JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

EN NU, NUNIA? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

EN NU, NUNIA? (1)

EEN VERHAAL UIT DE KERKGESCHIEDENIS

6 minuten leestijd

EEN VERHAAL UIT DE KERKGESCHIEDENIS

Nunia staat voor het raam en laat haar smalle handen rusten op de ruwe vensterbank. Een ogenblik gunt ze zich rust.

Beneden zich ziet ze de witte huizen van de stad. Hoog daarbovenuit torent de tempel van Mitthra, vlakbij het paleis van koning Mirian.

Maar Nunia let niet op die indrukwekkende gebouwen. Ze staart naar de verre horizon, waar de bergtoppen van de kleine Kaukasus zich blauwig aftekenen tegen de lucht. Wat zou ze graag over die ongenaakbare bergen heenkijken! Maar als grimmige reuzen bewaken ze haar.

Er komt een waas voor haar ogen. Ze is immers niet vrij meer. Ze mag niet eens verlangen naar daarachter, naar haar vaderland Armenië. En toch — dat verlangen laat zich niet verdringen.

Nunia leunt met haar hoofd tegen de koele muur en droomt weg. Een zoete droom is het. Ze zit. met haar vader in de tuin onder de schaduw van een paar bomen en praat met hem. Dan loopt ze naar binnen en roept lachend; „Moeder......!”

Met een ruk komt ze tot bezinning. De werkelijkheid overspoelt haar als een zwarte golf. Hun huis is er niet meer. Een zwartgeblakerde ruïne is overgebleven. De tuin zal wel verwilderd zijn. En ook haar vader en moeder zijn er niet meer — dood.

Alleen zij, Nunia, is er nog, weggevoerd naar dit ruwe land Iberië. Maar is ze er nog wel? Ze is immers niet meer van zichzelf, ze is toch van Ghadani, de generaalsvrouw, die haar gekocht heeft? Ze is alleen maar een zwoegende slavin, iemand zonder rechten.

Nunia zucht, Even voelt ze weer dezelfde verbijstering als toen ze als enige christin in dit huis aankwam, en ze zich afvroeg: Wat nu? Wat moet ik nu doen? Hoe moet het nu verder? Maar toen had God haar antwoord gegeven: Nu komt het erop aan, Nunia. Nu moet je getuigen.......

Ze vouwt haar handen op de stenen vensterbank en bidt om berusting, om overgave aan wat God voor haar bedoeld heeft. Als ze na een poosje haar hoofd opheft is ze weer rustig geworden. De Iieere heeft haar getroost. Hij heeft

haar opnieuw laten zien: Je bent van Mij, Nunia. Mijn Zoon heeft je gekocht met Zijn bloed. Je bent vrij...

„Nunia! Nunia!”

Een meisjesstem roept haar. Dapper dringt Nunia haar tranen terug en rept zich de trap af. Beneden staat een jong slavinnetje. Ze kijkt Nunia opgewon- den aan.

„Je moet bij mevrouw Ghadani komen, Nunia!”

Nunia schikt haastig de plooien van haar kleed recht en wil naar de vertrekken van haar meesteres gaan. Maar de slavin houdt haar tegen: „Ze is buiten, Nunia, op straat!”

„Op straat? " Nu wordt Nunia nieuwsgierig. „Wat is er dan? ”

„Dat zul je wel zien. Kom maar mee..." Nunia loopt achter haar aan naar buiten. Daar ziet ze een groepje mensen. Mevrouw Ghadani staat er bij en praat met een vreemde dame. Samen buigen ze zich over een wieg, die door twee slavinnen gedragen wordt.

Nunia blijft geduldig aan de kant. staan, tot mevrouw Ghadani haar wenkt. „Nunia, kom eens kijken!”

Verlegen komt Nunia dichterbij. „Ach." Ze kan een zucht van medelijden niet weerhouden. Tussen het beddegoed ziet ze een vuurrood babygezichtje met schitterende koortsogen. De ademhaling, gaat met korte stoten. Wat. moet dat kindje ziek zijn. Want zo'n rondgang om huis aan huis te vragen naar een middel ter genezing wordt pas in uiterste nood gedaan, weet ze.

„Kun jij mijn kindje helpen? " De moeder pakt in een radeloos gebaar de arm van Nunia.

„Ik? ” De vlammen slaan Nunia uit. Verward kijkt ze naar mevrouw Ghadani. Die knikt haar toe, alsof ze zeggen wil: Toe maar, Nunia!

Maar Nunia schudt haar hoofd. „Ik kan niet helpen, mevrouw." De teleurstelling in de ogen van de vreemde dame doet haar pijn.

„Maar je hebt toch een God, Nunia, die volgens jou wonderen kan doen? " dringt mevrouw Ghadani aan.

„Ja”, zegt Nunia en ze kijkt naar het kindje. „De Heere kan wonderen doen." Ze voelt dat alle ogen op haar gericht zijn. Wat verwachten ze van haar?

In een flits gaan haar gedachten terug naar die andere keer, dat haar gevraagd werd naar haar God. Toen ze tegenover Bakar, de generaal, getuigen moest. En ze had verteld hoe Christus meer dan 300 jaar geleden geboren was., gekruisigd werd en weer opstond uit de doden. Ze had 't gedurfd toen. Ze moest gewoon spreken, al waardeerde Bakar haar verhaal helemaal niet. Maar mevrouw Ghadani vroeg er later nog wel eens naar.

Opeens weet' ze wat ze moet doen. Want nu verwachten ze niet alleen iets van haar, maar ook van haar God. Ze zal bidden.

„Genezen kan ik uw kindje niet", zegt ze. „Maar ik zal tot mijn God bidden, bij Wie uitkomsten zijn ook tegen de dood...”

Nunia knielt neer. Met haar handen gevouwen op de rand van de wieg, bidt ze haar gebed. De mensen om haar heen kijken neer op haar gebogen hoofd. Ze durven niet te praten in dit gewijde ogenblik. Maar als Nunia opstaat en zich terugtrekt, verdringen ze zich om de wieg.

Verbeelden ze het zi.ch nu... of is die ademhaling wat gelijkmatiger geworden? De moeder van het kindje duwt de anderen opzij. Gretig kijkt ze. Ja, 't lijkt of de kleur wat normaler wordt. De koortsige oogjes vallen dicht... het kindje valt in een rustige slaap.

De dame pakt dankbaar Nunia's hand. „Mijn kind wordt beter! Hoe kan ik je bedanken? " Ze biedt haar dure geschenken aan. „Zeg maar wat je hebben wilt!" Maar Nunia weigert.

„Geeft u God alleen de eer", zegt ze alleen. En terwijl de vrouwen opgewonden kwetteren rond de wieg, slipt ze ongemerkt naar binnen.

Het kan niet uitblijven dat er de volgende dagen druk gepraat wordt over wat er gebeurd is. Zelfs de koningin hoort er over. En Bakar — al wil hij zelf niets van Nunia's God weten - — is toch wel een beetje trots op wat zijn slavin gedaan heeft.

Op een dag komt er een boodschap voor Nunia uit het paleis. Of ze direkt wil komen, want de koningin is gevaarlijk ziek geworden. Nunia schrikt. Ze is toch geen tovenares! Ze stuurt de boodschapper terug. Ze kan het niet doen...

(wordt vervolgd)

Dordrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1981

Daniel | 28 Pagina's

EN NU, NUNIA? (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1981

Daniel | 28 Pagina's