DANKEN
DANKEN Dankt Gocl in alles, want dit is de wil van God in Christus Jezus over U. 1 Thess. 5 : 18
Danken
In de maand november worden allerwege de dankdagen gehouden. Het betaamt alle mensen om dankbaar te zijn, om te danken. Wat is er veel dankensstof. Zeker, ook in onze tijd is er veel stof tot klagen. Over het nare, verdrietige dat er allemaal gebeurd is en gebeurt in deze wereld, in de kerk, in de gezinnen, in het eigen leven kan en mag zelfs geklaagd worden. De klaagliederen van Jeremia getuigen daarvan. Toch komt er zelfs in die klaagliederen een danktoon voor. Wij lezen in Klaagl. 3 : 21-23: Dit zal ik mij ter harte nemen... het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben... zij zijn alle morgen nieuw. Uw trouw is groot." In het woord „danken" zit het begrip „denken", „gedenken" begrepen. Om te kunnen danken moet men denken, gedenken. Wanneer wij slechts zien op hetgeen wij niet hebben, op hetgeen wij tekort komen in vergelijking tot anderen die meer hebben dan wij, dan blijft het danken achterwege. Dan is er slechts ontevredenheid en opstandigheid. Het is de zonde van onze tijd dat met het danken, het denken aan het vele goede dat wij boven anderen, ja vooral boven verdienste hebben, nalaat. De dichter van psalm 77 sprak:
’k Zal gedenken, hoe voor dezen ons de Heer' heeft gunst bewezen, 'k Zal de wond'ren gadeslaan die Gij hebt van ouds: gedaan, 'k Zal nauwkeurig op Uw werken en derzelver uitkomst merken en in plaats van bitt're klacht, daarvan spreken dag en nacht.
God danken
In psalm:103; staat: ergeet nooit één van Zijn weldadigheden, het is God Die ze U bewees. De drieënige God is een zeer overvloedige fontein van alle goeds. Ook in het achter ons liggende tijdperk zegende Hij mens en beest en deed Zijn hulp nooit vruchteloos vergen. Als in het verleden Zijn straffende, kastijdende hand over ons was, dan strafte Hij wel maar naar onze zonden niet. Dan waren wij vernield. Laat ons dat, met Jeremia, ter harte nemen. Moge de Heere het ons door Zijn Geest doen ter harte nemen dat alles wat wij boven de hel hebben, enkel genade en goedheid is. Dan houden wij altijd en onder alle omstandigheden dankensstof over. Wie waren wij, wie zijn wij en wat behoorden wij te zijn? Het is bijzonder behartigenswaardig wat wij dienaangaande kunnen lezen in Deut. 26. Daarin schreef de Heere voor dat men van wat we uit Zijn Hand ontvangen zouden nemen en heen zouden gaan tot de plaats die de Heere verkoren zou hebben tot Zijn woonplaats... de tent der samenkomst. De Heere wil niet alleen in het eenzame, in het verborgene gedankt worden. Hij wil dat dit ook in het openbaar plaats zal vinden. En hoe? Eerst naar de priester!! Alle danken van God buiten de priester om is een stuk eigenwillige godsdienst. Zulk soort godsdienst mishaagt God. Het is een stuk ongehoorzaamheid. Het verwekt Gods toorn. Slechts het dankoffer dat via de priester, dus via Christus de enige hogepriester, tot. God komt, is Hem aangenaam. Laat ons .dat nooit vergeten!!
Voorts schreef de Heere voor, dat. bij het dankofferen een bepaalde formule moest worden gebruikt. Men moest telkens weer zeggen: „Mijn vader was een bedorven Syriër... de Heere voerde ons uit Egypte... de Heere gaf ons dit land... gaf ons voedsel". Tot het ware danken dat God welbehaaglijk is, behoort het gedenken aan onze
afkomst... een bedorven, zondig mens. Waar dat ontbreekt, daar ontbreekt precies alles wat het dankoffer akseptabel maakt voor God, ook al dankt men voor allerlei dingen zoals de farizeeër deed in de bekende gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. God ziet van ver met gramschap aan, de ijd'le waan der trotse zielen. Op hen die nederig knielen ziet Hij met welgevallen neer. Het dankoffer van zulken die met Jacob van harte betuigen: Ik ben geringer dan al Uw weldadigheid en trouw die Gij aan Uw knecht bewezen hebt" (Gen. 32 : 10) is een dankoff er dat God behaagt. Het eindigen in de genade, liefde en trouw van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest voor bewezen bijstand is de wil van God in Christus Jezus over ons, die tot de christelijke kerk behoren.
God danken in alles
De opwekking om God in alles te danken, volgt op de vermaning om zonder ophouden te bidden. God sloot niets uit waarvoor Hij door ons gevraagd wil zijn, dat Hij het ons doe of geve. Hij sloot ook niets uit van hetgeen waarvoor Hij gedankt wil zijn. Het niet danken voor hetgeen Hij ons op ons gebed gaf, is iets dat ons schuldig; stelt en God zeer mishaagt. Hoe is het mogelijk om God in alles te danken? Door zonder ophouden te bidden om de hulp van 's Heeren Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1981
Daniel | 28 Pagina's