ZOMAAR EEN GEZIN IN TSJECHOSLOWAKIJE
Het christen-zijn in kommunistische landen heeft konsekwenties. De graad van deze konsekwenties is verschillend. In Rusland is vrijheidsberoving vrij normaal, hetgeen voor de persoon in kwestie niet fijn is. Het is bijna onbegrijpelijk als je leest hoe men dit, met. de Heere, doorstaat. Kun jij het begrijpen dat iemand God dankt, „omdat hij waardig geacht is te lijden voor de Heere"? Dit is hartverwarmend en Gode. verheerlijkend, maar je moet er wel toe bereid zijn. Laat ik het met deze woordspeling zeggen: je moet toebereid zijn. Als je jezelf over hebt voor de Heere en Zijn dienst, komt dat voort uit de liefde die er in je hart is tot de Heere en die is het gevolg van Zijn liefde, want „wij hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad". Lijfelijke straffen die in de Sovjetunie heel gewoon zijn, zijn pijnlijk, maar hoe denk je over geestelijke straffen als hieronder beschreven. Hoe ellendig kun je je niet voelen als je buiten de gemeenschap wordt gestoten. Ik neem je in gedachten mee naar een gematigder land dan de Sovjetunie, naar Tsjechoslowakije.
Tsjechoslowakije kent sinds 1968 weer een echt kommunistisch regiem. De gematigder koers van Dubcek werd door een inval van de Warschaupactlanden ruw omgebogen, naar een strak kommunistisch geheel. Om de russisch-gezinde regering in het zadel te houden, is een goed georganiseerde geheime dienst nodig.
De tsjechische K.G.B. is fanatiek en soms laaghartig gemeen. In het midden van dit land woont een zwaargetroffen predikantsgezin. Getroffen als zoveel gezinnen, geestelijk getroffen, beter gezegd: geestelijk kapot gemaakt. Vader was predikant. Ja, je leest het goed. Hij was predikant. Hij is nu vrachtwagenchauffeur. Een mooi beroep, maar als je je geroepen voelt tot predikant en je wordt dan gedwongen chauffeur te worden is het. toch wel heel anders.
Wat was het geval? De dominee had zich al vaak negatief uitgelaten over het regiem. Hij had het zelfs duivels durven noemen. Na enkele waarschu-
wingen was hij wat voorzichtiger geworden, tot hij zichzelf weer eens vergat op de preekstoel en zijn kritiek spuide op de plaatselijke partij chef. Het werd hem niet in dank afgenomen, 's Avonds had hij de politie al op de stoep, die hem te verstaan gaf zich de andere morgen te melden op een bepaald adres. Daar kreeg hij te horen dat hij geen predikant meer mocht zijn. Ze boden hem het baantje van chauffeur aan, hetgeen hij niet kón weigeren, want dan zou hij werkeloos zijn en dat kan niet in een kommunistisch land.
Voor iedereen is er daar werk en zij die niet werken, zijn staatsgevaarlijk en verdwijnen in de gevangenis. Hem bleef dus niets anders over dan het baantje te aksepteren, . hetgeen betekent dat bij 's morgens om 4 uur het huis uit gaat en er 's avonds om 8 uur in komt. Pastoraal werk werd hem ook na achten verboden.
De oudste zoon was, toen wij er waren, in dienst. Als enige van zijn bataljon was hij sinds anderhalf jaar nog geen weekend thuis geweest. Voortdurend werd juist hij getreiterd met lange wachtdiensten en regelmatige fouilleringen. Het wonderlijke daarbij was, dat men altijd, een frans boekje in zijn borstzak vond dat men niet herkende als een Nieuw Testament. De predikantszoon gebruikte het .dagelijks dankbaar, samen met een .mede-christen-soldaat.
De dochter van nog steeds dezelfde familie, wilde graag arts worden, maar de plaatselijke partijchef belette haar dit. Voor de opleiding had ze zijn toestemming nodig. Op zekere dag werd deze man in het ziekenhuis opgenomen, waar zij als verpleegster werkte. Zij verzorgde hem, zo goed, dat hij haar, zonder dat hij wist wie ze was, bij zijn vertrek als voorbeeld stelde voor het hele ziekenhuis. Toen zij hem daarna thuis opzocht om de vereiste toestemming los te peuteren, was hij erg aardig, maar nadat ze verteld had dat ze christin was, betrok zijn gezicht en wilde hij zijn toestemming niet geven. Hij probeerde haar zelfs van haar overtuiging af te halen.
De jongste zoon van dit gezin zat op een school, die we kunnen vergelijken met de Havo. Hij wilde graag verder studeren voor een of andere middelbare opleiding, maar daarvoor was het nodig dat hij een 1 voor gedrag had (men cijfert daar van 10 tot 1). De jongen was gewend zich altijd goed te gedragen, vanwege zijn christen-zijn.
Tijdens de ziekte van zijn klasseleraar had men hem op een rapportenvergadering een 2 voor gedrag gegeven, wat te weinig was voor de vervolgschool. Gelukkig nam zijn klasseleraar het, voor hem op. Hij was strikt eerlijk, maar helaas niet christelijk. Hij eiste een herziening van dit cijfer. Besloten werd dit te herzien mits er niemand was op de hele school die iets tegen deze jongen had en zo moest hij, vergezeld van de direkteur, alle klassen af met de vraag of hij iemand wel eens een strobreed in de weg had gelegd (stel je even voor wat dat voor hem geweest moet zijn!). Wonderlijk genoeg was er niemand die er iets op hem aan te merken had. Hij mocht naar de vervolgschool, maar je voelt wel dat er dagelijks op hem gelet wordt. Wat een leven!
I-Iij zou volledig geaksepteerd zijn als hij zijn opvoeding verloochende, maar door de genade van de Heere houdt, hij vol. Met het volgende voorbeeld van moed en geloofsvertrouwen van een dominee uit ditzelfde land, wil ik dit artikel besluiten. Hij is 26 jaar. Hij was bekend hockeyer en enthousiast zanger in een popgroepje. Van huis uit was hij christelijk opgevoed. Toen hij tijdens een hockeywedstrijd een oog verloor en als gevolg daarvan in het ziekenhuis terecht kwam, werd' hij tot inkering en bekering gebracht. „Daarna", zo vervolgde hij zijn verhaal, „riep de Heere mij tot predikant met de woorden van 1 Sam. 3 : 19, 20 en 21.”
Toen ik hem vroeg of hij niet liever wat anders was gaan doen, omdat hij nu voortdurend bloot 'staat aan spot, lastering, schaduwing, ondervraging enz., antwoordde hij: „Ik ben bereid dit t.e dragen voor Hem, die mijn ziel liefheeft." Als je zoiets hoort, word je stil en verlegen, jaloers en toch ook blij.
Jongelui, denk aan hen in jullie gebeden. Maak er een gewoonte van. Stel ook jezelf eens de vraag of er iets van die liefde tot de Heere in jouw hart is, die nodig is om zo'n leven te kunnen leiden. Dan mag. je ook wel eens roemen met hen: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus verdrukking, of benauwdheid of vervolging... Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons liefgehad heeft" (Rom. 8 : 35 - 37).
Ik eindig met de bede van Psalm 17: „Bewaar ze als de appel van het oog. Wil hen met Uwe vleug'len dekken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1981
Daniel | 28 Pagina's