OP ZIEKENBEZOEK VIA DE POST
OP ZIEKENBEZOEK VIA DE POST „Verwachtende de vertroosting Israëls". Kent u in uw stille ziekenkamer die adventsverwachting van Simeon en Anna? Dat verwachtende uitzien: „Ik blijf de Heere verwachten, Mijn ziel wacht ongestoord!" Als Simeon terugzag, wist hij dat de Heilige Geest gezegd had „dat hij de dood, niet zou zien eer hij de Christus d.es Heeren zou zien." En als Simeon vooruitzag wist hij zeker dat het gebeuren! zou, ook al wa.s het. voor hem met de wachters op de morgen reeds de vierde nachtwake. Zag Simeon op de tempeldienst dan werd hij moedeloos, want daar werd de Heere Jezus (op wie al de offers zagen) niet verwacht, en het klein getal der vromen werd zoals de dichter zegt, steeds kleiner in het menselijk geslacht. Maar zoveel te meer klemde Simeon zich aan de Heere en Zijn Woord vast., pleitend, op de belofte: „Gedenk aan 't Woord gesproken tot uw knecht, waarop gij mij verwachting hebt gegeven.”
Wellicht bent u zo hoogbejaard als de 84-jarige Anna. Zij was als een lelie onder de doornen, het levensleed en weduwekleed waren haar niet bespaard. Aardse verwachtingen waren vergaan, haar begeerte was om binnen Sions tempelpoorten met vasten en bidden God te dienen dag en nacht, met het uitzien naar „de vertroosting Israëls." Die hoop verzachtte het vele leed van Fanuëls dochter.
Het weduwekleed is u misschien in het jaar 1981 aangedaan, rouw en smart hebben onverwacht uw hart verscheurd, zodat er geen verwachting meer is. Maar kent u in deze adventsdagen ook dat biddend worstelen met uw levensleed en zondenood om. „de vertroosting Israëls"? Want als de God van Israël u deze troost schenkt in alle smart, dan zegt Jesaja's profetie: „Gij zult door Mij niet vergeten worden." Is dat niet onuitsprekelijk vertroostend?
In de gemeente van Rutherfort was een oude christin die dicht bij de Heere leefde en de „vertroosting Israëls" kende, in die tijd ontnam de Heere Rutherfort zijn vrouw en enkele van zijn kinderen. In tijden van moedeloosheid bezocht Rutherfort haar veel en stortte zijn hart uit, ook schreef hij haar brieven met het verzoek om gebed: „Ik ben zeer benauwd voor de bediening van het H. Avondmaal des Heeren, daarom bid ik u dat gij niet om enige troost bidt voor mij die een eenzaam man ben, maar dat gij te ernstiger mag zijn tot eer en heerlijkheid van Jezus Christus. Ik kan mij vergenoegen met schande in dat werk indien mijn Meester geëerd wordt, verzoek van de Heere inzonderheid, dat Hij zorg drage voor Zijn eer, en dat Hij brood geve aan Zijn hongerige kinderen, al ga ik dan hongerig weg van deze maaltijd." De Heere betoonde dat deze dag een heerlijke dag werd door de uitnemende liefde van Zijn Zoon Jezus Christus. Bij ons laatste ziekenbezoek in 1981 wensen wij deze „vertroostingen Israëls" ook toe aan de oud-presidente van onze Bond, mej. Den Hertog. Zij hoopt D.V. 30 januari 77 jaar te worden. Tevens ook aan mej. Vermeulen, oud-presidente van Vlaardingen, die D.V. 14 januari 80 jaar hoopt te worden. „Hoopt op de Heer gij vromen, is Israël in nood, er zal verlossing komen, Zijn goedheid is zeer groot." (Mej. Den Hertog, Huize Avondlicht, Dorpsstraat 75, 3641 ED: Mijdrecht; mej. Vermeulen, Roemer Visscherstraat 272, 3132 EZ Vlaardingen.)
Van de vereniging in Soest ligt mevr. Stam-van Dijk (46 jaar) in het Zonnegloren ziekenhuis (afd. Oost 2, kamer 216) te Soest. U zult met de feestdagen mevrouw Stam wanneer wij de geboorte van de Heere Jezus mogen gedenken, in het ziekenhuis moeten blijven. De Heere geve nu u de kinderzegen verwacht, met Maria te mogen ervaren: „Des Heeren arm is sterk, Hij doet een krachtig werk", om zo alle zorgen op Hem te mogen werpen.
De 78-jarige mej. N. Wielaard (Hortensiastraat 69, 2563 NP 's-Gravenhage), een trouw lid van de vrouwenvereniging Den Haag-Z, moet ernstige behandelingen ondergaan. Laten we ook deze eenzame niet vergeten. In alle smart, mej. Wielaard, vestige de Heere uw oog op Hem die ook in deze adventstijd tot u zegt: „Want geen ding zal bij Gc.d onmogelijk zijn." Mevrouw Den Ouden mocht, veel post van u ontvangen, waar ze erg blij mee was. Er waren vele beproevingen maar de Heere was haar nabij.
De Heere geve u allen, ernstig ziek of hoogbejaard, nu het jaar onzes Heeren 1981 bijna weggegleden is, met zijn vele en ernstige zorgen, met Simeon en Anna dat adventsverwachten van „de vertroosting Israëls". „Mijn ziel WACHT op de Heere, meer dan de WACHTERS op de morgen." Opdat de Opgang uit de hoogte u beschijnen zal die gezeten zijt in duisternis en schaduw des doods, om te mogen komen bij de kribbe van Bethlehem, want daar wordt het KERSTFEEST.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981
Daniel | 28 Pagina's