Israël en de kerk
DE VISIE VAN THOMAS BOSTON OF Israël
Het beste geschenk dat we als christenen aan de Joden kunnen geven is het Evangelie van Christus. De Joden hebben het Oude Testament trouw bewaard en het ons gegeven. Laten wij als een bewijs van onze liefde tot Israël het Nieuwe Testament hen ter hand stellen. De Bijbel moet onder alle volken der wereld verspreid worden maar de Joden hebben de eerste rechten. De Kerk des Heeren moet het heilig Evangelie aan Abrahams kinderen aan Israël en Ismaël geven.
Thomas Boston een getrouw prdiker uit Schotland heeft twee eeuwen geleden geschreven over de bekering der Joden. Lees en oordeel zelf wat Boston schreef over de toekomst van Israël.
De bekering der Joden
Er zal eens een dag aanbreken waarop een nationale bekering zal plaats vinden onder de Israëlieten. De nu verblinde en verworpen Joden zullen zich dan bekeren tot het geloof in Christus en zij zullen verenigd worden, met de christelijke kerk. Er zijn zeer vele beloften hierover gegeven in het Oude Testament, maar ik zal het bevestigen vanuit, de brief aan de Romeinen, waar de apostel er opzettelijk op aandringt en er over schrijft.
Hoewel het volk ontzettend gestruikeld is en hoe vreselijk het ook is dat Christus voor hen een. struikelblok is geworden, toch zijn zij niet gevallen om. nooit meer op te staan.
Hebben zij gestruikeld opdat zij vallen zouden? Dat zij verre; maar door hun val is de zaligheid de heidenen geworden, om hen. tot jaloersheid te verwekken.
Terwijl hun struikeling door ongeloof de heidenen d.eed leven, nadat zij eeuwen in de duisternis en zonder kennis van God hadden voortgeleefd, zo zal God de genade die Hij schonk aan de heidenen gebruiken om de Joden wakker te schudden tot de ware kennis, langs een weg van heilige naijver, zodat zij tot zichzelf zullen inkeren gelijk de verloren zoon. Het verbond met hun vaderen gemaakt, in het bijzonder met Abraham dat Hij de God zal zijn van het zaad van de aartsvader verzekert de bekering van dit volk. Het is met dit verbond net als met sommige rivieren waarvan men kan zien dat zij een tijd lang bovengronds stromen, maar dan plotseling door de aarde opgeslokt worden en ondergronds stromen om kilometers verder bovengronds verder te stromen, totdat, zij de zee bereiken. Zo loopt het verbond zichtbaar tot aan de dagen van de apostelen. Nu is het niet meer zichbaar, maar door de bekering der Joden zal het zichtbaar worden om nooit, meer verworpen te worden. De apostel zegt dat ze door het verbond nu nog een heilig, volk zijn, een door God uitverkoren natie. En God zal niet altijd toornen op datgene wat Hijzelf geheiligd heeft. Zij hebben nog steeds het voorrecht een uitverkoren volk te zijn.
‘Maar aangaande de verkiezing zijn ze beminden om der vaderen wil’.
En uit kracht van het verbond gemaakt met de vaderen, heeft God dat volk lief. En Gods raad zal zeker op daden ten goede uitlopen omdat de giften en roepingen. van dat volk tot aanneming en verbond onherroepelijk zijn. 'Want de genade gift en de roeping Gods zijn onberouwelijk’.
De apostel verklaart dit met nadruk in Romeinen 11. Daarin toont hij aan dat de verharding van de Joden maar voor een deel is, die een bepaalde tijd zal duren, totdat er een nationale bekering zal plaats vinden en zo zal geheel Israël zalig worden. Hier wordt het geestelijk Israël niet bedoeld, want hun bekering zou geen verborgenheid zijn zoals deze. Maar zoals de bekering van de heidenen een verborgenheid is geweest voor de Joden en voor de heidenen onder het Oude Testament, evenzo is de bekering van de Joden een verborgenheid voor de heidenen en de Joden onder het Nieuwe Testament. En zoals vele Joden dit toen niet wilden geloven, zo geloven nu vele christenen het andere niet.
Gebed voor de Joden
Geloof het en laat de bekering der Joden een onderwerp in onze gebeden zijn. Dat we voor de bekering van de Joden de genadetroon mogen aanlopen als een waterstroom. Laten we ervoor bidden, niet alleen in het openbaar, maar ook in het stille gebed, in onze binnenkamer.
Schaamt u om te zeggen: „Wat gaat het ons aan"? De Joden waren bekommerd over ons toen wij in hun toestand waren en zij in de onze, daarom is het onze plicht dat wij hen deze liefde vergelden. Neem deze zaak ter harte.
Wat denkt u van Farao's schenker in de gevangenis, die Jozef had vergeten terwijl hij beloofd had hem te helpen? Broeders, wij christenen, waren eens opgesloten in de gevangenis van ongeloof; toen wandelden de Joden in vrijheid, maar zij bekommerden zich om ons. Nu zijn zij in de gevangenis en wij zijn op vrije voeten gesteld. Zullen wij hen nu vergeten? 'Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig' zijn'. Hebt u de Heere Jezus Christus lief tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk en heerlijkheid in deze wereld? Bid dan, ja bid' in ernst voor de bekering der Joden. Hebt u niet geleerd te bidden 'Uw koninkrijk kome'? O, wat een vermeerdering van de roem zal de bekering van de Joden voor de Middelaar zijn.
U zou dan in deze wereld de kroon op een meer plechtige en heerlijke wijze op het hoofd van Christus kunnen zien, meer dan ooit tevoren. Dan zullen wij kunnen meeroepen met de schare uit Openbaring 19 : 6: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst". En als u de grote bruiloftsdag ter ere van Christus1 in de wereld wilt zien, luister dan: Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid”.
O broeders, weest niet bekrompen van geest, maar toont dat u een hart hebt voor het algemeen welzijn. Inderdaad, wij geloven-dat Jezus Christus de Zoon van God is, en we geven Hem eer. Maar o, wat een rijke heerlijkheid zou Hem toekomen wanneer zij, die eens Zijn volksgenoten waren en die-Hem als een misdadiger hebben gekruisigd en hun daad' tot op deze dag rechtvaardigen, tot berouw zouden komen en Hem met ons zouden toebehoren. Hebt u een weinig medelijden met een volk met verloren gaande zielen. Bidt dan voor haar bekering. Menselijk medelijden zou ons moeten vervullen cv-er de toestand: waarin de Joden nu verkeren. Zij zijn in een hopeloze toestand voor de eeuwigheid. 'Hij die niet gelooft zal hebben, zal verdoemd worden'. Maar er is nog meer waarvoor wij ons moeten inzetten terwill-e van Israël, meer dan voor enig ander volk ter wereld.
God Zelf heeft Zich over hen ontfermd, niet alleen vanouds toen Hij hen had uitverkoren,
maar omdat Hij in het bijzonder heeft beloofd hen te bekeren, terwijl andere volken in een meer algemene belofte werden opgenomen.
Do betekenis van de Joden voor ons
Alle middelen van genade en aanneming door Jezus Christus die wij nu hebben en voor ons zijn, hebben wij door de Joden verkregen. Zij waren onze leermeesters in de kennis van God en zij waren de eersten om ons de Bijbel, het Boek des Heeren in onze handen te geven. Het was de Mozes van de Joden, het waren de profeten, de apostelen — allen Joden — die het Boek hebben geschreven, door hetwelk het ontvangen van het eeuwige leven voor ons mogelijk is geworden. Ja zelfs was het hun volksgenoot Jezus, Die de grond is van al onze hoop, van Wie wij geloven dat Hij Gods Zoon is, „Welker zijn de vaders en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke God is boven allen te prijzen in der eeuwigheid, Amen”.
Het licht dat onze donkere wereld verlicht heeft, had zijn oorsprong bij de Joden. En nu onze leermeesters verblind zijn, zullen wij dan niet voor hen smeken: „Heere, dat ze ziende mogen worden".
Alle voorrechten, van de kerk in welke' wij tot op deze dag: ogen delen, waren de hunne. „Welke Israëlieten zijn, welker is de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden en de wetgeving, en de dienst, van God en de beloftenissen". Wij hebben meer dan de overige heidenen die nog steeds in duisternis wandelen en vreemdelingen van Gods verbond zijn. En waarom? Omdat wij gekomen zijn in de tenten der Joden, waardoor Gods heerlijkheid ons vertoond werd. „God breide Jafeth uit en Hij wone in Serns tenten en Kanaan zij hem een knecht" (Gen. 9 : 27).
Maar helaas, de oorspronkelijke eigenaars hebben door een dwaze daad hun tenten verlaten. Er is echter nog plaats voor hen en voor ons in deze tenten.
Wij zijn ingeënt in hun olijfbomen, want zij zijn de natuurlijke takken (Rom. 11 : 2-7-21).
Hebt u enige liefde voor de kerk, voor het werk van de Reformatie, ja voor de reformatie van de wereld?
Hebt u een begeerte: at-er een grote reformatie in de kerk zal komen; en het leven dat nu tot stilstand is gekomen, weer moge bloeien, - een kerk die-nu in groot verval is? Bidt dan om de bekering der Joden. Hebt u een sterk verlangen naar een opwekking in de kerk, die nu als een vallei vol dorre doodsbeenderen daar ligt? Zou u verblijd zijn wanneer de Heilige Geest leven zou inblazen in de kerk? Bidt dan voor de bekering der Joden. „Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen .dan het leven uit de doden"? (Rom.. 11 : 15).
Gods genade
De kerk zit nu al meer dan 17 eeuwen aan de tafel en velen zijn door God heerlijk verzadigd geworden met hemelse spijzen. Maar de eeuwen naderen hun einde, de nacht breekt aan en dan nadert het avondmaal. En dat is de beste maaltijd in 's Heeren huis. De Joden worden nu geroepen, want het avondmaal is gereed. Zalig zijn zij, die daaraan deel zullen nemen.
Wanneer de zonde vastgehouden wordt met een godsdienstige overtuiging, dan wordt zij als het ware met. ijzeren ketenen vastgebonden.
De satan heeft het meeste sukses als hij Gods Woord gebruikt en misbruikt om ergens in het. hart van de mens in te dringen. Zo handelt hij in deze tijd ook met de Joden, die met een verblind geweten Gods eer en wet verachten en Christus verwerpen. Maar genade zal de vijandschap van de Jood verbreken. De genade overmeesterde Paulus, die dacht dat-hij goed handelde door tegen de naam van Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen te doen.
Tegen de genade Gods helpt geen recept. De satan heeft door middel van het ongeloof de Joden meer dan 1700 jaar in zijn macht gehouden. De vaders hebben van geslacht, op geslacht hun kinderen geleerd Jezus Christus te verwerpen.
Maar de genade zal hen eens verlossen van de listige omleidingen van de satan, niettegenstaande hij hen gedurende vele jaren in zijn macht heeft gehad.
De genade brengt tot stand wat de grootste oordelen niet kunnen bewerken. De zonden die de Joden gedaan hebben doordat ze Christus gekruist hebben is een zonde zonder weerga. De straf die zij verdiend hebben, bleef niet achterwege. „Want alsdan zal er een grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld af tot nu toe en ook niet zijn zal". Die verdrukking rust nu nog op de Joden. Wat een hopeloze toestand. Maar hoe hopeloos het ook moge zijn, een uitstorting van Gods Geest zal daarin een gezegende verandering brengen. Bidt, schreeuwt, worstelt met uw ganse hart om de uitstorting van de Geest, opdat de Joden tot God bekeerd zullen worden. Tot zover Thomas Boston.
Naschrift
De paus van Rome heeft in de vijftiende eeuw het oordeel over het volk Israël uitgesproken. Hij zegt: „Wij katholieken zijn het geestelijke Israël, wij zijn door God tot Zijn volk aangenomen. Het joodse volk is voor altijd door God verworpen. Ze zullen nooit meer Gods volk worden”.
Dit oordeel is in strijd met wat de Bijbel ons leert in de brief aan de Romeinen. God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij tevoren gekend heeft. In Gods Woord staan meer dan twintig uitspraken dat het oude joodse volk in het laatst der dagen tot God bekeerd zal worden.
Helaas, vele roomskatholieken en eveneens protestanten houden vast aan deze dwaling, ondanks dat de staat Israël hersteld is en veel Joden weer wonen in het land van hun vaderen.
Thomas Boston, Wilhelmus d Brakel en de mannen van de Nadere Preformatie hebben een zuiver bijbels standpunt over Israël en de Kerk des Heeren. De roomskatholieken, de anabaptisten, de labadisten en anderen hebben het mis in hun visie op het volk van Israël.
Laat ons bidden zonder ophouden voor de bekering van het volk der Joden. Nederland is ook van de God des levens afgeweken. Het zal misschien nog niet zo ver zijn als Israël, maar toch hebben wij eveneens bekering nodig opdat de Heere ons om onze zonden niet zal straffen met het oordeel der verharding.
Israël is voor ons een baken in zee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1981
Daniel | 28 Pagina's