GEREFORMEERDE GEMEENTEN TOEN EN NU
„Dominee G. H. Kersten, die in 1907 de Gereformeerde Gemeenten en in 1918 de SGP oprichtte, is voor de stillen in den lande, de zwarte-kousen kerkers, geweest wat Abraham Kuyper was voor de kleine luyden. Precies als Kuyper zocht Kersten voor zijn groep een ontwikkeling in isolement: „Daar ligt onze kracht", hield hij zijn toehoorders op de partijdag van de SGP in 1946 voor. De Gereformeerde Gemeenten bouwden een eigen kerkorde, een eigen predikantenopleiding en eigen scholen voor waarlijk Gereformeerde jongeren. Die eigen scholen groeiden uit tot scholengemeenschappen. In Amersfoort, in Rotterdam en in Gouda worden ze bezocht door kinderen uit de wijde omgeving.”
Een vertekend beeld
Enkele jaren geleden verscheen in het weekblad „Vrij Nederland" een uitvoerig artikel over onze gemeenten. Bovenstaande zinnen heb ik letterlijk overgenomen uit dit artikel om te illustreren dat buitenstaanders vaak een vertekend beeld hebben van onze gemeenten. Het zou zelfs weinig moeite kosten om te laten zien dat soms bewust een vertekend beeld gegeven wordt. Ik denk bijvoorbeeld aan , de publiciteit rond de polio-epidemie van enkele jaren geleden. Soms lijkt het wel of men meer begrip kan opbrengen voor extreme groepen als de Bagwan-beweging, dan voor mensen van orthodox protestantse huize. Ongetwijfeld zullen ook heel wat jongeren van onze gemeenten op school of op hun werk onbegrip tegenkomen of soms zelfs vijandige opmerkingen te verwerken krijgen. Zo van: „Behoor jij tot zo'n zware kerk waar ze overal tegen zijn? " Meestal volgt er dan nog: „dan moet je zeker iedere zondag tweemaal naar de kerk... Ik begrijp niet dat je dat volhoudt.”
Als je zulke opmerkingen te verwerken krijgt, zal het je vast weieens moeilijk vallen een ander beeld te geven van onze gemeenten. Dan bedoel ik niet dat je dan in de verdediging zou moeten gaan om toch maar een zó positief mogelijk beeld te geven. In de zin van: „Ik zal eens-wat anders vertellen, zo achterlijk zijn wij nou ook weer niet " Dat niet! Ik bedoel het anders.
Probeer eerlijk te vertellen wat ons beweegt. Waarom wij zijn, zoals wij zijn. Hoe onze gemeenten zijn ontstaan en wat wij op grond van de Bijbel geloven. Daarbij mag je gerust iets vertellen over de verschillende aktiviteiten in ons kerkelijk leven.
Met het oog op dat gesprek wil ik je in deze bijdrage enkele aanknopingspunten geven. Ik stel me maar voor dat er over onze schouder heen iemand meeleest die weinig of niets van onze gemeenten afweet. Tegelijk realiseer ik me dat het niet mé-valt om iets, waarover veel te zeggen is, kort samen te vatten. Toch wil ik het proberen.
Een stukje geschiedenis
Voor het ontstaan van onze gemeenten moeten we terug naar het begin van deze eeuw. In 1907 is voor het eerst sprake van een kerkverband dat de naam Gereformeerde Gemeenten draagt. De wortels van het ontstaan van onze gemeenten zijn echter al te vinden in de 19e eeuw, in de periode van afscheiding van de Herv. Kerk. De afscheiding is geboren uit verzet tegen de tijdgeest van de 18e en 19e eeuw. Een tijd waarin het menselijk kunnen hoog in het vaandel stond geschreven; ook in de vaderlandse kerk drong deze geest steeds meer op. De bijbelse leer van zonde en schuld, van genade en verzoening door het. bloed van Christus werd terzijde geschoven. Daarbij werd door Koning Willem I op onwettige wijze een kerkbestuur (synode) ingesteld die allerlei nieuwe regels (bijvoorbeeld het zingen van gezangen tijdens de kerkdiensten) verplicht opgelegd aan de gemeenten.
Toen gebeurde er iets dat. voor de kerk in ons land verstrekkende betekenis heeft gekregen. In 1834 kwam de afscheiding op gang. Vele gemeenten traden uit de Ned. Herv. Kerk omi zich te voegen bij de Chr. Afgescheiden Gemeenten.
Jaren later verenigen de Chr. Afgescheiden Gemeenten zich met de gemeenten die ontstaan zijn uit de Doleantie (waarbij dr. A. Kuijper genoemd moet worden) tot de Gereformeerde Kerken. Dit proces van afscheiding van de vaderlandse kerk was enerzijds een droevig gebeuren. Er was een breuk geslagen in de reformatorische kerk in ons land. Anderzijds mogen we de afscheiding ook zien als het wonder van de 19e eeuw. Vele gemeenten konden het beginsel van de Reformatie niet prijs geven. En dat zien we tot op de dag van vandaag (ondanks het verval in de afgescheiden kerk) nog als een wonder, door God gewerkt.
In de 19e eeuw was er ook een kleine groep afgescheiden gemeenten die als Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis zelfstandig wensten te blijven. Zij konden de voorwaarden die Koning Willem I de afgescheidenen aanbood tot vrijheid van kerkhervorming niet aanvaarden. De Kruisgemeenten meenden het Koningschap van Christus over zijn Kerk te verloochenen, wanneer zij vrijheid van godsdienstoefening aanvroegen bij een aards vorst. Deze gemeenten hebben zich in 1907 met de Ledeboeriaanse gemeenten verenigd tot de Gereformeerde Gemeenten. De Ledeboeriaanse gemeenten waren ontstaan uit de aktie van ds. L. G. C. Ledeboer, predikant te Benthuizen. Deze predikant werd in 1841 afgezet omdat hij zich niet. langer kon verenigen met de Reglementenbundel en de gezangen. Op verscheidene plaatsen in ons land stichtte hij door de nood gedwongen, gemeenten die niet anders wensten dan terug te keren tot de kerkregering, aanvaard door de Synode van Dordrecht in 1618-1619. In 1907 voegden zich 13 Kruisgemeenten en 22 Ledeboeriaanse gemeenten bij het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten.
Aan de tot standkoming hiervan heeft, ds, G. H. Kersten een belangrijk aandeel gehad.
In leer én leven . . .
Om de eigen weg van de Gereformeerde Gemeenten temidden van de andere kerken te kunnen begrijpen wil ik ook wijzen op de belangrijkste verschillen in leer en leven. Direkt na de afscheiding waren deze verschillen reeds aanwezig. In de Kruisgemeenten en de Ledeboeriaanse gemeenten werd sterk de nadruk gelegd op de verlorenheid van de mens en op de onmacht van de mens vanwege de zondeval. In de prediking werd de diepe verlorenheid van de mens getekend, terwijl in de Chr. Afgescheiden Gemeenten sterk de nadruk werd gelegd op de eis dat ieder moet geloven dat Jezus Christus zijn Zaligmaker is, op grond van het aanbod van Gods genade aan alle hoorders. Dit aanbod van Gods genade werd ook in de Kruisgemeenten en Ledeboeriaanse gemeenten geleerd, maar tevens werd de nadruk gelegd op de noodzaak van bekering, wedergeboorte én het werk van de Heilige Geest.
Tot op de dag van vandaag worden deze bijbelse noties in onze gemeenten beklemtoond. In de prediking wordt de verlorenheid van de mens getekend, zodat de rijkdom van Gods genade in Christus voor verloren mensen destemeer schittert. De dringende oproep tot bekering en de aanbidding van Gods genade gaan gepaard met een heenwijzing naar de noodzaak van het werk van de Heilige Geest in ons leven.
Ongetwijfeld zal er sprake zijn van aksentverschillen in de prediking. Die verschillen waren er vroeger, ze zijn er ook vandaag. Ondanks alle verscheidenheid mogen we echter ook vaststellen dat er geen sprake is van fundamentele wijzigingen in de eigen weg die onze gemeenten gegaan zijn vanaf haar ontstaan in 1907.
Voor de regering van de kerk geldt nog steeds de Dordtse kerkorde opgesteld voor de Synode te Dordrecht in 1618-1619. De Drie Formulieren van Enigheid (de I-Ieidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels) funktioneren als kerkelijk akkoord voor onze gemeenten, zij hebben bindend gezag,
In de Gereformeerde Gemeenten is vanouds sterk de nadruk gelegd op de praktijk van de godzaligheid. Dat wil eenvoudig zeggen: ons leven dient in overeenstemming te zijn met ons belijden. Het mag niet zo zijn dat we 's zondags beamen wat vanuit Gods Woord tot ons komt, terwijl we de rest van de week daarmee geen rekening houden. Onze doop verplicht ons reeds tot een leven naar Gods Woord. Wij leven niet anders dan de mensen om ons heen, omdat we zo graag anders willen zijn.-Wij leven anders — als het goed is — omdat de I-IEERE dat van ons vraagt!
Uit onze levenshouding blijkt of we ernst maken met de dienst, des HEEREN. En dan moeten we eerlijk bekennen dat er op dit punt wel het één en ander verandert is in onze gemeenten. Vroeger stonden wij bekend om onze eenvoudige en sobere levenswandel. Vandaag is het vaak anders. Inderdaad onderscheiden we ons op bepaalde punten van de wereld om ons heen. Wij zijn bijvoorbeeld tegen het bezit van televisie,
omdat door de moderne massamedia de dingen van de wereld onze gezinnen in beslag gaan nemen. De plaats die de Heere toekomt in ons leven en in ons gezinsleven wordt steeds meer in beslag genomen door de dingen van deze tijd. De welvaart heeft ons niet alleen zegen gebracht. Daarom wordt in prediking en pastoraat ook gewezen op de noodzaak van een persoonlijke omgang met God. De persoonlijke verhouding tot de Heere komt tot uiting in ons leven van iedere dag. In onze gemeenten is nog steeds de schat bewaard gebleven van de verborgen omgang met God. Deze schat is in andere kerken vaak verloren gegaan. Door Gods genade wordt ze vandaag in onze gemeenten nog gevonden, zelfs bij jonge mensen!
Uitbouw van het kerkelijk leven
De uitbouw van het kerkelijk leven van onze gemeenten vindt voor een deel plaats tussen de beide wereldoorlogen. Er komt een eigen Theologische School voor de opleiding van aanstaande predikanten. We krijgen een eigen kerkelijk blad: „De Saambinder". In deze periode is de centrale figuur binnen de gemeenten d> s. G. H. Kersten. Bij de instituering van de Gereformeerde Gemeenten was er nauwelijks sprake van een eigen kerkelijk besef. Vandaar dat ds. Kersten vaak tegen de stroom moest oproeien. Soms duurde het vele jaren voordat bepaalde taken daadwerkelijk ter hand werden genomen. Vele gemeenten en sommige predikanten zagen de noodzaak van uitbouw van de gemeenten en deelname op het gebied van de politiek (SGP) en gereformeerd schoolonderwijs nauwelijks in. Feitelijk wilde men liever in een isolement en binnen de bekende strukturen blijven. Daarbij kwam dat het aantal predikanten en gemeentenleden met een middelbare of hogere opleiding gering was. Het vele werk komt. vaak op de schouders van enkelen terecht. Wel is er sprak van een permanente groei van het ledental van de gemeenten. In 1947 zijn er 132 gemeenten met 20 predikanten en 57.347 leden en doopleden. De naoorlogse periode is een moeilijke periode geweest voor onze gemeenten. Het maatschappelijk isolement wordt steeds meer doorbroken. De noodzaak van verdere uitbouw van het kerkelijk leven doet zich sterker gevoelen. De gemeenten worden zich meer bewust dat zending, evangelisatie, jeugdwerk e.d. tot de roeping van de kerk behoren, Dat brengt spanningen met zich mee, terwijl juist in deze periode er onderlinge verschillen openbaar komen rond de opleiding van aanstaande predikanten en de inhoud van de prediking. In 1953 voltrekt zich een scheuring binnen de gemeenten. 15 gemeenten, 5 predikanten en ongeveer 9.000 leden en doopleden verlaten onze gemeenten.
Ondanks deze droevige ontwikkeling blijven de gemeenten groeien, zodat er thans 158 gemeenten zijn met 58 predikanten en 82.500 leden en doopleden.
In de achterliggende twintig jaar is er op allerlei gebied een sterke groei van kerkelijke aktiviteiten waar te nemen. Ik denk aan de zorg voor de militairen, het jeugdwerk, de zending, evangelisatiewerk, zorg voor gehandicapten, de bejaardenzorg, het onderwijs enzovoorts. In een volgend nummer van ons jeugdblad hoop ik daar nog nader op in te gaan. Ook dat behoort immers bij het beeld van onze gemeenten! Ons gesprek over de Gereformeerde Gemeenten mag echter niet eindigen met het noemen van getallen en aktiviteiten. Hoewel niet onbelangrijk, gaat het in Gods Kerk toch allereerst om het onzichtbare werk van de Heilige Gees in de harten van zondige mensen. Daarom belijden we, ook vandaag, dat het niet ons werk is, maar het werk van Hem die Zijn Kerk in stand houdt. Zelfs ondanks onze kerkelijke zonden. Hij is de Getrouwe!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1981
Daniel | 28 Pagina's