WAT STAAT ER OP JE BOEKENPLANK
Be uitvinding van de boekdrukkunst halverwege de vijftiende eeuw en de verdere ontwikkeling ervan heeft enorm veel mogelijkheden gegeven, niet in de laatste plaats aan de christenen. De verspreiding van heit Woord van God onder allerlei volken en natiën dn de meest uiteenlopende talen is daardoor immers vergemakkelijkt. Zoals het echter met vele uitvindingen het geval geweest is, zo verging het ook deze uitvinding. Zo bleek in de praktijk te zijn, zoals het wel eens is uitgedrukt, een weg naar de hemel of een weg naar de hel.
Misbruik van de vrijheid van drukpers
Overigens hadden de meeste gezinnen in vroeger dagen niet veel boeken in huis. In veel protestantse gezinnen waren naast de Statenbijbel hooguit de Verzamelde Werken van Jacob Cats te vinden. Door allerlei omstandigheden is dat in onze tijd heel anders. In vergelijking met onze voorouders kopen wij veel boeken. Zelfs zonder onze portemonnee te trekken, krijgen we heden ten dage — soms ongewild — allerhande leesvoer onder ogen, niet alleen boeken, maar ook kranten, tijdschriften, broohure's, folders en ga zo maar door. Wij leven in een land waarin de vrijheid van drukpers hoog in het vaandel geschreven staat. En dat is enerzijds een zegen, maar kan anderzijds ook ontaarden in een vloek, namelijk wanneer die vrijheid misbruikt wordt. Dat misbruik is in ons land helaas schering en inslag geworden. Tegenwoordig is immers de meest goddeloze en zedenbedervende lektuur te verkrijgen. Daarvoor behoef je echt niet naar een louche winkeltje in een niet al te best bekend staande buurt van een grote stad. Nu ligt alles „open en bloot" in de supermarkt om. de hoek.
Kritische gereserveerdheid
Uit deze in onze tijd zo veelgeprezen openheid blijkt wel dat de ernst van de zonde door onze overheid (beter: door ons allen) op een ontstellende wijze onderschat wordt. Ook lektuur die in het geheel geen rekening houdt met God en Zijn Woord, die zelfs menigmaal God en Zijn Woord bespot, wordt te lichtvaardig beoordeeld. Dat geldt vooral lektuur die op het eerste gezicht onschuldig lijkt. Derhalve hebben we ten aanzien van datgene wat wij lezen een „kritische gereserveerdheid" nodig, zoals dr. C. den Boer het eens uitgedrukt heeft. Die kritische reserve is trouwens onontbeerlijk op alle terreinen waarop God ons midden in deze wereld geplaatst heeft, daar toch de gedaante van
deze wereld voorbijgaat met alles wat daarin is. Dat houdt geen wereldmijding in; dat mag niet en dat kan niet. De gemeente van Christus openbaart zich in deze wereld. Anderzijds behoort zij niet van deze wereld te zijn.
Nooit neutraal
Dat laatste houdt ook in dat onze houding tegenover lektuur nooit een neutrale houding mag zijn. Dat is trouwens een onmogelijke zaak: het woordje neutraal is zeer misleidend. Niets in ons leven is immers neutraal. We hebben voorzichtig te zijn ten opzichte van alles wat op ons afkomt en dat geldt zeker voor wat gedrukt staat. Bedenk dat er maar één boek bestaat dat écht goed' is: de Bijbel. De Bijbel is immers Gods Woord en Gods Woord is de Waarheid. Dit Boek der boeken zal dan ook een onmisbaar kompas voor je leven moeten zijn: een boek waaruit dagelijks gelezen wordt en, als het .goed is, met een biddend hart.
Lees je Bijbel
Daarmee willen we niet beweren dat alle andere boeken nutteloos geacht moeten worden. Als we echter proberen ons grootste geluk te vinden in het lezen van boeken en de Bijbel zou ongeopend blijven, dan zullen we er nooit wezenlijke voordelen uit kunnen verkrijgen. Het zou het lichaam vermoeien, maar geen ware voldoening geven aan de ziel. Vandaar dat de Prediker ons daarvoor waarschuwt door te zeggen dat veel lezen „vermoeiing des vleses" is. Als we echter de Bijbel als richtsnoer vasthouden, kunnen ook andere boeken waardevol zijn voor zowel het tijdelijke als het eeuwige leven. Zo denk ik aan de vele boeken (zeker niet alle) die in relatie staan tot de Heilige Schrift. Deze kunnen immers mede heilzaam zijn voor je geestelijk leven. We kunnen dan als voorbeeld noemen: preken, dagboeken, bijbelverklaringen, de vele geschriften uit de tijd van de Reformatie en de Nadere Reformatie, enz. Voor hoevelen zijn bijvoorbeeld de geschriften van Bunyan en Augu'stinus niet tot zegen geweest?
Een waarschuwing van Paulus
Dan zijn er de boeken die we nodig hebben voor onze studie of voor ons beroep en de wetenschappelijke literatuur. Hoewel deze categorie in veel gevallen onmisbaar is, betreden we hiermee toch duidelijk een terrein dat niet ongevaarlijk is. Ik denk dan alleen maar aan degenen die op school in het kader van hun eindexamen een literatuurlijst hebben samen te stellen. Dan zal er een verantwoorde keuze gedaan moeten worden. Vergeet dan niet de vermaning van Paulus in Filipp. 4 vers 8: „Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig: is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve.”
Vervolgens wijzen we op de boeken die leerzaam zijn voor ons als het gaat om een vermeerdering van kennis betreffende de mens in 't algemeen en de wereld waarin hij leeft. Ik bedoel dus boeken die iets te maken hebben met kuituur, zowel in 't heden als in 't verleden, en boeken die in verband' staan met psychologie, filosofie, sociologie, ethiek, e.d. Ook hier moeten we echter goed letten op de invalshoek van de schrijver om niet op een. dwaalspoor gebracht te worden.
Tenslotte is er nog een groot aanbod
van boeken, dat min of meer verhalend, fiktief, is. Misschien is deze categorie wel de gevaarlijkste, daar we ons zo gemakkelijk identificeren met de hoofdpersoon van een verhaal, ons mee laten slepen met diens gedachten, woorden en daden. Zo kan immes in een op het eerste gezicht onschuldig lijkend verhaal een levensvisie verborgen zitten die volkomen tegen Gods Woord indruist. We komen veel van de bedoelde levens-en wereldbeschouwingen tegen in de moderne literatuur van na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast is er veel verhalende lektuur die minder diep graaft, zoals de goedkope romannetjes die zo plezierig weglezen, omdat ze elkaar tenslotte toch wel krijgen. Dit soort eenvoudige lektuur i's nu niet bepaald verrijkend, voor je geestelijk leven. Eenvoudige lektuur moet zeker niet afgekeurd worden om de eenvoudigheid, maar het zou een armzalige toestand zijn, wanneer je hart alleen maar uitging naar de zogenaamde treinlektuur. Dat valt onder hetgeen Salomo samenvatte in het woordje lèbèl, d.i. ijdelheid, lucht, wind.
Jouw verantwoordelijkheid
En daarom: lees niet ondoordacht. Wij zijn geschapen als redelijke, zedelijke schepselen en als zodanig hebben Vi/e ook onze verantwoordelijkheid. Niet in de laatste plaats ten opzichte van dat wat we lezen. Het is derhalve geen onverschillige zaak wat je op je boekenplank hebt staan. Eens hebben we ook hiervan rekenschap af te leggen. Ik denk in dit verband aan wat ds. De Gier in De Saambinder (tussen twee haakjes: die lees je toch wel? ) van 29 mei jl. schreef over artikel 4 van de Dordtse leerregels: „Onschuldig voor God is geen mens. De mens blijft te allen tijde verantwoordelijk voor al zijn doen en laten. Door de val in het paradijs is de mens geen dier en duivel geworden, al kan hij wel dierlijk en duivels handelen. De mens blijft een redelijk-zedelijk wezen. waarin het oorspronkelijke menselijke nog niet geheel verdwenen is. Om dit overgebleven menselijke kan het zondigen in de mens schaamte, berouw envrees veroorzaken. Hoe diep de mens is gevallen, tegen de Luthersen hebben de gereformeerde vaderen volgehouden dat de mens geen houten blok is. Door de kleine overblijfselen, door enige kennis van God wordt de verantwoordelijkheid van de mens ten volle gehandhaafd, wordt de mens in het zondigen alle onschuld ontnomen.”
Zij die waarlijk berouw hebben van de zond'e, zullen zich zo veel mogelijk van de gelegenheid tot zondigen verre houden. Alleen waarachtige levensvernieuwing kan daarvoor zorgen. Die werkt ook door tot in onze boekenkast en dan worden zeker die boeken opgeruimd die we niet eens in onze boekenkast in het openbaar durven te vertonen. Zo deden ook de Efeziërs die tot het geloof gekomen waren: Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid" (Hand. 19 : 19a). Die waarachtige levensvernieuwing is voor ons allen noodzakelijk. Want al zou onze boekenkast alleen maar verantwoorde reformatorische lektuur bevatten en we zouden het ook allemaal gelezen hebben, maar we zouden niet geschreven staan in het Boek des Levens des Lams, dan was het nog alles ijdelheid.
We eindigen daarom' met een behartenswaardige opmerking uit het boekje Belijdenis doen, en dan . . ? van ds. Hoogerland: „Opgroeiende jeugd, het is een tijd van grote verleiding. Weinigen hebben een bijbeltje onder hun kussen, waarin zij voor het naar bed gaan nog eens lezen. Weinigen maken die Bijbel nat met de tranen van zonderouw en Godsgemis. En toch ligt daar meer vreugde en vrede in dan in al het andere.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1981
Daniel | 28 Pagina's