JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE BIJBEL, EEN ZENDINGSBOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE BIJBEL, EEN ZENDINGSBOEK

FUNDAMENT VAN DE ZENDING

8 minuten leestijd

Het diepste fundament van de zending ligt in de eeuwigheid, in het eeuwig welbehagen van God. In de eeuwigheid heeft God in Zijn verkiezend welbehagen, besloten om een gemeente zalig te maken in het werk van Christus uit alle volken. Daarom zal het zendingswerk ook niet zonder nacht kunnen blijven. De Heere Jezus heeft de belofte van Zijn Vader ontvangen, dat. Hij de heidenen zou ontvangen tot Zijn erfdeel en de einden der aarde tot Zijn bezittingen (Psalm 2:8). Gods verkiezend welbehagen is de diepste bron, van waaruit de zending voortkomt. En vandaaruit, heeft de Vader Zijn Zoon gezonden. Alle zendingswerk vloeit voort uit de zending van Gods Zoon. De Heere is een zendend God. Achter het zenden van God ligt Zijn welbehagen. Heel de Bijbel is vol van het zenden Gods. Hij zond Abraham uit Ur. Hij zond Jozef naar Egypte. Hij zond Mozes om het volk te verlossen. Hij zond de profeten om het volk terug te roepen tot Zijn Wet. En toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden. Alle lijnen van het zenden van God lopen uit op de zending van Zijn Zoon. En het is Christus, die daarna Zijn discipelen en in hen Zijn Kerk van alle tijden gezonden heeft om in de wereld onder alle volken het Evangelie te prediken. In het hogepriesterlijk gebed heeft Christus daar al op gewezen: Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb ik hen ook in de wereld gezonden" (Joh. 17 : 18). En na Zijn opstanding roept Hij het Zijn discipelen toe: Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden" (Joh. 20 : 21). Dit zijn wezenlijke teksten voor de vervulling van de zendingsopdracht. Eerst zendt God Zijn Zoon in de wereld, en daarna zendt de Zoon de Kerk de wereld in om het Evangelie bekend te maken onder alle volken. En de achtergrond van dit alles is het welbehagen Gods.

Het Oude Testament

Heel de Bijbel tekent ons de levende God als een zendende God. Heel de Bijbel kunnen we daarom een „zendingsboek" noemen. Dat geldt ook voor het Oude Testament. Want ook al gaat het daar voor een groot deel over Israël, het uitverkoren verbondsvolk, toch wordt, ook daar gesproken over het heil voor alle volken. In Genesis 1-11 gaat het al direkt over de schepping van de wereld en de geschiedenis van de gehele mensheid. Daarin wordt al direkt beklemtoond, dat God recht heeft op heel de schepping. In Genesis 12 lezen we over de roeping van Abraham, zodat daar dus de geschiedenis van het uitverkoren verbondsvolk begint. Maar ook daar blijft het handelen Gods uiteindelijk gericht op het heil voor alle volken. Immers ont-

vangt Abraham al direkt de belofte, dat in hem alle geslachten des aardrijks zullen gezegend worden (Gen. 12 : 3). We kunnen dus niet zeggen, dat in het Oude Testament het heil alleen voor Israël is bedoeld, terwijl het pas in het Nieuwe Testament voor alle volken bestemd zou zijn. Hier is van kracht, wat naar het bekende woord van Augustinus voor heel de verhouding van Oude en Nieuwe Testament geldt, dat in het Nieuwe openspringt, wat in het Oude lag verborgen. Ook het Oude Testament kent het perspektief naar alle volken. De afzondering van Israël onder het Oude Verbond is van tijdelijke aard; deze tijdelijke afzondering is een voorbereiding voor de doorbraak van het heil naar alle volken. De Heere zondert Israël af, om straks ook de verste volken met. het Evangelie te bereiken. Israël leefde in een bijzonder verhouding tot de Heere. De Heere is de God van Israël, vanwege het verbond. Maar ook alle volken zullen eenmaal in de zegening van dat verbond delen. In het Oude Testament wordt herhaaldelijk een beroep op God gedaan om redding, opdat andere volken het zullen zien en God zullen verheerlijken (Ex. 32 : 12; Ps. 67 : 2 en 3; Jes. 37 : 20). Het oudtestamentische Israël had al besef van haar roeping om als een licht te schijnen temidden van de heidenvolken. Iemand heeft eens het volgende sprekende voorbeeld gebruikt om dit te verduidelijken:

Toen in de afgelopen wereldoorlog engelse bommenwerpers ons land over trokken, zagen ze beneden zich alles in het stikdonker liggen. Wanneer ze dan over de duitse grens vlogen was het al niet anders. Zo gold dit van België, Frankrijk en heel Europa, behalve van Zwitserland. Wanneer ze de Zwitserse grens naderden en in de buurt van Bazel of Genève kwamen, baadde daar alles in het volle licht: alle straatlantaarns brandden, uit alle huizen straalde het licht. Heel Zwitseland lag daar als een geïllumineerd eiland midden in een inktzwarte zee daaromheen. Zo had God nu Israël geroepen en als lichtdrager onder de volken gesteld: ergens in de wereld brandde dan toch het licht en was er dan toch hoop voor de toekomst.

De profeten

Dit thema vinden we duidelijk bij de profeten. Israël zal als een levende kracht de volken trekken binnen de lichtkring van Gods heilsopenbaring. In het laatste der dagen zullen de volken opgaan naar de berg des Iieeren, naar Sion, naar het huis van Jakobs God (Jes. 2 : 2-5; Micha 4:1; Zach. 8 : 20-23). De volken zullen komen tot het licht van Sion (Jes. 80 : 3). Zo staat de roeping van Israël in verband met het wereldomvattend heilsplan Gods. Israël zal door de Geest Gods worden gebruikt om de volken als een magneet naar het licht te trekken (Joël 2 : 28).

De profeten hebben Israël altijd weer herinnerd aan deze roeping. In dit verband kunnen we nog noemen de profeet Jesaja, wanneer hij spreekt over „Knecht des Heeren". Daarmee wordt door hem soms Christus bedoeld en soms het volk van Israël. God stelt de „Knecht des Heeren" tot een licht der volken, opdat Zijn heil zou zijn tot aan de einden der aarde (Jes. 49 : 6). Ook door de Psalmen heeft God door de eeuwen heen de zendingsgedachte onder Israël levend gehouden. In dit verband kunnen we ook denken aan de geschiedenissen van Ruth, Naäman en Jona.

Het Nieuwe Testament

Wat in het Oude Testament al in knop zo rijk aanwezig is, springt in het Nieuwe Testament als een volle bloem open. De komst van Christus heeft betekenis voor alle volken, ook al richt de prediking van Christus zich schijnbaar eerst tot Israël. Hij zegt immers tot de Kananese vrouw: Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israels (Matth. 15 : 24). Toch heeft Christus Zich in Zijn omwandeling op aarde niet alleen beperkt tot het volk van Israël: enk bijv. aan de Romeinse hoofdman te Kapernaüm; aan Matth. 8 : 11 en 12, waar Christus zegt, dat velen uit oosten en westen zullen aanzitten in het Koninkrijk der hemelen, terwijl de kinderen des Koninkrijks zullen worden uitgeworpen. Toen Christus stierf werd de middelmuur des afseheidsels, die Jood en heiden scheidde, verbroken. Bovendien zegt, de apostel, heeft Israël de Messias verworpen, zodat de zaligheid nu tot de heidenen komt (Rom. 11 : 11). We zien dat ook in de gelijkenis van het grote avondmaal (Luk. 14 : 15-24). In de veertig dagen tussen Opstanding en Hemelvaart, heeft Christus dan het uitdrukkelijke zendingsbevel aan Zijn discipelen, en in hen aan Zijn

kerk, gegeven: aast het al genoemde Joh. 20 : 21. Denk hier ook aan de bekende zendingsopdracht uit Matth. 28 (Gaat dan henen, onderwijst alle volken, enz.).

Pinksteren en de zending

Na Pinksteren kon de zending'saktiviteit beginnen. De zending ontleent, haar kracht aan Pinksteren. De apostelen spraken in verschillende talen. Filippus wordt door de Geest geleid om de kamerling te ontmoeten (Hand. 8). Na de prediking van Petrus in het huis van Cornelius, wordt ook op de heidenen de Heilige Geest uitgestort (Hand. 10 : 44).

In Antiochië ontstond de eerste heidengemeente (Hand. 13 : 2, 3). et, de uitzending van Paulus en Barna bas naar de heidenen, vervolgde het Evangelie haar loop van Jeruzalem naar Rome, de hoofdstad van bet romeinse wereldrijk. Het boek der Handelingen, waarin we uitvoerig beschreven vinden de zendingsreizen van Paulus, kunnen we dan ook noemen het zendingsboek bij uitnemendheid.

Gemeente en zending

Zo heeft de Heere de zendingsroeping uitdrukkelijk aan Zijn gemeente opgedragen. De Kerk die geen zending bedrijft, is ontrouw aan het bevel van haar Koning. Het is een voorrecht, dat ook onze gemeenten mogen meewerken om het Evangelie des Koninkrijks uit te dragen tot. aan de einden der aarde. Het is noodzakelijk, dat de zendingsroeping vanuit de Kerk gestuwd wordt door de drang der liefde. Het is evenzeer noodzakelijk, dat het zendingswerk gedragen wordt, op de vleugelen van het gebed. Daarom riep de grote zendeling Paulus de Thessalonicensen toe: Broeders, bidt voor ons" (1 Thess, 5 : 25). Ik hoop, dat ook veel jonge mensen deze roeping mogen verstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

Daniel | 28 Pagina's

DE BIJBEL, EEN ZENDINGSBOEK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981

Daniel | 28 Pagina's