GODS LEIDING IN ONS LEVEN
Benenplan I
Zo’n woord trekt natuurlijk je belangstelling. Vooral als je tot nu toe geen baan hebt kunnen vinden. Wellicht heb je al vele keren antwoord op je sollicitaties gekregen, dat jij voor die betrekking niet in aanmerking kwam. Of je hebt helemaal geen antwoord ontvangen. Je zou er ook moedeloos van worden. En lusteloos en opstandig. Het is altijd maar weer hetzelfde. Bij elke sollicitatie gloort er weer wat hoop, maar telkens is er weer de teleurstelling. Op den duur hoop je zelfs niet meer.
In zekere zin kun je die man uit Johannes 5 wel begrijpen. 38 jaar heeft hij daar gelegen en moeten zien dat, wanneer het water beroerd werd, een ander voorging. Die man zei tegen de I-Ieere Jezus: „Ik heb geen mens om mij te werpen in het water en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder." Had je maar een kruiwagen. Had je maar iemand die je hielp. Maar als je die niet hebt, dan kom je niet aan de beurt. Nee, het valt echt niet mee. Ik zie er geen gat meer in. En van dat banenplan van meneer Den Uyl zie ik ook niets terecht komen. Dat kost vele miljoenen guldens en er is immers geen geld. Dus daar komt ook niets van terecht. Nee, werkelijk, ik zie er geen gat meer in. Hoe kun je nu zo dankdag houden?
Banenplan II
Gelukkig maar dat je er achter gekomen bent, dat je geen mens hebt om je te helpen, Dan weet je in ieder geval nu zeker, dat je in die richting niet verder behoeft te zoeken. Banenplan I vervalt dus. Gelukkig is dat het absolute einde niet.
Het is niet alleen gewenst, maar zelfs dringend noodzakelijk, dat je ook met deze zorgen, die je leven zo kunnen bezetten en neerdrukken, van alle mensen af ziet en op de Heere alleen je betrouwen stelt. Ook in jouw omstandigheden geldt het: Uw Woord is mij een lamp voor mijn voet, mijn pad ten licht om het donker op te klaren. Laten we dan samen eens naar dat Woord luisteren. Het werpt ook licht op jouw pad. Salomo zegt in Pred. 3 dat alles een bestemde tijd heeft. Dat hij de bezigheid gezien heeft, die God de kinderen der mensen heeft gegeven, om zichzelf daarmee te bekommeren. En dat God ieder ding schoon maakt op Zijn tijd.
God maakt ieder ding. Alles is het werk van Zijn handen. Ook jouw leven is in Zijn hand, wordt door Hem geleid. Heel deze wereld is door Hem gemaakt. En door alle eeuwen en omstandigheden heen, draagt Hij de wereld en die daarin wonen, door het woord Zijner kracht. Er is geen enkel klein nietig wezentje in dat geweldig grote geheel, of Hij geeft het het leven. En niets gebeurt er zonder Zijn wil. Wat staan we daar weinig of in het geheel niet bij stil. God de Heere regeert het gewoel van het politieke leven en het mensenleven in al zijn bijzonderheden. Zijn majesteit is zo overweldigend, dat ook ons zoeken naar een baan een plaats heeft in Zijn raad.
God maakt ieder ding. Hij doet dat ook op Zijn tijd. In Gods leiding met ieder mens heerst geen willekeur. Het leven en de gebeurtenissen in het groot en van de enkeling, is geen spel van toevalligheden. Ieder ding komt op Zijn tijd. Gods tijd.
Zijn raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen. Ons leven is in Zijn hand en bij Hem. zijn al onze paden. God maakt alles schoon op Zijn tijd. Dat betekent volgens de kanttekenaren: fijn, fraai, welgemaakt.
Daarmee wordt niet bedoeld dat alles wat God maakt schoon en fraai is in onze ogen. Onze gedachten en wegen en berekeningen zijn zoveel lager dan Gods wegen. Wij hebben zelf onze weg uitgestippeld. Zo en zo moet het gaan. En dan blijkt het dat het steeds anders gaat dan wij het gedacht hebben. Er gebeurt zoveel waar wij niet op gerekend hebben. En waar we het helemaal niet mee eens zijn. Nee, naar onze begrippen is lang niet alles schoon en fraai. We zien alle dingen en vooral ons eigen leven door de bril van onze wil. We hanteren we maatstaf die is afgestemd op onze wensen en berekeningen. Dan ontmoeten we niets goeds. Dan zien we alles verkeerd. Dan zien we ongelijkheid en wanbeleid, die leiden tot wanorde. Dan zien we geen schoonheid. Dan gaat alles verkeerd. Dan beweegt het gehele wereldgebeuren zich in neergaande lijn. Dan zien we de ellende, de dreigingen, de ontzaglijke beroeringen, die ons leven Schokken. Dan vragen we ons af: is dat nu alles schoon? En als je je eigen leven ziet, je tegenvallers, je uitzichtloosheid, je moeilijkheden en je nederlagen, je strijd' om een plaats in het maatschappelijk leven, dan rijst de vraag: is dat nu schoon?
Ons boze hart zegt dan: nee! Dit kan niet. Dit mag niet. Zo moet het niet. En we voelen een vuur in ons binnenste ontbranden. We worden opstandig. We voelen met grote kracht de vijandschap tegen Gods weg in ons opkomen. Machteloze woede maakt zich van ons meester en we zeggen: mijn weg is voor de Heere verborgen. We willen niet meer bidden, noch de Bijbel lezen. Het zegt je toch niets en bovendien helpt het niet.
Banenplan III
Hij heeft alle dingen schoon gemaakt in Zijn tijd. Schoon? Jij zegt: Nee. Dat geldt niet voor mijn leven.
Maar de Heere zegt: Ja. Wat voor ons wanorde schijnt, is bij de Heere orde. Jakob meende dat alles tegen hem was. En toch was deze weg goed voor hem. Asaf zag niets van de schoonheid van Gods weg. Zijn leven leek één grote teleurstelling. Inklusief zijn godsdienst. Hij was nijdig op de goddelozen en nijdig op God. Maar het gebrek ligt bij Asafs ogen. Hij zag zijn leven verkeerd. Hij meende recht te hebben op een voorspoedig leven. Maar de Heere bracht hem in het heiligdom. Daar werd hij onvernuftig en een groot beest bij God.
Daar verliest hij zijn waarde en zijn recht. Daar geeft hij de teugels uit handen en geeft die over in de hand van God. Daar leert hij ootmoedig buigen en Gods weg goedkeuren. Daar vindt hij in de onderwerping rust. Toen zag hij alles schoon. Er was niets veranderd dn de omstandigheden, maar er is wat veranderd in zijn ogen. Iiij ziet hetzelfde nu anders.
En is het zo ook in jouw leven? Wat wordt alles anders in je leven, als je beseft dat je nergens: recht op hebt. Als je je onwaardigheid leert kennen en erkennen. Dat je door zonden alle goed verzondigd hebt. Ook een plaats in het maatschappelijk leven. Dan opent zich een ander perspektief. Als je dan geen mens meer hebt die je helpen kan en al je recht verloren is, dan is het zo groot dat. daar diei Ander komt, Die zegt.: Wilt ge gezond worden? Dan mag je het Hem zeggen: Heere ik heb geen mens. Wilt U mij helpen? Wilt U mij leren om in alles mijn betrouwen op U te stellen? Wilt. U mij leren om in alle ootmoed mij aan U te onderwerpen? Geeft U mij geduld om op Uw tijd te wachten. Dat is een betrouwbaar banenplan. Dat kost geen miljoenen guldens, maar wel zelfverloochening.
Dan krijgt je gebed ook' een andere richting. Dan weet je niet te bidden zoals het behoort. Dan leer je bidden: Uw wil geschiede. Dan is het goed zo de Heere het doet. Dan ga je toch verder om te doen wat je hand vindt om te doen. Dan wacht je tot de Heere ook jouw genadig zij. Dan wacht je je voor alle kwade wegen. Dan ga je niet mee de straat op om bedrijven te bezetten.
Dan ga je in de binnenkamer en leg je daar je nood aan de Heere voor. En. belooft Hij dan niet dat, die de Heere verwachten, niet beschaamd zullen worden? Zal Hij het dan zeggen en niet doen? De Heere zal Zijn Woord beves-
tigen. Hij maakt alles schoon op Zijn tijd. Op uw noodgeschrei, .deed Ik grote wonderen. Het is heter als we redding wensen, te vluchten tot des Heeren macht, dan te vertrouwen op mensen, of zelfs van prinsen hulp verwachten. Het licht van het Woord schijnt ook over jouw pad, alleen... je ogen moeten er voor geopend worden. En daarom bidden we met Elisa: Heere open de ogen van de jongen of het meisje dat zij zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1981
Daniel | 28 Pagina's