VLAMIR VINDT EEN SCHUILAATS
Vervolgverhaal deel IV
Stralend komt de zon boven de boomtoppen uit. Honderden vogelstemmen zingen en kwetteren dat het een lust is. Half verscholen tussen wat riet ligt de boot van Vlamir leeg en doelloos te dobberen. Een stevig touw dat vakkundig om een paaltje is geknoopt, houdt hem aan zijn plaats. Daar waar de zijrivier uitmondt in de grote rivier, klinken stemmen. De boeg van een boot wordt zichtbaar tussen de over het water hangende struiken. Er klinken stemmen tussen de wirwar van takken en struiken.
„Nog één reisje Vlamir en het is gepiept. We zullen je vader morgen vorstelijk in ons paleis ontvangen.”
Vlamir knikt alleen maar. Automatisch bukt hij om de laaghangende struiken te ontwijken. Als hij aan zijn vader denkt, wordt hij helemaal koud van binnen. En tegelijk stroomt zijn hart zo vol dankbaarheid, dat hij het vlak daarop weer warm krijgt. Morgen, dan kan vader aankomen.
Joseph Brokov heeft een 'sterke motor in zijn boot. Als Iwan naar huis gaat zet hij de mot.or het laatste stuk altijd af. Dat bespaart brandstof. Maar Joseph hoeft niet op een paar liter olie te kijken.
„Is Joseph een christen? " had hij gevraagd. „Je hebt het nooit over hem gehad, tenminste niet dat hij echt de Heere diende.”
Iwan had even geglimlacht.
„Joseph heeft wel drie ikonen", had hij gezegd. „Kijk maar niet zo verschrikt. Bij hem staat er geen Maria op. Hij heeft er één met de discipelen die de Heere Jezus nastaren als Hij ten hemel vaart en één waarop de engelen staan in het veld van Efratha en die ander is van de apostel Paulus.”
„Eh.... vereert hij ze net als jij? " „Ik vereer mijn ikoon niet, dat weet je toch. Ik bewaar hem als een aandenken aan mijn moeder, het enige dat over was. Zij vereerde hem wel, Vlamir.”
„Ja, maar jij denkt toch ook dat Maria voor jou bidt in de hemel en dat, kan niet, want Maria is een gewone vrouw. Als mijn vader straks komt, Iwan, dan zal hij het jou wel goed uitleggen.”
Vlamir vergeet te roeien, zo neemt het gesprek van gisteravond hem in beslag. „Als vader er is", denkt hij, „dan komt alles goed. Iwan zal wel merken hoe gelukkig hij is. Hij zal " „Hou je roer recht!”
Vlamir schrikt op. Hij kijkt recht in Iwans lachende ogen.
„Zat je te dromen? Ik kan 't begrijpen joh. Nog één nachtje Vlamir.”
Vertel eens van vroeger
Het is donker geworden buiten en in, de hut. Nog lang hebben ze samen zitten praten bij 't licht van het knappende haardvuur.
„Vertel nog eens van vroeger, Iwan", had Vlamir gevraagd,
’t Was ongemerkt laat geworden, want Iwan kan vertellen. Nu slaapt hij. Vlamir kan zijn diepe ademhaling horen vanuit de andere kamer. Wat. heeft hij veel meegemaakt in de oorlog. Toen hij terugkwam had de vijand zijn dorpje totaal verwoest. Zijn vader en moeder en zijn twee zusjes legden niet meer.
Het huis was één grote puinhoop. Toen hij uit het legér kwam, is hij weggetrokken de hossen in, steeds verder naar het noorden. Daar is hij gaan wonen, eenzaam en alleen. Toch heeft hij veel vrienden in Novkareg, de stad waar hij zijn huiden en gedroogde vis verkoopt. „Maar ik kan niet altijd onder de mensen wonen, Vlamir. Ik voelde me het gelukkigst hier midden in de hossen, midden in Gods vrije natuur."
Vlamir ligt met open ogen het donker in te staren. Hij wil nog niet denken aan de toekomst.
„Ik kan niet meer onder de mensen wonen, Vlamir." Duidelijk hoort hij het Iwan weer zeggen. Hoe moet dat dan straks als vader komt? Hier blijven kan niet, dat zal Iwan wel niet willen. Maar waar moeten ze dan naar toe? Hij laat vader niet in de steek. Met schrik bedenkt hij plotseling hoe het verder moet. Hij krijgt het er warm van en gooit de deken van zich af. Hoe moet dat nou? Vader heeft natuurlijk geen werk, misschien wil niemand hem hebben, als bekend wordt dat hij gevangen gezeten heeft om zijn geloof. Vlamir houdt het niet, uit. Voorzichtig komt hij overeind. Hij knielt neer: „Ik weet niet hoe het moet, wilt U voor ons zorgen? ”
In de hut, daar is hij
„Loopt u dit paadje maar af. In de hut daar is hij. Nee Kazan, hier!" Iwan draait zich om en loopt het dichte bos weer in. Achter hem staat Vlamirs vader even aarzelend stil. Tussen een paar berken ziet hij de blokhut schemeren. „In de hut, daar is hij.”
Stil is het hier, alleen wat vogelgeluiden en daar, kijk... wat beweegt daar? Uit de deur van de hut komt een jongen. Hij loopt vlug het smalle paadje op naar het bos. Peter Willimowitsch doet een paar stappen in zijn richting. „Vlamir!" „Vader!”
Een schuilplaats
„Vergeet niet dat jullie ten allen tijde welkom bent.”
Rechtop, zijn jachtgeweer over de schouder, staat Iwan op de oever.
„Als de grond te heet wordt onder je voeten, dan vinden jullie hier een schuilplaats. Vlamir, ik heb nog wat voor je. Als je straks langs de oude vissershut komt, mag je het pas uitpakken. Ik wens jullie allebei Gods zegen en ik hoop dat jullie het goed mogen hebben bij Joseph.”
Vlamir moet Noeska nog even aaien en Kazans kop tussen zijn beide handen nemen. Noeska duwt haar kop tegen zijn been en Kazan jankt zacht. Vlamir voelt wat branden achter zijn ogen. Afscheid nemen valt niet mee. Na drie en een half jaar gaat hij Iwan verlaten. Samen met vader, die bij Joseph Brokov in dienst komt, zal hij in Novkareg gaan wonen. Meer dan een half jaar is vader bij hen geweest. Hij is weer gezond en sterk geworden. Nu is de tijd gekomen om te vertrekken. Vlamir trekt de motor aan.
Iwan duwt de boot uit het. riet. „Tot ziens in Novkareg", groet hij.
Voor ze onder de laaghangende struiken doorvaren, die de rivier aan het oog onttrekken, draait Vlamir zich nog eens om.
„Tot ziens, Iwan!" schreeuwt hij schor. Dan duikt de boot de groene overkapping binnen, hier is het goed opletten. Tien minuten later varen ze voorbij de oude vissershut. Vlamir maakt het pakje open dat hij van Iwan heeft gekregen. Er valt een klein briefje uit.
„Dit is voor jou, Vlamir. Gooi het maar in het water, ik kan het niet. Ik weet nu wat je bedoelde toen je zei: „Wacht maar tot mijn vader er is, die kan het beter uitleggen." Ik begrijp nu dat, als je in de schuilplaats des Allerhoogsten bent gezeten, je dan pas veilig bent. Ik zal veel in de Bijbel lezen, die je vader meebracht. Jij hebt de Schuilplaats gevonden, Vlamir, een Schuilplaats beter en veiliger dan mijn hut.”
Stil haalt Vlamir het papier verder van het pakje. Als hij het laatste 'stuk eraf gescheurd heeft, houdt hij Iwans ikoon in zijn handen. De zonnestralen laten het bladgoud glinsteren. De rode kleur van Maria's mantel straalt een diepe gloed uit.
„Zal ik? ” vragen zijn ogen.
Peter Willimowitsch knikt. „Doe maar Vlamir, Iwan wil niet anders.”
Met een grote boog gooit Vlamir de ikoon in het water. Even blijft hij drijven, dan zinkt hij langzaam weg. Geboeid kijkt Vlamir naar de steeds groter wordende kringen, dan bukt hij zich en zet de motor op volle kracht. De boot schiet vooruit, een nieuwe toekomst tegemoet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1981
Daniel | 28 Pagina's