JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AGWEZIG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AGWEZIG

6 minuten leestijd

Onze gemeente is vacant. Bij de jeugdbond is ei" een vacature. Ik ga op vakantie.

Drie varianten op hetzelfde thema: afwezigheid, het onbezet zijn. Dit nummer van „Daniël" gaat over geldbesteding en het verschijnt tijdens of vlak voor de vakantie van de meesten van ons. Reden om na te denken over „vakantie en geldbesteding". Misschien betekent vakantie dit voor je: de ieraar is afwezig, de baas is afwezig, je vriend' of vriendin is afwezig, je vader en moeder zijn afwezig, de dominee en ouderlingen zijn afwezig. Vrij spel. Eens in 't jaar vrij spel. Heerlijk jezelf verwennen. Een drankje hier, een gebakje daar, souveniertje zus, avondje uit zo. Moeten ze in „Daniël" zo nodig weer vertellen dat dat allemaal niet mag? Heb ik er niet het hele jaar hard voor gewerkt? Nou dan! Wacht even. Niet zo voorbarig.

Over één ding zullen wij het in eik geval eens zijn: de hemel is nooit vacant. Op bergen en in dalen, ja overal is God. In het. zomerkamp, in de jeugdherberg, op je trektocht. Of je het gelooft of niet, de werkelijkheid 'staat in psalm 139.

De Heere geeft ons veel: eten, drinken, huisvesting, scholing, vrede, vakantie. Maar Zijn gaven zijn niet vrijblijvend. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament kun je lezen, dat Hij van ons eist Hem lief te hebben boven alles en de naaste lief te hebben als onszelf, d.w.z. mededeelzaam te zijn, de arme te helpen, kortom, goede werken te doen. Uit angst voor de dwaling van Rome schuiven wij teksten die spreken van het doen van goede werken nogal eens van ons af. Beklemtoning ervan riekt naar het willen verdienen van de zaligheid. Maar dan verdraaien we de waarheid. De Schrift leert ons niet goede werken te doen, om daarmee de zaligheid te verdienen, maar eenvoudig omdat God het van ons eist als uiting van gehoorzaamheid en dankbaarheid-Hij schiep ons naar Zijn Beeld en dat Beeld blijft Hij van ons eisen. Ook op vakantie. In alles. Dus ook in onze geldbesteding. Wat wij hebben, hebben wij ontvangen, Van de Heere. En daarom, eist, Hij dat wij er zo mee omgaan dat Zijn Naam verheerlijkt wordt. Lees Jesaja 1 er maar eens op na, of Jesaja 3 over de dochters-van Sion.

Laten wij vervolgens eens lezen wat ds. Robert Murray M'Cheine over de bekering schrijft, (Je weet; wel, die Schotse predikant die „Eens was ik een vreemd'ling" geschreven heeft). Uit zijn eigen leven wist hij wel, dat de Heere dingen van ons vraagt, waar wij helemaal geen zin in hebben. Wij moeten ons bekeren, maar dat betekent zo-veel gemis aan jeugdig genot., dat wij er helemaal geen. zin in hebben.

M’Cheine komt dan met een voorbeeld. Stel je - eens voor, zegt hij, dat iemand bepaalde dodelijke kruiden ontzettend lekker vindt. Zijn vrienden willen deze dwaze man ervoor behoeden dat hij zijn snoeplust in daden omzet. Wat kunnen zij doen? Het potje verbergen? Dan zou de man zijn snoeplust blijven, houden en zouden zijn vrienden bang blijven dat hij het potje weer zou. vinden. Nee, veel beter zou het zijn om hem kruiden voor te schotelen die nog veel lekkerder zijn dan de giftige kruiden. De trek naar het dodelijke spul zou dan voorgoed bedorven zijn. Je begrijpt de toepassing. Als wij ons vakantie-geld wegleggen om het aan de armen te geven (zending, woord en daad, vervolgde christenen, etc. etc.) en wij dat doen om aan de eis van de Heere tegemoet te komen teneinde de straf te ontlopen, dan zijn wij als-die man die trek blijft houden in de giftige kruiden. Wij geven ons geld weg met tegenzin, wij besluiten met tegenzin om dan maar niét naar het café te gaan, etc. etc.

M’Cheine tekent een uitnemender w eg, de enige weg. Hij wijst er op dat de Héére ons stenen hart wil wegnemen'en een vle'sen hart wil geven. De Héére bederft onze lust naar het: aardse door Zijn Geest uit te gieten. Tot de zondaar, die gehoord heeft dat de dienst van de Heere moeite en last is, zegt M'Cheine: „dat God niet aanbiedt het dóen in hem te werken, zonder eerst het willen in hem te werken." De Heere belooft

álles te geven. Ook onze bereidheid om naar Hem te luisteren. En hij vervolgt: „Ziet dus toe, gij slechten die de slechtigheid bemint. (— en zijn wij dat niet? —) welk een drangreden U aanspoort tot een onmiddellijke bekering, tot een onmiddellijke omhelzing van Jezus! Indien gij u aan Christus overgeeft, biedt Hij u heden aan de nieuwe schepping; in u. te beginnen — niet om u smart of moeite aan te doen, noch u lasten op te leggen welke gij niet dragen kunt — maar om u een lust en smaak te geven in dingen die alle engelen, alle heilige en zalige wezens in verrukking brengen. Keert u tot Zijn bestraffing!”

Wij gaan op vakantie. Wie ook afwezig moge zijn, de I-Ieere niet. Hij weet wat in ons hart omgaat als wij in de geldbuidel tasten. Wij mogen het er van nemen. Maar alleen als niet-bezittend. Steeds zullen wij ons af moeten vragen of wij de I-Ieere kunnen ontmoeten daar waar we zijn en of wij kunnen dankzeggen bijvoorbeeld voor het gebakje, voor de exkursie, voor de souvenirs. Meestal zal de vrijmoedigheid ontbreken, omdat wij heel goed voelen van binnen dat het egoïsme is, dat ons drijft. De gedachte aan het broodmagere zwarte jongetje en aan de uitgeteerde kankerpatiënt verdrijven wij maar al te vaak. Het mag onze vakantiepret niet drukken. Weggeven kunnen wij altijd nog.

Overdaad schaadt. Tuurlijk, maar liever geen herinneringen daaraan in de vakantie. Is dat gevoel je geheel vreemd?

Misschien vraag je me: Je hebt nou wel iets geschreven, maar nog steeds weet ik niet of ik straks dat. drankje nou wel of niet mag kopen." Tja, dat weet ik ook niet. Ik weet alleen dat de Heere geeft en eist, dat wij een leesbare brief van Christus zijn. Dat kan en moet door het werk van de Heilige Geest (2-Kor. 3 : 2-3). Als je iets graag wilt hebben en er de Heere dankbaar voor kunt zijn dat Hij je die mogelijkheid geeft, koop het dan. En als je geweten je aanklaagt, luister dan niet. langer naar mij, maar luister dan liever naar M'Cheine. Groter van de Heere spreken dan hij kan ik niet.

P.S. Het citaat is uit de preek van M'Cheine over Spreuken 1 : 20-23. Je kunt het vinden in „Uit de nagelaten geschriften van ds. Robert Murray M'Cheine", later uitgegeven onder de titel „de Bron van zaligheid”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1981

Daniel | 28 Pagina's

AGWEZIG

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1981

Daniel | 28 Pagina's