SAMENKOMST VAN BEZINNING EN GEBED
„Verder besluiten we weer een bezinningssamenkomst te houden, liefst op zaterdag 23 maart Enkele dames verlaten de vergadering om een grote zaal te bespreken. De Juliana'nal in Utrecht, de Expohal in Hilversum en de Rai in Amsterdam zijn niet beschikbaar. Eindelijk lukt het met de Ahoyhallen in Rotterdam. Een zaal van 4500 personen."
Dit zijn een paar regels uit de notulen van een vergadering van het Comité Vrouwenbonden op Gereformeerde Grondslag.
Het had nog heel wat voeten in de aarde voor alles rond was. Is er wel plaats genoeg? In 1976 waren er ongeveer 6000 belangstellenden. Tenslotte lukte het na ettelijke telefoongesprekken om de Eemhal te huren met 6000 stoelen.
Samenkomst
Het, is zaterdag 28 maart, half twee in de middag. In de grote hal is nog slechts een handjevol mensen. Hoe moet dat gaan? Staan de sprekers straks voor een vrijwel lege zaal? Slechts langzaam druppelt men binnen, bij groepjes van 3 en 4 personen. De leden van de regelingskommissie lopen doelloos, heen en weer na het vele vooraf verrichte werk.
Maar dan opeens rijdt de ene bus na de andere het hek binnen en er komen er zoveel .dat het verkeer om het gebouwenkomplex in de knoop raakt.
Uit het hele land is men naar Rotterdam gekomen. Verschillende groepen in klederdracht. Er is ons verteld dat er uit Staphorst zelfs een groep in rouwkleding is. We zien de prachtige kappen uit Huizen, de witte kragen van de Veluwe en uit Overijssel. Er zijn bussen uit Zeist, Veenendaal, Aalst, Ommen en Flakkee.
Het is met recht een „samenkomst". Niet alleen is het vervoer gezamenlijk georganiseerd, maar ook tijdens de vergadering is er sprake van grote saamhorigheid. Er wordt erg goed geluisterd en als uit één mond gezongen. Samen wordt schuld; beleden: „Wij hebben gezondigd" en samen wordt er gebeden: „O Heere, hoor!" omdat de oorzaak van de samenkomst, de abortuswetgeving, ons allen aangaat.
De overgrote meerderheid van de aanwezigen zal het wetsontwerp „Afbreking zwangerschap" afwijzen. En wellicht zijn er slechts enkele voorstanders aanwezig. Jammer dat het omgekeerde niet het geval is? Neen, in de berichtgeving zijn we er vanuit gegaan dat het een bijeenkomst zou zijn van tegenstanders. Het doel is dan ook bezinning en gebed en geen beïnvloeding.
Wel zien we onder de aanwezigen vertegenwoordigers uit de Eerste en Tweede Kamer, namelijk de heren Meulemans en Van der Jagt (le Kamer) en d.e heren ds. Abma, Van Dis en Van Rossum (de SGP-fraktie uit de 2e Kamer).
Bezinning
Het thema van deze samenkomst roept op tot bezinning over de almacht en de trouw des Heeren: De HEERE is God en Hij regeert. Wat een troost ligt daarin. De Heere is bekleed met sterkte en veel sterker , dan 't geweld van de wateren. Zijn macht is groot, Zijn trouw zal nooit vergaan; al wat. Hij ooit beloofd heeft zal bestaan. Woorden van bezinning worden gesproken door:
Mevr. A. C. Meijwaard-Fuite die met enkele woorden de vergadering opent en o.a. spreekt: „De Heere aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat wij het in Zijn hand zouden geven." Zij wijst hier op het doel waartoe de Heere ons slaat. „Zie de dagen komen dat Ik uw arm zal afhouwen en de arm van uws vaders huis, dat er geen oud man in uw huis wezen zal; dat. is: Ik zal u beroven van uw sterkte, te weten van uw kinderen", waarin zij onze aandacht vestigt op de rechtvaardigheid van het oordeel.
„Keer weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot u keren". Dat is een raadgeving met een belofte.
Woorden van bezinning ook van ds. H. Hofman:
„Wij zijn medeverantwoordelijk voor de afval die zich openbaart en moeten onze zonden bewenen. De Heere heeft ons gemaakt. We zijn Zijn borduursel. Job zegt: Hij heeft ons als leem bereid. Een ieder van ons moet hier rekening mee houden. Ook het ongeboren leven is zondig en waardig om weggeworpen te worden, maar ook onder hen zijn er voor wier overtredingen Christus is verbrijzeld. Ook het leven van het kind in de moederschoot is door de Heere God geformeerd. Laten we dat bedreigde leven op Hem werpen! Respekteren wij de grootheid van Gods schepping? "
Prof. W. H. Velema spreekt:
In een paar maanden tijd zijn er velen anders gaan denken over dit wetsontwerp. Stonden zij er aanvankelijk afwijzend tegenover; in december j.1. hebben zij voorgestemd. Zijn wij wel waakzaam? De regering, bestaande uit liberalen en christen-demokraten, draagt nu de volle verantwoordelijkheid voor dit wetsontwerp. En wat is het gevolg als dit wetsontwerp wet wordt? Dan ontstaat, er een rechteloosheid, niet alleen ten opzichte van het ongeboren kind, dat op de wens van de moeder kan worden vernietigd, maar ook ten opzichte van de verpleegkundigen.
Als tegen deze wet „ja" gezegd wordt kunnen na deze grensoverschrijdingen geen andere beslissingen meer tegen gehouden worden (denk aan euthanasie).
In een rechtsstaat heeft de overheid de plicht om het leven te beschermen, maar door deze wet zal in onze samenleving het recht van de sterkste gelden. Maar God zal rekenschap vragen van elke senator, van elk kamerlid, maar ook van elke kiezer. Mevr. A. B. F. Hoek-van Kooien wijst ons op het gevaar van het misleidend taalgebruik waarmee de voorstanders van abortus provocatus ons trachten te beïnvloeden. Zij spreken o.a. van een klompje cellen, slijm e.d. Mevr. Hoek stelt daartegenover dat, elk nieuw mensenleven uniek is en dat op het moment van de bevruchting alles reeds is vastgelegd: de bloedgroep, of het een jongen of een meisje is, de kleur, enz. enz. Onderbreking van het menselijk leven, op welk moment dan ook is moord.
De opdracht van de arts in deze is goede voorlichting, meewerken om abortus tegen te houden en te helpen de moraal te veranderen.
Mevr. Hoek roept ook op tot bezinning over onze houding ten opzichte van onze medemensen. O.a. vraagt zij ons of wij Hebr. 13 : 1 en 2 wel in de praktijk brengen: Hebben wij de .deur geopend voor het zwangere meisje? "
Drs. W. Chr. Hovius staat met ons stil bij de eerbied voor het leven en spreekt dan o.a. deze woorden: „We moeten belijden dat doding van het leven ten diepste in ieder mens aanwezig is; we maken deel uit van een volk dat steeds meer afglijdt. Het, is zo als het ook in Daniël 9 staat „wij" niet zij, hebben gezondigd en hebben onrecht gedaan, bij ons is de beschaamdheid der aangezichten! Wij dienen hier niet vanuit de hoogmoed te zijn. Hoe zou dat ook kunnen als we Gods wet hebben leren kennen en het recht Gods eerbiedigen. De God des levens gaat boven het. leven uit; Uw goedertierenheid is beter dan dit leven. Ons leven is Zijn opdracht. En als we God eerbiedigen dan hebben we ook respect voor Zijn schepping. Vreest God en houdt Zijn geboden want dat betaamt alle mensen!"
Gebed
Het voorgelezen bijbelgedeelte: salm 22 : 1-14 begint met een gebed van de lijdende Christus, als Borg voor Zijn volk, dragende de toorn Gods vanwege onze zonden.
Ds .Hofman roept op tot gebed. We mogen het niet verwachten van ons gebed, maar van de Heere onze God. Gelijk een knecht ziet op de hand zijns Heeren, om nooddruft te begeren. In het gebed mogen wij het bedreigde leven op God werpen. „Laat ons verootmoedigen en het geloof onze kracht zijn, omdat het bloed van Christus , de grond van onze smeking is", aldus ds. Hofman.
„Houdt sterk aan in het gebed". Coll. 4 : 2 is het uitgangspunt van Prof. Velema. Hij waarschuwt ons eerst tegen misbruik van het gebed. „Zoeken wij onszelf? Willen wij onze zin hebben in deze zaak?
De Heere heeft ons vier weken extra de tijd gegeven om te bidden voor de overheid die de plicht heeft het leven te beschermen. Wij moeten en mogen aanhouden in het gebed allereerst omdat Gods eer in het geding is. Hij heeft recht op ons leven. Volharden in het gebed, ten tweede omdat ons volk in de greep van de ondergang is. In de derde plaats omdat het ongeboren leven bescherming behoeft, en ten vierde een politiek die zich christelijk noemt het christen zijn verloochent en zich verlaagt tot een zogenaamde haalbaarheid& politiek.
Maar ook aanhouden om de verpleegkundigen die in gewetensnood verkeren omdat het werk der barmhartigheid, waar zij voor gekozen hebben, wordt verlaagd".
Mevr. T. Kok-Fens deklaméert het door haar zelf gedichte „Klaaglied".
Daarin horen we o.a. de volgende regels: „de schuld van u en mij; wij zijn in grote nood; wij leven voor onszelf, tot onze eigen eer; dat is de nood, de schuld van ons bestaan; O, Heere hoor ons en verlaat ons niet!"
Ds. Hovius zegt in zijn eindgebed onder meer het volgende: „Wat erg dat het moet, maar wat een wonder dat het mag om met zovelen in een gebedssamenkomst bijeen te zijn".
Wanneer u dit leest is de vergadering van de Eerste Kamer per 28 april al voorbij en zal waarschijnlijk bekend, zijn of het Wetsontwerp Afbreking Zwangerschap door de senatoren is aangenomen of verworpen. Hoe echter de uitslag zal zijn, dit staat vast: De HEERE is God. De „Ik zal zijn Die Ik zijn zal". In die naam ligt Gods onveranderlijke trouw. Als God staat Hij boven al het wereldgebeuren en zal ook deze beslissing dienen tot Zijn eer en medewerken ten goede van al degenen die Naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1981
Daniel | 32 Pagina's