JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WAT IS NU REMONSTRANTS?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT IS NU REMONSTRANTS?

9 minuten leestijd

Het zal zo'n dertig jaar geleden zijn, in de periode tussen de schorsing van ds. R. Kok en de uittreding van een deel van onze gemeenten, dat er in Delft een debatavond was tussen dr. C. Steenblok en het plaatselijke dispuut van de C.S.F.R.

Zoals bekend wees dr. Steenblok af dat de prediking van het welmenend aanbod van genade gericht zou zijn tot alle hoorders. Een van de aanwezigen stelt op een bepaald moment dat dit toch wel tegen onze belijdenis ingaat, want die zegt: „Voorts is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk, die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte alle volken en mensen., tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangdlie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof”.

Onmiddellijk volgt de reaktie van één van Steenblok» medestanders: „Mijnheer de voorzitter, dat is remonstrants!”

Terwijl nota bene art. 2, par. 5 van de Vijf Artikelen tegen de remonstranten was aangehaald! Hiermee is wel duidelijk geworden dat er nogal spraakverwarring is op dit punt en dat het helemaal niet zo eenvoudig ligt, als men wel eens denkt.

Als wij bovendien beseffen dat het hierbij gaat om het hart van het Evangelie en om de prediking, dat toch het middel is waardoor de Heere zondaars zalig maakt, dan is het niet overbodig om ons samen eens over deze zaak te buigen. Op het gevaar af dat een enkele mis'schien reageert met „Dat hebben wij al zo vaak gehoord, het geeft maar hete hoofden en koude harten". Dit laatste wordt vaak veroorzaakt doordat de voorgeschiedenis te weinig bekend is en ook door onze te koud-logïsche benadering van de onderliggende vraagstukken.

Roomse dwalingen

De roomskatholieke kerk van de Middeleeuwen had een groot aantal dwalingen. Drie er van wil ik noemen, omdat juist deze voor ons van belang zijn om tot een goed inzicht te komen.

Zij leerde ten eerste, dat de mens een vrije wil heeft om zich klaar te maken voor de genade. Door de val is deze niet verloren gegaan, wel is het moeilijker geworden.

In de tweede plaats leerde ze dat God die mensen tot zaligheid verkiest, waarvan Hij tevoren wist, dat zij hun best zouden doen voor de zaligheid.

In de derde plaats leerde de roomskatho-

lieke kerk dat de mens nooit zeker is van de zaligheid. Hij kan Weer uit de staat, van genade vallen en voor eeuwig verloren gaan. Nog korter gezegd: de mens heeft een vrije wil, God verkiest op grond van voorwetenschap en er is geen heilszekerheid. Nu, deze drie misvattingen komen wij ook tegen bij de remonstranten. Men leest nog al eens dat deze vooruitstrevend en ruimdenkend waren, maar in feite waren zij konservatief in de slechte zin van het woord en echte reaktionairen, door op deze punten vast te houden aan de roomskatbolieke dwalingen.

Humanistische-gereformeerde richting

Betrekkelijk kort na de Reformatie duiken deze gedachten op binnen de gereformeerde kerken. Twee vertegenwoordigers daarvan uit de 16e eeuw zijn J. Acontius C± 1567) en D. Coornhert (1522-1590). Vooral de laatste is een fel bestrijder van de gereformeerde leer. In de 17e eeuw komen wij bekender namen tegen. Ik noem nu alleen maar J. Arminius (1560-1609), omdat hij een aantal jaren als het ware de leider is van wat men wel noemt de humanistisch-gereformeerde richting binnen de nederlandse gereformeerde kerken.

Letten wij even op het woord humanistisch. De grote man daarvan was Erasmus.

Hoewel deze nooit de stap naar de Reformatie heeft kunnen maken en rooms is gebleven, heeft hij toch heel wat verwante geesten binnen de kerken.

Waar gaat het om bij de toevoeging humanistisch? Wel, om. het menselijke kunnen en kennen een zelfstandige plaats te geven, zowel in wetenschap als bij de koningin der wetenschap, de theologie.

In 1604 komt het tot een debat over de predestinatie tussen Arminius en P. Gomarus (1563-1641), beiden hoogleraar in de theologie aan de Universiteit te Leiden. Er komt een diepgaand verschil van inzicht naar voren. Zo ontstaan twee partijen, Arminianen en Gomaristen. Omdat de overheid in die tijd veel invloed heeft op het kerkelijke leven, krijgt de strijd mede een politiek karakter, waardoor het zoveel jaren geduurd heeft voor de kerken zich over de twistpunten konden uitspreken. Het is jammer dat het beperkte bestek van dit artikel dwingt tot het weergeven van de hoofdlijnen, want zodoende kan niet aan alle aspekten de noodzakelijke aandacht gegeven worden.

Daarom wil ik de raad' geven om kerkgeschiedenisboeken op dit punt na te slaan. Mag ik een paar boeken noemen? O. de Jong, Nederlandse Kerkgeschiedenis. L. Praamsma, de Kerk van alle tijden. L. H. Wagenaar, van Strijd en Overwinning.

Documenta Reformatoria, deel I. R. Seeberg, Lehrbuch der Dogmengeschichte IV/2. J. Arminius, Verklaring.

De zaak is een nadere bestudering ten volle waard en het kan voor het eigen geestelijk leven zo heilzaam zijn.

Motieven

Intussen krijgt de twist een politiek karakter. De Staten van Holland mengen zich er in. In 1608 dient Arminius zijn „Verklaring" bij hen in. Allereerst wijst hij daarin de algemeen geldende opvattingen van de predestinatie af n.1. dat God sommigen tot het eeuwige leven en anderen tot de eeuwige verdoemenis verordineerd heeft. Hij geeft wel twintig motieven waarom deze opvatting verkeerd zou zijn. Het achtste motief is dat deze predestinatie strijdt tegen de natuur van de mens. Want die is geschapen naar het evenbeeld Gods, met een vrije wil en ook met genegenheid en bekwaamheid om het eeuwige leven te genieten. Dit is op te maken uit: Doet dat en gij zult leven. Want als een van deze drie dingen de mens ontnomen wordt, dan kan zo'n vermaning niet dienen om hem te bewegen tot gehoorzaamheid. Het achttiende motief is dat zij strijdt tegen de bediening van het Evangelie. Want zij maakt dat de predikant geen medearbeider Gods kan zijn, dat de prediking voor een groot deel van de hoorders een bediening van de verdoemenis is, dat de doop voor veel kinderen niets verzegelt en onnut is,

dat de gebeden voor velen niet gedaan worden met vertrouwen, en dat de predikanten traag worden in hun werk, omdat hun toewijding aan niemand ten goede kan komen dan aan de uitverkorenen en hun nalatigheid voor niemand 'schadelijk kan zijn dan voor hen die God juist verloren wil laten gaan.

Daarna geeft hij zijn eigen opvatting weer over de predestinatie, de genade, de verdienste van Christus, die voor alle mensen is, terwijl hij de zekerheid van de zaligheid in het midden laat, althans, hij stelt voor dat men eerst eens rustig gaat onderzoeken.

Met opzet heb ik een tweetal van zijn motieven genoemd waarom hij tegen de gereformeerde opvatting van de predestinatie is. Wij zien dat hij de paradox tussen Gods soevereine verkiezing en de oproep tot bekering probeert op te lossen. Het menselijk denken gaat dan heersen over de Schrift en laten wij niet denken dat dit alleen bij Arminius het geval is. Hij heeft ernst gemaakt met deze vraag. Hij heeft er mee geworsteld, maar hij is niet tot het kinderlijk aanvaarden van Gods Woord gekomen. De Heilige Geest kan alleen in deze waarheid leiden. Het is een geloofszaak. Dan wordt ons verstand niet uitgeschakeld, maar verlicht.

De Remonstrantie

Arminius overlijdt in 1609. Anderen, meer strijdbaar dan hij, staan klaar om het werk over te nemen. In 1610 komt van hun kant de Remonstrantie.

De opzet is als die van de Verklaring van Arminius. Eerst een verwerping van in hun ogen verkeerde opvattingen. Daarna volgen hun vijf stellingen, praktisch gelijk aan die van Arminius. Als antwoord daarop volgt in 1611 de Kontra-Remonstrantie. De titel spreekt voor zichzelf. Ik wil iedereen dringend aanbevelen deze te lezen. Je vindt een en ander in het al genoemde Deel I van Documenta Reformatoria.

De strijd vindt zijn afsluiting op de befaamde Synode van Dordrecht (1618-1619). Daar worden de opvattingen van de Remonstranten veroordeeld en zo ontvangen wij ons derde Formulier van Enigheid, de Vijf artikelen tegen de Remonstranten of de Dordtse Leerregels. Net andersom als bij de Remonstranten komt eerst het positieve deel, dus wat men belijdt, daarna volgt de verwerping van de dwalingen. Lees een en ander rustig door, bestudeer het. Ds, K. de Gier is in de Saambinder juist bezig de Dordtse Leerregels uit te leggen, dus dat kan meteen ter hand worden genomen.

De Dordtse leerregels

De Dordtse Leerregels zijn vooral pastoraal gericht. Want heel anders dan wij vaak denken, gaat het in deze strijd juist om heel praktische zaken voor het geestelijke leven. Daarvoor verwijs ik naar de drie genoemde roomskatholieke misvattingen, door de remonstranten behouden, die elk aktueel zijn. Denk je even mee?

Allereerst de vrije wil.

Als er geen vrije wil is, als een mens geen vermogen heeft tot enig geestelijk goed werk, wat moeten wij dan met bijbelse uitspraken als: „Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is; Mijn zoon, geef Mij uw hart; werkt uwszelfs zaligheid; hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen doch gij hebt niet gewild”?

Arminius heeft, zoals' wij zagen, deze en soortgelijke Schriftplaatsen juist gebruikt om de gereformeerde leer van de predestinatie af te wijzen. In onze kring wordt vaak net andersom geredeneerd. Uitgaande van de totale onmacht en verlorenheid van de mens, stelt men dan dat de belofte van het Evangelie alleen gericht kan en mag worden tot de levend gemaakte zondaar. Immers, hoe zal een dode kunnen horen of een lamme kunnen lopen? Gedachtig aan het woord, wie zich aan een ander 'spiegelt, spiegelt zich zacht, wil ik hier de opvattingen van de Gospel Standard Strict Baptist noemen. Dit is een kleine groep Baptisten in Engeland met een sterk bevindelijke prediking.

Zij geloven dat de aansporingen die de Heere onder het O.T. tot de Joden richtte, met wie Hij een nationaal verbond had', nu niet meer gebruikt mogen worden voor onwedergeboren mensen.

Bovendien achten zij het niet juist om de wijze waarop de apostelen tot hun hoorders spraken, als voorbeeld te nemen voor de prediking van nu. Daarvoor waren hun omstandigheden te verschillend van de onze. (Articles of Faith XXXII en XXXIV). Zo kan ook de Schrift aan banden gelegd worden.

De beide andere punten: verkiezing op grond van een voorwetenschap en de onzekerheid van het heil, moet je voor jezelf maar eens nagaan.

Hopelijk zie je nü reeds dat de drie genoemde misvattingen zijn te herleiden tot dezelfde oorzaak: het menselijk denken laten heersen over het Woord van de levende God.

Nogmaals, dat is niet beperkt tot Remonstranten alleen, wij staan daar allen voor open.

Tenslotte

Daarom wil ik deze beperkte kennismaking met Arminius en de zijnen besluiten met een dringend advies om biddend de Dordtse Leerregels te lezen en te herlezen.

De opstellers hebben de uitspraken van de Heilige Schrift, die ogenschijnlijk met elkaar in tegenspraak zijn, volledig willen laten staan en niet willen afzwakken, terwijl zij steeds beoogden de eer van God en het behoud van zondaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981

Daniel | 28 Pagina's

WAT IS NU REMONSTRANTS?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1981

Daniel | 28 Pagina's