JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

STAAN IN DE WERELD

Bekijk het origineel

STAAN IN DE WERELD

11 minuten leestijd

„In de wereld, maar niet van de wereld." Je kent dit zinnetje ongetwijfeld. Zo hoort het. Maar 't is vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan. In. 't eigen beschermde milieu valt het al niet mee, laat staan als je helemaal op eigen benen staat, middenin de maatschappij. Een aantal jongeren die sinds enkele jaren hun middelbare schoolopleiding hebben afgesloten, zijn door de redaktie gevraagd in ons blad iets over hun ervaringen te vertellen. Hieronder vind je hun reakties.

KONSEKWENTIES VAN HET (DOOP) LID ZIJN

EEN DIENSTPLICHTIGE

Van 5 september 1979 t/m 3 oktober 1980 heb ik in Ede en Nieuw-Millingen in dienst gelegen. Als dooplid van de Gereformeerde Gemeenten word je dan gekonfronteerd met. allerlei situaties en vragen waarbij het niet meevalt je principes overeind te houden. De eerste avond in de Elias Beeckmankazerne vroegen de jongens waar ik mee op kamer lag of ik zin had mee te gaan naar een bingo-avond in de naastgelegen kazerne. Het leek me nogal onschuldig, dus besloot. ik om met de jongens mee te gaan. Toch was de werkelijkheid anders, " want de muziek was er zo hard dat je trommelvliezen bijna zouden barsten. In de pauze heb ik de kaarten aan de jongens teruggegeven en ben alleen naar mijn kamer gegaan. En zo is het meer voorgekomen.

Sta je dan altijd alleen? Nee, zeker niet. Om maar eens een voorbeeld t.e 'noemen: op onze kamer, waar we met z'n tienen lagen, was er ééntje ontzettend vijandig tegen elke vorm: van godsdienst. Toen ik een keer een grapje maakte, zei hij: „Bidt maar gauw, anders kom je niet in de hemel." Op dat moment maakte een ongelovige jongen die naast me lag zich kwaad en zei tegen de spotter: „Als je niet gauw je mond houdt, sla ik je in mekaar." Zo gaat het soms ook.

De verzoekingen tot zonde zijn in dienst legio. Hoe vaak ze me gevraagd hebben om mee naar de film te gaan, weet ik niet meer, maar gelukkig heb ik altijd nee kunnen zeggen. Denk niet dat het altijd even gemakkelijk gaat om nee te zeggen. Neem je echter voor je principes vast te houden, want dat waarderen je kameraden. Eén misstap echter, en je bent alle respekt, kwijt. Geef vooral niet toe bij het aanbieden van sterke drank. Het blijft echter niet bij 1 pilsje. Ik heb gezien hoe jongens die nooit gedronken hadden, dronken op hun kamer kwamen, 'k Vertel dat niet om boven hen te gaan staan, want „wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle.”

Is er dan niks positiefs aan militaire dienst? Zeer zeker wel. Je leert wel op jezelf te staan. Je gaat om-met jongens die heel anders denken en je wordt dan wel gedwongen tot verantwoording en tot het uitkomen voor je mening. Je kunt het dan wel eens moeilijk krijgen en je eenzaam voelen, maar er is ook dan een Adres waar je met al je vragen en problemen terecht kunt. Laat dat maar een zaak Van het gebed zijn. Schaam je niet om 's avonds voor het naar bed gaan te bidden (in Ede deden ze dan de TV voor me uit).

Persoonlijk vind ik dat het Deputaatschap voor de Militairen er veel voor doet om de jongens in dienst met raad en daad terzijde te staan, 't Is fijn om te weten dat er met je mee wordt geleefd en dat er voor je gebeden wordt op het „thuisfront”.

Als laatste wens ik alle jongens die nog in dienst moeten toe wat je vinden kunt in Psalm 119 : 5 (berijmd).

Jan Westeneng

EEN WERKER IN DE GEHANDICAPTEN-ZORG

Sinds enige tijd werk ik op de Hartenberg' in Ede, een inrichtingvoor geestelijk gehandicapten. Ik ben daar groepsleider over 12 mannen van een laag niveau (idioot — imbeciel). De Hartenberg is van oorsprong een prot. chr. stichting, maar nu in feite oecumenisch van opzet. Zo ziet men protestanten en roomskatholieken als gelijken. In een groepsdiskussie kwam: dit onlangs nog naar voren. Als je clan zegt het daar niet mee eens te zijn, sta je duidelijk alleen. Mijn mening werd wel gerespekteerd, maar eigenlijk vond m, en dat er op deze manier sprake was van diskriminatie.

Ook ontmoet je kollegas' die niet in Gods Voorzienigheid geloven. Waarom dan al die ellende in de wereld? Als God dit bestuurt, is Hij een-sadist. Probeer dan maar eens: uit te leggen dat dit komt door de zondeval. Dat is ontzettend moeilijk.

Naast de omgang met kollega's stelt ook de werkpraktijk je wel eens voor vragen. Er wordt op de Hartenberg bijvoorbeeld ook aan karnaval gedaan, weliswaar in simpele vorm. Wie op die avond dienst heeft, moet met de bewoners mee naar het feest. Gelukkig had ik geen. dienst, want ik zou het moeilijk gevonden hebben om mee te gaan.

Nog een voorbeeld: er wordt met de bewoners gebeden voor het eten en slapen gaan.Je bidt dan bij en met iedere bewoner apart. Dit vind ik vaak moeilijk, want ze kijken ondertussen alle kanten op en praten er soms doorheen. Wat zouden ze er van begrijpen? Maar al kunnen ze zelf niet. bidden, ik geloof dat God ook zulke gebeden kan en wil verhoren.

De omgang met kollega's is goed, ondanks kerk-en meningsverschillen. Een vereiste is wel om voor je standpunt uit te durven komen. Ook al is dit niet altijd even gemakkelijk, het is wel nodig om gerespekteerd te worden.

Aart Jan v. d. Visch

EEN STUDENT HBO-V

Ik ben 22 jaar oud en zit momenteel in het derde jaar, het stage-: jaar, van de Hogere Beroepsopleiding Verpleegkundigen (HBO-: V). Erg belangrijk tijdens deze opleiding is de persoonlijkheidsvorming die gestuurd wordt door de HBO-V leiding en niet geheel waardenvrij is.

Het was min of meer een schok om vanuit een reformatorische omgeving — de Van Lodenstein-scholengemeenschap — plaats ; te nemen in een groep van 20 mensen die bijna allemaal radikaal {anders dachten dan ik. Dit tekende zich pas goed af als er over onderwerpen gesproken werd als: abortus, euthanasie, samen-| levingsvormen, e.d. In zulke gesprekken moet je geen verstoppertje spelen, maar duidelijk, laten merken dat je een christelijke achtergrond hebt. Dan is er een grote kans dat er over jouw achtergrond vragen worden gesteld. Het is dan erg moeilijk om uit te leggen dat je niet. alleen christelijk bent, dat begrijpen veel mensen nog wel, maar dat en waarom, je lid bent van zo'n „zware kerk" als de Ger. Gem. en dat je bijvoorbeeld tweemaal per zondag naar de kerk gaat.

Dan kom je veel vragen, onduidelijkheden en onbegrip tegen. Het vuur wordt je zo nu en dan na aan de schenen gelegd.

In gesprekken over bovengenoemde onderwerpen krijg je een andere kijk op dit. soort vragen. Je gaat je afvragen waarom je zo denkt, of je niet met oogkleppen op loopt. Het kan zelfs zover komen dat je je op een gegeven moment gaat afvragen of je wel goed' zit op de opleiding,

Erg belangrijk voor mij waren m'n kontakten met de kerk, m'n

familie, vrienden, verenigingen, bijeenkomsten van verzorgende beroepen en Het Richtsnoer en het lezen van boeken van gelijkdenkende schrijvers. Op de opleiding is het moeilijk om een eigen plaats in te nemen en om geaksepteerd te worden. Bij gelijkdenkenden is de moeilijkheid om een juist beeld te scheppen hoe er op de opleiding gewerkt wordt en welke problemen daaruit voortkomen, om daar aandacht en begrip voor te vragen.

Voordat ik op de HBO-V kwam, bezocht ik regelmatig bijeenkomsten van de Verzorgende Beroepen om me te oriënteren, vragen te stellen en om me voor te bereiden op de HBO-V. Als ik nu terugkijk, geloof ik dat op de reformatorische school meer aandacht besteed kan worden aan je houding tegenover datgene van wat je op een „neutrale" opleiding te wachten staat, hoe daar dingen inhoudelijk benaderd worden. Dit zal het makkelijker maken om daar zijn/haar verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Wim van Toor

Na mijn schoolopleiding heb ik ongeveer anderhalf jaar administratief werk verricht. Dit werk lag mij niet. Ik voelde mij teveel opgesloten. Het politievak heb ik altijd al interessant-gevonden. Zeker in de maatschappij waarin wij nu leven waar recht en normen steeds meer vervagen, ligt er ook voor mensen uit onze kringen en niet alleen voor andersdenkenden een taak bij de politie.

Na een aantal keuringen te hebben ondergaan ben ik op de Opleidingsschool van de Rijkspolitie in Apeldoorn aangenomen. Er volgde een jaar van hard werken; zowel lichamelijk als geestelijk werd er veel van je gevraagd. Met sukses heb ik deze opleiding af kunnen sluiten en ik ben daarna geplaatst in de gemeente 's-Gravenzande.

Mijn ervaring is dat men voor iemand die zich opstelt volgens bepaalde beginselen toch respekt heeft. Deze beginselen zul je echter moeten vasthouden in alle omstandigheden. Dikwijls word je gekonfronteerd met totaal andere levenswijzen en levensopvattingen, en het is dan wel zaak dat je niet enkel spreekt, maar ook handelt naar je beginselen.

Op zondag is het ook je taak om je dienst te verrichten. In onze samenleving wordt de zondag, helaas door velen niet, meer doorgebracht op de wijze waarvoor die is ingesteld. Het handhaven van de orde is toch ook op zondag een noodzakelijke taak. Door deze zondagsarbeid voel ik mij in deze taak niet bezwaard.

Dikwijls wordt er na de zondagsdienst gevraagd om hier of daar mee naar toe te gaan. Zoveel mogelijk probeer ik na de dienst de zondag echter door te brengen zoals wij daarin zijn opgevoed.

Wij mogen ons toch niet schamen om voor God en Zijn Woord' uit te komen. Ook niet in ons werk in allerlei omstandigheden. Het is wel steeds nodig om te vragen wat David deed in psalm 86: „Lees mij naar Uw wil te handelen, dan zal ik in Uw waarheid wandelen."

Jan Mulder

EEN HTS-STUDENX

Ik ben 20 jaar en 3e jaars student aan de H.T.S. te Hilversum; studierichting Chemische Technologie (Proceskunde).

Het studentenleven is een wereld apart., erg boeiend maar ook verleidelijk. Als student heb je enorm veel vrijheid. Je leeft in een wereld met een hele losse moraal. Maar het is ook: een wereld waarin God van je vraagt om naar Zijn Woord te leven.

Eens werd mij, na een paar opmerkingen over het weer, de volgende vraag gesteld: Jij bent gelovig, hè? Ik wil morgen gaan zeilen, kun je niet voor mij bidden of het gaat waaien? " Tijdens een lezing werd er een uitspraak uit de Bijbel geciteerd, met daaraan gekoppeld de opmerking:2000 jaar oud en nog steeds aktueel. Achter me hoorde ik iemand zeggen:2000 jaar oud, heb ik dus niets meer mee te maken.

Vaak kom: je in dergelijke situaties terecht als je het niet verwacht. De moeilijkheid is dan: hoe moet ik reageren? De houding van de meeste studenten is: dat hij in de Bijbel gelooft, moet hij weten, als hij mij er maar niet mee lastig valt. Maar dienen wij ons niet af te vragen: is het wel christelijk als ik daar de ander niet mee lastig val?

Vaak is het moeilijk' om voor je principes uit te komen, tochis het meestal drempelvrees. De eerste keer voor het eten bidden en danken in een kantine is het moeilijkst. Als men eenmaal weet aan welke kant je staat, zal men niet anders van je verwachten. Je moet niet bang zijn om voor je principes uit, te komen, die ander is dat toch ook niet. Hij laat toch ook zien dat de Bijbel geen waarde voor hem heeft. Soms kom je door bijvoorbeeld' te bidden en te danken voor het eten juist in aanraking met mensen van „eigen soort". Mijn ervaring is, dat je problemen samen makkelijker aankunt, dan alleen. Situaties waar jij zo gauw geen antwoord op weet, weet de ander soms wel, of omgekeerd, ('k Waardeer dan ook de bijeenkomsten belegd door het Deputaatschap voor studerenden heel erg.)

Tijdens je studie zul je over allerlei (levens-)vragen na moe-, ten denken, men verlangt nu eenmaal een antwoord van je. Soms, als je deze vragen doorspeelt naar „het thuisfront", heb ik het idee dat je niet begrepen wordt. Men heeft vaak geen voorstelling van de wereld waarin je je als student bevindt. Toch zijn, denk ik, de vragen van studenten niet anders dan van niet-studerenden. Misschien is. alleen .de manier van benaderen, geheel anders.

Ik geloof niet dat je je moet afzonderen van je medmestudenten, maar je moet goed weten waar je in meegaat. Ik ben met twee vrienden naar de H.T.S. gegaan. In het begin tijdens de pauzes gingen wij vaak apart zitten in de kantine (kon je rustig bidden en danken voor het eten). Na een paar weken zijn wij bij de rest van de groep gaan zitten, zonder onze principes op te geven. Tijdens de evaluatie van het eerste jaar hoorden wij dat men het erg waardeerde dat wij ons aangesloten hadden. Misschien wek je door je af te zonderen de indruk dat je de ander niet goed genoeg vindt?

Studeren geeft, problemen op het principiële vlak (dit begint vaak al tijdens de introduktie-dagen). Maar zijn die er ook niet op andere plaatsen? Ik denk niet dat dit je van een studie hoeft te weerhouden, want je mag toch vragen of God jou tijdens je studie wil staande houden.

Jan Willem Verwijs

De bovenstaande reakties van jongeren laten aan duidelijkheid niets te wensen over. We staan midden in de wereld, maar we horen daarvan niet te zijn. Reformatorische scholen zouden daar wat meer op kunnen voorbereiden. De bijeenkomsten van de diverse d, eputaatschappen zuorden gewaardeerd. Je kunt al veel moeilijkheden voorkomen door eerlijk en konsekwent te zijn.

Toch blijft het een zoorsteling, maar door Gods genade kun je staande blijven.

G. P. P. Hogendoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1981

Daniel | 28 Pagina's

STAAN IN DE WERELD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1981

Daniel | 28 Pagina's