BOEKBESPREKING
Dr. T. A. Th. Spoelstra: Sterrekunde in de Geschiedenis, uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes
De schrijver geeft in dit boek meer dan alleen maar een overzicht van de ontwikkelingsgang: van de sterrekunde. Hij probeert steeds het kader aan te geven waarbinnen zich de ontwikkeling heeft voltrokken. Daarbij, en juist dat maakt het boek voor ons van belang, wil hij komen tot een bijbelse visie op wat we het probleem geloof—wetenschap noemen. In feite is het boek toegeschreven naar een bepaalde opvatting.
De schrijver begint zijn boek met een overzicht van de egyptische en baby tonische sterrekunde; of beter gezegd, van het wereldbeeld, dat men zich in deze kuituren had gevormd. De belangstelling voor wat er aan de hemel gebeurt is nog sterk religieus gekleurd. Pas bij de Grieken kunnen we spreken van een wetenschappelijke belangstelling. Het babylonische wereldbeeld beschouwt de aarde als plat, terwijl zon, maan en sterren zich op een bepaalde wijze daarboven bewegen.
Bij de Grieken wordt veelal de wereld als bolvormig gezien, terwijl de andere hemellichamen zich rond' deze aarde bewegen. Dit wereldbeeld wordt bestreden door de kerkvaders, mede op grond van argumenten, ontleend aan de Bijbel.
Vervolgens beschrijft dr. Spoelstra hoezeer het wereldbeeld, verandert in de tijd van de Reformatie. Niet langer de aarde, maar de zon wordt gezien als het middelpunt van het heelal. En inplaats dat deze zon om de aarde draait, gaat men er vanuit dat de aarde juist om de zon draait. Copernicu's, Keppler en Galilei dragen elk bij tot de ontwikkeling van deze nieuwe inzichten. Ook nu hebben velen in de kerk moeite dit nieuwe wereldbeeld te aanvaarden.
Zo wijst Calvijn het copernicaanse wereldbeeld' af in een preek over 1 Corinthe. (Brakel deet dat in de Redelijke Godsdienst ook met ongeveer deze woorden: Wie denkt dat de aarde rond de zon draait, die draait het hoofd!).
In het huidige wereldbeeld wordt de aarde gezien als een onderdeeltje van een volkomen willekeurig zonnestelsel, waarvan er ontelbare in de ruimte te vinden zijn. Het is inderdaad een geweldige verandering, die zich in het denken over de plaats van de aarde in de ruimte voltrokken heeft!
Kort gezegd komt de visie van dr. Spoelstra nu hierop neer: steeds als er sprake was van een konflikt tussen geloof en wetenschap, had de kerk moeite een nieuwe ontwikkeling" te aanvaarden, omdat men een (verouderde) wetenschappelijke visie als het ware gesanktioneerd had. De auteur acht het dan ook een gelukkige ontwikkeling, dat er in de kerk van de Reformatie een zekere scheiding komt tussen geloof en wetenschap.
En als de gelovige de natuur onderzoekt, die immers Gods Schepping is, dan zal hij uiteindelijk niet in tegenspraak kunnen komen met wat in de Schrift; te vinden is, omdat het dezelfde God is, die zich in de Schrift en in de natuur openbaart. Daarbij moeten we bedenken, dat de mens een beperkt verstand heeft.
Ik ben er niet van overtuigd dat we zó de tegenstelling tussen geloof en wetenschap kunnen verzoenen. De Bijbel wijst herhaaldelijk op het gevaar van een wetenschap die ij del genoemd wordt, en van God af kan trekken. En ik denk, dat de kerk vaak terecht, beducht is geweest voor het kader, waarin bepaalde theorieën naar voren werden gebracht.
De scheppingsopenbaring is niet een soort „vrijbrief", geen garantie voor schriftgetrouw wetenschappelijk onderzoek. Wel is het zo, dat de gelovige Gods werken in de natuur mag zien, en bewonderen.
Maar er blijven in de wetenschap altijd veel vragen over, die voor de mens een soms bittere worsteling kunnen betekenen, als hij probeert die op te lossen naar wat de Schrift van hem vraagt. Ik geloof niet, dat er ten diepste een „redelijke" oplossing voor. die vragen is; wel kan het benauwende van die vragen door God worden weggenomen, als Hij Zijn vreze geeft in het hart. Er geldt immers, ook bij deze vragen: De vreze des Iieeren is het beginsel der wijsheid.
Graag wil ik overigens het boek van dr. Spoelstra aanbevelen, ter bestudering. Dat zal echter wat moeite kosten, omdat het nogal kompakt is geschreven. Énige voorkennis op het gebied van de geschiedenis van de sterrekunde is wel nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1981
Daniel | 28 Pagina's