JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

OPDAT ONZE NAASTE VOOR CHRISTUS GEWONNEN WORDE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPDAT ONZE NAASTE VOOR CHRISTUS GEWONNEN WORDE

VRAAGGESPREK MET DS. A. HOEMAN EN EVANGELIST J. W. N. VAN DOOYEWEERT

11 minuten leestijd

„’k Heb er wel wat tegenop gezien", zo vertrouwde ds. A. Hofman ons na afloop van het vraaggesprek ioe. Gelukkig was het hem meer dan meegevallen. Evangelist Van Dooyeweert was met zijn vrouw en jongste dochter ook naar Aalburg gekomen. Daar hebben we in de gezellige kamer van de pastorie een fijn en openhartig gesprek gehad met de deputaat en de „werker in het veld”.

„’k Heb er wel wat tegenop gezien", zo vertrouwde ds. A. Hofman ons na afloop van het vraaggesprek ioe. Gelukkig was het hem meer dan meegevallen. Evangelist Van Dooyeweert was met zijn vrouw en jongste dochter ook naar Aalburg gekomen. Daar hebben we in de gezellige kamer van de pastorie een fijn en openhartig gesprek gehad met de deputaat en de „werker in het veld".

— Zijn er verschillen en/of overeenkomsten tussen zending en evangelisatie?

ds. H. Het ene betreft de verre naaste en het andere de naaste dichtbij. Vroeger werd evangelisatie ook wel inwendige zending genoemd.

v. D. 'k Denk aan een duits zinnetje: „Die ganze Welt ist Gottes Missionsfeld". Er zijn dus eigenlijk meer overeenkomsten dan verschillen. Wel is het een groot verschil, dat je in het zendingswerk bij mensen komt die nog nooit van de bijbelse boodschap hebben gehoord. In het evangelisatiewerk breng je het Woord tot mensen die er (zelf of in hun voorgeslacht) „een punt achter hebben gezet”.

ds. H. We moeten dichtbij huis beginnen. Denk maar eens aan dat aangrijpende gedicht „Mijn buurman is vannacht gestorven...”

— Hoe zou het komen dat er in het algemeen voor het werk van de zending meer belangstelling en offervaardigheid is dan voor het evangelisatiewerk?

ds. H. Het zendingswerk leeft meer. Het evangelisatiewerk spreekt de mensen niet zo aan. Maar waarschijnlijk wordt er ook te weinig aan de bel getrokken. Het blad „Paulus" is vooral voor de zending natuurlijk een geweldige reklame. Overigens moet ik erbij zeggen, dat voor de zending, natuurlijk meer geld nodig is. Wij hebben bijvoorbeeld geen vliegtuigje nodig.

V. D. 't Zou inderdaad niet goed zijn als de inkomsten fifty-fifty verdeeld werden.

— Wat is de taak van het deputaatschap voor de evangelisatie?

ds. H. Het gaat om de bevordering; van het evangelisatiewerk. Wat .doen we nu eigenlijk? De evangelisten leveren maandelijks een rapport in. Daar schrijven ze alles in wat ze doen, van dag tot dag. Ook nemen ze daarin vragen op en. wordt aandacht ge-

vraagd voor eventuele moeilijkheden. Dat alles wordt door ons besproken. Een moeilijke vraag kan bijvoorbeeld zijn of op de posten de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal bediend mogen worden. Ook besteden we aandacht aan de verhouding van een evangelisatiepost tot de (moeder)gemeente(n) en de classis; zo'n verhouding moet goed zijn en moet groeien. Onlangs hebben we besloten regelmatig een bezoek te brengen aan de posten (vi'sitatiereis!).

v. D. Wat ik heel belangrijk vind, is dat het deputaatschap het vertrouwensorgaan voor een evangelist is.

— Zijn er nog plannen om het werk uit te breiden?

ds. H. We zijn er altijd op uit het werk uit te breiden. De velden zijn immers wit om te oogsten. We hebben ook wel plannen, maar die staan nog in de kinderschoenen. Zo is er wel eens gesproken over een post in de nieuwe polders.

— Gebrek aan geld?

ds. H. Als er meer geld was, deden we natuurlijk veel meer! Daarnaast stuiten we ook wel op andere moeilijkheden. Zoals in alle werk, blijkt ook in het evangelisatiewerk, dat eens mans vijanden soms zijn huisgenoten zijn.

— Hoe wordt nu eigenlijk iemand evangelist?

ds. H. Naar aanleiding van een oproep kan men solliciteren. We letten erop of iemand geschikt is; voor het werk en of er een innerlijke drang, een begeerte is om het te gaan doen. Verder vinden we het heel belangrijk hoe de echtgenote er tegenover staat. Immers, de vrouw van de evangelist moet de deur voor iedereen openstellen. Soms moeten ze samen heel wat sociaal werk verrichten. Denk bijvoorbeeld aan kapotte huwelijken.

v. D. Ja, zet de vrouwen maar eens in het zonnetje. Dat hebben ze echt verdiend!

— Meneer Van Dooyeweert, hoe bent u evangelist geworden?

v. D. Dat is een heel lang verhaal. Maar 'k zal er iets van proberen te zeggen. Er hebben geen schokkende, grote dingen plaats gevonden. Er was bij mij reeds vanaf vrij jonge leeftijd een begeerte om in Gods Koninkrijk werkzaam te zijn. Deze begeerte heeft richting gekregen toen ik zo'n negen jaar als vertegenwoordiger in Brabant en Limburg heb gewerkt. Ik zag toen de enorme nood van die roomskatholieke wereld. Toen de oproep in de Saambinder verscheen, werd het ineens heel duidelijk.

— Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat veel kerkleden en kerkeraden denken dat ze voldoende „voor de evangelisatie" doen als er voor gebeden, gegeven of gekollekteerd wordt. Maar ligt hier in feite niet een direkte taak voor iedere gemeente?

ds. H. Dit werk hoort zeker ook plaatselijk te geschieden. Er moet werfkracht van de gemeente uitgaan. Het is de roeping van iedere gemeente het evangelisatiewerk ter hand te nemen.

v. D. Staat er niet in de Bijbel, dat de gemeente een zoutend zout moet zijn?

— Zou u adviezen kunnen geven aan kerkeraden die de noodzaak van het evangelisatiewerk in eigen stad of dorp inzien?

ds. H. Ik denk in ieder geval aan lektuurverspreiding. Het deputaatschap geeft regelmatig d.e Evangeliebanier en ook andere folders uit. Hierbij kunnen natuurlijk mooi de jongeren uit de gemeente worden ingeschakeld.

v. D. Mag ik er in dit verband op wijzen, dat bij evangelist J. Kwantes (proef)exemplaren kunnen worden aangevraagd of besteld? Bij hem in huis staat soms alles vol, tot onder de bedden.....

ds. H. Een evangelisatiekommissie onder toezicht of leiding van de kerkeraad kan bij dit werk richting geven. In diverse gemeenten wordt ook voor het plaatselijke evangelisatiewerk gekollekteerd.

v. D. Weet je wat heel belangrijk Is? Dat ieder gemeentelid zich als christen tussen z'n medemensen beweegt. Aan alle evangelisatiewerk moet in wezen ten grondslag liggen wat je vindt in het antwoord op vraag 86 van de H.C.: dat door onze godzalige wandel onze naaste voor Christus gewonnen wordt. Dan gebeurt dat vanuit het nieuwe leven. Ieder gemeentelid is echter verantwoordelijk! Dit mag niet worden afgezwakt.

— Bereik je de mensen nog wel op deze wijze, met lektuurv er spreiding dus?

v. D. Onlangs is de Bijbelbus weer in Tilburg geweest. Die dag waren de reakties verschrikkelijk. Men werd uitgejouwd, er werd op de bus gespuwd enz. Evenwel deze week kwamen twee mensen met een bon die ze op .die dag bij de Bijbelbus, hadden gekregen en waarmee ze een Bijbel konden halen.

— Zijn er ook andere vormen van evangelisatie mogelijk, bijvoorbeeld een meer persoonlijke benadering of een meer de aandacht trekkende, met tentwerk of zo?

v. D. Wij zijn daar erg voorzichtig mee. We moeten niet in aantallen of termen van sukses denken. Pas zijn er 17.000 folders verspreid en kwam er geen enkele reaktie, maar 't is ook gebeurd dat er 's maandags 17 mensen een Bijbel kwamen halen. ds. H. 't Hangt er zoveel vanaf wie het doet en hoe het gedaan wordt. Ik ken een ouderling in Rotterdam die inderdaad' door persoonlijke benadering en diverse geijken op catechisatie bracht.

— Er moeten in het evangelisatiewerk dus wel bepaalde grenzen in acht genomen worden. U zegt niet: het doel heiligt de middelen.

ds. H. Natuurlijk moeten er grenzen in acht worden genomen. Dat geldt altijd.

v. D. 'k Denk aan het woord van Spurgeon: je mag nooit Gods kanonnen afvuren met duivels buskruit. Paulus ging niet naar de badhuizen in Athene, wel naar de Areopagus. 'k Zal een voorbeeld voor vandaag geven. Ik zou niet met een evangelisatie wagen meerijden in een karnavalsoptocht. En je zet bijvoorbeeld een evangelisatieadvertentie wel in een dagblad, maar niet in één of ander seksblad. ds. H. 't Is natuurlijk moeilijk om precieze grenzen te trekken. God wil soms de geringste middelen gebruiken, 'k Denk aan die kinderen die op een vuilnisbelt kalenderblaadjes

vonden en toen voor postbode gingen spelen. God heeft het gebruikt tot bekering. Of aan die ouderling, die ik aan het begin van mijn ambtelijke bediening heb mogen begraven. De zang van een neger op de markt was voor hem het middel geweest.

— In het Gereformeerd Weekblad stond onlangs, dat „leringen ivekken en voorbeelden trekken". De scribent schreef:

„Ik vind dat een voornaam gegeven voor de plaats die de Heere hier wijst voor Zijn gemeente op aarde, terwijl de tijden al bozer worden en het mensdom al meer in het heidendom verzinkt. Het Woord lijkt niet meer over en aan te komen. Dan blijft daar ook nog deze weg, dit middel: het voorbeeld, de wandel als bijbels evangelisatiemidéel. Door haar voorbeeld, haar aandacht trekkende wandel wijst de gemeente Gods de weg tot Christus.”

Zie Petr. 3 : 11. Is de levensheiliging een belangrijk „evangelisatiemiddel"? ds. H. Denk maar weer aan vraag en antwoord 86 van onze Catechismus. v. D. Je moet het „christen-zijn" ook in kleine dingen tot uitdrukking brengen. Als je buurvrouw ziek is, breng haar dan een bord soep. En help je overbuurman, die niet goed kan lopen, door de vuilnisemmer even naar de straat te brengen. En dat niet één keer, maar vele keren.. We moeten er echter voor oppassen dat het geen „moeten" wordt.

— Die levensheiliging is dus meer het betonen van christelijke barmhartigheid dan een houding van „raak niet, smaak niet en roer niet aan”?

ds. H. Zeker! Het gaat inderdaad om het betonen van christelijke barmhartigheid. De Heere Jezus heeft Zelf het volmaakte voorbeeld gegeven. Denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. „Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen." Je mag de kaars niet onder de korenmaat, zetten. Dus, niet „met een boekje in een hoekje". v. D. Dat betekent, dat we beslist niet alleen „zondags-christen" mogen zijn. En dan nog iets. Weet je wat er bij die levensheiliging, ook hoort? Dat je je op de weg aan de verkeersregels-houdt — bijvoorbeeld niet, met een paar borrels op achter het stuur — en ook, dat je geen belasting ontduikt. Een ander praktisch voorbeeld: doe je ogen dicht voor het eten in een restaurant of op school. Kort gezegd: JE MOET ER ZIJN... als christen! Dan komen ze soms ook naar je toe.

Terwijl we uitgebreid' over deze vraag doorpraten, merkt ds. Hofman ineens op: „Eh... de volgende vraag begrijp ik niet goed " Breed lachend gaat hij verder : , , 'k Zal er maar wat vaart achter zetten, anders komen we niet klaar..." Oké, de volgende vraag dan:

- In een verslag in het RD stond onlangs dat ook aan mensen die er nooit van gehoord hebben of er mee gebroken hebben het Woord gebracht moet worden „in

de bitterheid van de ontdekking en in de zoetheid van de vertroosting". Is het niet moeilijk de bijbelse boodschap zó te brengen aan buitenkerkelijken?

v. D. Ds. Mijnders merkte tijdens de evangelisatie-ontmoetingsdag in Tilburg op: „Op de zondeschuld wijzen is niet liefdeloos, want achter de noodzaak van bekering ligt de mogelijkheid. Bekering is niet slechts een moeten, maar een mogen. God is almachtig en gewillig om te doen wat de mens niet kan en niet wil." 'k Denk aan een man die 43 jaar niet meer in een kerk was geweest. Hij zei tegen me: „U zegt niet alleen dat God liefde is, maar u zegt er zoveel bij, bijvoorbeeld dat God de zonden straft." Ik vroeg hem of het eerlijk zou zijn het ene van God (Zijn oneindige liefde) wèl te vertellen en het andere (Zijn toorn over de zonde) niet.....

ds. H. We moeten proberen niet al te populair, maar wel eenvoudig en helder te zijn.

— Er wordt wel eens gezegd, dat het evangelisatiewerk heel dicht bij huis moet beginnen: in ons eigen leven. We moeten in woord en daad laten merken dat we christen zijn. Zou u onze jongens en meisjes ten aanzien hiervan wat mee kunnen geven?

ds. ff. Het gebed is zo noodzakelijk. Als je iemand hoort vloeken, bid dan maar: Heere help me. We hebben de Heere vaak veel te weinig nodig. Laten we ons in alles houden aan Gods Woord: „Wie Mij eren, zal Ik eren.”

v. D. Wat erg belangrijk is: wees eerlijk. Durf te zeggen wie je bent. Dat halfslachtige gaat niet.

ds. ff. Dat is bijvoorbeeld ook in militaire dienst heel belangrijk.

— Nog een slotopmerking?

v. D. Een beetje zakelijk: voor ons is het verheugend dat we zoveel hulp ontvangen van Daniël-lezers op de strooidagen. Het is zelfs zo, dat de strooiers zoveel geld meebrengen, dat de kosten van die dag. er door gedekt worden. Daar zijn we erg dankbaar voor.

ds. ff. Laten we vasthouden, dat er ook vandaag nog wonderen gebeuren. Dan denk ik aan een. oude moeder. (Er wordt namelijk weieens gezegd: ik roep tot de God van mijn ouders). Maar die moeder zei: Ik roep de God van mijn kinderen aan. De Heere werkt ook nu nog. Jongelui, , laat. Gods Woord je tot een richtsnoer zijn. En laat het hart zich met de daden paren.

Ds. Hofman en meneer Van Dooyeweert, mede namens onze lezers, heel hartelijk dank. De Heere zegene u op de plaats waar Hij u gesteld heeft. Hij stelle het evangelisatiewerk, zowel „in het groot" (op .de posten en in de gemeenten), als „in het klein" (in ons aller leven) tot een rijke zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1981

Daniel | 28 Pagina's

OPDAT ONZE NAASTE VOOR CHRISTUS GEWONNEN WORDE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1981

Daniel | 28 Pagina's