JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

WORTELS VAN DE SCHRIFTKRITIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WORTELS VAN DE SCHRIFTKRITIEK

14 minuten leestijd

Naar aanleiding van het synodale rapport der Gereformeerde over „De aard van het Schriftgezag" (non. 1980).

De voorgeschiedenis van de historisch-kritische metliode

Het rapport „De aard van het Schriftgezag" staat tegenover de resultaten van de historisch-kritische methode. Voor we hierop ingaan willen we eerst kort iets zeggen van het geestelijk milieu waar deze methode de exponent van is geworden.

a. theologie filosofie

In de Middeleeuwen maakte de theologie gebruik van de filosofie. Vooral de filosofie van Aristoteles bewees de theologie vele diensten. Het theologisch begrippen-apparaat was doorspekt met begrippen die ontleend waren aan zijn filosofie. Dat de toenmalige kerk zo positief stond tegenover Aristoteles, had alles te maken met zijn wereldbeeld. Het zgn. bijbels-wereldbeeld met de aarde in het midden en de zon in banen daar omheen, bleek niet in strijd te zijn met het filosofisch wereldbeeld van deze grote griekse denker. Dit gegeven verhoogde voor velen de betrouwbaarheid van de Schrift. De theoloog kon met een beroep op de filosofie de uitspraken van de Schrift over de natuur en de wereld wetenschappelijk veilig stellenden dat is mooi meegenomen. Het zal duidelijk zijn, dat in die periode de theoloog en de filosoof beste vrienden waren.

b. Copernicus’ ontdekking

Toch kwamen er problemen. Een zekere Copernicus had studie gemaakt; van de hemellichamen. Uit dat onderzoek was hem gebleken, dat niet de aarde stilstond, maar de zon. De aarde maakte banen rondom de zon. Een storm van kritiek van de kant van de kerk barstte los. Hoe haalde die man het in zijn hoofd om te beweren dat het aristotelische wereldbeeld en daarmee ten nauwste verbonden het bijbels wereldbeeld niet klopte? Dit was pure heiligschennis. Copernicus moest dan ook alles herroepen, wilde hij niet met de inquisitie in aanraking komen. Copernicus gehoorzaamde. Het door Copernicus op gang gebrachte experimentele natuurwetenschappelijk onderzoek ging. echter in het geheim gewoon door.

c. Het rationalisme

Voor Descartes en velen met hem, was het een diep ingrijpende zaak toen volgens hen de natuurwetenschap aantoonde, dat de bijbelse uitspraken over het wereldbeeld wetenschappelijk gezien niet klopten. Zij kwamen in de knoop te zitten met een begrip als onfeilbaarheid. Was de Bijbel dan niet onfeilbaar? Dat was hun toch altijd geleerd? Dat was toch altijd door hen geloofd1? Wat, moesten ze nu geloven? Wat is waarheid?

De middeleeuwse mens bouwde zijn levenshuis op aan de hand van autoriteiten. Het levenshuis stond of viel bij de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de autoriteiten.

Descartes ging naar die autoriteit op zoek. Hij vond hem in zichzelf. Hij had ontdekt dat je al twijfelende aan alles, niet kunt twijfelen aan het feit dat je twijfelt. En twijfelen is een denkhandeling. De konklusie wordt dan dat het ontwijfelbaar is dat ik denk. Voor Descartes wordt nu de ratio van de mens de nieuwe autoriteit. De ratio is uitgangspunt en kriterium van de werkelijkheid. Slechts wat rationeel is, is werkelijk en daarom ook waar.

De rationalisten-stelden dat alleen dat geloofwaardig en betrouwbaar was, dat de toets van hun scherpe kritiek kon doorstaan. Met deze uiterst kritische instelling doorlichtten deze mannen het verleden. De historici kwamen daardoor tot de rëkonstruktie van de historische werkelijkheid. Norm bij dat rekonstrueren was vanzelfsprekend de ratio. De ratio verleende de historici de nodige kriteria om een geloofwaardig en betrouwbaar beeld te schetsen van het verleden. Voor de rationalist is de Bijbel een historisch boek. In de Bijbel meende men historische onjuistheden aan te treffen. De kritische theoloog zag zich dan ook voor de taak gesteld om het historisch gebouw dat in de Bijbel voor hem oprees, af te breken. Net al"s de historicus wilde hij komen tot de rekonstruktie van wat nu werkelijk gebeurd-was. Ook hij liet zich bij de rekonstruktie van het geheel leiden door de ratio. De stelling was toch dat alleen wat rationeel is. werkelijk is? En wat werkelijk is, is ook geloofwaardig en betrouwbaar.

In het verleden waren er wel eens vragen gesteld over de historische berichtgeving in de Bijbel. Veelal bleef het; bij vragen stellen. In de tijd van het rationalisme ging men verder. Toén werd het kritisch bezig zijn met de gegeven tek'st van de Bijbel tot een methode. Deze methode is in de geschiedenis bekend geworden als de historischkritische methode. Het kritisch bezig zijn met de heilige Schrift gaat tot op heden door. Er zijn bepaalde ontwikkelingen aan te geven in die kritische bezinning op de Schrift. Bij drie fasen in dat historisch-kritisch onderzoek zullen we nu stilstaan.

a. Literaire kritiek

Deze stelde: de Bijbel is een gewoon boek. Mensen van vlees en bloed hebben er aan gewerkt. Te lang had men dit boek van mensen als een goddelijk boek gezien. In de tijd van de Verlichting werd de goddelijke dimensie van dit boek radikaal geëlimineerd.

Voor de onkritische mens was de Bijbel Gods Woord. Zijn ratio stelde hij onder de heilige Schrift. De Bijbel was de autoriteit met normatief gezag. De autonome mens stelde zichzelf in de vorm van de ratio tot norm. Vanaf deze kritische hoogte overzag hij alles en toetste hij alles wat het verleden hem aanreikte. Voor zijn ratio werd ook de Bijbel gedaagd.

Gesteld werd dat de Bijbel een gewoon boek was. Een boek met daarin de geschiedenis van mensen. Voor het waarheidsgehalte van andere historische boeken legden de kritici kriteria aan die ontleend waren aan de ratio.

Dezelfde kriteria achtte men ook van toepassing op de Bijbel. Waarom zou de Bijbel een uitzondering maken op de regel? Hij is een literaire vrucht van mensen en behoort daarom ook onderzocht te worden. De ratio zal dan na onderzoek wel bepalen wat als waar mag worden beschouwd.

Het rapport over het. Schriftgezag staat positief tegenover de resultaten van de historiseh-kritisehe methode van bijbelonderzoek.

b. De vormkritiek

Op blz. 21 gaan de rapporteurs kort in op de „Formgeschichte". Deze kritiek omschrijven zij als volgt: „De Formgeschichte ging de geschiedenis van de „vormen" in de mondelinge overlevering; bestuderen en meende dat oorspronkelijk geen uitvoerig, doorlopend en naar chronologie geordend verhaal bestaan heeft.” Twee dingen vallen in deze omschrijving op.

Ten eerste de aandacht voor de mondelinge overlevering en ten tweede de afwijzing van de gedachte dat. de-Bijbel een doorlopend' historisch verhaal biedt. Het één hangt met het ander samen.

De kritici stellen dat er een oudtestamentische gemeente is geweest en een nieuwtestamentische gemeente. Binnen deze gemeenten, droeg men bepaalde overleveringen (tradities) van het ene geslacht over op he-t andere geslacht. In de Bijbel treffen we die mondelinge overleveringen aan. De vormkritikus gaat nu op zoek naar .de oudste overlevering. Als dat bekend is kan gerekonstrueerd worden wat de geloofsinhoud was van bijvoor-beeld de jonge christengemeente. Dit is belangrijk om er achter te kunnen komen wat er later allemaal aan toegevoegd is. De vormkritikus wil dus op grond van de verschillende mondelinge overleveringen aantonen dat er sprake is geweest, van een proces in de geloofsbezinning. Voor de christenen van de tweede en de derde generatie was de historische Jezus niet meer zo belangrijk. Voor hen was de vraag: „hoe geven wij binnen onze kontekst

gestalte aan de opgestane Jezus", veel belangrijker. Dat gestalte-geven is een voortgaande zaak. Ook in 1881 staan de christenen voor die uitdaging.

De vraag kan gesteld worden: „Maar, hoe zit dat met al die plaats-en tijdaanduidingen aan het begin van vele hoofdstukken en pericopen? Daarmee wordt toch gesuggereerd dat het een doorlopend historisch verhaal is? " De vormkritici stellen dat dit het werk is geweest van de samenstellers van die mondelinge overleveringen. Bij het. nageslacht is zo de indruk gewekt dat zij te deen hebben met historisch betrouwbare mededelingen. De kritikus-betreurt dat de samensteller door deze toevoegingen het zicht op de betekenis van de mondelinge overlevering heeft weggenomen. Haar betekenis ligt niet in haar historiciteit, maar in haar appèl. Het gesprek moet aan de gang blijven. De eerste christengemeenten zijn er mee begonnen. Zij hebben doorgegeven hoe de opgestane Jezus bij hen is overgekomen. Het kan nooit de bedoeling zijn dat dit geloofsverstaan normatief is voor ons geloofsverstaan. Wij zullen binnen onze kontekst op onze eigen wijze vulling en 'struktuur moeten geven aan het feit van de opstanding. Ons geloofsverstaan zal er dan ook noodzakelijkerwijze anders uit komen te zien. Het is dan ook een dwaze gedachte om te spreken van een gesloten canon. Door de samenstellers is de kerk op dit dwaalspoor terechtgekomen. Ons-geloofsverstaan nu is op zich van net zo veel betekenis als het geloofsverstaan van toen.

c. De redaktiekritiek

Op bladzij 22 van het rapport, lezen we: „de Formgeschiehte ontstond mede ten gevolge van een groeiend onbehagen over het literair kritisch onderzoek. De Redaktionsgesohichtliche methode op haar beurt door ontevredenheid over het Formgeschichtliche onderzoek." Waarom die ontevredenheid?

Het rapport vervolgt: „Enkele nieuw-testamentici kwamen tot het inzicht dat de Formgeschichtliche methode té eenzijdig alle nadruk legde op het proces van de mondelinge overlevering van de kleine eenheden vóór de schriftelijke fixatie, zodat aan het „eindprodukt" (de tekst, zoals die nu voor ons ligt) nauwelijks aandacht werd besteed”.

Deze nieuw-testamentici vragen dus weer de aandacht voor de tekst zoals die voor ons ligt. Zij stellen dat auteurs hier verantwoordelijk voor zijn. En deze mannen zijn niet lukraak gaan schrijven. De kritici toonden aan (aldus het rapport) dat elk boek en elk Evangelie een „Planmassig Angelegtes Werk" is. Elke schrijver streefde dus met zijn werk een bepaald doel na. ver streefde dus met zijn werk een bepaald doel na.

In dit verband wordt dan gesproken over de theologie van Johannes, Paulus, enz. De redaktie-kritici probeerden de verschillende theologieën in kaart te brengen. Als dat gerekon'strueerd was, kon het eigene van de ene auteur tegenover de andere auteur aangegeven worden. De Bijbel is dus niet zo uniform als we altijd gedacht hebben. Het heil kent meerdere dimensies. Iiet heil kent volgens hen ook voortgang. Door de theologie van de auteurs van zowel het O.T. als het N.T. zó te onderzoeken, krijgen we steeds meer zicht op dit ontvouwend element van het heil. De konsekwentie van dit denken is, dat die ontvouwing van het heil niet is gestopt bij Johannes op Patmos, God gaat door. Daarom .gaat ook Zijn openbaring door. Een gesloten canon is binnen deze gedachtengang ondenkbaar, omdat in ons antwoordend leven het heil nieuwe gestalten aannemen zou. Onze geschiedenis is dus ook heilsgeschiedenis. Onze uitspraak en daad nu zijn dan van net zo'n hoog gehalte als d.e uitspraak en daad van Paulus en Johannes toen. Ook in onze tijd ontstaan dan theologieën die net zoveel recht van spreken hebben als die van Paulus en anderen.

Als we het rapport grondig doorlezen bemerken wij dat deze gedachten zijn verdiskonteerd. Vooral als het spreekt over zaken als inspiratie en ethiek. De inbreng van de mens is hier enorm. De autonome mens is Gods partner. Van konkurrentie is geen sprake.

Het relationele waarlieidsbegrip

Het rapport begintmet een hoofdstuk over de „veranderingen, in het waarheidsbegrip". Het is geschreven door de bekende filosoof prof. C. A. van Peursen. Dit hoofdstuk is bepalend voor het verstaan van het rapport. Van Peursen heeft de lijnen uitgezet waarbinnen de rapporteurs aan het werk zijn gegaan. We zullen proberen die lijnen op h.et spoor te komen. Van Peursen wijst in het eerste hoofdstuk zowel het objektieve als het

subjektieve waarheidsbegrip af. Bij het objektieve waarheidsbegrip is de inbreng van de mens minimaal. De mens registreert hier alleen maar. Hij geeft de feiten weer, zoals ze zijn. Het schilderij hangt scheef en de auto staat op de hoek. Bij het subjektieve waarheidsbegrip is de inbreng van de mens optimaal. Hij brengt waarheid voort. Er is hier geen norm die bepaalt wat waar en wat niet waar is. De mens is hier zijn eigen norm. Het gevaar bij dit waarheidsbegrip is individualisme en subjektivisme.

Dit schema wordt in het rapport gehanteerd bij de doordenking van de bezigheid van de bijbelschrijver. Het bijbelverhaal is dan geen objektief verslag van een aantal gebeurtenissen, geen getrouwe kopie van de werkelijkheid. In de Islam wordt de gedachte verdedigd dat Mohammed slechts een stift in Allah's hand was. De Koran is voor de Mohammedanen het diktaat van Allah. Zo is het met de Bijbel niet. De mechanische inspiratieleer wordt dan ook met kracht verworpen. In het schema van Van Peursen is het bijbelverhaal ook geen subjektief verslag. De schrijver zou zijn innerlijk niet geprojekteerd hebben in het verhaal. In de Bijbel zouden we dus niet een lange rij van individuele geloofsgetuigenissen ontmoeten. Hoe moeten we dan het bijbelverhaal zien?

In dit verband valt in het rapport dan het woord relatie. Het verhaal zou de vrucht zijn van de relatie tussen God en mens. God openbaarde Zich in het leven van de auteur. Dat is de goddelijke dimensie. Maar, dan is er intussen nog niets. De roep van God wil beantwoord worden. De mens komt in beweging en schrijft neer hoe God' bij hem overkwam. In het geschrevene komt de openbaring tot gestalte. Dat is de menselijke dimensie. Het verschil met. de mechanische inspiratieleer is duidelijk. Daar was de mens niet meer dan een stift. Het rapport staat een konsekwent uitgewerkte organische inspiratie_ leer voor. De mens is ten volle verantwoordelijk voor hetgeen geschreven is. Het rapport verwijt de orthodoxe theologen een dubbelzinnige houding. Zij bepleiten een organische inspiratieleer maar geven er een mechanische draai aan. Volgens-het rapport heeft de bijbel'schrijver binnen zijn kontekst met zijn beperkte vermogens onder woorden gebracht wat hem overweldigde. Die beperktheden treffen we in de Bijbel aan. In het geschrevene komt de auteur mee. Die puur menselijke gestalte van de openbaring hebben we maar te aksepteren. De kon'sekwentie van dit denken is, dat we niet moeten menen dat God Zich in de Bijbel uitgezegd heeft. God heeft nog meer te zeggen. De waarheid is geen statische zaak die vastgelegd kan worden in een boek. De waarheid is dynamisch. Zij komt tot aanzijn in de relatie. Ook nu gaat God relaties aan met mensen. Hij nodigt ook nu uit tot gesprek. De mens als partner mag daar antwoordend op ingaan. Zo ontvouwt de waarheid zich al pratend en diskussiërend. Binnen dit relationele en tevens dynamische denken is het spreken over een gesloten canon onzinnig gebeuzel. De Bijbel omvat God niet. Hij laat veeleer de zich openbarende God zien Die bij dit openbaren de mens als partner nodig heeft. God wordt God dankzij zijn gesprekspartner de mens. Dit relationele denken heeft vanzelfsprekend ook betekenis voor alle ethische uitspraken in de Bijbel. De bijbelschrijver kwam in relatie met zijn tijd tot bepaalde uitspraken. Ook in deze woorden klinken de beperktheden van de auteur door. Het zijn dan ook tijdgebonden formuleringen. De omstandigheden zijn inmiddels veranderd. Wij weten nu van veel dingen meer .dan Paulus kon weten. Met die tijdgebonden uitspraken van Paulus kunnen we dan ook in deze nieuwe tijd niet meer uit de voeten. In relatie met onze tijd zullen we noodzakelijkerwijze tot andere antwoorden moeten komen. Maar ook onze nieuwe antwoorden zijn geen absolute antwoorden. Ook hier is een proces gaande. Het is duidelijk dat binnen het relationele denken geen plaats is voor normatieve ethiek. Slechts d.e situatie ethiek is hier inpasbaar. De konsekwentie hiervan is dat uiteindelijk iedere uitspraak op ethisch terrein relatief is. De situatie normeert mijn handelen.

Het relationele denken wordt in het rapport bepleit. Wij vinden dit een ontstellende zaak. Relationeel denken leidt tot relativerend denken. Niets is meer absoluut waar. Alles is betrekkelijk. De mens wordt daarmee op zichzelf terug geworpen. Het emancipatieproces leidt niet tot vrijheid maar tot slavernij.

Hoe zullen wij in dit proces staande blijven? De Heere Jezus sprak: Ik ben de Waarheid" (Joh. 14 : 6). „Indien-ge in Mijn Woord blijft zult ge de Waarheid verstaan" (Joh. 8 : 32). „De Heilige Geest leidt in alle Waarheid" (Joh. 6 : 13). Hoe nodig is en blijft de bede: Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast." Lees een's hoe vol eerbied en geloof in art. 5 van onze Ned. Geloofsbelijdenis over het gezag van de Schrift gespro-ken wordt. „Zonder enige twijfeling omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten " Dit getuigenis hebben wij allen in. deze tijd nodig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1981

Daniel | 29 Pagina's

WORTELS VAN DE SCHRIFTKRITIEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1981

Daniel | 29 Pagina's