WANT ALZO LIEF
Er zijn niet veel woorden in de Bijbel die zo veel gebruikt èn misbruikt worden als bovengenoemde! Woorden van allergrootste betekenis, vooral ook omdat zij door de Zoon van God gesproken zijn en betrekking hebben op Zijn komst in de wereld. Maar ook, omdat zij ons de bewogenheid van het hart van God willen doen kennen, van de eeuwige Vader van de Heere Jezus Christus.
Wie toch kan dat hart verklaren dan Degene, die van Hem is uitgegaan? Niemand heeft ooit God gezien; schrijft Johannes in zijn Evangelie, de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, die heeft Hem ons verklaard. Hij is de Uitlegger van de verborgenheden Gods, tot welke geen mens met zijn of haar verstand opklimmen kan. Bijzonder betreft dit wel het grote geheim van het zaligen van zondaren, zoals het door God is uitgedacht, in het zenden van Zijn Zoon uitgewerkt en in het leven van deze zondaren wordt toegepast, tot werkelijkheid wordt.
Het verband van de tekst
Om tegen misbruik te waken dienen wij bovenstaande woorden te bezien in het verband, waarin zij zijn gesproken. Het verbindingswoord „want" geeft reeds aan dat zij een nadere uitleg geven van het voorafgaande. Zij vormen een onderdeel van het nachtelijk gesprek met Nicodemus, die tot de Heere kwam met vele vragen in zijn hart.
De grootste vraag is wel geweest, hoe het stond met het Koninkrijk Gods, waarnaar door de Joden met verlangen werd uitgezien en dat in de prediking van Christus zo indringend naar voren kwam. Het werd' door Hem direkt op Zijn openbaring aan de wereld betrokken.
Is dit, jonge vrienden, ook bij ons een vraag van het hóógste, van lévenbe-•lang, die ons uitdrijft tot het Woord, zelfs bij nacht? Om uitleg te verkrijgen, opheldering voor eigen hart en leven? De Joden beschouwden dit Koninkrijk Gods als een speciale aangelegenheid voor hen. Zij waren degenen die zouden ingaan op grond van hun waardigheid als kinderen van Abraham en getrouwe wetsvolbrenging. Een misvatting, die vooral op het erf van Gods verbond heerst, alsof geboorte uit gelovige ouders, het gedoopt zijn en het uiterlijk leven naar Gods ordinantiën een reden zijn om boven anderen te hopen op of verzekerd te zijn van de zaligheid.
Calvijn zegt: als het over de oorsprong van onze zaligheid gaat, bekruipen ons door de aangeboren goddeloze eerzucht van onze natuur dadelijk duivelse inbeeldingen van eigen verdiensten. Wij beelden ons in, dat God ons daarom genadig is, omdat Hij ons waardig keurde om aan te zien.
Be Zoon des mensen
De Heere Jezus wil zulke hoogmoedige en zelfingenomen gedachten en verwachtingen bij de wortel afsnijden. Niemand is opgevaren in de hemel, zegt Hij, dan Die uit de hemel is nedergekomen, namelijk de Zoon des mensen, die in de hemel is. Het gehele menselijk geslacht, niet alleen de heidenen, maar ook de Joden, is van God afgeweken en leeft onder een gesloten hemel. Is vervreemd van de rechte kennis van God en Zijn werk, en kunnen deze door eigen inspanning nimmermeer verkrijgen.
Alleen Hij, die van Godi komt en tegelijk bij God is, Die een onbelemmerde omgang met. God heeft, kan de kennis van God1 brengen en deel geven aan het werk God; s. Hij noemt Zich Zoon des mensen, omdat Hij niet alleen de Metgezel van God is, maar Zich door aanneming van de menselijke natuur ook Eén met de mensen gemaakt heeft. Eén uit hen is geworden om werkzaam te zijn vóór hen bij God en onder hen tot verlossing van het verderf.
Hij is Zijn broederen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Dit wordt
duidelijk uit het voorbeeld van .de koperen slang. Deze was uiterlijk gelijk aan de giftige slangen, doch binnen in hem was geen gif. Zo is de Zoon des mensen gekomen in de gedaante van het zondige vlees, in armoede, afgedaald tot de ellende en verachtelijke staat van zondaren. Doch achter dit voorhangsel van Zijn nederige mensheid was Hij vol van heerlijkheid, zuiverheid en goddelijke luister.
Zó, in die menselijke natuur, moest Hij verhoogd worden aan het kruishout, opdat gebetenen van de oude slang en satanas in hun verderving op Hem zouden zien tot hun genezing, gelijk de moordenaar aan het kruis.
Alzo wordt Hij door alle eeuwen in de prediking van het Evangelie nóg verhoogd, opdat een iegelijk zondaar die door hels vergif en verderf is aangegrepen, op Hem zal zien tot redding, tot genezing van de zonde.
Door Gód wordt Hij alzo verhoogd in het Evangelie des kruises, hooggeheven als de Banier der volken, opdat een iegelijk tot Zijn rust zal komen.
De wereld
„Alzo lief", zegt de Heere Jezus, „heeft God de wereld gehad." Zó dierbaar is God deze wereld, door Hem gemaakt, van Hem afgeweken, dat Hij zelfs Zijn eniggeboren Zoon niet gespaard heeft om haar te redden van het verderf. Calvijn zegt: zo waard als God Zijn eniggeboren Zoon is, zo kostelijk acht Hij de zaligheid van Jood en heiden, gelijk blijkt uit het feit dat Hij deze Eniggeborene als losprijs voor haar geeft, overgeeft aan het vloekhout.
Het is een rijke barmhartigheid, schrijft Paulus in Ef eze 2 : 4, door de grote liefde Gods, waarmede Hij liefgehad heeft van eeuwigheid. Die liefde gaat aan alle andere oorzaken vooraf, zij komt uit Zijn eeuwig welbehagen voort. Het is deze verkiezende liefde van God die in Christus tot zondaren komt. In Hem wordt de grondeloze barmhartigheid (gebed doopsformulier) zichtbaar en tastbaar in de wereld', door zulk een liefde die nimmer tot de bodem te peilen is. Het „alzo" wijst op het onuitsprekelijke van de Gave Gods, in Bethlehems kribbe neergelegd en aan het kr.ui's tentoongesteld als de Weg ten leven, om het Koninkrijk Gods in te gaan.
Het is een liefde voor de „wereld". Diep ontgoochelend is deze aanduiding voor Nicoderaus en in het algemeen voor de godsdienstige mens in zijn eigenwaan dat hij een waardigheid in zich heeft boven heiden en wereld. Alle hoogheid van de mens wordt neergebogen in het werpen van de vrome Jood en de wijze Griek op één hoop, die van de verdervende mensheid. Daarom is die liefde Gods, het Evangelie van de gekruiste Christus, de overgave van God's eniggeboren Zoon voor zondaren, de eigenwaardige een ergernis en de eigenwijze een dwaasheid.
De gave der liefde
Alleen hen die geloven is Hij de Kracht Gods en de Wijsheid Gods. Om hen te verlossen van onder het oordeel en te bevrijden van het verderf. Want deze liefde Gods, dit Evangelie, moet geloof ontmoeten. Een aanvaarding van het „wereld" zijn, van „wereld die in het boze ligt", het eeuwige oordeel waardig zijn. Een erkenning. God niet gekend te hebben door de (eigen)wijsheid. Het is niet minder dan een algeheel opgeven van de hoop op zichzelf en op alles buiten God in Christus.
Een alzo toegaan, een gan's hulpeloos zich wenden tot die Gave der liefde, om enig en geheel door Deze behoudenis te ontvangen. Het is „amen" zeggen op de bekendmaking van Hem, die uit de hemel is nedergekomen om de weg Gods in der waarheid' te leren. Waarin alles uit de mens ongenoegzaam wordt verklaard en enkel het werk Gods wordt aangewezen.
Jonge vrienden, zoek zó te luisteren naar 's Heeren stem in Zijn heilig Woord bij dag en nacht. Niet alleen in adventsen kersttijd, doch alle dagen. Om uit Zijn Mond, door Zijn Heilige Geest, te leren: Zo wie zijn leven zal willen behouden, dat is: wie zijn zaligheid zoekt in eigen weg, waarin de mens nog iets kan zijn, die zal hetzelve verliezen. Maar zo wie zijn leven zal verliezen om Mij en des Evangelies wil, dat is: die alles opgeeft buiten Mij om enkel van Mij 's Heeren wegen te leren, die zal hetzelve behouden.
Dan zul je het mogen verstaan: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.
Nicodemus is het komen tot de Heere tot een nieuwe zegen geweest. De onderwijzende woorden zijn door Gods Geest en genade in zijn hart gezonken. De vrucht heeft het uitgewezen. Eerst een
schuchter voor Hem opkomen, later een openlijk belijden van Hem, wanneer alles wat niet uit God was zich van Hem afkeerde en zelfs de discipelen Hem verlaten hadden. Hij heeft het „alzo lief" mogen leren verstaan. De verhoogde Christus aan het kruis is hem boven alles dierbaar geworden. Daar heeft hij alle smaad en verachting blijmoedig voor mogen dragen. Als die liefde Gods beleving mag worden, zal het naar buiten openbaar komen.
Gaat de mens door de liefde der wereld tenonder in een eeuwig verderf, de liefde Gods trekt uit de wereld tot de volkomen zaligheid bij God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981
Daniel | 28 Pagina's