LEIDING GEVEN AAN EEN -16 VERENIGING
VRAAGGESPREK MET DE HEER JAC. WEEDA
Het aantal —16 verenigingen is de laatste jaren behoorlijk toegenomen. Bij de 120 verenigingen zijn ongeveer 350 leiders en leidsters betrokken die een keer per week of per twee weken proberen om de jongens en meisjes een fijne en zinvolle avond te geven. In dit speciale nummer van Daniël willen we ook aan hen aandacht besteden. Daarvoor hadden we een gesprek met de heer Jac. Weeda uit Dordrecht.
Mijnheer Weeda, kunt u ons iets vertellen over uw eigen vereniging?
We zijn hier in Dordrecht eerst als knapenvereniging begonnen. Dat was natuurlijk niet zo in de haak, want ook onze meisjes hebben „recht" op een vereniging. Daarom hebben we later de dames uitgenodigd en nu hebben we een gemengde vereniging. Maar ja, ook het ledenaantal groeide van ongeveer 20 naar 60. Daarom hebben we de groep gesplitst. Zo hebben we nu een —13 en een —16 groep met 35 en 20 leden. We hebben gelukkig wel acht personen die leiding geven. Achter de schermen moet heel wat gebeuren om de avonden te vullen. Meestal wordt er een onderwerp gehouden en na de pauze doen we handenarbeid. Soms hebben we een gastspreker in ons midden. We hebben om de veertien dagen klub op vrijdag-of zaterdagavond.
Wat is de grootste trekpleister voor de jongens en meisjes om naar de klub te komen?
Ik denk dat ze in de eerste plaats komen omdat het een trefpunt is voor vrienden en vriendinnen, maar toch ook wel omdat er gewoon belangstelling is voor het programma. We proberen daarom meestal iets nieuws te brengen. Onze jongeren hebben een „gezonde" nieuwsgierigheid; en willen op deze leeftijd graag meer weten van de „volwassen" wereld.
Is het nodig om het programma aantrekkelijk te maken of komen de jongelui toch wel?
We proberen het programma zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Maar daarbij blijven we wel binnen de doelstelling van onze vereniging. In het algemeen hebben we een vaste groep. Er melden zich weinig nieuwe leden aan en dat vinden we wel erg jammer. Ik denk niet dat dit te wijten is aan de vulling van de avond.
Vindt u dat de kerk een taak heeft ten opzichte van de jongeren?
Ja nou! Het zijn immers haar eigen leden, hoewel ze nog jong zijn.. Ook over hen heeft de kerk de taak van herder-zijn. Het is de opdracht om jongeren te vormen voor kerk en maatschappij. Het gaat daarbij om de zorg voor hun zielshehoud, maar ook om hun staan in de maatschappij. Daarbij moeten we ook bedenken dat de jongeren van vandaag de kerk van morgen zullen zijn. Onze jongens en meisjes leven in een betrekkelijk beschermde wereld, maar dat blijft niet zo. Daarom is het onze taak om de jongelui voor te bereiden op hetgeen de wereld biedt en bovenal op wat God biedt. We mogen dit in liefde vertellen in het licht van Gods Woord. Ik weet wel dat we dat niet van onszelf hebben, maar de Heere wil ons dat schenken op het gebed. Zo kan en moet de kerk onderwijs en vorming geven om de jeugd te wapenen voor de toekomst. God Zelf bouwt Zijn kerk, maar mensen mogen het middel zijn.
Zorgt het verenigingswerk voor een bepaalde binding met de kerk?
Dat vind je denk ik al terug in het voorgaande .Ook de vereniging heeft o.a. als taak vormend onderwijs te geven. Het bindend karakter moet als het goed is te vinden zijn in het steeds weer heenwijzen naar de kerk. De kerk niet alleen als instituut, maar ook als een gemeenschap van mensen die geloven in de drieënige God, Die zondige mensen
nog zaligen wil uit genade. Er moet dus op de vereniging een sfeer zijn die ook in de kerk te vinden is. Dat bindt samen. Door de jeugd een plaats te geven in het verenigingsleven, geeft, men hen een plaats in de kerk.
Is het waar dat jongeren van 12 tot 16 jaar gevoelig zijn voor godsdienstige opvoeding?
Als je deze jongelui beter leert kennen, merk je al gauw dat ze niet alles meer voor vaststaand aannemen. Ze zijn op zoek naar waarheden. Was het vóór deze leeftijd voldoende om te weten dat God de zonde haat, nu willen ze weten waarom. Daarom is het juist op deze leeftijd zo belangrijk dat er goede leiding gegeven wordt. Deze jongelui hebben ook respekt voor iemand bij wie het „echt" is. Belangrijker dan woorden, is dan ook misschien wel het goede voorbeeld geven. Daar moeten wij ons als leiders en leidsters goed van bewust zijn.
Kunt u ons iets vertellen over de problemen van deze jongeren?
Er zijn inderdaad, veel problemen bij deze jongeren. De meeste hebben met de leeftijd te maken en gaan gelukkig weer over. Ze worden veroorzaakt door de onzekerheid waarin ze leven. Het is dan ook op deze leeftijd erg belangrijk dat er mensen zijn die naar hen kunnen luisteren. Ook daar moeten leiders en leidsters erg attent op zijn, want je merkt die behoefte aan kontakt niet altijd.
Er wordt in onze gemeenten veel voor de jongeren gedaan, maar is er niet het gevaar dat ouders de opvoeding op de kerk afschuiven?
Het is niet voldoende als de ouders de kinderen meenemen naar de kerk, ze naar een reformatorische school sturen en naar de kerkelijke vereniging. Ze moeten thuis ook over de Heere en Zijn dienst spreken, met elkaar bidden en vooral trachten voor te leven. De liefde tot God en Zijn dienst moet in onze gesprekken de boventoon voeren. Van onszelf kunnen we dat niet, maar we mogen ons er zo niet van af maken. De Heere Zelf kan hierin ook wijsheid geven. I-Iet jeugdwerk moet aansluiten op de opvoeding van de ouders, het mag er nooit voor in de plaats komen.
Wilt u nog een slotopmerking maken?
Ik hoop dat door middel van de verenigingen Gods Koninkrijk mag worden uitgebreid. Dat we niet alleen gezelligheid zoeken, maar dat we leren de Heere te zoeken in onze jeugd, want dan belooft de Heere: „Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden, "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1981
Daniel | 28 Pagina's