JE NAASTE LIEFHEBBEN
Dat is vcor ons, jongeren en ouderen, een hele opgave. Want laat eens goed op je inwerken wat onze Heidelbergse Catechismus in zondag 40, in het antwoord op-vraag 107 zegt: dat wij onze naaste liefhebben als onszelf en jegens hem geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en alle vriendelijkheid bewijzen....
Dat bedoelt de Iieere Jezus als Hij zegt: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf" (Matth. 22 : 39). En Petrus zegt in zijn eerste brief, hoofdstuk 3 : 8: ijt allen eensgezind, medelijdend, de broeders liefhebbende, met innerlijke barmhartigheid bewogen, vriendelijk.”
Als ik dan zie op mijn leven, dan moet ik het bekennen dat het zo ontzettend moeilijk is om deze richtlijn, die de Heere mij, ons allemaal, geeft na te leven. Dat kan ik niet. Jullie wel?
Gods Woord zegt ons dat wij onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad.
Is het dan helemaal onmogelijk mijn naaste lief te hebben? Ja, ten diepste wel.
Maar het heeft de Heere echter goedgedacht, hoewel wij het Beeld Gods zijn kwijtgeraakt en wij in al onze wegen goddeloos, verkeerd en verdorven geworden zijn, in ons nog enige kleine overblijfselen over te laten van de uitnemende gaven die wij van God ontvangen hadden (art. 14 N.G.B.). Hoe zou het anders nog kunnen dat de mensen elkaar enigszins verdragen?
En nu komt de vraag tot ons wat wij daarvan terecht brengen.
Christus heeft gezegd: Alle dingen dan, die gij wilt dat u de mensen doen, doet gij hun ook alzo" (Matth. 7 : 12).
En dan wil ik dat de ander mij liefheeft, geduldig en zachtmoedig met mij omgaat. Maar wat stel ik er tegenover?
Denk eens goed na over de liefde van Christus. Alles wat Hij bij Zijn Vader had, heeft Hij uit liefde voor Zijn Kerk verlaten.
Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. En wat heeft de wereld gedaan? Wat heb jij gedaan? Wat doe ik?
Hij werd gehoond en bespot en geslagen. Hebben v/ij dat er voor over als onze „liefde" veracht, wordt?
Als wij geslagen worden, keren we dan ook onze andere wang toe?
Als wij gescholden worden, schelden we dan niet terug? Hoe is dat in jouw en mijn leven?
De praktijk
Je naaste liefhebben? Dat iseen gave van God.
En wat brengen wij ervanterecht? Kijk eens om je heen en wees eens heel eerlijk. Niet veel hè. Want als ik de ander wil liefhebben dan moet ik mezelf verloochenen. En dat wil ik niet.
Je zit op school en dat zware proefwerk wil maar niet vlotten. Je fluistert naar je buurman of buurvrouw: „Ga eens wat opzij", met de bedoeling even een blik op dat andere blad papier tewerpen. Maar de ander leent zich er niet voor. De docent voor de klas hoort jullie „gesprek". Allebei inleveren en dus een onvoldoende. Heb je nu je klasgenoot zó lief, dat je eerlijk zegt hoe alles in zijn werk gegaan is?
Je naaste liefhebben, dat is dikwijls jezelf opofferen. Je hebt een vrije dag en je hebt het plan opgevat die dag helemaal aan je eigen liefhebberijen te wijden. In een royale bui heb je een paar dagen tevoren gezegd dat je je oude buurman een keer zou gaan helpen met zijn tuintje. Je vader herinnert je daaraan. Maar daar heb je vandaag nou juist helemaal geen zin in.
Ik zou het toch maar doen. Je zult eens zien hoe blij die oude baas er mee is. En is dat niet veel meer waard dan alleen aan jezelf te denken?
Je naaste liefhebben dat kan ook zijn het afzien van het kopen van dat mooie boek dat je al zo heel lang wilde hebben. Het is erg duur en je hebt er wekenlang wat van je zakgeld voor opzij gelegd. Net als je denkt het te gaan kopen lees je in jullie kerkblad dat er zondag een kollekte gehouden zal worden voor de christenen achter het IJzeren Gordijn. Er zullen weer Bijbels worden weggebracht. Zou je het kopen van dat boek maar niet wat uitstellen en je geld voor de Bijbels bestemmen?
Je naaste liefhebben dat is van je overvloed iets afstaan voor die velen die op zoveel plaatsen in de wereld in bittere armoe verkeren. Geen voedsel, geen kleren, geen dak boven het: hoofd. Liefde bewijzen door voor deze verschoppelingen de Heere aan te roepen. Je naaste liefhebben dat is als je onheus behandeld wordt niet zeggen: „Dat zal ik hem of haar wel eens betaald zetten."
Doe je best je niet verongelijkt te voelen, maar laat zien dat je ernstig probeert te leven naar Gods Woord. Dat is beter dan kwaad met kwaad vergelden. Daarmee doe je de zaak van Gods Koninkrijk alleen maar schade.
„Zie je wel", wordt er dan gezegd, „dat zijn nou die lui die hun mond vol hebben van de Bijbel." Wat moeten we ons leven, ook ons jonge leven dan toch uiterst voorzichtig leven.
Je naaste liefhebben, dat is voor iemand een vriendelijk woord hebben, ook voor dat meisje of die jongen die je helemaal niet ligt en die je misschien wel toevoegt: „Waar bemoei je je mee." Probeer het nog maar eens.
Probeer dat pantser maar te doorbreken. Met de daad tonen dat je belangstelling hebt.
Je naaste liefhebben, dat is hem of haar wijzen op het Ene Nodige. Misschien zeg je nu dat dit een onmogelijke opgave is, die niet voor jonge mensen bestemd is. Toch wel hoor, al is het moeilijk. Denk maar eens aan dat meisje van de vrouw van Naaman. Ze was gevangen genomen en meegevoerd naar Syrië. We zouden zeggen, alle reden om die Syriër Naaman en zijn vrouw maar links te laten liggen. En toch bewoog de liefde haar Naaman goede raad te geven.
Niet in eigen kracht
Ik hoef je niet te vragen: „Wie is je naaste? " Enkelen van hen heb ik genoemd. Je kunt ze zelf wel aanvullen. Ieder uit zijn eigen omgeving
Je naaste liefhebben is een grote opgave. Een onbeperkte opgave. Een opgave die we in eig enkracht nooit zullen volbrengen, maar waar we de Heere in nodig hebben.
Want echte liefde bewijzen kan pas ten diepste als we door genade iets kennen van de liefde van Christus. En zelfs als die liefde van Christus je dringt, zul je nog met Paulus moeten belijden dat je dagelijks tegen de zonde moet strijden: „Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil dat doe ik.”
Ik hoop dat je in deze kersttijd begerig mag zijn of gemaakt worden om de liefde van het Kind Jezus te leren kennen. Hij wilde gelegd worden in die beestenstal, vanwege de liefde tot Zijn Vader en de liefde tot verloren msenen. De Heere geve jullie en mij te mogen beleven wat dat wil zeggen.
Opdat, door de werking, van Zijn Heilige Geest, dat Heilig Kind ook in ons hart geboren mag worden, opdat wij onze naaste vanuit de liefde tot Hem leren liefhebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1981
Daniel | 28 Pagina's