JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DS. JOHANNES BOGERMAN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DS. JOHANNES BOGERMAN

8 minuten leestijd

Verschillende scholen in ons land dragen de naam Johannes Bogerman. Wekerom, Dordrecht, Oosterland, Houten en nog verschillende andere. Ook de school, waar ikzelf mag werken in Capelle aan den IJssel-West draagt deze naam.

Wie was deze man, die zelfs in 1981 nog niet vergeten is?

Vader Johannes Bogerman Sr. was pastoor in Kollum, maar door de oorlog werd hij gedwongen uit te wijken naar het duitse Oost-Friesland. Achtereenvolgens diende hij de gemeenten van Jennelt en Uplewert als predikant en in laatst genoemde plaats werd Johannes geboren in het jaar 1576. Het pastoor-zijn was eigenlijk meer lutherspriester.

Niet lang daarna verhuisde de familie Bogerman naar Bolsward en daar heeft Johannes zijn jeugd doorgebracht. Van kindsaf aan gaf zijn vader hem met volle toewijding een opvoeding naar de maatstaven van geloof en vroomheid. Goede leerkrachten hebben hem in Bolsward lesgegeven op de Latijnse school en zo voorbereid op het hoger onderwijs. Op zestienjarige leeftijd werd Johannes ingeschreven als student aan de hogeschool te Franeker. Deze universiteit was kort tevoren in het jaar 1585 gesticht, waar hij hard studeerde.

Vader Bogerman kon de studie van zijn zoon niet bekostigen, maar gelukkig stelden de Staten van Friesland, voor studenten beurzen beschikbaar, zodat de jonge Johannes op kosten van de staat kon studeren. Dat Bogerman dit later niet is vergeten, blijkt uit het feit, dat zijn eerste latijnse verhandeling, die hij schreef, opdroeg aan de Gedeputeerde Staten van Friesland. In deze verhandeling noemde hij hen zelfs: zijn beschermheren. Het stuk droeg als titel: Gelukwens met de bevrijding van het vaderland en het herstel van de vrede!

Hoe kwam hij tot het schrijven van dit boekje? Wel, na een beleg van twee maanden werd de stad Groningen door Prins Maurits tot overgave gedwongen. De rollen draaiden om: de gereformeerde godsdienst, die eerst niet werd. geduld, was nu alleen geoorloofd. Dat alles vond plaats in 1594. Bogerman was toen slechts 18 jaar. Dat de jonge vurige student bij de Staten in de smaak viel, blijkt wel uit de verdere financiële steun, die hij ontving om ook aan buitenlandse universiteiten in Heidelberg, Zürich, Lausanne, Oxford en Carabridge te studeren.

We mogen zeggen, dat hij een gedegen opleiding gehad heeft, tesamen met zijn vrome opvoeding een goede voorbereiding op zijn taak, die hem. in de toekomst wachtte.

Zijn vroomheid klonk vooral door in zijn gebeden, waarin hij met de kerk zijn ontrouw belijdt, bidt om troost en genezing, om bewaring voor aanstoot, om leiding op de weg ten leven en om trouw tot de dood. Hij roemt het werk van Gods genade, prijst Zijn naam, Zijn wonderen en weldaden, Zijn goedheid, barmhartigheid en trouw.

Predikant

Achtereenvolgens was Bogerman predikant in Sneek, Enkhuizen en Leeuwarden. Over zijn pastoraat in Sneek is weinig of niets bekend. In Enkhuizen had hij een groot gehoor. Omdat daar in de wintertijd, elke week negen kerkdiensten werden gehouden, had ook Bogerman een druk rooster. Dat bij het eerste avondmaal veertig lidmaten aan de gemeente werden toegevoegd, zag hij als een rijke vrucht van het Woord. Later, toen hij tijdelijk aan 's-Gravenhage was uitgeleend, werden zijn preken daar zozeer gewaardeerd, dat hij tot tweemaal toe werd beroepen.

Van zijn ziekenpastoraat bij Prins Maurits ontvangen we een ernstige, hartelijke en vooral troostvolle indruk. Maurits stierf met de hand van Bogerman in de zijne.

Bogerman en de Nationale Synode te Dordrecht in de jaren 1618-1619

Sinds 1586 was er geen officiële kerk-

vergadering meer geweest en het was hoog tijd, dat er verschillende belangrijke zaken geregeld zouden worden, vooral m.b.t. de Arminianen, (volgelingen van Arminius) of ook wel Remonstranten geheten.

Johannes Bogerman, de voorzitter van de Synode, had een blonde, ros-achtige zware baard, die „de schoonste van alle baarden der synode mocht heten”.

Hij had een sprekend gelaat, hooggewelfd voorhoofd, een fonkelende blik, een gebiedende houding en zijn krachtvolle stem galmde donderend door de gewelfde zaal, waarbij hij indrukwekkende bewegingen met hoofd en armen maakte........

Op deze synode zou de leer van de Remonstranten onderzocht worden aan de hand van de Bijbel. Met alle geweld heeft woordvoerder Episcopius dit tegen trachten te gaan, want hij wist, dat het dan een verloren zaak was. Iedere keer, wanneer zij het woord kregen, werd de Kerk, de regering en de synode beschuldigd, dat zij het recht niet hadden over hen te oordelen. En het moet gezegd worden, dat de voorzitter ds. Joh. Bogerman met eindeloos geduld heeft geprobeerd ze op het rechte spoor te krijgen, maar zonder resultaat. De Remonstranten moesten hun zin krijgen en dat ging niet, want dan was de zware strijd der Hervorming immers tevergeefs gestreden? !...

De Remonstranten wilden deze synode onmogelijk maken door telkens te beschuldigen, tarten, plagen en treiteren. En hoe geduldig Bogerman dan ook geweest. was, op een dag bleek ook zijn geduld ten einde, en werd hij moe van hun uitvluchten en barstte los: „Met logen hebt gij aangevangen, met logen eindigt gij! Maar gij zijt altijd vol bedrog en dubbelzinnigheid geweest. Gij zijt niet waardig, dat de Synode verder met u handelt... opdat zij voortaan gerust en met vrede, volgens de mening en wil der heren Staten moge voortvaren in het onderzoeken en oordelen van uw leer, waartoe zij is samengekomen, en wat uw tegenwoordigheid verhinderd heeft, zo wordt hij ontslagen en heengezonden In het Latijns, want in die taal werd gesproken, klonk het laatste met bevende stem als volgt: „Ite, ite, dimittimini!" (Gaat heen, verwijdert u)......

De stem van Bogerman beefde van verontwaardiging en bij het uitspreken van deze laatste woorden hield hij de handen uitgespreid omhoog naar de Remonstranten! De eindbeslissing over de Remonstranten kunnen jullie vinden achter in je psalmboekje in de vijf artikelen tegen de Remonstranten of ook wel de Dordtse Leerregels genoemd. Jullie zullen begrijpen dat deze uitbarsting van ds. Joh. Bogerman niet door iedereen in dank is afgenomen, maar dan wordt wel vergeten, wat de oorzaak van deze woedeuitval was geweest; het onmogelijk maken van de synode door de Remonstranten. Dat we dit goed voor ogen zullen houden en alles eerlijk en in een goed daglicht plaatsen.

Bogerman en de Statenvertaling

De synode van Dordrecht had ook besloten tot een nieuwe bijbelvertaling. Ds. Joh. Bogerman, Baudartius en Bucerus werden benoemd tot vertalers van het Oude Testament. Daar het werk in de gemeenten en het vertaalwerk samen zoveel vergde van de vertalers, hebben ze gevraagd of het niet mogelijk was om op een gemeenschappelijke plaats in een universiteit, waar alle hulpmiddelen bij elkaar waren, dit werk gezamenlijk te doen in plaats van ieder afzonderlijk. Hun verzoek werd ingewilligd en op 18 juli 1625 werd besloten, dat de vertalers in Leiden bijeen zouden komen.

Bogerman kwam in november in Leiden aan. Baudartius verscheen op 14 april 1626. Het werk, dat ze al gedaan hadden, werd in een samenkomst met drie afgevaardigden van de Staten Generaal bekeken. Dat gebeurde op 3 november 1626. De dag daarop, besloten Hunne Hoogmogende Heren aan elke vertaler boven zijn gewone salaris een traktement toe te kennen van ƒ 600, —, dan nog ƒ 300, — voor huishuur (tenzij men al in Leiden woonde), ƒ 200, — voor een afschrijver en een bedrag voor het aanschaffen van boeken. Voor Bogerman bedroeg dit ƒ 57, —, zodat in totaal ƒ 1157, — ontving.

Het werk werd zeer grondig gedaan, geen vertaling, die al aanwezig was werd overgeslagen. Vers voor vers werden de teksten uit het O.T. in het Hebreeuws

gelezen en werd de meegebrachte vertaling op haar juistheid getoetst. Een zwaar verlies was het sterven van Bucerus op 7 augustus 1631. Zijn opvolger werd de man, diie na hem de meeste stemmen had op de synode, A. Tysius, hoogleraar te Leiden. Deze nam aanvankelijk zijn benoeming aan, maar trok die later weer in. Zodoende kregen de twee anderen het werk van Bucerus erbij. Op 4 september 1632 was het vertaalwerk klaar, voor wat het O.T. betreft. Op 1 juli werden f^eviseurs en vertalers bijeengeroepen om de tekst definitief voor de druk vast te stellen. Van deze groep werd Bogerman weer tot voorzitter gekozen. Hoewel men had berekend dat het nakijkwerk in totaal in acht maanden gereed zou zijn, werden het er toch veertien.

Bogerman betreurde deze vertraging ten zeerste „de langdurigheid van de arbeid en dat onafgebroken werken bij dag en nacht, niet zonder grote last van mijn zwakke gezondheid, hindert en kwelt geen sterveling meer dan mij, op wie, na zeven jaar werken bij de vertaling uitgehouden te hebben, nu de zorg en moeite rusten van het bestuur". Uit deze zinsnede blijkt wel, dat ook ds. Joh. Bogerman met zijn gezondheid danig te kampen heeft gehad. Ondanks alles heeft hij toch dit werk in Gods kracht mogen voltooien.

De tien jaren in Leiden hadden toch te veel van zijn gezondheid gevergd. De aanbieding van het eerste exemplaar van de Statenvertaling heeft hij niet meer mogen beleven. Hij overleed op 11 september 1637 terwijl deze plechtigheid plaats vond op 17 september 1637. Zijn vrouw stierf in 1639. Het echtpaar had geen kinderen en ook zijn broer geen zoons, zodat de familienaam Bogerman is uitgestorven (wat de opvolging betreft dan).

De lijfspreuk van Bogerman was: „De avond is gekomen. CHRISTUS, blijf!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981

Daniel | 28 Pagina's

DS. JOHANNES BOGERMAN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981

Daniel | 28 Pagina's