JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ZENDING DOOR DE EEUWEN HEEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZENDING DOOR DE EEUWEN HEEN

ZENDINGSGESCHIEDENIS IN VOGELVLUCHT

8 minuten leestijd

Beginnende bij Jeruzalem... De stad die de Zaligmaker uitwierp zou opnieuw door het licht van het evangelie beschenen worden. Groot is de lankmoedigheid Gods met zondige mensenkinderen die niet alleen Zijn Wet overtreden maar ook het enige Redmiddel van Gods rechtvaardige toorn verwerpen. Echter: eens is de maat der zonde vol, bij blijvende verwerping van de Christus der Schriften kan er geen uitkomst meer komen. Immers, Hij is de enige Middelaar Gods en der mensen.

De eerste christenen: een beschamend voorbeeld

Jezus' discipelen maakten ernst met de opdracht tot evangelieverkondiging van Jeruzalem tot aan het uiterste der aarde. De Handelingen der apostelen vertellen daarvan. De uiterlijke omstandigheden voor de zendingsreizen van de heidenapostel Paulus waren gunstig. Het Romeinse Rijk vormde een politieke eenheid met een voor die tijd behoorlijk wegennet. Men kon vrij van de ene stad naar de andere reizen. Bovendien werd de griekse taal overal verstaan. Behalve van Paulus en zijn helpers is ook van Johannes bekend dat hij het Woord Gods buiten Palestina bracht, o.a. te Efeze. En Petrus schreef brieven aan de verstrooide christenen in Klein-Azië. Van Thomas zegt. de overlevering dat hij zelfs de grenzen van het Romeinse Rijk overtrok in de richting van India.

De dood van de apostelen (= gezondenen) betekende niet het einde van de zending. Vooral binnen het Romeinse Rijk, maar ook daarbuiten (Perzië, India, Abessinië), verbreidde het christendom zich wonderlijk snel. Toch waren er hoegenaamd geen officiële zendelingen. De eerste generaties christenen waren zo vol van het heil des Heeren dat ze er onmogelijk over konden zwijgen. Ze brachten in de praktijk: Dan vloeit mijn mond steeds over van Gods eer, gelijk een bron zich uitstort op de velden" (Psalm 119 : 86).

Aan hun woorden paarden ze een voorbeeldige levenswandel. Keizer Julianus de Afvallige schreef van hen: „Zij spijzigden niet alleen hun eigen armen, maar ook de onze". Keizer Licinius (=t 300) verordende in zijn wetten tegen de christenen dat het „verboden was om vriendelijkheid te bewijzen aan gevangenen door hen van voedsel te voorzien, en dat niemand barmhartigheid mocht betonen aan hen die in de gevangenis kwijnden".

Op deze wijze werden grote delen van het uitgestrekte Romeinse Rijk gekerstend. De eerste christenen geven ons in dit opzicht een beschamend voorbeeld.

Buiten het Romeinse rijk

In de vierde eeuw begon de macht van het

grote Romeinse Rijk al enigszins te tanen. In die dagen bracht Wulfilas het Evangelie onder een aantal barbaarse volksstammen. De patriarch van Constantinopel had hem tot bisschop der Goten gewijd en zond hem de heidenwereld in. Hij moest daar veel vijandschap verduren, maar ondanks dat hield hij moedig vol. Om de Bijbel onder de Goten te kunnen brengen ontwierp hij zelfs een eigen gotisch letterschrift. Het was jammer dat zijn leer wat ariaans getint was. De godheid van Christus kreeg bij hem niet de volle aandacht die nodig is. Onze zonde is immers zo ernstig dat we een goddelijke Zaligmaker nodig hebben. Wie zou anders de grote toorn Gods kunnen dragen?

Behalve in het huidige Roemenië, het werkterrein van Wulfilas, brak het Woord Gods zich ook baan in Ierland, Patrick, als jongen van zestien jaar door ierse invallers uit West-Brittannië geroofd, bracht, daar het Evangelie des vredes. Onder de zegen des Heeren wist hij bijna geheel Ierland te kerstenen. St. Patricks Day is daar nog een nationale gedenkdag. Vanuit Ierland werd Gods Woord naar Schotland gebracht. Columba, Columbanus en Gallus waren bekende ierse zendelingen die Europa binnentrokken tot in Zwitserland toe.

Na de volksverhuizing

Ondanks de ondergang van het Romeinse Rijk bleef het christendom ook in Rome en omgeving bestaan. Omstreeks het jaar 600 gaf paus Gregorius de Grote de zending krachtige impulsen. De drang tot opbouw van d'e pauselijke macht was daar niet vreemd aan. Toch werd zo de inhoud van de Bijbel in geheel West-Europa bekend. Ook onze streken mochten in die zegen delen. De angelsaksische zendelingen Willibrord en Bonifatius bracht het Evangelie, helaas onder pauselijk oppergezag, hierheen. De frankische koningen, die sinds de doop van koning Clovis omstreeks het jaar 500 christen waren, steunden hen. Keizer Karei de Grote heeft tenslotte, zij het soms op wrede wijze, de kerstening van West-Europa voltooid. Als een andere David wilde hij een theokratisch rijk stichten waarin voor heidense gewoonten als lijkverbranding en dergelijke geen plaats meer was.

In de rest van de middeleeuwen werden Noord-en Oost-Europa onder het beslag van Gods Woord gelegd, zodat aan het eind van de middeleeuwen toen de Reformatie doorbrak, Europa een christelijk werelddeel was.

De Reformatie: weinig aandacht voor het zendingsbevel

De Reformatie van de kerk eist van de reformatoren alle aandacht op. Aan het bedrijven van zending kwamen ze niet toe. Bovendien zagen ze de noodzaak ervan nauwelijks in. Zo meende Luther dat het bekende zendingsbevel uit Matth. 28 alleen de discipelen van de Heere Jezus gold en dat zij dat bevel in principe reeds geheel uitgevoerd hadden. Calvijn sloot wat dit betreft geheel bij Luther aan. „God Zelf zal ervoor zorgen dat, Zijn Kerk ook verder wordt uitgebreid", zo meende hij. Overigens betrok hij de bekering van „alle arme onwetenden" wel in zijn gebeden.

Onder de hervormers was het slechts Martin Bucer, de hervormer van Straatsburg, die een open oog had voor de blijvende geldigheid van Jezus' zendingsbevel. Hij pleitte in een boek over het Rijk van Christus voor zending onder Jood en heiden.

Bij de tegenstanders van de Reformatie, dat moet erkend worden, was meer aandacht voor de zending. Erasmus en later vooral de Jezuïeten legden sterke nadruk op die taak der kerk.

De Nadere Reformatie: hernieuwde aandacht voor de zending

De grote Nationale Synode van Dordrecht hield zich serieus met de-zendingsopdracht van de kerk bezig. Vooral via de Verenigde O ostindische Compagnie wilde men het Woord Gods in de overzeese gewesten brengen. Drie jaar na de sluiting van de Dordtse Synode schreef de bekende ds. Willem Teellinck zijn „Ecce Home" (Ziet, de Mens!) en droeg dit geschrift op aan de bewindvoerder van de V.O.C. Hij drong er op aan dat zij alle moeite zouden doen om de „Indianen" de lijdende Christus te verkondigen. De moordenaar aan het kruis werd immers door het zien op de lijdende Messias tot bekering gebracht. Teellinck wees erop dat de Heere ons die landen niet alleen geopend had om er tijdelijke schatten vandaan te halen, maar veel meer om , , d' onuyt-speurlicken rijckdom Christi den Heydenen te vercondighen". Ook de Westindische Compagnie

werd door Teellinck aangemaand om zending te bedrijven en wel met een traktaat over Psalm 116 : 12-14. „Ghij doecke Bewinthebbers der O. en W.I. Com. arbeyt ghylieden oock hiertoe, dat ghy toch woudet sorghen, dat vrome godsalighe, ende verstandighe mannen uytgesonden worden in derselver saken, beyde tot officieren en predicanten..." heette het daar. In datzelfde werkje getuigde hij ook van zijn verlangen zelf naar de heidenlanden te gaan. Als de Heere hem zond', zou hij dat ondanks zijn zwakke gezondheid graag doen.

Overigens waren de V.O.C. en de W.I.C. niet zo zendingsbereid als ds. Teellinck en andere nadere reformatoren, waaronder prof. G. Voetius, wel graag zouden willen.

De 18e en 19e eeuw: „verenigingen van zendingsvrienden"

In de 18e eeuw leefde de zendingsgedachte vooral in de kringen van het duitse Piëtisme. Vanuit Herrnhut in het oosten van Saksen trokken Graaf van Zinzendorf en vele anderen met, het Evangelie de wereld in. Ze deden dat geheel op eigen risiko, geheel zonder enige opleiding, geheel vertrouwend op de leiding Gods. Vol energie stichtten ze de z.g. broedergemeenten, o.a. in Suriname. Voor het eerst was hier sprake van wereldwijde protestantse zending. Inde 19e eeuw1 zette deze zendingsgedachte zich krachtig voort. Het waren toen niet zo zeer de officiële kerken, maar meer „verenigingen van zendingsvrienden", meestal piëtistisch of methodistisch getint, die hier hun roeping zagen liggen. Vooral via de koloniale wegen werd het Woord Gods over de gehele wereld bekend gemaakt. Vooral het werk van William Carey in India kreeg grote bekendheid. In Afrika was David Livingstone een bekende zendingspionier.

De 20e eeuw: de kerk wordt zich van haar taak bewust

In deze eeuw werden de kerken zich steeds meer van hun zendingstaak bewust, Ze namen veelal de plaats van de partikuliere zendingsverenigingen in. Al spoedig kwam de gedachte aan internationale samenwerking op zendingsgebied naar voren. Daardoor werd de Internationale Zendingsraad gesticht, die het zendingswerk over de gehele wereld wilde overzien, en indien mogelijk koördineren. Met dat doel werden grote internationale zendingskonferenties belegd. Helaas gingen de theologen van de Internationale Zendingsraad in veel gevallen mee met de moderne theologische ontwikkelingen. Dat werd nog sterker toen deze raad steeds nauwere aansluiting zocht, bij de Wereldraad van Kerken.

Daarom heeft de gereformeerde gezindte zich steeds van de Internationale Zendingsraad gedistantieerd. De kerken in deze sektor hebben dan ook een eigen zending. Zo werken de Gereformeerde Gemeenten op Irian Jaya, in Nigeria en Zuid-Afrika.

Slot

Door de eeuwen heen is Gods Woord over deze wereld verbreid volgens Christus' bevel: Gaat dan heen, onderwijst al de volken

Groot is soms de tegenstand van satan. Eén is echter machtiger. Hij kwam om de werken van satan t.e verbreken. Veraf, maar ook dichtbij! Hij alleen kan de Hoop zijn van een zondaar, van welke nationaliteit ook. Het zal worden één kudde onder één Herder. Tot eer van God Drieënig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

Daniel | 28 Pagina's

ZENDING DOOR DE EEUWEN HEEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

Daniel | 28 Pagina's