JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

SMAKELOOS ZOUT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SMAKELOOS ZOUT

7 minuten leestijd

Je kent ongetwijfeld het bijbelgedeelte waaraan bovenstaande titel is ontleend. De Heere Jezus sprak dat tot zijn discipelen: „Gij zijt het zout der aarde..." En Christus bedoelde daarmee, dat. er van de kerk iets behoort uit te gaan, wat anderen jaloers maakt. Als 't goed is, gaat er van de kerk werfkracht uit. Anderen winnen voor het Koninkrijk van Jezus Christus hoort de hoogste prioriteit te hebben. Denk maar aan het vraaggesprek in de vorige „Daniël" over evangelisatie, onder de titel: „Opdat onze naaste voor Christus gewonnen worde”.

In de eerste plaats vindt dat „werven" plaats door de verkondiging van het Woord. Dat is immers het gewaad waarin Christus ook nu nog wandelt op de aarde. Daarnaast echter ook door de handel en wandel van de christen. In het verband van Matth. 5, waar het over dat smakeloze zout gaat, blijkt dat duidelijk. In vers 16 lees ik: „Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen .zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”

Wat zie ik er van ?

Een leesbare brief van Christus zijn. Wat komt daarvan terecht, zeg je wellicht, 'k Zie er zo weinig van. Tussen twee haakjes: bij anderen of bij jezelf?

’t Is waar... zout kan smakeloos worden. De Heere Jezus waarschuwde er al voor: „Indien dan het zout smakeloos wordt ”

De kerk — en daar behoren jij en ik toe — zou een zoutend zout en een lichtend licht moeten zijn. En daar komt vaak weinig van terecht. Wat is er weinig te zien van de onderlinge liefde tussen christenen, om nog maar niet te spreken over , de verhoudingen tussen christelijke kerken. Vooral jongeren zijn daar vaak erg kritisch over. 'k Kan dat begrijpen, 't Is helaas vaak al te waar. Breed worden soms de onderlinge '(leer)verschillen — of moet ik zeggen: verschilletjes? — uitgemeten. Ieder meent het zelf bij het rechte'eind te hebben. Begrijp me goed: natuurlijk is het van het, grootste belang dat de leer zo zuiver mogelijk blijft. Daar kan zelfs strijd voor geboden zijn! Alleen, er is zo veel onwaarachtige strijd.

Leer èn leven

’t Mag ook niet het enige zijn waarvoor men zich inspant, 't Gevaar van een dode orthodoxie — wel rechtzinnig, maar zonder levend geloof — is zeker aanwezig, ook onder ons. Dat zijn de mensen die Bunyan in zijn Christenreis Prater noemt. Soms zijn ze beter in de leer thuis dan een eenvoudig kind van God. Ik denk aan onze Nadere Reformatoren. Hoe benadrukten zij — vooral in de bloeitijd — dat leer en leven een eenheid' behoren te zijn. Alleen dan is er sprake van een juiste Praxis Piëtatis (praktijk der Godzaligheid).

De eerste christengemeente

In Handelingen 2 kun je lezen, dat de eerste christengemeente genade bij het hele volk had. En — in één adem wordt dat erbij gezegd — dat er dagelijks tot de gemeente werden toegedaan. De snelle verbreiding van het Evangelie had .duidelijk te maken met de werfkracht die er van de eerste christenen uitging.

Daarover vertelt dr. Praamsma in het eerste deel van „De kerk van alle tijden" hele mooie dingen. Hij haalt onder andere een indrukwekkende getuigenis aan van de heidense keizer Julianus de Afvallige, 't Komt dus uit onverdachte bron!

„Waarom", aldus Julianus aan een van zijn heidense hogepriesters, „durven wij het feit niet onder ogen te zien, dat het atheïsme (hij bedoelt daar de christenen mee, omdat ze niet in zijn vele goden geloven) zijn sukses vooral te danken heeft aan zijn betoon van liefde jegens1 vreemdelingen, zijn verzorging van begrafenissen en zijn strengzedelijke levenspraktijk? Het is een schande voor ons, dat onze eigen mensen van ons geen sociale steun ontvangen, terwijl in de joodse gemeenschap geen enkele bedelaar voorkomt en de goddeloze Galileeërs (ook hier zijn weer de christenen bedoeld) niet alleen hun eigen armen ondersteunen, maar ook de onze!”

Groot was in die tijd ook de zorg voor zieken. In diverse plaatsen stichtten de christenen ziekenhuizen. Vooral de weduwen maakten zich hierin verdienstelijk. Gevangenen werden — gedachtig aan Christus' woorden — bezocht en van voedsel voorzien. Werkloosheid — hoe aktueel — kwam onder de christenen niet voor. Elke arme die kon werken, werd: door de gemeente aan werk geholpen!

Het Réveil

Ik denk aan nog een periode uit de kerkgeschiedenis. Aan de tijd van het Réveil in de negentiende eeuw. In die tijd waren sociale voorzieningen tengevolge van overheidszorg nog. afwezig. Veel hing dan ook af van het partikulier initiatief. Door de Réveil-vrienden, die vaak niet onbemiddeld waren, werden tal van initiatieven genomen. Allerlei liefdadigheidsinstellingen die nu nog bestaan, zijn toen ontstaan. Denk bijvoorbeeld maar aan de bekende stichting „Tot; heil des volks" van ds. Frinsel in Amsterdam. Aan de basis daarvan stond de Réveil-man ds. J. de Liefde.

Vrijwel al hun werkzaamheden ontstonden vanuit de drang het Evangelie te verkondigen, ook aan de armsten van ons volk. Zij zagen de sociale nood en begrepen dat Woordverkondiging alleen niet voldoende was. Woord èn daad zouden samen moeten gaan. Heel bekend is in dit verband het werk van de familie Groen van Prinsterer.

Zo nam, mevrouw Groen van Prinsterer mede het initiatief' tot oprichting van een naaischool voor behoeftige meisjes. Zij konden zo leren in hun levensonderhoud te voorzien. Naast de praktijklessen werd echter ook bijbels onderwijs gegeven.

Vanaf 1831 stichtte mevrouw Groen elk jaar op haar verjaardag, een huisje voor arme, bejaarde mensen. Aan 't eind van haar leven had ze zo een rij van 32 woningen laten neerzetten, in de volksmond geheten „het hofje van Groen". Eén van Groens vrienden hoorde bij een bezoek aan de armenbuurt in Den Haag eens zeggen: „Brengt nood tot beroerte (= oproer), het huis op de Korte Vijverberg (het huis van Groen) blijft staan.”

Vele voorbeelden zouden nog te geven zijn. Slechts één naam zal ik nog noemen: ds. O. G. Heldring, wiens naam nog altijd verbonden' is met de door hem gestichte Zettense inrichtingen. Diep was hij getroffen door de aanklacht uit Ezech. 34 vers 4: „Het zwakke sterkt gij niet, het kranke heelt, gij niet, het gebrokene verbindt gij niet, het weggedrevene brengt gij niet terug en het verlorene zoekt gij niet.”

En wij?

Wat doen wij met Christus' gebod de naaste lief te hebben als onszelf? De naaste is toch niet in de eerste plaats de noodlijdende ver weg, maar vooral toch de medemens met wie we dagelijks in aanraking komen? We zijn er niet klaar mee als we voor dit en voor dat een gift geven.

Een leesbare brief van Christus zijn betekent wel iets meer!

Van Heldrings sociale bewogenheid las ik: , - , Het-was de liefde van een man, die zelf vergeving had ontvangen, d, ie zich uit genade behouden wist en zich juist daarom geroepen wist de boodschap van ontferming en levensvernieuwing door te geven.”

Ja maar . . .

„Je hebt gelijk", zeg je, „maar je vergeet één ding. Je vergeet dat een mens eerst veranderd moet worden, dat er eerst sprake zal moeten zijn van bekering." Dat „vergat" ik natuurlijk niet. Ik noemde al het getuigenis over Heldring.

Maar wie werkelijk worstelt met. de vraag van „het moeten en niet te kunnen", zal de hierboven gestelde eis van Gods Woord ten volle beamen. Die verschuilt zich niet achter zijn onmacht. Dogmatisch heb je voor 100% gelijk, maar er staat nog meer in de Bijbel. Ik lees: „Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde" en „Die tot Mij

komt, zal Ik geenszins uitwerpen." Terecht schreef Spurgeon eens: „Wel, die belofte moet waar zijn!" God is immers geen Man dat Hij liegen zou!

„Gij zijt het zout der aarde", sprak Jezus. BEN JIJ (zijn wij) EEN ZOUTEND ZOUT OF EEN SMAKELOOS ZOUT?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1981

Daniel | 28 Pagina's

SMAKELOOS ZOUT

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1981

Daniel | 28 Pagina's