DE KERK, JE MOEDER
Misschien kijk je een beetje vreemd aan tegen de titel van dit artikel in dit bijzondere nummer van ons jeugdblad dat aan de kerk gewijd wordt.
Mogen we de kerk „onze moeder" noemen? Het doet je wellicht wat vreemd aan, omdat de Roomse Kerk dikwijls als de „Heilige Moeder-kerk" wordt aangeduid. Toch is het gebruik van het woord „moeder" in verband met de kerk niet ongepast, maar zelfs uit de Heilige Schrift afgeleid. Ook door de ou.de kerkvaders werd dit begrip heel dikwijls gebezigd om de band tussen de kerk en de gelovigen aan te duiden. En Calvijn schrijft op gelijke wijze in de Institutie. Laten we eens een gedeelte van het onderwijs van de geneefse reformator over de kerk met elkaar lezen. Uit het vierde boek, hoofdstuk 1, paragraaf 1, citeer ik:
„Over de ware kerk, met welke wij eenheid moeten onderhouden, omdat zij de moeder is van alle vromen....
Ik zal dan beginnen bij de kerk, in wier schoot God wil, dat Zijn kinderen verzameld worden, niet alleen opdat ze door haar moeite en dienst gevoed worden zolang ze zuigelingen en kinderen zijn, maar opdat ze ook door haar moederlijke zorg geregeerd worden totdat ze opgegroeid' zijn en eindelijk tot de eindpaal des geloofs komen. Want deze dingen, die God samengevoegd heeft, mogen niet gescheiden worden (Matth. 10 : 9), dat voor hen voor wie Hij een Vader is, de kerk ook een moeder zij, en dat niet alleen onder de wet, maar ook na de komst van Christus, gelijk Paulus getuigt (Gal. 4 : 26), die leert dat wij kinderen zijn van het nieuwe en hemelse Jeruzalem.”
De schat die „onze moeder” is toevertrouwd
Het voortbrengen van kinderen is de moederlijke roeping bij uitnemendheid. Zo is dan de taak van de kerk om „geestelijke kinderen" voort te brengen. Die geestelijke kinderen moeten deelgenoten van het heil Gods gemaakt worden, naar Gods raad. Dat werk Gods in de geestelijke geboorte gaat niet buiten het Woord en de verkondiging ervan om. Het Woord is het door God verordineerde instrument en aan de kerk is die prediking als een schat gegeven. Dat is haar hoge roeping, haar meest eigenlijke opdracht: Predik het Woord.
Onderscheid maken
Nu zul je al wel begrepen hebben dat wij het beeld van „onze moeder" met voorzichtigheid moeten gebruiken. We moeten onderscheid maken tussen de uiterlijke kerk, op de erve waarvan we uit kracht van onze geboorte en de gemeente van de geroepen uitverkorenen, waartoe we alleen door waarachtige wedergeboorte kunnen behoren.
Toch wil Calvijn de naam „moeder" ook op de zichtbare gemeente betrekken. In paragraaf 4 van hoofdstuk I, boek IV van de Institutie, schrijft hij:
„Maar aangezien nu ons voornemen is te handelen over de zichtbare kerk, zo laat ons alleen uit de naam „moeder" leren, hoe nuttig, ja noodzakelijk de kennis omtrent haar voor ons is; dewijl er geen andere ingang is tot het leven, indien zij ons niet in haar schoot ontvangt, baart, ons voedt aan haar borsten, en eindelijk onder haar hoede en leiding neemt, totdat wij na het sterfelijke vlees afgelegd te hebben, gelijk zullen zijn aan de engelen.”
De gebreken van onze moeder
Natuurlijk weten we wel dat de kerk door de eeuwen heen in haar uiterlijke verschijning veel gebreken heeft ver-
toond. Ook onze gemeenten. We erkennen het met schaamte; we moeten het niet willen verdoezelen. De herders en leraars door wie God onze gemeenten wil onderwijzen, blijken gebrekvolle mensen te zijn. Dat moet ons ootmoedig stemmen. We mogen „onze-moeder" liefhebben, haar ook die „eer, liefde en trouw bewijzen", die wij haar schuldig zijn, maar haar „zwakheid en gebreken" niet over het hoofd zien.
Zullen we echter „onze moeder" versmaden omdat ze gebreken vertoond? Gebreken die ontegenzeglijk ook in de bewaring van de haar toevertrouwde schat, zijn aan te merken? Nee!
Ook met deze „onze moeder" mogen we en behoren we geduld te hebben. God bracht ons door haar onder de prediking; de Heere liet ons door haar onderwijzen. Geef veel eer acht op de zegeningen die je in en door de kerk, ook in de kring van de Gereformeerde Gemeenten ontving, dan dat je verachtelijk, over soms opvallende gebreken struikelend, je hovaardig zou afwenden.
Moederlijke zorg
Calvijn spreekt duidelijk van de voortdurende zorg die de kerk voor haar leden moet dragen. Hij spreekt van „moederlijke zorg".
Het doel van die zorg is de opbouw en de wasdom van de gelovigen; hun bewaring in de wereld waarin ze leven; hun troost in moeiten en kruis dragen; bun onderricht in Gods wegen en handelingen. Die zorg blijven we nodig hebben. Altijd!
Nooit zal iemand kunnen of mogen zeggen: , , 'k Heb de kerk niet meer nodig, " Dat is tegen de orde Gods.
Die zorg strekt zich ook naar het hele leven van de leden uit. Ze kan daarbij van verschillende middelen gebruik maken. En hoewel we de prediking van Godsevangelie het middel bij uitnemendheid moeten achten, mogen we niet de andere gegeven middelen veronachtzamen. Zo zijn de werkzaamheden op de onder het kerkelijk opzicht staande verenigingen ook een instrument waarin de „moederlijke zorg" van de kerk mag uitgeoefend worden. In het bijzonder over onze jonge mensen die aan zoveel vreemde verleidingen blootstaan. We achten het een zegen dat op veel verenigingen zoveel goed werk voor onze jongens en meisjes gedaan mag worden.
Het behaagt God je door haar te regeren!
Gods leiding gaat over alle dingen in het leven. Ook over het feit dat God ons in deze Gereformeerde Gemeenten deed geboren worden of door Zijn bijzondere leiding ons daar bracht. Dat mag je nooit vergeten.
In het natuurlijke leven is het een goddelijke leiding ons die moeder te geven die we gekregen hebben. Onze Catechismus zegt het duidelijk: het behaagde God! Dat bepaalt onze houding tegenover onze moeder.
Vergelijkenderwijze gesproken mogen we ook hier zeggen: het behaagde God je deze moeder te geven. En uit kracht van dit behagen ben je geroepen om haar lief te hebben, haar ook in trouw verbonden te zijn, in haar leed mee te lijden, in haar smaad met haar je te vernederen. Want God voegde ons samen!
Laat dat ook in , deze bewogen tijd, waarin we ons met onze gemeenten inniger verbonden weten dan ooit, ons dringen om in die nauwe gebondenheid haar zorg als de onze te dragen en in de trouw jegens haar te bidden om haar heil, vrede, bloei en welvaart!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1981
Daniel | 28 Pagina's