JUDA! GIJ ZIJT HET
GENESIS 49 : 8
Als Jacob op zijn sterfbad ligt, mag hij als Israël zijn zonen zegenen. liij verlangt die gouden draad te mogen zien, die door de lijn der geslachten lopen zou, naar het verbond gemaakt met Abraham, met Izak en Jacob.
Van die verbondszegen had de Heere beloofd, dat die zou doorgaan.
Nu mag Jacob, dus Israël, met een. verlicht oog zien, dat Juda, de vierde zoon van Lea, drager zal zijn van deze eerstgeboortezegen. Hij zal wsl niet een dubbel deel krijgen, dat gaat naar de stam van Jozef. Maar hij zal de eerste, de voornaamste zijn onder de broederen en uit zijn geslacht zal de Messias voortkomen. Dat is niet vanv^^ege de waardigheid van Juda. Ook zijn leven was gehuld in de schaduw van de zonde. Maar naar Gods welbehagen wilde de Heere Zich verheerlijken door dit geslacht heen. We weten ook van de bondsbreuk in het leven van Juda, van de trouwbreuk, dat hij zich afzondert van de broederen en zich met de heidenen verm.engt. Daarom is het een wonder van genade, dat Juda nu de drager van de zegen mag zijn en het nageslacht van Juda deze zegen mag hebben.
„Juda! gij zijt het." In Hem, Die de Leeuw uit de stam. van Juda is, vindt de zegen haar volmaakte vervulling. Uit een rijsje van de afgehouwen tronk van Isaï zal een scheutje voortkomen. Een rijsje uit de tronk en een scheut uit zijn wortelen. Van Hem geldt: „U zullen Uv\; broeders loven en zij zullen zich voor U nederbuigen." De zegen over Juda vindt ten volle haar vervulling in de Heere Jezus Christus. Juda is de drager van deze zegen, maar hij is de drager, die haar straks overdraagt op Juda's grote Zoon. Want van Juda zegt de Heere: „Ik zal Juda ook van voor Mijn aangezicht wegdoen." Omdat Juda zichzelf en voor de afgoden is gaan leven, in plaats van voor de levende God. Maar waarom heeft de Heere dat niet gedaan? Waarom is de stam van Juda niet v/eggevaagd van de aardbodem? Wel, omdat dat gericht is opgevangen door Christus. Juda's grote Zoon heeft, als de van God gegeven Zaligmaker en Verlosser, Zijn verlossend werk verricht.
„Juda! gij zijt het", maar zo zegt een zeker schrijver: „Jezus is het." Zo zien we, en het is goed daarop te letten, dat buiten Christus de zegen nooit verkregen kan worden. Wanneer de Heilige Geest overtuigt van zonde, dan zullen we moeten beamen: „Heere, ik heb tegen U gezondigd, ik ben Uw gramschap waardig." Dan zegt ook Juda: „God heeft de ongerechtigheid Zijner knechten gevonden." Dat doet ons buigen. Dan wordt in ons hart, de vraag geboren of deze God ook onze God zou willen zijn.
Juda zou rijk gezegend v/orden en. in een rijke overvloed delen. Maar in het bijzonder is het Juda's grote Zoon, in wie de volheid is, een volkomenheid van gaven. En bij Hem is rijkdom en volheid te vinden om niet. Maar het wordt verkregen door het geloof, door de werking van de Geest, door waarachtige bekering.
Wel, bid dan om die genade, verhard je niet.
De Heere betoont toch, dat Hij geen lust heeft in je dood, maar daarin, dat jij je bekeert en leeft. Jongens en meisjes, het is zo goed om de Heere te vrezen. Het is zo goed om de keus te doen voor de Heere, om de wereld te leren verzaken. De wereld schijnt ons veel te geven, ze lokt en trekt, we zijn ermee bezig, we hebben er genoegen in, we gaan erin op, maar ze laat ons leeg; buiten God en zonder God. Laat toch de zegen van de Heere in je leven worden benodigd. Wees ermee werkzaam en bid erom; buig toch je knieën en zeg: „O God, ik leef nog, er is bij U toch zo'n volheid, open mijn ogen ervoor. Voor de noodzakelijkheid, maar ook voor alles wat daarin te verkrijgen is." Bij Hem is een rijke zegen, onuitputtelijk rijk voor zondaren, om niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1981
Daniel | 28 Pagina's