VROUWENVERENIGINGEN IN ONTARIO (Canada)
Enkele weken geleden hebt u in onze „Pagina's" kunnen lezen dat er dit jaar voor het eerst een gezamenlijke vergadering is geweest van de vrouwenverenigingen in Ontario, een provincie van Canada. Wellicht hebt u zich toen afgevraagd: „Waarom alleen van Ontario en niet van alle gemeenten in de Verenigde Staten van Amerika en Canada. Dan was het toch. wat meer de moeite waard geweest en zouden er heel wat meer geweest zijn dan de 80 aanwezigen? " Maar vergist u zich niet! De afstanden zijn daar namelijk veel te groot voor. Van Groningen naar Middelburg is het 351 kilometer. Is er bondsdag in Rotterdam dan moeten onze dames uit Groningen ongeveer 240 km reizen en van Middelburg ongeveer 190 km. Maar Canada en de Verenigde Staten zijn samen 480 maal zo groot als Nederland en Canada alleen al 250 maal. En wanneer u in Canada van oost naar west wilt, dan moet u 6400 km afleggen en van het noorden naar het zuiden 4800 km. U begrijpt nu wel dat het dus alleen mogelijk is om regionale vergaderingen te houden. En dan kan dat niet op een avond maar moet er een dag voor gereserveerd worden.
In de provincie Ontario zijn vijf gemeenten. Bradford met 21 leden en 33 doopleden, Hamilton 51 leden en 70 doopleden, Norwich is de grootste gemeente met haar 403 leden en 560 doopleden, St. Catharine's heeft 191 leden en 177 doopleden en tenslotte Unionville 52 leden en 58 doopleden. Alleen in de drie grootste gemeenten is een vrouwenvereniging. Daarvan gaan wij u iets vertellen: „Dorcas" in Hamilton heeft, 11 leden. Het kerkgebouw staat geheel buiten de stad in de wijk Zuid-Ancaster. Daarom wordt er over het algemeen gesproken van Ancaster. „Tryfena" in St. Catharines heeft. 20 leden en „Martha" in Norwich 18.
De leden van de Canadese gemeenten wonen vaak ver van de kerk verwijderd en bovendien zijn de immigranten, waartoe verreweg de meeste van hen kunnen worden gerekend, hardwerkende mensen die er maar moelijk een avond uit kunnen breken. Bovendien zal, net als hier in Nederland, het verenigingswerk nog moeten groeien. De gemeente van Norwich is de oudste en werd in 1950 opgericht; Ancaster, de jongste bestaat nog geen zeven jaar.
De voertaal is over het algemeen engels, ook op de verenigingsavonden.
In Norwich waren tot 1980 twee verenigingen: „Martha" en „Lydia". De eerste werd over het algemeen bezocht door de oudere dames, die nederlands spreken en „Lydia" had meest jongere leden, die allen de engelse taal machtig zijn. Toch was dat niet ideaal. Men heeft tenminste besloten om samen verder te gaan. „Lydia" is opgeheven en alleen „Martha" vergadert nog, vermeerdert met een aantal jongere leden. De voertaal is nederlands met uitzondering van het zingen: dat gebeurt in het engels. Zij zingen psalters, dat zijn de psalmen in een engelse berijming en met een andere melodie dan de bij ons gebruikelijke.
De presidente, mevrouw M. van Leeuwen-Oppelaar is blij dat er door de leden van haar vereniging zo hard gewerkt wordt. De gemaakte en geschonken goederen worden op verkopingen in het voor-en najaar verkocht. De opbrengst is ongeveer $ 3000 per jaar (dat is ongeveer ƒ 6000, —). Een vierde deel is bestemd voor de zending en het overige voor de Rehobothschool. De kerkelijke gemeente heeft het namelijk als haar roeping gezien een eigen school op te richten, omdat er geen christelijk onderwijs wordt gegeven op de provinciale scholen. Dit partikuliere onderwijs komt echter geheel voor eigen rekening. In Norwich is een school die door ongeveer 250 leerlingen wordt bezocht en waar 14 leerkrachten aan verI)onden zijn. U begrijpt dat dit heel wat kost en dat de dames van „Martha" er dan ook graag voor werken.
Tijdens de verenigingsavonden wordt er gehandwerkt en voorgelezen.
In St. Catharines zwaait mevrouw A. van Driel-de Jager de scepter. De dames van „Tryfena" zorgen om beurten dat er een aantal bijbelse vragen zijn die gezamenlijk worden opgelost. Er wordt voorgelezen en besproken wie er op bezoek gaan bij bejaarden en langdurig zieken om hen een attentie te bezorgen. Ook door hen worden er handwerken vervaardigd, die jaarlijks worden verkocht. In 1980 was de opbrengst $ 2500, waarvan 25'ö/o aan de zending is afgedragen, 50% aan de kerk, terwijl het resterende deel bestemd is voor de toekomstige school.
Bovendien wordt er twee maal per jaar een soort markt gehouden, waar zowel nieuwe als gebruikte artikelen en levenswaren, die door de gemeenteleden worden geschonken, worden verkocht. Deze „rommelmarkten" brachten het laatste jaar nog. eens $ 750 in kas, wat op dezelfde wijze wordt besteed.
Mevrouw van Driel is op het idee gekomen om een jaarlijkse bijeenkomst te houden, wat 20 mei j.1. is gerealiseerd.
„Dorcas” in Ancaster staat onder leiding van mevrouw A. Fintelman-Frens. Deze vereniging die we ook „klein maar dapper" zouden kunnen noemen, houdt, tijdens haar verenigingsavonden ook een bijbelbespreking, waarvoor zij de verklaring van Matthey Henry gebruiken. Alle dames werken er aan mee en ondanks dat het vaak een wat kort onderwerp is, zijn de besprekingen goed en leerzaam.
Het handwerk dat door hen vervaardigd wordt, brengt toch jaarlijks nog een bedrag bijeen groot $ 1300, waarvan $ 650 aan de kerk wordt afgedragen en $ 650 aan de zending.
Wanneer we dit lezen zijn er een paar dingen die opvallen:
St. Catharines bijvoorbeeld heeft, ondanks dat het lang de grootste gemeente niet is, toch de meeste leden-tellende vrouwenvereniging. Het valt ook op dat „Tryfena" het meest naar buiten treedt in het bezoeken van bejaarden en langdurig zieken. Wellicht is haar ledental daardoor naar verhouding zo veel groter dan in haar zustergemeente Norwich. „Dorcas" in Hamilton-Ancaster is echter met haar 11 leden verreweg de best bezochte vereniging aangezien zij 9"/o uitmaakt van de plaatselijke kerkelijke gemeente. Daarna komt St. Catharines met bijna 5, 5'Vo en Norwich met bijna 2%.
We kunnen slechts gissen naar de oorzaken van het verschil in grootte. Is het feit dat er aandacht aan bijbelstudie wordt gegeven wellicht een oorzaak? Of is er in een jonge gemeente als Ancaster meer behoefte aan onderling kontakt? Kan het ook zijn dat men meer gemotiveerd, is doordat hun gemeente nog maar enkele jaren bestaat? Of draagt het stadsklimaat er toe bij?
In Norwich bestaat de kerkelijke gemeente voor een groot deel uit jonge (en grote) gezinnen. Dat is wel te zien aan het grote aantal doopleden:560' (tegenover 403 leden). Er zouden nog veel meer mogelijke oorzaken op te noemen zijn, maar dat heeft weinig zin. Maar toch is het goed om eens naar de „overkant" te kijken en te zien dat ook daar hardwerkende mensen wonen met hun eigen problemen en zorgen. De gemeenten in Noord-Amerika zijn vaak zo ver uit ons gezichtsveld. Als we er geen familie hebben, denken we nauwelijks-aan hen en het wel en wee van de kerkelijke gemeenten en vrouwenverenigingen gaat totaal aan ons voorbij, terwijl zij toch zo verwant aan ons
U zou, na dit wat ontledend, stukje, ook uw vereniging eens onder de loupe kunnen nemen. Het weten van de oorzaken van het teruglopen van het ledenaantal of het feit dat er slechts weinig leden zijn, betekent dat er wellicht wat aan gedaan kan worden. We zijn zo geneigd om altijd op dezelfde voet door te blijven gaan, terwijl bijsturing wel eens heel goed kan zijn. De Heere heeft ons gaven gegeven om uit te delen, om ex mee te woekeren ook in ons verenigingswerk, opdat ook dit eenvoudige werk zou mogen zijn tot Zijn eer!
We besluiten dit stukje met een vers van Psalter 292 (vrij vertaald): Loof de Heere, want Hij is goed. Zijn goedertierenheid is altijd zeker, van eeuwigheid tot in eeuwigheid. Dat Zijn vrijgekochten opstaan en zingen tot eer van hun Verlosser!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1981
Daniel | 28 Pagina's