BRIEVEN VAN VER
In dit zendingsnummer van Daniël willen we ook kinderen van zendelingen aan het woord laten. Daarom hebben we aan hen gevraagd een stukje voor Daniël te schrijven. Lees maar wat ze jullie te vertellen hebben.
HALLO JONGENS EN MEISJES,
Toen ik nog in Nigeria woonde, maakte ik eens een verbranding van de afgoden mee, en nou wil ik jullie daarvan iets vertellen.
Op een zondagmiddag kwam er een man naar mijn vader toe, die zei dat hij had besloten om zijn afgoden te verbrand. Hij vroeg of de kerkmensen hem daar m.ee zouden willen helpen, zoals de gewoonte was in Izi.
Zo gebeurde het dat we die zondagavond, na de kerkdienst, met een groep getrouwe kerkbezoekers, al zingende, de weg naar het erf van de man die zijn afgoden wilde verbranden, insloegen.
Toen we daar aankwamen ging. iedereen in een grote kring staan. Iemand nam een Bijbel en begon te lezen, en daarna te bidden voor de man die zijn afgoden wilde verbranden. We spraken nog even met de man en gingen toen al zingende aan het werk. Al de afgoden temp eitjes en afgoden werden stuk geslagen, vertrapt of verbrand. Een paar mannen hadden een groot vuur gemaakt om alles wat brandbaar was te verbranden, zoals bijvoorbeeld het gras van de afgodentempeltjes en de palen.
Twee kerkmensen bleven de eerste nacht bij de man, want anders zou hij misschien bang worden en naar de afgoden teruggaan. Die nacht nog gingen zijn drie vrouwen weg. Ze gingen naar hun familie terug, want ze waren boos op hun man en bang voor de afgoden.
Zoiets vergeet je nooit weer.
Geurt Commelin
BESTE ALLEMAAL
Mijn vader ging ergens preken, toen mocht ik mee. Om half negen gingen we weg met de auto. De vertaler ging mee. En om negen uur begon de kerk. Er lag een blik daar sloeg een man op met een stok, dat was de bel. Wij gingen op bamboe stokken zitten, dat waren de banken. Mijn vader preekte over Bartiméus. Als ze zingen gebruiken ze muziekpotten, dat klinkt mooi.
En toen was de kerk uit. En we gingen nog naar James zijn huis, toen kreeg ik een heel klein krukje. Wij zaten rustig onder een boom bij James zijn huis, toen viel er bijna een soort vrucht op mijn vaders hoofd. En wij kregen een yam en een flesje Coca en Fanta. Toen waren we weer bij ons huis. Einde.
Wilfred van der Kooij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981
Daniel | 28 Pagina's