ZANGAVOND
KORT VERHAAL
Hannie werpt een laatste blik in de spiegel en knikt goedkeurend. Ze mag gezien worden vanavond.
Vanavond geeft het koor haar jaarlijkse zangavond in de kerk. Zij, I-Iannie, het jongste koorlid, ze is pas vijftien geworden, is als de beste sopraan uitgekozen om, samen met haar zusje Jeanette een duet te zingen.
Het besluit van de dirigent om hen samen te laten zingeri heeft wel even deining veroorzaakt op het' koor. Eerst werd er heimelijk, later openlijk geprotesteerd. Was dat nou zo nodig om hen samen te laten zingen? Twee zusjes en dan nog zo jong! Was Jo de Braber niet al sinds vele jaren onbetwist de beste alt van het koor geweest?
Jeanette, bescheiden als altijd, had zich direkt teruggetrokken. Zij wilde haar plaats wel aan Jo afstaan.
Op een repetitieavond besloot de dirigent de koorleden zelf te laten oordelen; eerst zou Jo met Hannie zingen en daarna Jeanette. Toen Jo en Hannie het eerste couplet van „Boven de starren, daar zal het eens lichten" gezongen hadden, bleef het stil in de zaal. Enthousiaste reakties bleven achterwege. Waar lag het aan, dat het geen sukses was? Hannie zong zuiver als altijd en Jo was toch ook een goede alt. Ze hadden allebei foutloos gezongen en toch... Toen daarna Jeanette de plaats van Jo innam en ze het lied nog eens gezongen hadden, waren alle leden het er over eens geweest dat het zó moest en niet anders. Jo had zich stilzwijgend er bij neer gelegd, maar naderhand had ze toch tegen een van de leden gezegd: „Wat zullen die nesten een verbeelding krijgen!”
In de kerk, die tot de laatste plaats bezet is, wordt aandachtig geluisterd naar de predikant op de kansel. I-Iij houdt een korte meditatie over de woorden uit psalm 150: „Alles wat adem heeft, love den Heere.”
„Alle schepselen", zo begint hij, „hebben van God een stem gekregen om Hem, hun Schepper, daarmee te loven en te prijzen. Maar hoeveel zullen er onder al die miljoenen zijn, die aan dat doel beantwoorden? Is het niet zo, dat door het merendeel van de mensen de stem gebruikt wordt in dienst van de vorst der duisternis? Maar, zult u zeggen, dat is bij ons niet zo. Wij zingen psalmen en gezangen, waarin Gods lof bezongen wordt. Beste vrienden en vriendinnen, wees eens eerlijk, hoe vaak zingen we de liederen alleen omdat de melodie zo mooi is en omdat het koor het zo goed' ten gehore brengt? Hoe vaak speelt eerzucht een rol in ons zingen om toch vooral maar de beste te zijn? ”
In de voorste bank, tussen de andere koorleden, zit Hannie. De.ernstige woorden van de dominee zijn volkomen langs haar heengegaan. Tersluiks kijkt ze in haar programma. Direkt na de meditatie zijn Jeanette en zij aan de beurt. Hun optreden luidt het tweede gedeelte van het programma in. Zij geniet al bij voorbaat, dat straks aller ogen op haar gevestigd zullen zijn. Nou ja, natuurlijk ook op Jeanette, maar, de sopraan is toch altijd de belangrijkste persoon in een duet, vindt zij zelf.
De dominee is uitgesproken en kondigt het volgende nummer aan. Op een wenk van < de dirigent lopen Hannie en Jeanette naar het podium en stellen zich op naast een klein harmonium, waarop de dirigent hen zal begeleiden. Na een kort voospel zetten zij in:
„Boven de starren, daar zal het eens lichten. Daar wordt uw hopend' verlangen voldaan. Daar zal het lijden des harten eens zwichten, daar zal de vreugde voor eeuwig bestaan.”
Bij de herhaling van de laatste regel, komt de eerste, heel hoge noot er zuiver en krachtig uit. Na een kort tussenspel zingen zij het tweede en ook het derde couplet. Rustig blijven zij staan tot de laatste toon van het naspel is verklonken. Daarna nemen ze hun plaats tussen de anderen weer in.
Het laatste gedeelte van de uitvoering wordt door Hannie niet bewust beleefd. Bijna automatisch zingt ze de liederen
mee. Ondertussen dwalen haar gedachten af. Jammer toch dat, waar je wekenlang naar hebt uitgekeken, zo snel voorbijgaat, Wat had ze graag nog langer op dat podium gestaan samen met Jeanette, ora nog meer liederen te zingen. Het was goed gegaan, dat had ze wel gemerkt aan de dirigent. Straks, als er koffie wordt geserveerd in de zaal, zal hij naar hen toekomen en hen ongetwijfeld een kompliment maken. Wellicht zullen anderen zijn voorbeeld volgen. Misschien komen er nog wel mensen uit de kerk naar hen toe. Wie weet!
In de kerkzaal heerst een ontspannen sfeer. De koorleden staan in groepjes te praten, hun bekertje koffie in de hand. Ook Jeanette en Hannie vinden een plaatsje waar ze rustig hun koffie kunnen drinken. Jeanette praat opgewekt over de fijne avond. Hoe vol de kerk wel was en hoe goed het koor zong. Hannie, die maar moeilijk haar teleurstelling kan verbergen, geeft korte, afwezige antwoorden. Tot nog toe heeft niemand zich bij hen gevoegd. Bij het binnenkomen beeft de dirigent even zijn handen op hun schouders gelegd' en gezegd: „Netjes gedaan meisjes. Netjes gedaan." En weg was hij weer.
Maar dan ziet Hannie, hoe een jongeman zich voorzichtig een weg baant tussen de groepjes mensen door. Ja werkelijk, hij komt naar hen toe. Spontaan zegt hij tegen Jeanette: „Wat heb jij prachtig gezongen zeg. Ik heb nog maar zelden zo'n warme, volle alt, gehoord." Dan, met een verontschuldigend glimlachje naar Hannie: „Jij zong ook goed, maar weet je, het is gewoon een kwstie van voorkeur. Ik hou nou eenmaal meer van een lage, dan van een hoge vrouwenstem." Zich meteen weer tot Jeanette wendend gaat hij verder: „Jullie koor heeft trouwens helemaal een goede altpartij.”
Jeanette, volkomen verrast dat zij nu eens een kompliment krijgt, praat met hem verder. Totdat Hannie het beu wordt. Ze zet haar lege bekertje op tafel en zegt: „Jeanette, we moeten naar huis. Kijk, iedereen gaat vertrekken. Het is al laat." Voor haar hoeft het niet langer. Ze vindt dat, het leven soms bitter teleurstelt.
„Jammer, dat je er niet bij kon zijn, vader. Het was een mooie avond. Je hebt heel wat gemist." De moeder van Hannie en Jeanette heeft verse koffie gezet, liet is altijd gezellig om, na zo'n avond, nog een poosje na te praten.
„En, hoe deden de meisjes het? " vraagt haar man, als hem het één en ander verteld is. Hij heeft al een paar keer opmerkzaam naar Hannie gekeken. Er is toch niets misgegaan? Maar zijn vrouw stelt hem gerust.
„Zij hebben mooi gezongen, 't Ging werkelijk goed. Maar weet je, de dominee had juist daarvoor een meditatie gehouden over de woorden „Alles wat adem heeft, 1-ove de Heere." Daarin was iets, dat mij bijzonder trof. Hij zei: „Hoe dikwijls speelt eerzucht een rol in ons zingen. Wij willen zo graag de beste zijn. Als dat zo is, zingen we niet tot eer van God, maar tot onze eigen eer." Daar dacht ik aan, toen ik ze samen zag staan en hoorde zingen. En in stilte bad ik: „Heere, laat het bij hen niet om henzelf gaan, maar om Uw eer te doen zijn." Het is maar goed. dat op dat moment niemand 1 naar Hannie kijkt. Een diepe blos kleurt haar wangen. Heeft moeder in haar hart kunnen kijken? Ze heeft er ineens beihoefte aan om alleen te zijn. Vlug drinkt ze haar koffie op en zegt haar ouders en Jeanette welterusten. Iiet is trouwens ook de hoogste tijd. Morgen moet ze vroeg op om haar huiswerk af te maken. Dat is vanavond lelijk in de knel gekomen. Als ze in bed ligt gaat de hele avond nog eens aan haar voorbij. Eerst nu beseft, ze hoe alles gedraaid heeft om haar eigen ik. De meditatie van de dominee, ze heeft er maar weinig van gehoord. Zó was ze met zichzelf bezig. Nog dieper graaft ze in haar hart. Ze was beledigd omdat Jeanette een pluimpje kreeg en zij niet. Zij heeft het haar misgund. Wat is ze toch een misselijk wezen! Tranen van schaamte branden achter haar ogen. Morgen zal ze alles aan Jeanette vertellen en vergeving vragen omdat ze zo onaardig deed. Dan vouwt ze haar handen bidt om vergeving tot Hem-, Wiens eer ze niet bedoeld heeft.
Ineens herinnert ze zich de laatste Woorden uit de meditatie van de dominee: „Hier zullen we nooit volmaakt Gods eer kunnen bedoelen, maar eenmaal zullen de zangers aan de glazen zee zingen op een volmaakte wijze ter ere van Hem die op de troon zit en het Lam.”
En met het gebed in haar hart: „Heere, laat mij ook eens daarbij mogen behoren", slaapt ze eindelijk in.
Werkendam
F, van der Schoot-van Dam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1982
Daniel | 28 Pagina's