JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

LEVEN OF GELEEFD WORDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEVEN OF GELEEFD WORDEN

9 minuten leestijd

Moe het was en werd

Het leven is een gave. Een gave van de goede God, zoals onze Nederlandse Geloofsbelijdenis vaak over de I-Ieere spreekt (zie de artikelen 13, 17, 33 en 36). Dat maakt bet leven ook tot onvervangbaar, tot uniek. De Heere gaf ons dit leven met een zeer bepaald doel, met een bepaalde zin. Het is geen zinloos bestaan, zoals de moderne nihilist ons wil doen geloven. We laten nogmaals de N.G.B. spreken in artikel 12: „Wij geloven, dat de Vader, door Zijn Woord, dat is door Zijn Zoon, aan een iegelijk Schepsel zijn wezen, gestalte en gedaante en onderscheiden ambten geeft, om Zijn Schepper te dienen. Dat Hij ze ook alle onderhoudt en regeert naar Zijn eeuwige voorzienigheid en door Zijn oneindige kracht, ten einde dat de mens zijn God diene." „Alles wat adem heeft, love de Heere", is het eind van de laatste psalm. Daar ligt de zingeving van ons leven. Daarmee wordt deze gave — zoals elke gave —• tevens opgave.

Dit gave schepsel nu i.s, en dat is een zeer verschrikkelijke werkelijkheid, door de ongehoorzaamheid van Adam besmet met een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk gebrek, waaruit, als uit een wortel, allerlei zonden voortkomen (zie artikel 15 N.G.B.). Toen is de harmonie verstoord. En dat ervaren we elke dag en overal. Ook in het patroon van ons leven. We zijn niet meer op God gericht, maar op onszelf: egocentrisch.

Door de zonde is voor de hele schepping het licht duisternis geworden. Dan worden alle dingen uit hun voegen gerukt; de oorspronkelijke scheppingsverbanden raken los. Het leven ont-aardt, groeit scheef, verdort en raakt hoe langer hoe verder van zijn bestemming af: doelmissers worden we en zijn we uit en van onszelf.

Ons leven is de erfenis van een oeroud mensengeslacht, dat meer bepaald is door de werkelijkheid; van het vlees dan door de werkelijkheid van de Geest; meer door de leugen dan door de waarheid; meer door het genot dan door het offer; meer door de zelfzucht dan door de liefde. In het gezicht en de gestalte van velen is het te zien, dat we meer het produkt zijn van leugen en angst, wellustigheid en bedrog, oppervlakkigheid en gierigheid, dan van een diep innnerlijk leven en van veel geestelijke strijd. De mens is in voortdurend verval en in voortdurende ontbinding. Het leven is niet anders dan een gestadige dood, zegt het doopformulier al van ons, als ons leven nog maar net is aangevangen.

Dit alles is de oorzaak van het „geliefd worden", dat we in zoveel variaties om ons en in ons ervaren. De mens is niet zijn eigen baas, al denkt hij dat in zijn vermetele waan. Hij wordt gedreven. Gedreven door machten die sterker zijn dan hij. Hij is in de ban van de mensenmoordenaar van den beginne. Die is er op uit, alles zo te sturen, dat we vervuld zijn met droefheid (verlangen) naar de wereld. En dat werkt de dood. De dichter Bloem sprak van mensen:

Die bij geen verkregen vreugd verwijlen, Altijd smekend om. een andre gift. En we zien niet meer: Dat het een daaglijks wonder is, te leven, En elk. ontwaken een herrijzenis.

Schoner wereld dan de onze in de twintigste eeuw, en vooral de tweede helft, had toch niemand zich ooit durven dromen. Tenminste als we op het materiële letten. De stoutste verwachtingen van de strevers naar maatschappelijke verheffing uit de vorige eeuw zijn ver overtroffen in onze westerse, geïndustrialiseerde wereld. Op onvoorstelbare wijze is ons levenspeil gestegen, en voor vrijwel alle groepen van de bevolking. Materieel is er een niveau bereikt, dat weergaloos is voor de mensheid. Beseffen we het nog? Ouderen, maar vooral jongeren, doen er goed aan, daar toch bij tijd en wijle even bij stil. te staan. Dat zal een stap(je) terug in deze tijd van recessie wat gemakkelijker maken.

De verwachting zou gerechtvaardigd' zijn, dat de mens van nu dan ook meer rust had dan de slovers van vroeger. En toch, Vragen we ons nooit af, hoe het dan komt, dat we 'steeds bezig blijven, cm het paradijs verder uit te bouwen, zodat elke dag van ons leven daarmee gevuld wordt en vaak meer dan gevuld. Dat. moesten we ons wel afvragen, ja. Zoals zoveel. Maar bijna niemand komt eraan toe. Het bouwen zelf heeft ons zo in de greep.

Geleefd?

Een enkel voorbeeld slechts.

Grote Een enkel gezinnen voorbeeld kwamen slechts. „vroeger" vaak voor. Nu „nemen" we slechts twee kinderen, al schijnt drie weer iets meer „in" te raken. We nemen ze, als het ons uitkomt. De eerste jaren van ons huwelijk niet. Dan moeten we nog even genieten. Dat geeft rust. Die moeders van vroeger? Afgesloofde tobbers waren. het. En nu? De werkende vrouw, die niet kan stoppen met werken vanwege de zware hypotheek op het gekochte huis, of op de caravan of boot of op het tweede huis, moet zioh na het werk haasten naar de supermarkt en 's avonds toch, misschien met man-lief samen, het huishoudelijk werk verzorgen. De kleuren-tv en de stereo-installatie zijn ook nog niet afbetaald. Wel vermoeiend, maar.......

Dat tweede huis heb je dan toch maar. Wees voorzichtig, misschien heeft het jou. Vrijdags na het werk: inpakken en wegwezen tot zondagavond. Zaterdags ook daar de ramen lappen, tuintje wieden, enz. Zo vermoeiend, dat we nodig met vakantie moeten. Niet alleen in de zomer, maar ook met de wintersport Eigenlijk kon het

wel niet, financieel gezien, maar vooruit maar. De tank is royaal met kredietverlening. Vraag nist tegen welke prijs, ook i.nmaterieel. Leven of geleefd worden? Er is echter meer. In eigen boezem worde ook onze hand melaats, zo is mijn vrees. Zelfs een zeker weten is het. Ook mijn en jouw leven is niet meer dan een geleefd worden, als we zo van dag tot dag onze platgetreden paadjes maar weer betreden. Misschien jagen we niet zo naar de statussymbolen van het bezit, maar zijn we toch wel altijd bezig, onszelf te dienen.. Dat kan zelfs in de kerk, op de jeugdvereniging, in de kerkeraad, op de preekstoel. Arglistig is ons hart. Al bewegen we ons dan wel binnen de grenzen van wat onder ons als normatief geldt, en dat is een goede zaak, dan kan het toch zijn, dat we het slechts doen om de goede man of vrouw, de degelijke jongen of het ernstige meisje te zijn, dat door ieder geprezen wordt.

Natuurlijk zou ik dit, kunnen, uitwerken. We jagen allen. Of worden we gejaagd? Het lijkt me niet zo zinvol daar in dit artikel alsmaar voorbeelden van te geven. Je mocht eens net bulten die voorbeelden vallen! Kijk maar in je eigen leven. Is er nog tijd voor bezinning? Kom je wel eens met jezelf, en met God tot een gesprek? Of ontneemt zelfs, als je alleen bent, de radio je daartoe de gelegenheid? Stilte is een ongekende luxe geworden voor velen. Een luxe die we niet meer aankunnen of aandurven.

Min de stilte in uw wezen, Min de stilte die bezielt. Zij die alle stilte vrezen, Hebben nooit hun hart gelezen, Hebben nooit geknield.

Daar zit de breuk. Ons gebedsleven is de béste graadmeter van ons geloofsleven. En daarom leven we als geleefd wordenden, als slaven.

Leven

Totdat het woord van de Heere Jezus aan ons vervuld wordt: „Wie Mij vindt die vindt het leven''. Dan mag het leven opbloeien, pril misschien, als onder stof bedolven vaak, maar toch spruit het leven dan uit. En wat leeft, dat groeit. Er is dan ook wasdom. Als dat ergens uit blijkt, dan is het uit de — nog wel niet volkomen, maar toch al wezenlijke — verlossing van de slavernij, die ons in de dienst van satan aan al wat wereld is, ook de nette wereld, geketend, houdt. Willen we niet aan de jacht van dit leven ten onder gaan, in welke vorm dan ook, dan zullen we tot bekering moeten komen. Daartoe roept de Heere ons dan ook in deze tijd op. Dat is niet een vaag, stichtelijk, versleten woord. De bedoeling is heel duidelijk: de mentaliteit moet veranderen. Het is iets dat zich over ons hele leven uitstrekt. Een ommekeer in de manier waarop we de mensen en de dingen zien, en onszelf en onze Schepper; het is een wijziging in onze opvattingen en meningen; in ons levens-en wereldbeeld; in ons levenspatroon. Het is een andere mens, die door de verandering van mentaliteit tevoorschijn treedt. De vruchten des Geestes beginnen dan zichtbaar te worden: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Dacht je dat dat geen ontspanning geeft?

We gaan dan ook anders zien.'Zien is dan niet meer in de eerste plaats de werkelijkheid opnemen en beoordelen als materiaal voor onze belangen, om ze op te nemen in ons levenspatroon. Dat is begeren en heersen. Er komt een wijze van zien, waarvan de wortels veel dieper liggen: in het hart. In het liefhebbende hart. En liefde ziet dieper en scherper en klaarder dan iets anders. Dat hart heeft de liefde tot God centraal en van daaruit tot Zijn schepselen. Dat hart hoeft zich ook niet meer te vergapen aan deze wereld. Dat is hier met een vaak onuitgesproken heimwee als een vreemdeling en bijwoner. Niet als uit de hoogte, maar vol mededogen enerzijds en verwondering anderzijds. Dat hart ziet zijn bezig zijn hier niet als drijving die tot overspanning leidt, maar als een vermaak, van de Heere gekregen, om de tijd tot Zijn verschijning niet al te lang te doen vallen.

In deze tijd, waarin alles wat vastheid aan het bestaan gaf wordt losgewrikt, kan het geloofsoog de contouren zien van de nieuwe toekomst. Israël moest, toen de tiende plaag over Egypte ging, zich reisvaardig maken en het diensthuis achter zich laten en elders een onbekende toekomst tegemoet gaan. Dat geldt ook voor het Nieuwtestamentische Israël. Hier geen blijvende stad zoeken; hier het aardse niet met hand en tand meer verdedigen; maar, en nu citeer ik nogmaals de N.G.B., „die dag verwachten met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onze Heere.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1981

Daniel | 28 Pagina's

LEVEN OF GELEEFD WORDEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1981

Daniel | 28 Pagina's