JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET HOORT BIJ HET SCHIPPERSLEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET HOORT BIJ HET SCHIPPERSLEVEN

10 minuten leestijd

Als je in een plaats woont aan een rivier of kanaal heb je natuurlijk de schepen die voorbij kwamen varen wel eens na staan kijken. Op een mooie zomeravond lijken ze zomaar over het stille water te glijden. Je kunt dan de motor nog horen ronken als ze al bijna uit het gezicht verdwenen zijn. Maar op stormachtige najaarsdagen kunnen ze soms met moeite tegen de stroom opkomen. Bij diepgeladen schepen slaan de golven dan over het dek heen. Er is altijd wel wat te zien bij de rivier, want bijna altijd varen er schepen voorbij. Waarheen?

Waarheen?

Ja, waarheen? Dat vragen de meeste schippers zichzelf ook af. Want om te kunnen varen moet je vracht hebben. En het hangt ervan af waarheen die vracht gebracht moet worden. Soms is dat naar een haven ver weg. Dan vertrekt het schip voor een reis van dagen en ook wel van weken (als de bestemming in het buitenland ligt).

Voor het vervoeren van de vracht wordt de schipper betaald; hoe langer de reis is, hoe hoger zijn inkomen. Als een schipper geen vracht kan krijgen of als zijn schip voor reparatie op een werf ligt, verdient hij niets. Dat valt dan niet mee, want als zelfstandige ondernemer krijgt hij geen werkloosheidsuitkering.

De Schippersbeurs

Hoe komt een schipper aan vracht? Als hij alleen op het binnenland vaart moet hij zich laten inschrijven bij een Schippersbeurs en wachten tot hij aan de beurt is. Anderen die eerder ingeschreven waren., krijgen ook eerder een vracht. De tarieven voor vervoer over water in het binnenland zijn per hoeveelheid en per afstand vastgesteld, zodat een schipper van tevoren kan uitrekenen wat een bepaalde vracht hem oplevert.

Er zijn schippersbeurzen in Amsterdam, Rotterdam, Maastricht, Maasbracht en Delfzijl, Schippers vervoeren bijvoorbeeld zand en grint, veevoeder, stenen, pakken zout en soda voor de chemische industrie of kolen.

Het is natuurlijk wel belangrijk, dat er na het lossen in een bepaalde plaats niet te ver uit de buurt weer geladen kan worden, want leeg varen levert niets op; het kost alleen maar geld. Dit kan meestal wel geregeld worden via agenten die kontakt houden met de beurzen.

Bevrachters

Wie op Duitsland wil varen, moet niet inschrijven op de beurs, maar kontakt zoeken met bevrachters die ook op de beurzen komen. Bevrachters verzorgen voor expeditiebedrijven en fabrieken het vervoer van hun produkten over water naar het buitenland. Dit is niet aan vaste tarieven gebonden en de schippers hoeven ook hun beurt niet af te wachten. Dat „vrije werk" is interessant, want de schipper kan zelf zijn prijs bepalen. Alleen als veel schippers interesse hebben in dezelfde vracht, zul-

len ze wel met een konkurrerende prijs moeten komen.

Relatievaart

Het is ook mogelijk op kontrakt te varen. Schippers die voor lange tijd zeker willen zijn van vracht en niet te ver weg willen gaan, kunnen bij een bevrachter een jaarkontrakt afsluiten voor het regelmatig vervoer naar een vaste plaats. Zo zijn er schippers die heen en weer varen tussen Rotterdam en Veghel om grondstoffen vanuit zeeschepen naar een groot veevoederbedrijf te brengen. Dat wordt relatievaart genoemd.

Naar het internaat

Nu je een idee hebt van het schippersleven zul je begrijpen dat het naar school gaan van schipperskinderen problemen geeft. Want waar moeten ze heen? Hun schip is altijd onderweg naar een andere plaats. Als ze aan boord blijven komt er van regelmatig schoolgaan niets terecht en daarom gaan ze naar een internaat. Daar wonen ze bij elkaar en worden verzorgd door hun jufs. Dat zijn geen juffrouws van school, maar leidsters van het internaat die voor hen hetzelfde doen als moeders thuis. De jufs zorgen voor het eten en de kleren, ze maken het gezellig, helpen bij het huiswerk, doen mee met spelletjes en brengen de kleintjes naar bed. Ook gaan ze met hen naar de schoolarts of de tandarts als het nodig is. De meeste kinderen zijn er van maandag tot vrijdag, want dan gaan ze als het enigszins kan weer naar boord terug.

Het schip persinternaat „Eben-Haëzer"

In Dordrecht staat sinds 1976 een schippersinternaat van onze gemeenten, dat „Eben-Haëzer" heet (tot, hiertoe heeft ons de Heere geholpen). Het heeft plaats voor 144 kinderen, maar op 't ogenblik wonen er een paar meer. Het is al weer te klein geworden.

De kinderen komen er als ze nog maar zes jaar zijn en mogen blijven tot hun zestiende. Dat is dus zolang ze leerplichtig zijn. Wie dan nog op school zit mag blijven tot hij examen gedaan heeft, maar moet wel weg als hij achttien wordt.

Ze wonen in groepen van achttien bij elkaar. Elke groep heeft zijn eigen woonruimte en zijn eigen jufs. In één groep zitten jongens en meisjes van zes tot zestien, kleinen en groten, broertjes en zusjes dus bij elkaar. 't Is net als in een groot gezin thuis.

De groepen hebben „scheepsnamen”

Bij de ingang van het internaat staan een paar boeien en een grote mast. In de hal ligt een echt anker. Maar er herinnert nog veel meer aan het schippersleven. Als je binnenkomt zie je al direkt de „seinpost" waar juffrouw Koba zit voor de telefoon en administratie.

Verder hebben de groepen elk een eigen naam van een deel van het schip. Als je de foto van het internaat bekijkt kun je zien dat er links en rechts van het midden vijf afdelingen zijn. Rechts beneden is de direktiekamer en ook de woonruimte van de adjunkt-direktrice, juffrouw Van der Pol. Daarboven wonen de volgende groepen: het achteronder, 't ruim, de dekhut en de wimpel. Links heten de afdelingen van beneden naar boven: diep-erf, vooronder, roef, stuurhut en kraaienest, . 't Is wel toepasselijk dat de bovenste groepen namen hebben van de bovenste delen van een 'schip! In „de wimpel" wonen acht grotere meisjes bij elkaar. Daar waren oorspronkelijk kamers voor de jufs, maar die wonen nu allemaal buitenshuis.

Op bezoek in ’t achteronder

Op een stormachtige novemberavond ben ik op bezoek geweest in 't achteronder. Daar heb ik gezien, hoe gezellig de

jongens en meisjes van deze groep het met elkaar hebben. De leeftijd varieert er van zes tot dertien jaar.

’t Is tegen acht uur, als ik kom, . De groteren zitten met de jufs rond de tafel te knippen en te plakken. Ellianne, Linda en Nicoliene mogen nog even uit bed komen. Met elkaar vertellen ze honderduit: over hun schip, over het wonen in de roef, over het varen en de beurs, over radar en over naar boord gaan. Vooral de jongens zijn enthousiast. Ellianne had pas een zondag op het internaat over moeten blijven, omdat het schip van.-haar ouders te ver weg lag. Dat was heel wat voor haar. Nicoliene kan gelukkig elke vrijdag naar boord, want haar vader vaart op Veghel. Daar gaat ze met haar zus dan met de trein naar toe. Leendert Hollebrandse komt haast niet uitgepraat. Jan van Dalen rekreatie-moet voor orgelles, naar de zaal.

Jan Hollebrandse en Wim Faasse komen schoongewassen terug uit de douche. We maken nog een foto en dan moeten de kleine meisjes weer naar bed.. De allerkleinsten (van zes en zeven jaar) liggen al heerlijk te slapen. Het is inmiddels half negen geworden, tijd voor de dagsluiting. We gaan met de jufs Ria Verhaar, Marry Slootweg en Marijke van Leeuwen (die hier stage loopt) naar de zithoek. Marlia mag uit de Bijbel lezen en Suzette uit het dagboek „Hoort Zijn stem”.

Dan is het ook voor de meeste jongens bedtijd. Ik mag zien waar ze slapen: met z'n vieren op een kamer, links en rechts twee bedden boven elkaar. Er staat ook een tafel (om huiswerk aan te maken!) en ieder heeft zijn eigen kast. Ze hebben hun „hut" versierd met platen en vlaggen. Ze mogen nog een kwartier napraten en dan moet het stil zijn. Ze hebben zeker veel slaap, want we horen niets meer.

Jan van Dalen is inmiddels terug van orgelles. Marlia en Suzette, twee onafscheidelijke vriendinnen die in de eerste klas van de mavo zitten, gaan hun nachtgewaad vast aantrekken en komen nog even terug om te praten. Om negen uur is het ook voor hen bedtijd en wordt het stil in 't achteronder. Juf Ria heeft deze week de wacht en zij blijft ook slapen; de andere jufs gaan naar huis.

Elke groep heeft zijn eigen „huis”

Zoals je op de foto van het internaat al hebt gezien, heeft elke groep zijn eigen afdeling in het gebouw. De ramen aan de voorkant zijn van de woonkamer, de keuken en het slaapkamertje van de juf die de wacht heeft. Aan de achterkant zijn de vijf slaapkamers (vier van vier en één van twee) en de doucheruimte met. negen wastafels.

De woonkamer heeft een zithoek, waar een orgel staat, een speelhoek en een eethoek met twee grote tafels, 't Is er gezellig gemaakt met planten, lampen, posters en eigengemaakte werkstukken aan de muur. Er ligt vaste vloerbedekking. De stoelen in de zithoek zijn bruin en in de eethoek oranje; de tafels zijn wit. 't Ziet er heel leuk uit.

Tussen de woonkamer en , de slaapkamers is een gang, die met een deur op het trappenhuis uitkomt. Je kunt dus wel zeggen dat iedere groep in het gebouw zijn eigen „huis" heeft.

De regels van het huis

In een internaat met bijna 150 kinderen moeten wel vaste regels zijn waaraan

iedereen zich houden moet. In een gewoon gezin zijn natuurlijk ook bepaalde regels, maar daar willen vader en moeder nog wel eens van afwijken... In een internaat kan dat niet. Een paar huisregels zijn:

—• Vaste tijden van naar bed gaan. Voor elke leeftijdsgroep is die tijd anders, steeds een half uur later.

— Om zeven uur opstaan en om half acht aan het ontbijt, ook als de scholen voor vervolgonderwijs later beginnen dan negen uur.

— De kinderen van de lagere school mogen niet voor half negen weg; de lagere school en de mavo staan vlak bij het internaat.

— Lagere schoolkinderen mogen na schooltijd niet zonder geleide het terrein af. Er is om het gebouw veel speelruimte.

— Meisjes en jongens die naar lts, mavo of havo gaan mogen wel zonder geleide weg, maar moeten zeggen waar zij heen gaan. Ook moeten ze zich afmelden als ze weggaan en terugkomen.

— Er mag in het internaat niet worden gerookt!

Naar boord

Al zorgen hun jufs heel goed voor hen en al hebben ze het heel gezellig met elkaar, toch gaat er voor de meeste kinderen niets boven „naar boord" gaan. Vrijdags zitten ze altijd in spanning: waar zou hun schip liggen? Kunnen ze er naar toe? Als ze uit school komen gaan ze gauw naar de seinpost en roepen: „Juf, is er voor mij gebeld? Word ik opgehaald of moeten we met de trein? ”

Als ze niet naar boord kunnen, valt dat meestal erg tegen, vooral bij de kleineren. En dat is ook te begrijpen!

Een troostprijs is dan wel, dat ze 's-za terdags altijd met de juf uit mogen, 's Zondags gaan ze met haar naar de kerk. Voor elke groep blijft één leidster over, ook al zijn er maar een of twee kinderen. Ze hoeven dus 's zondags nooit naar een vreemde juf. Meestal blijven er vrijdags ongeveer twintig kinderen in het internaat. De anderen gaan allemaal naar boord.

Jullie weten nu zo'n beetje hoe het in het schippersinternaat in Dordrecht toegaat. Voor de kinderen die daar wonen is dit allemaal geen nieuws, maar ik hoop dat ze het toch ook leuk gevonden hebben om dit te lezen, vooral die uit het achteronder. Ik vond het fijn om een poosje bij jullie te zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1981

Daniel | 28 Pagina's

HET HOORT BIJ HET SCHIPPERSLEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1981

Daniel | 28 Pagina's