EEN NODIGING OM TE BEGEREN
„Begeer wat Ik n geven zal" (1 Kon. 3 : 5b)
Begeerte is een vurig, verlangen, voortkomend uit het hart, om iets te bezitten. Het hart is de allerdiepste drijfkracht in de mens, die hem of haar in een bepaalde richting stuwt. Uit. het hart zijn immers de uitgangen des levens.
Het boze hart van , de mens is vervuld met onreine begeerten (Rom. 1 : 24). Die eerste bewegingen tot het kwade zijn reeds zonde. De farizeeërs ontkenden dit, maar de Heere Jezus zegt: Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet, om dezelve te begeren, die heeft airede overspel in zijn hart met haar gedaan" (Matth. 5 : 28). Dit geldt alle geboden. In de I-leid. Cat. zondag 44 wordt gesproken over: de minste lust of gedachte tegen enig gebod' Gods", die in het hart nimmermeer komen mag.
Het herboren of gereinigde hart stuwt de mens in een andere richting. Dit is door de werking of drijving van de Heilige Geest in ons hart. Galaten 5 : 16: En ik zeg: andelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet." Door die vernieuwende werking van de Geest komt er een liefde tot God en een lust tot alle gerechtigheid in het hart, tot alles wat God behaagt en aan Zijn heilige wet beantwoordt.
Die liefde en lust komt tot uiting in de vreze des Heeren, die het kwaad zoekt te ontvluchten en gedurig doet vragen: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? "
Deze vreze des Heeren vinden we bij de jonge Salomo, die geroepen werd tot een grote taak. Hij is met de gemeente gekomen, tot de tabernakel te Gibeon, om op het koperen altaar de Heere te offeren. In vele brandoffers legt hij zijn gehele hart, de Heere toegewijd. En de Heere ziet immers het hart aan, of het begerig is voor Hem te leven. Hij spreekt ook gewis tot elk, die voor Hem leeft!
Dat Salomo's hart hem dreef om de Heere, de God van zijn vader David, te zoeken, vindt zijn oorzaak in de opzoekende liefde Gods. Deze beweging vanuit. Gods hart maakt dat ook zondaren naar God gaan vragen. De Heere gebruikt daartoe het onderwijs door ouders en de prediking van Zijn Woord, waartoe de Geest het hart opent. Wat is het een voorrecht zo'n opvoeding te ontvangen. Jongens en meisjes, stel het op hoge prijs, onder het Woord van God te mogen leven.
Het heeft diepe eerbied en hoogachting voor God en Zijn dienst in Salomo's jonge hart gewerkt. Een verlangen werd gewekt als hij zijn vader hoorde zingen: Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken; dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de liefelijkheid des Heeren te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel" (Psalm 27 : 4).
Tot die verlangende jongeling buigt de Heere Zich neer met Zijn nodiging, van Hem te begeren. Salomo mag het nu uitspreken wat hem naar Gibeon dreef. Hoe zal hij de grote taak kunnen verrichten, waartoe hij geroepen is, zonder de hulp des Heeren. De eer des-Heeren en het welzijn van het volk, naar Gods Naam genoemd, is er aan verbonden. Hij vraagt dan ook om een verstandig hart, om wijsheid en wetenschap. Hij begeert zijn arbeid zo te mogen verrichten, dat het Gods hoge goedkeuring mag wegdragen en tot zegen voor Israël mag zijn.
In die bede is een vertrouwend opzien tot de Heere, voor Wie hij zijn hart uitspreken raag, dat Hij horen en de begeerte vervullen zal.
Dan schrijft Salomo later, tot onderwijs voor alle jongeren, die ook voor hun taak in dit leven staan als een roeping van Gods wege, uit ervaring: De begeerte van de rechtvaardige zal God geven" (Spreuken 10 : 24) en: Deze begeerte is alleen het goede" (Spreuken 11 : 23).
Zoek dan door Gods genade een rechtvaardige te worden. Want de Heere kan niet neerbuigen tot een hart, dat met boze, onreine verlangens is bezet, met de nodiging
zich uit te spreken. Hen roept en nodigt Hij tot bekering en geloof: „Verlaat de slechtigheden en lééf!"
Een rechtvaardige kunnen wij alléén worden door de verdienste van de Heere Jezus. Altaar en brandoffer wezen naar Hem!
Buiten de Heere Jezus is er géén verzoening, kan God géén welbehagen in ons nemen. Is er ook geen kracht ten goede, geen vermogen voor God te leven. Jonge vrienden, zoek Hem met jullie gehele hart, om door Hem tot God te mogen gaan.
„En laat dan uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God" (Filipp. 4:6).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1981
Daniel | 28 Pagina's