren werken in 1975 begonnen met een studie aan een lerarenopleiding voor de vakken biologie en scheikunde.
Na deze opleiding te hebben afgerond ben ik doorgegaan met een dagopleiding M.O.-B biologie, welke ik binnen niet al te lange tijd hoop af te ronden. Wat de vraag betreft wil ik ingaan op twee aspekten ervan, als eerste hoe ik dit zelf ervaren heb en als algemene tweede om me heenkijkend en vragend te komen tot enkele uitspraken.
Gegeven mijn vooropleiding is het duidelijk dat ik toen ik met de studie begon, enkele jaren ouder was dan studerenden gewoonlijk zijn bij de aanvang van hun studie.
Het gevolg daarvan is dat je in de jaren dat je ouder bent, in een proces op weg naar volwassenheid, wel reeds een groot aantal keuzen hebt gedaan. Eén van die keuzen ten aanzien van de kerkelijke gemeente waarbinnen je bent opgevoed, is het doen van belijdenis. Verder denk ik, gegeven het feit dat je een aantal jaren ouder bent een zekere levenservaring hebt, daarbij beseffend' dat dit een erg groot woord is. Daardoor ben je meer in staat een zekere afstand in te nemen ten aanzien van de je in de 'studie je aangeboden informatie. Met name denk ik aan allerlei vooronderstellingen die aan iedere studie ten grondslag zijn gelegen. Hier ligt mijns inziens ook een belangrijke taak voor de onder ons bekende scholengemeenschappen, om jongeren een stuk wapenrusting aan te bieden, zodat ze niet alles zondermeer aannemen.
Verder was het zo, dat hoewel ik van het begin af op kamers heb gewoond, toch in de gelegenheid was iedere zondag thuis te zijn. Hoewel je een aantal zaken van het kerkelijk gebeuren in de week mist, bleef ik zo toch het meest verbonden met de gemeente waarin ik was opgegroeid. Het probleem voor hen die niet altijd zondags thuis kunnen zijn, is het gevaar van kerkelijk tussen de wal en het schip te geraken, je weet je niet duidelijk betrokken bij de gemeente thuis, noch bij die in je studieplaats. Als je niet in de gelegenheid bent regelmatig zondags thuis te zijn is het van belang zo snel mogelijk kennissen en adressen in je studie-plaats te krijgen, waarvan je weet dat je daar altijd terecht kunt. Aan de andere zijde moet vanuit de gemeenten in de studie-plaatsen ook al het mogelijke gedaan worden om de studerenden op te vangen. Hieraan denkend komt het funktioneren van het gemeente-zijn om de hoek. Gemeente-zijn in bijbelse zin houdt in een geméénschap-zijn. Deze gemeenschap moet gefundeerd zijn in de omgang met God, daarbij zal dit tegelijkertijd konkreet gestalte moeten krijgen in de omgang met elkaar.
Enkele praktische zaken die in dit verband te noemen zijn, zijn de volgende: zijn namen en adressen van de studerenden bij de gemeente bekend, en ook andersom die van de gemeente bij de studerenden? Is er een regeling dat de studenten de kerkbode of het kerkblad' krijgen, verder zaken als de regeling van het catechetisch onderwijs en het ambtelijk bezoek.
Enerzijds de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ook tegelijkertijd die van de studenten benadrukkend' dat het (doop)lid zijn geen vrijblijvende zaak mag zijn. Als laatste een opmerking in het algemeen, betrokken zijnde bij het jeugdwerk en schrijvend in het blad voor onze jongeren in onze gemente zou ik hen willen oproepen daar waar dit maar enigszins mogelijk is, aktief deel te nemen aan het. jeugdwerk. Naast een stuk vormende waarde kan het dienstbaar zijn voor de versteviging van de band tussen de jongeren en de gemeente.
BE PASTORALE BEGELEIDING VAN DE STUDENT
Vliegtuigbouwkunde
Wat komt er van het leven in een Gereformeerde Gemeente terecht als je student bent? Val je dan tussen wal en schip?
Ik ben nu voor het zesde jaar bezig met de opleiding tot vliegtuigbouwkundig ingenieur, in het bijzonder de bedrijfsorganisatie. En ik moet als antwoord 1 op deze vragen helaas zeggen, dat het meeleven met de gemeente op een laag pitje staat. Vooral het feit dat je door de week in je studieplaats bent en in de weekenden thuis doet daar geen goed aan.
De mogelijkheid tot het bezoeken van de jeugdvereniging in je thuisgemeente, zo ik daar niet te oud voor word, is geringer. Ook de huisbezoeken vallen weg. De thuisgemeente bekommert zich ogenschijnlijk nauwelijks om studenten. De aansluiting; bij de gemeente waar je studeert, verloopt moeizaam. Vooral in een kleine gemeente als in de plaats waar ik studeer, omdat daar in het geheel geen verenigingsleven is. De konklusie moet zijn dat hierdoor de band' met de Gereformeerde Gemeenten losser wordt. Daarnaast krijg ik tijdens mijn studie allerhande denkbeelden op levensbeschouwelijk terrein te horen. Dat maakt je blikveld wijder en zorgt ervoor dat je kritischer
wordt, zowel tegenover die denkbeelden als tegenover de Gereformeerde Gemeenten als tegenover jezelf.
Toch mag ik zeggen, dat ondanks de vele mogelijkheden van God' en Zijn Woord' af te raken, Hij bij me gebleven is en me afgehouden heeft van wegen die van Hem af leiden. Hij heeft Zijn Woord voor me geopend en dat Woord is een Licht op mijn pad. Dat zegt mij, dat ik als belijdend lid van de Gereformeerde Gemeenten een plaats heb in de gemeente.
Ik hoop mijn bijdrage te leveren. Als studentassistent van het deputaatschap draag ik medeverantwoordelijkheid voor de organisatie van kringbijeenkomsten voor studenten. Studenten van de Gereformeerde Gemeenten komen daar samen om met elkaar te spreken over problemen, die ze bij hun studie tegenkomen. Daarnaast heb ik in overleg met de kerkeraad ervoor gezorgd, dat zij nu ook huisbezoek krijgen.
Zolang ik kan, probeer ik me in te zetten voor de gemeente waarin God mij gezet heeft. Vooral de grote geestelijke nood onder de studenten doet me beseffen dat de Gereformeerde Gemeenten veel moeten doen om hen te begeleiden en te 'steunen. Dat, kan alleen door een open oor te hebben voor hun problemen. Het verloop van studenten naar andere kerkgenootschappen is toch al groot.
Daarom moet ons gebed veelvuldig zijn en moeten we vragen of de Heere bekwame arbeiders in de gemeen-God je gezet heeft. ten wil zenden en of Hij het werk onder de studenten wil zegenen. Dat kan alleen aan het behoud van de gemeenten bijdragen.
INNERLIJK VERVLOCHTEN
Medicijnen
Ik ben vierde jaars medicijnen en heb op een reformatorische school gezeten.
Het centrale onderwerp in deze bijdrage moet zijn de verhouding van jou, als studerende, tot de Gereformeerde Gemeenten. Dit heb ik benaderd ten opzichte van andere kerken en niet in relatie tot het breken met de kerk. Hier heb ik gelukkig weinig problemen mee gehad. Mijn verhouding tot de Gereformeerde Gemeenten is onder spanning komen te staan, in de zin van: waarom... waarom...? Wat is de oorzaak hiervan? Als iets onder spanning komt te staan, moet er in ieder geval iets aanwezig zijn. Dit is mijns inziens een bewuste positieve houding ten opzichte van de Gereformeerde Gemeenten — het moet je wat zeggen, het moet met je innerlijk vervlochten zijn. Als je nauwelijks iets positiefs in de Gereformeerde Gemeenten ontdekt, kan er moeilijk iets onder spanning staan. Het zegt je allemaal weinig, waa£ zal ik mij druk om maken. Hoe ben ik tot die houding gekomen? In de allereerste plaats door de prediking van Gods Woord en de bediening van de 'sakramenten in al hun facetten — en met name: de mens, de zonde, de heilsorde, de heilsopenbaring, de gekruisigde Christus, de avondmaalsbediening in de Gereformeerde Gemeenten. Het treffende in het algemeen is de persoonlijke toespitsing van de prediking, vooral ook de beschrijving van het leven van Gods volk met de Heere. Hoe komt deze onder spanning te staan? Zoals te verwachten door de kritiek. En dan niet de kritiek van de buitenkerkelijken. Is het niet te begrijpen dat zij kritiek leveren? Maar vooral de kritiek van gelijkgezinden. De houding en de prediking van de Gereformeerde Gemeenten is regelmatig een punt van kritiek — deze richt zich dan vooral op de prediking en het intern funktioneren. Dit krijg je dan te horen van leden van nauw verwante kerken, maar ook van leden van de kerk waar je zelf lid van bent. Zoiets valt niet mee. Het doet veel pijn, vooral als de kritiek voortkomt uit een niet goed kennen van de situatie.
Een belangrijk gegeven, dat mij regelmatig opvalt is dat velen (van verwante kerken) denken de Gereformeerde Gemeenten van haver tot gort te kennen, en vervolgens de
Gereformeerde Gemeenten typeren op een wijze die misschien in enkele gemeenten (hoe jammer het ook is) juist is. Dit mag en moet echter geen reden zijn om alle kritiek als onterecht weg te doen. Ga er op in. Noem de fouten in de kritiek en stel de positieve dingen in de kerk daar tegenover. Als de kritiek terecht is, geef dit toe, maar laat dat geen reden zijn om dan tegelijk alles van vragen te voorzien. Zou er een kerk zijn, waarin nog steeds mensen met hun tekorten funktioneren, zonder fouten? Gods Geest wil echter bewaren voor fouten, ook in de kerk, maar Hij wil erom gebeden zijn. Dit betreffende het verwerken van kritiek,
Moet je ingaan op het leveren van kritiek door (doop)leden van de Gereformeerde Gemeenten? Nooit, want de kerk zegt het? Altijd, want de kerk (dominee, ouderling, enz.) zegt het? Nee, zo niet. Kritiek leveren mag, maar wel in opbouwende zin. Weet wat je doet! Als je niet oppast, staat de kritiek in het teken van eigen wensen, verlangen, ideeën (misschien wel onbewust).
Zelf heb ik de neiging om bij alle kritiek bij voorbaat een defensieve houding aan te nemen. Het gevaar bestaat dat je heel je handelen afstemt op het beschermen van de Gereformeerde Gemeenten (een taak, die geheel niet op onze schouders gelegd is) en vergeet zelf een positief gerucht van je kerk voort te brengen.
Hoe onderhoud je je band met je (de) gemeente(n) (konkreet)? In ieder geval door 's zondags naar de gemeente toe te gaan — dit primair. Om bovendien het kontakt met leeftijdgenoten in de gemeente niet geheel te verliezen, ga ik nog naar een J.V. en bezoek distriktsbij eenkomsten. Dit is voor mij nuttig, omdat ik op moet passen, niet al mijn aandacht te richten op de studentenvereniging, waar ik lid van ben. Verder maak ik graag gebruik van de gelegenheden die het Deputaatschap biedt door het bezoeken van de bijeenkomsten in Utrecht en de kring in de universiteitsstad.
MET HUN ZWAKHEDEN EN GEBREKEN . . .
Biochemie
Ik ben een 23-jarige G. G.'er, die „vijfde jaars biochemie" is. Is mijn visie op de Gereformeerde Gemeenten veranderd door mijn studie? Zeer waarschijnlijk wel. Er gaat een belangrijke invloed uit van je 'studie op je denkwereld. Je wordt op de universiteit bewust kritisch gemaakt: „Is dat wel zo? Waarom, kan dat niet op die manier? " Vanuit die kritische instelling ga je bewust of onbewust je bezinnen op heel je „leefwereld", waaronder de kerk waarin je geplaatst bent. Die bezinning wordt vaak nog gestimuleerd door je medestudenten, wanneer je althans geen onchristelijke scheiding maakt tussen „zondags" en „doordeweeks": „Waarom bid je? Wat denk je gevonden te hebben in de Bijbel? "
Op deze, gelukkig vaak eerlijke, vragen moet jij dan antwoorden. Antwoorden als „zo ben ik dat nu eenmaal gewend" voldoen dan niet. Het zijn niet de gemakkelijkste gesprekken, waarin ie moet uitkomen voor je geloof. Soms ervaar je zo pijnlijk en arm: ik moet getuigen van de ander die ik niet ken! Maar aan de andere kant brengt dit tot gebed tot Hem, van wie wij moeten getuigen.
Die kritische instelling komt ook tot uiting in de vragen die je stelt op de jeugdvereniging, de catechisatie, de ledenvergadering. Daarbij heb ik me weieens afgevraagd, waarom durft niemand te zeggen: „Dat weet ik niet, dat moet ik eens nazien." Vaak „moet" er een antwoord komen, terzake doende of niet. Je ervaart soms als gebrek dat niet alle leidinggevende personen gestudeerd hebben. Op andere momenten valt dat echter weg, wanneer de woorden van zo'n persoon je plotseling diep treffen.
Als spanning heb ik wel ervaren, en ervaar ik nog, dat zo weinig nadruk wordt gelegd in onze gemeenten op het belang van de „christelijke levenshouding." Naar mijn ervaring is die houding van groot belang in „de wereld". Een ander mag zich misdragen. Jij als christen niet. De ander heeft er recht op je daarop aan te spreken, en zal dat ook vaak doen. Voor iedere christen heeft Mattheus 5 : 16 een belangrijke boodschap. Het ontbreken van de oproep tot christelijke levenswandel zou wel eens het „zondagschristendom" in de hand kunnen werken.
Echte spanning in m'n verhouding tot de Gereformeerde Gemeenten bestaat niet. Wel zie ik fouten. Die zie je vanzelf het makkelijkste bij de ander, in dit geval de dominee, de kerkeraad. Het is goed' te bedenken dat het tweede deel van antwoord 104 uit de Heidelbergse Catechismus ook op de kerkeraad slaat!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1982
Daniel | 28 Pagina's