LEVENSLANG ZENDELING-ZIJN
In het korte bestek van een halve pagina moet ik me beperken tot de direkt persoonlijk gerichte vragen. Bedenk echter dat er over de roeping tot het zendingswerk nog veel meer gezegd kan worden.
In de eerste plaats weten we de kerk, de gemeente, als geheel geroepen om zendingskerk te zijn. Daarnaast weet ik me ook persoonlijk geroepen tot het werk. En ik ben ook nog nooit een zendeling(e) tegengekomen die niet iets van dat zich-persoonlijk-geroepen weten kende.
Op de vraag of zendingswerk levensroeping is, zou ik willen zeggen: Ja. Voor de kerk is zendingswerk, levensroeping. Levenslang. En dat is het ook voor al haar leden. Dat wil echter niet zeggen, dat al haar leden hun leven lang op het zendingsveld door mogen brengen. Maar ze blijven wel levenslang zendeling(e). Ik was zendeling toen ik in Nederland voor de klas stond. Ik ben het nu bijzonder in dienst van het Deputaatschap van de zending der Gereformeerde Gemeenten en ik zal het ook zijn als ik in de toekomst misschien weer in Nederland zal werken.
Voor de gemeenten in Nederland en in het bijzonder voor de jeugd hopen en bidden we dat er niet alleen liefde voor de zending zal wezen in het geven van geld of ophalen van oud papier of werken voor de zendingskrans. Dat is groot. We zijn er dankbaar voor. Maar we zien er naar uit dat de gemeenten voluit haar zendingsgemeente-zijn zal verstaan.
„Ontwaak noordenwind1! en kom, gij zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten!" Hooglied 4 : 16.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1981
Daniel | 28 Pagina's