NIET DANKZIJ, MAAR ONDANKS ONS
Sober en tegelijkertijd stijlvol, zo zou ik de opzet van de herdenkingsbijeenkomst d.d. 12 december j.1. willen typeren. En wat de inhoud betreft: het draaide niet om mensen. Centraal stond de naam van de Heere, Die trouw houdt tot in eeuwigheid. Het is dan ook, zoals ds. Elshout in zijn gebed aanhaalde, niet dankzij ons, maar óndanks ons dat v/e dit jubileum mogen vieren.
Vele jongeren en ouderen zijn gekomen om de' jubileumbijeenkomst bij te wonen. De kerk in Utrecht is nagenoeg vol als ds. Elshout om .drie uur de bijeenkomst opent. Ook verscheidene van onze predikanten geven blijk van hun betrokkenheid bij het jeugdwerk.
Zijn trouw rust zelfs op ’t late nageslacht
„Juich aarde, juicht alom de Heer..." en „Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het late nageslacht", zo zingen we aan het begin van de bijeenkomst.
Ds. Elshout leest met ons Psalm 100 en na het gebed staat hij naar aanleiding van Psalm 103 (vers 9 berijmd en vers 17 onberijmd) stil bij Gods trouw. De Heere heeft het gezegd: Ik ben uw God en uws zaads God. In Zijn verbondstrouw zorgt Hij voor de vervulling van die belofte. En in dat licht mogen we ook .dit jubileum zien. Er is toekomst, voor de Kerk en er is toekomst voor het jeugdwerk. Alleen vanwege die trouw van de Heere.
Een handvol koren
Jeugdwerkadviseur Mauritz wandelt met ons de afgelopen vijftig jaren door. Hierbij wordt een handvol mensen genoemd, die veel: betekend hebben voor ons jeugdwerk. En wie denkt dan niet aan de predikanten, die jarenlang in het jeugdwerk leiding hebben gegeven. Toch mag het daar niet bij blijven. Het gaat niet om een handvol mensen, maar om een handvol koren, gestrooid in de harten van jonge mensen. Het kerkelijk jeugdwerk behoort tot de zaak van Gods Koninkrijk. Dat Koninkrijk begint altijd klein en onaanzienlijk: een handvol koren.
We horen vertellen over ups en downs. Toch is het jeugdwerk langzaam maar zeker gegroeid. De laatste jaren hebben we zelfs een onstuimige groei meegemaakt. Werd in 1931 begonnen met slechts 11 verenigingen, nu zijn zo'n 6000 jongeren op een of andere wijze betrokken bij ons kerkelijk jeugdwerk. Wat mensen in de afgelopen 50 jaar hebben gedaan, gaat voorbij. Wij herinneren ons echter een handvol koren. Het zal eeuwig ruisen als de Libanon. En dat geruis laat ons horen: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen!”
Schriftgebonden jeugdwerk: opdracht en roeping
„Tot. alle goed werk volmaakt toegerust", 2.0 luidt het thema van de toespraak van ds. Driessen. Deze woorden zijn te vinden in 2 Tim. 3 : 17. De waarschuwing van Paulus aan Timotheus moet gelezen worden tegen de donkere achtergrond van de tijdsomstandigheden. Paulus legt de nadruk op de Heilige Schrift. Ea ook vandaag is schriftgebonden jeugdwerk een blijvende opdracht en roeping.
Is het Woord ook werkelijk ónze gids, zo wordt ons recht op de man (en vrouw) af gevraagd. Een geestelijke opwekking zou geen overbodige weelde zijn. De manier waarop ook wij vaak met cle Schrift omspringen is schrikbarend. De Heilige Schrift is het Woord van de levende God. En door dat Woord en door Zijn Heilige Geest maakt de Iieere mensen van dood levend. I-Iet jeugdwerk mag een middel zijn in Gods hand om jongeren te trekken vanuit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
’k Zal gedenken
Tijdens deze bijeenkomst wordt het jubileumboek gepresenteerd. Dit gebeurt door één van de redaktieleden, de heer D. J. Thijsen. Spreker memoreert het overlijden van twee medewerkers aan dit boek, te weten ouderling Saarberg uit Utrecht en ds. A. Vergunst. Zij zijn overgegaan van de strijdende in de triumferende Kerk. Het boek heeft erg. veel werk met zich meegebracht. De redaktiekommissie is er ongeveer IV2 jaar mee bezig geweest. Uit de woorden van de heer Thijsen kunnen we opmaken, dat het er om gespannen heeft of het boek op tijd klaar zou zijn. Ds. Elshout zei eind oktober nog: „Zorg er in ieder geval voor dat tenminste twee bladzijden bedrukt zijn. Dan kan ik het bij de aanbieding tenminste openslaan.... ”
De kommissie heeft de gelegenheid aangegrepen om het jubileum van de Jeugdbond in verband te brengen met het 75-jarig bestaan van onze gemeenten (in 1982).
Onder het klikken van de kamera worden het eerste en tweede exemplaar van het boek in ontvangst genomen door ds. Elshout (voorzitter) en de heer M. C. Blok (sekretaris van de bond). Ds. Elshout wenst ons allc-n „veel leesgenot" toe.
Dankbaarheid èn (jeugd) zorg
De voorzitter geeft daarna de gelegenheid aan Eva de Jong. om namens de jongeren die bij het jeugdwerk betrokken zijn een felicitatie uit te spreken. Ook zal ds. P. I-Ionkoop (namens het Deputaatschap Jeugdzorg) spreken.
„Als eerste geef ik het woord aan Eva. Misschien vanwege deze tijd ? ? Eva, kom maar hier. Eva... ja 't is wat...", zo horen we ds. Elshout op de hem eigen wijze zeggen.
Eva weet zich d.e tolk van vele jongeren. Ze is dankbaar voor het vele werk van de Jeugdbond; o.a. werkmateriaal, Daniël, zomerkampen, bondsdagen ('t lijken wel grote reünies..... ).
Ds. Honkoop mag mede namens „een vijftiental" de gelukwensen overbrengen. Het i's niet zijn bedoeling om namens allen een stichtelijk woord te spreken. Dat stichtelijk woord verbindt hij wel aan de felicitatie van het Deputaatschap Jeugdzorg.
Ds. Honkoop ergerde zich aanvankelijk nogal aan het woord „jeugdzorg". Het lijkt alsof we gebukt gaan
onder de zorgen over de jeugd. Onze grootste zorg betreft echter niet de jeugd die op de verenigingen komt.
Een handvol mensen heeft in het verleden een handvol koren gezaaid. De bedoeling is dat er vruchten gezien worden. Zo schrijft Johannes in zijn derde zendbrief dat hij geen meerdere blijdschap heeft dan daarin, dat hij hoort dat zijn kinderen in de waarheid wandelen. Satanskinderen, die wij van nature zijn, kunnen weer mensen Gods worden. God heeft Zelf voor blijdschap gezorgd door Zijn Zoon te zenden.
Dominee houdt het toch maar bij „jeugdzorg". Niet omdat er zoveel zorgen zijn. Maar juist vanwege de zorg dat ze allen in de waarheid! zouden mogen wandelen. Hij zou evenals Johannes niet meer blijdschap hebben dan daarin. Dit weet ik vast: Zij komen aan, door 't Goddelijk licht geleid!
Nog een bijzondere dag
Onder het zingen van een viertal verzen uit de Avondzang wordt er gekollekteerd. Daarna besluit ds. Kattenberg' deze middag met ons.
Voordat hij Openbaring 22 : 1-5 voorleest, worden we nog gewezen op een andere bijzondere dag. Morgen is het opnieuw een bijzondere dag. Morgen (zondag) mogen, we Gods trouw weer bewonderen. Morgen zullen Zijn dienaars weer uitgaan met een handvol koren. Morgen zal de Heere weer kloppen aan oude en jonge harten. Gods werk gaat door! Laat dat voor ons een pleitgrond zijn, ook voor de zondag.
Terugzien èn vooruit kijken
Tenslotte gaat ds. Kattenberg ons voor in dankgebed. Wij zeggen de Iieere ootmoedig dank voor deze middag, ja, voor Zijn trouw aan ons betoond. Niet dankzij ons, maar ondanks ons!
Velen maken gebruik van de gelegenheid om een jubileumboek te kopen. Iiet boek is de prijs meer dan waard. Dat blijkt wel uit het grote aantal dat verkocht wordt.
Het jubileum ligt achter ons. De toekomst lijkt donker. Toch mag, er verwachting zijn. Dat hebben we deze middag gehoord.
Want: Gods werk gaat door. De Heere blijft met Zijn gemeente tot aan de voleinding van de wereld.
Laten we dan, ziende op alle omstandigheden, niet bij de pakken neer gaan zitten, maar, ziende op Gods trouw, de hand aan de ploeg slaan. Immers, Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht. Ondanks dat nageslacht. Ondanks ons.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1982
Daniel | 28 Pagina's