DE HUISHOUDELIJKE VERGADERING VAN DE JEUGDBOND
Zaterdag 4 april 1981. Uit alle delen van ons land zijn in totaal zo'n 200 afgevaardigden van de +16 en—16 verenigingen naar Rotterdam gekomen om de huishoudelijke vergadering van de Jeugdbond bij te wonen. Voor de eerste maal in de 50-jarige geschiedenis van de Jeugdbond vergaderen de sekties +16 en —16 gezamenlijk. Dit hangt samen met de nieuwe bestuursstruktuur. Op de agenda is dan ook een belangrijke plaats ingeruimd voor de bespreking van de gewijzigde statuten en het gewijzigd huishoudelijk reglement. Een ander agendapunt is de bespreking van het jaarverslag 1980. Aan de hand hiervan is met, elkaar gesproken over allerhande zaken die het jeugdwerk betreffen.
Hem gehoorzaam, zijn . . .
In zijn openingswoord naar aanleiding van Hebr. 5 : 8 en 9 stelde ds. A. Elshout Christus' gehoorzaamheid centraal. Hij heeft, er alles voor over gehad om zondaren zalig te maken. Hij is gehoorzaam geweest voor ongehoorzamen. Het gevolg is dat er mensen zijn die Hem gehoorzaam zullen zijn.
Als we Christus gehoorzaam, zijn doet Hij ons op 't spoor van Zijn geboden wand'len. We gaan dan bij dagen en bij nachten Zijn wil bepeinzen en onze gang besturen naar 's Heeren wetten. God wil en kan jeugdwerk gebruiken om gehoorzaamheid te wekken en te versterken.
Een nieuwe bestuursstruktuur
De Jeugdbond kent wat het bestuur betreft een bondsbestuur, een sektiebestuur +16 en een sektiebestuur —16. Hiervan houdt het bondsbestuur zich bezig met algemene beleidszaken zoals bijv. financiën en personeelszaken. De sektiebesturen richten zich voornamelijk op het werk op de verenigingen en in de distrikten.
Eén van de belangrijkste wijzigingen heeft betrekking op de verkiezing van het bondsbestuur. In de oude struktuur werden sektiebestuursleden gekozen op de huishoudelijke vergaderingen, die werden afgevaardigd' naar het bondsbestuur. Omdat ieder bondsbestuurslid ook deel uitmaakte van een sektiebestuur leidde dit. tot overbelasting van enkele bestuursfunkties. In de nieuwe struktuur worden de leden van het bondsbestuur rechtstreeks gekozen op een gekombineerde huishoudelijke vergadering. Om een opeenhoping van werkzaamheden te voorkomen zullen niet alle bondsbestuursleden worden gedelegeerd naar een sektiebestuur. Het voorstel, dat reeds aan de verenigingen was toegezonden werd uitvoerig besproken. Nadat alle vragen waren beantwoord ging de vergadering unaniem akkoord met de voorgestelde wijzigingen.
Komen en gaan
Na een aantal bestuursjaren hebben mevr. E. de Bruin-Visser en de heren P. L. Huijser en C. L. M. van Noort afscheid genomen van het bestuur. Zij werden allen, en met name de penningmeester dnr Huijser, hartelijk dank gezegd voor al het gedane werk. In verband met de wijziging van de statuten was het gehele bondsbestuur aftredend. Zodoende moest er worden gestemd voor 16 bondsbestuursleden. De stemming leverde op dat gekozen zijn: ds. A. Elshout (le voorzitter), M. C. Blok (le sekretaris), H. Nieuwenhuis (le penningmeester), C. Brouwer, G. van Dalfsen, C. Deelen, ds. J. Driessen, J. van Dijke, B. S. van Groningen, mej. P. I-I. I-Ierweyer, J. Hoekman, J. Kattenberg, ds. R. Kattenberg, C. G. van Kralingen, mej. A. Rietveld en D. J. Thijssen.
De zes nieuwe bestuursleden werden hartelijk welkom geheten in het bestuur.
Verslagen
Het jaarverslag 1980 gaf aardig wat stof tot bespreking. Een verheugende ont.wikkeling is de voordurende groei van de jegdbond. Dit blijkt uit onderstaand overzicht aantal 15
Het overzicht laat zien dat de sektie —16 de laatste vijf jaren een enorme groei heeft doorgemaakt. De groei in de sektie +16 is eruit. Alleen in 1980 en hopelijk ook. in de komende jaren neemt het aantal +16 verenigingen iets toe.
Ruim 5000 jongeren komen dus in aanraking met het jeugdwerk. Toch is dit nog maar 25% van de jongeren van onze gemeenten! Het blijft daarom van groot belang om zich te blijven bezinnen op mogelijkheden om meer jongeren bij het jeugdwerk te betrekken.
Voor het goed funktioneren van het jeugdwerk blijft ook de kadervorming onmisbaar. Het lijkt erop dat de bestuursleden van de verenigingen het belang hiervan minder inzien. Dit is, mede gezien de subsidiëring: van deze aktiviteiten een minder gunstige ontwikkeling. De stijging van de subsidie blijft, nog steeds achter bij de groei van het jeugdwerk. De kerkelijke bijdragen worden daardoor steeds belangrijker. In totaal hebben 33 gemeenten in 1980 niet bijgedragen. Via het jaarverslag: zijn verder nog allerlei zaken meer of minder uitgebreid besproken.
Tenslotte . . .
Dit verslag eindigt weer met het openingswoord: door Christus' gehoorzaamheid worden ongehoorzamen weer gehoorzaam. God. wil het jeugdwerk gebruiken als een middel in Zijn Goddelijke handen om, ook bij jongeren deze gehoorzaamheid te werken en te versterken. Dit geeft zin aan ons jeugdwerk en moet ons de moed en zin geven om te doen wat onze hand in het, jeugdwerk vindt om te doen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1981
Daniel | 32 Pagina's