„WE ZIEN UIT NAAR MENSEN DIE WE TOE KUNNEN LATEN”
VRAAGGESPREK MET DS. A. F. HONKOOP OVER CURATORIUM EN THEOLOGISCHE SCHOOL
Wat is een curatorium? In een woordenboek kun je lezen dat het kollege (een aantal personen) is dat toezicht uitoefent op bijvoorbeeld een hogeschool uf universiteit. Zo kent ook de Theologische School van onze gemeenten een curatorium. Eén van de (vele) taken van het curatorium is het jaarlijkse onderzoek VGM hen, die zich geroepen voelen tot het predikambt.
Daarover en ook over de opleiding op zich, spraken we met de voorzitter van het curatorium, ds. A. F. Honkoop, predikant te Rotterdam-Centrum.
Op een regenachtige vrijdagmiddag reden we naar Rotterdam. In het hartje van de grote havenstad is ook het „hart" van onze gemeenten. De kerk van Rotterdam-C., de pastorie, de Theologische School en het zendingsbureau staan daar op een rijtje.
Ds. Honkoop ontving ons hartelijk in de Theologische School. Hij leidde ons eerst even rond door het gebouw: enkele grote verg ader zdlen, wat kleinere leeskamers en een docentenkamertje. „Veel te weinig ruimte", aldus ds. Honkoop. „Helaas niet voor de studenten, maar loel voor de vele, vele boeken" zo vervolgde hij. In de leskamer van ds. J. van Haaren zagen we een divan staan, waarop wijtien ds. L. Rijksen indertijd regelmatig een middagdutje deed. Het vroegere beroep van de studenten komt ook wel eens van pas. Toen er onlangs nieuwe vloerbedekking moest komen in één van de zalen, bracht student Beens die mee en zorgde student Van Dijk ervoor, dat het er kwam te liggen . . .
Maar goed, vje gaan gauw beginnen met een (beknopte) weergave van ons gesprek.
— Dominee, kunt u in 't kort aanget)en waarom onze gemeenten een curatorium hebben ingesteld?
Vroeger wa& dat in onze gemeenten anders. Als iemand dacht dat hij predikant moest worden, ging hij eerst naar de kerkeraad en dan naar de classis. Vaak moest men dan direkt al een soort proefpreek doen. (Mijn vader heeft dat trouwens ook nog moeten
doen!) Men moest het bewijs leveren van God singuliere of „bijzondere" gaven te hebben ontvangen om zonder opleiding direkt te kunnen preken. Je kunt begrijpen, dat daar niet zoveel van terecht kwam... Dit resulteerde erin, dat vrijwel niemand werd aangenomen. We hadden toen bijzonder weinig predikanten. Ds. den Hengst en ds. Kersten spraken herhaaldelijk hun zorg uit over het kleine aantal predikanten. Vooral ds. Kersten heeft „gevochten" voor een Theologische School. Zo schreef hij eens in „De Saambinder": „Zou niet menigeen van degenen die nu worden afgewezen wel predikant kunnen worden als we een eigen opleiding hadden? " Hij stelde zich enorm teweer tegen uitdrukkingen van tegenstanders, die spraken over „domineesfabrieken" e.d.
— Wordt, nu we een Theologische School en een curatorium hebben, de kerkelijke weg (via kerkeraad, classis) niet meer gevolgd?
’k Wil er met. nadruk op wijzen, dat iemand' alleen maar wordt toegelaten tot de Theologische School. Daar worden de studenten gevormd. De beslissing of een kandidaat al dan niet predikant wordt, ligt — net als vroeger — bij de classis! Zo moet bijvoorbeeld iedere student een verklaring tekenen, dat hij voor eigen verantwoordelijkheid studeert, 't Is ook weieens voorgekomen, dat iemand met de studie is gestopt.
— De curatoriumvergaderingen zijn onlangs weer gehouden. Mogen we vro.gen waarop wordt gelet bij het onderzoek van degenen die wensen toegelaten te worden?
Op twee dingen, nl. bekering en roeping. Wat de bekering betreft, gaat het er om of het iemand is die de Heere vreest; of er enige van God gewerkte kennis is. Daarbij wordt bijvoorbeeld ook wel gelet op de leeftijd. Iemand van 20 jaar beoordeel je, ook wat het geestelijk leven betreft, anders dan iemand van 40. 't Is echt niet zo, dat je „grote geestelijke zaken" moet kunnen vertellen. Er moet echter wel voldoende kennis zijn om anderen te kunnen onderwijzen.
— Even een vraagje tussendoor: is een krachtdadige bekering een „pré”?
Beslist niet! Belangrijk is of men de Heere vreest. Hoe zal een blinde een blinde leiden? Het tweede waarop we letten is dus de roeping. Daarbij gaat het erom of er een innerlijke drang van Gods Geest tot dit werk is. Dus alleen „klinkende teksten" zijn daarbij niet doorslaggevend. Ergens moeten wij proberen vast te stellen of het mensen zijn die God in Zijn dienst wil gebruiken. Waaruit blijkt dat? Uit een innerlijke drang tot dit werk, uit de liefde tot de Heere en Zijn kerk en uit de bewogenheid met het lot van de naaste. Daarbij moeten we proberen vast te stellen of het alleen hun eigen wil en begeerte is of dat het ook de wil van God is.
— Is dat in feite geen „onmenselijk” werk?
Als wij het alleen met ons eigen verstand moesten doen, dan was het onmogelijk! Je kunt het daarom alleen doen in het vertrouwen dat God door Zijn Geest licht en verstand wil geven.
— Ervaart u dat ook tijdens zo'n vergadering?
Uit al die achter mij liggende jaren zou ik inderdaad opmerkelijke dingen kunnen vertellen. Het is soms heel duidelijk, dat God getuigenis van Zijn eigen werk wil geven.
— Zit u al lang in het curatorium, dominee?
Dominee denkt even na...: ik dacht, sinds 1959. Nu denk ik soms: wat was je toen eigenlijk nog een „broekje”.
— Als u op deze xoijze bezig bent, doet kritiek u dan geen pijn?
Heel veel van die kritiek kan ik begrijpen en verwerken, omdat ik weet dat het vaak uit onkunde voortvloeit. Er is ook weleen's kritiek die pijnlijk is. Weet je wat voor mij het allervoornaamste is? Of ik eerlijk m'n knieën voor God kan buigen.
— Hoe vindt de aanneming van iemand plaats?
Er is een zodanige sfeer, dat elke curator open en eerlijk zijn mening kan zeggen. Na een onderlinge gedachtenwisseling wordt in alle gevallen schriftelijk gestemd. Dikwijls wordt een beslissing met algemene 'stemmen genomen. Wij stellen niet dat we altijd foutloos beslissen.
— Ziet u het als een diepe nood, dat er in onze gemeenten zoveel vakante plaatsen zijn? Of is leesdienst eigenlijk geen „noodoplossing”?
Ik zie het zeer zeker als een grote nood. Het is een voorrecht, dat er zoveel goede preken (o.a. van onze „oudvaders") zijn, maar leesdienst is en blijft een noodoplossing. Als we echter spreken over „noodoplossing", wil dat zeggen dat er ook werkelijk nood is. Nood, die op de knieën drijft. En dan zet je toch weieens vraagtekens Je komt in gemeenten waar je denkt: hier zou een predikant moeten zijn. Ter plaatse merk je daar echter weinig van Toen ik predikant werd waren er 17; nu zo'n 50. Op de 150 gemeenten is dat nog niet veel, maar er is groei. Daarvoor moeten we dankbaar zijn. Het geloof rekent niet, maar klampt zich va'sfc aan God en Zijn beloften. Het geringe aantal predikanten vervult ons echter, ook gelet op de leeftijd van velen van hen, met zorg. Moeten wij echter de nood oplossen of moet het uitdrijven tot de Heere? Het. laatste zal toch het geval moeten zijn.
— Maar de Heere werkt toch middellijk? Hoe moeten we in dit verband Gods voorzienig bestel zien in relatie tot onze verantwoordelijkheid?
God werkt inderdaad middellijk. We moeten echter voorzichtig zijn dat we God' niet willen gaan helpen. Het moet niet zo zijn, dat, als God geen predikanten geeft, wij ze gaan maken. Dat kan niet!
— Krijgen de broeders die worden afgewezen te horen waarom? Wordt misschien gezegd: kom een volgende keer nog eens terug? Of worden ze helemaal aan hun lot overgelaten?
We gaan na het meedelen van de beslissing natuurlijk geen diskussie aan. Ook wordt niet uitvoerig meegedeeld1 waarom men is afgewezen. We maken wel enig verschil. Vooral aan jonge mensen... ja, hoe moet ik: dat zeggen... proberen we iets mee te geven. Je mag het toelatingsonderzoek echter niet zien als een huisbezoek. De begeleiding van de afgewezenen is geen taak voor het curatorium, maar voor de plaatselijke kerkeraad. 'k Ben me er goed van bewust dat iemand, die wordt afgewezen, een geweldige klap krijgt. Vaak geven kerkeraden „uit de aard der liefde" een attest, 'k Heb weieens gezegd: wees liever eerlijk, dat is liefde, want in Rotterdam krijgen ze zo'n klap.
— Bekend is, dat verscheidenen van degenen die bij ons zijn afgewezen predikant zijn geworden in een andere, met name de Nederlands Hervormde Kerk. Wat vindt u daarvan?
Dat gebeurt inderdaad. Maar waarom? 't Is heus niet zo, dat we iedereen met zoveel leedwezen hebben zien vertrekken. Er zijn er, die, ook al door hun studie aan de universiteit, weggezakt zijn.
— Toch niet allemaal?
Wie weet, wil God ze daar ook gebruiken. Gelukkig zijn er échter bij ons ook die zeggen: als de Iieere wil dat ik predikant word, dan gebeurt het. Ze wachten binnen onze gemeenten.
— Hoe kan het eigenlijk dat iemand bijvoorbeeld pas een vierde of vijfde keer wordt aangenomen. Was zijn roeping daarvoor niet echt?
Onze tijd is nog niet Gods tijd! Er zijn gevallen dat je na een paar maal zegt: hé, er is iets veranderd. Ik zie niet, dat wij dan de eerste keer fout zijn geweest. Echt waar, er zijn jonge mensen in de kring van onze gemeenten, ten aanzien van wie ik zeg: ik zie er hartelijk naar uit dat ze een keer komen.
— We hebben weieens gehoord van mensen die niet durven komen.
Sommigen denken dat je als het ware door midden wordt gezaagd Dat is een totaal verkeerde gedachte. We zitten er echt naar uit te zien: kunnen we ze aannemen? 't Is niet zo dat we denken: kunnen we ze afwijzen?
— Wij hebben ergens gelezen, dat de „oudvaders" zochten naar jonge mannen die de begeerte hadden om predikant te worden. Zulke jonge mensen •werden opgewekt om theologie te gaan studeren. Schieten wij hierin niet te kort?
Het staat zelfs heel nadrukkelijk in de kerkorde, dat de kerken moeten arbeiden (dus niet lijdelijk afwachten) dat er voldoende studenten in de theologie zijn.
Dat is echter niet een taak voor het curatorium, maar voor de kerkeraden. 'k Heb zelf wel eens aan iemand in m'n gemeente gevraagd: zou jij geen predikant willen worden?
Dat we hierin veel te kort komen, weet ik wel zeker. Natuurlijk moeten we hierbij niet vergeten, dat een belangrijk deel van die arbeid in het geestelijke vlak (het gebed) ligt.
— De Heere Jezus koos met name jongeren tot Zijn discipelen. Bij ons worden, naar het lijkt, eerder dertigers en veertigers aangenomen dan twintigers. Hoe komt dat?
Er staat nergens dat de discipelen jongeren van een jaar of twintig waren. Gezien de taak die hun wachtte, moesten ze echter wel in de kracht van het leven staan.
Voor iemand van 40 is een dergelijke stap veel ingrijpender dan voor iemand die veel jonger is.
Als je zo oud bent, moet je je ook' wel goed bewust zijn wat je doet. Maar ja, wanneer is het de tijd?
Dat weet ik niet en dat weten jullie niet.
Ik zie evenwel als ideaal: jonge mensen .die een hartelijke liefde tot God en Zijn dienst hebben en die de I-Ieere wil gebruiken.
— Stel: iemand heeft het gymnasium doorlopen, gevoelt een roeping lot het predikambt en meldt zich aan bij het curatorium. Hij wordt afgewezen.
Aan z’n roeping twijfelt hij niet. Hij besluit dan theologie te gaan studeren melden. aan de universiteit en zich een volgend jaar weer aan te MELDEN.
Hoe kijkt u daar tegenaan?
Ik vind dat zo'n persoon zich allereerst moet afvragen af datgene, wat hij als zijn roeping en bekering ziet, wel van God is. En , dan de vraag: waaróm gaat hij theologie studeren? Als het met de bedoeling is om predikant te worden, dan ontraad ik het.
Daarvoor kennen wij in onze gemeenten een andere weg.
— Tenslotte nog enkele vragen over de opleiding zelf. Zijn we er sinds de oprichting van de Theologische School in geslaagd een opleiding te kreëren die in overeenstemming is met het gewicht van het ambt?
Om hier volmondig „ja" op te zeg-studenten in de thedlogie zijn" gen, is heel wat. Toch ben ik niet zo pessimistisch. Voor sommigen is .de opleiding lang genoeg. Voor anderen niet. We kunnen echter incidenteel altijd de termijn verlengen. Ik zal nooit een pleidooi voeren voor domheid, 'k Wou, dat ik vroeger veel meer gestudeerd had. Maar aan de andere kant: Jezus had twaalf discipelen, van wie de meesten eenvoudige mensen waren, 't Is ook wel afhankelijk van de taak die voor iemand is weggelegd. Lukas, de evangelist, die medicijnmeester was, had. veel meer gestudeerd dan Petrus. Hij moest dan ook een Evangelie schrijven; Petrus niet. In wezen is het zo, dat de opleiding eigenlijk nooit genoeg kan zijn als je let op het gewicht van het ambt. Anderzijds moeten we natuurlijk! wel roeien met de riemen die we hebben.
— Op de laatste generale synode was er een voorstel tot verdieping (en dus ook verlenging) van de studie aan de Theologische School. Wat vindt u daarvan?
Als het praktisch uitvoerbaar zou zijn, zou ik nu mezelf tegenspreken als ik zou zeggen, dat ik er tegen ben. Er zijn echter gevallen waarin je na 4 jaar studie moet zeggen: ze zitten aan het plafond. Ook moeten we rekening houden met de voortdurende roep uit de gemeenten: stel kandidaten beroepbaar.
— Wordt verdere studie c.q. geheel of gedeeltelijke universitaire studie door het curatorium gestimuleerd? Of hebben wij onze „Bogermannen" niet nodig?
Die hebben we zeker nodig! Gezien de tijd waarin we leven en de dwalingen die op ons afkomen, hebben we ten zeerste behoefte aan mensen die voor de waarheid op de bres kunnen staan. Maar laten we daarbij niet vergeten, dat een kind van God, door Gods Geest geleerd, een ware Godgeleerde is. Als deze twee dingen samengaan, is dat een voorrecht.
— Wilt u nog een slotopmerking maken?
’k Wil nog wel zeggen, dat ik het beleid: van het curatorium heus niet wil verdedigen. Dat moeten we alleen voor God verantwoorden. Ën dan nog één ding: wij zien uit naar mensen die we toe kunnen laten!
— Dominee, hartelijk dank voor het openhartige gesprek. Wij hopen van harte, dat de Theologische School in de komende jaren echt te klein wordt, en wel vanwege de vele studenten. Tot eer van God, tot welzijn van onze gemeenten en tot zaligheid van vele zondaren. De Heere geve u en alle curatoren veel licht en wijsheid hij al het werk. En hopelijk leidt dit interview ertoe, dat velen, ook van onze jongens en meisjes, gaan beseffen, dat het gebed zo dringend noodzaikelijk is. Gebed voor curatoren, docenten en studenten en bovenal gebed om arbeiders in de wijngaard, binnen de kring van onze gemeenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981
Daniel | 28 Pagina's