JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VAN ROOMSEN EN FLUITKETELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN ROOMSEN EN FLUITKETELS

7 minuten leestijd

Vooropgesteld: ik heb er geen verstand van. Van karnaval. Had ik het wel, dan zou deze opinie vast en zeker vóór en niet na karnaval geschreven zijn. Maar, zo las ik in het verslag van een kenner, ik hóef er ook helemaal geen verstand: van te hebben. Want als je wilt proberen te begrijpen wat karnaval is, snap je er juist niks van. Je kunt het niet begrijpen, alleen maar beleven. En eigenlijk moet je daar nog voor uit het zuiden komen ook.

Ik liet dit even op mij inwerken. En toen moest ik aan bevinding denken. Wij onderscheiden ware gelovigen en schijngelovigen. Schijngeloof is verstandswerk. Maar God laat zich niet begrijpen God te zijn, Hij wordt bevonden God te zijn. Door de bediening van de Heilige Geest. Echt geloof is bevinding. En zo schijnt het in satans rijk ook toe te gaan. Schijnkarnavalvierders proberen het feest te begrijpen. Echte vierders beleven het. In een roes. Uitzinnig. Bevinding door des Bozen geest.

Recht van spreken?

Ik heb karnaval nooit beleefd. Waarom ik er dan tóch over durf te spreken? Kijk, je ziét wel eens wat, nietwaar? Je geeft bijvoorbeeld op zaterdagmorgen orgelles en die les moet je onderbreken omdat de karnavalsoptocht, die langs je huis trekt — ja, ook in Ambacht, bóven de rivieren — zo'n enorm lawaai maakt, dat muziek maken onmogelijk is. Of je loopt op vrijdagavond in Woerden — op weg naar een receptie — midden op straat tegen een berg bodemloze fluitketels aan. Om nog maar te zwijgen van de karnavalskrant die huis aan huis vei-spreid wordt en van de karnavalsliedjes waarmee reformatorische lagereschoolkinderen weet-ik-waar-vandaan thuiskomen. Wat ik straks ga zeggen, zuig ik dus niet uit mijn duim.. Ik ga af op wat ik gezien heb. Eigenlijk heb ik nu alleen nog maar weergegeven dat ik best over karnaval zou kunnen spreken. Maar nog niet waarom ik het zou willen doen. Opinie is bedoeld als meningsvorming. Als alle Daniëllezers al een uitgesproken mening zouden hebben over karnaval, valt er weinig meer te vormen, hooguit te staven. Als ik dus in „Opinie" over karnaval schrijf, veronderstel ik kennelijk dat er nog wat nagedacht moet worden. Vroeger moest je naar karnaval tóe, naar Brabant of Limburg. Maar nu komt karnaval naar óns toe. En .daar zit nou juist de kneep. Ik denk niet, dat velen van ons gemaskerd en al meehossen. Ik denk veeleer aan de platen die beluisterd én meegezongen worden, aan de t.v.-shows waarnaar gekeken wordt en niet te vergeten aan die énigen in de klas, die niet aan karnaval meedoen en zo moeilijk onder woorden kunnen brengen waaróm zij niet mee willen doen.

Van roomsen en fluitketels

Alles wat ik ervan gezien heb en vooral het getuigenis van de karnavalgangers zelf, leert mij dat karnaval er is om de onzin. Nu zou ik natuurlijk een heel betoog op kunnen zetten over de romeins-germaanse oorsprong van het feest en de roomse aanpassing ervan. Dat doe ik niet1). Want, om het hedendaags uit te drukken, het blijkt dat de fluitketels er niet zijn om: de roomsen, maar de roomsen om de fluitketels. Niemand viert sinterklaas om daarmee een goedgeefse heilige te willen gedenken, maar louter om de gezelligheid van het elkaar geschenken geven. Evenzo wordt karnaval — in elk geval boven de rivieren — niet om, enige verbondenheid met de godsdienst, maar louter om het feest zélf gevierd. Met dank aan de roomsen voor het idee. Dat is een belangrijk gegeven, want het geeft ons het recht om over karnaval te spreken, zonder noodzakelijk tegelijkertijd over de roomse godsdienst uit te moeten wijden. Konkreet: over vasten geen woord.

De fluit van de ketel

Maar wat is dan de adem van het feest, de fluit van de ketel? Wat is de kern ervan? Een kommerciële fluit? Dat ook. Wat moeten toch I-Ienkes, Bavaria, alle kafé-houders, de grammofoonindustrie, de pretwinkels en weet-ik-wie al niet meer beginnen als karnaval afgeschaft zou worden? 2) Maar over de belanghébbenden praten we nu niet, we hadden het over de belangstellenden, in welke vorm van meeleven dan ook. En we zagen al dat zij blazen op de fluit van de onzin. Dat is de kern .

Van vlees en weerhoudende genade

De Bijbel — en Gods kinderen getuigen het mede — leert ons. het onderscheid tussen vlees en geest. Geest is het werk van God in verkoren zondaren. Vlees is. de verdorven natuur van de mens, zijn kwaad-willen. Van elk mens kan sinds Adam gezegd worden dat hij vlees is, rijp voor de ij delheid, rijp voor het karnaval. Maar er is niet alleen vlees, er is ook weerhoudende genade.

Wat dat is? Onder andere dit: God heeft de tien geboden gegeven. In een christelijke natie vormen die geboden de baarmoeder van alle wetten. Overtreding ervan wordt gestraft door allerlei vormen van boete, maar vooral ook door de sociale kontrole, d.w.z. dat de omgeving je met een scheef oog aan gaat kijken als je drinkt, overspel pleegt, homofilie bedrijft etc. Hoewel mensen in zo'n christelijke omgeving best wel eens zouden willen „doorzakken" Of op sexueel gebied zouden willen uitspatten, leven zij het vlees tóch niet uit onder de dreiging van die sociale kontrole. Weerhoudende genade ligt dus, onder andere, in sociale kontrole. Welnu, je kunt je voorstellen wat er gebeurt als het ene christelijke beginsel na het andere over boord gezet wordt. Dan krijgt het vlees ruim spel. Dan behoef je niet langer je begeerten in daden om te zetten in het dónker, nee, dan kan het zonder vrees op klaarlichte dag, midden op straat. Amsterdam bewijst het. Jesaja noemt dat de zonde van Sodom: „Zij spreken hun zonden vrijuit, "

De apostel Paulus schrijft in het eerste hoofdstuk van de brief aan de Romeinen over de val van de heidenen. Zij mochten dan het gesproken Woord Gods niet hebben — dat voorrecht was de Joden beschoren — zij hadden kennis Gods uit de van Majesteit getuigende natuur en in het geweten. Die kennis hebben zij echter uitgewist, vervangen door gesneden beelden. Daarop heeft God hen gestraft door hen over te geven in hun vleselijkheid, Zijn weerhoudende genade terugtrekkend. Wat deden de heidenen dus? Zij overschreeuwden het geweten door een god op te richten zoals zij die wensten. En toen konden zij hoereren, koppen snellen, tweelingen doden, omdat de goden het zo wilden.

Nu neem ik die twee bijbelse gegevens samen. Ons land neigt niet alleen hoe langer hoe meer naar, maar overtréft Sodom. 3) De zonde spreekt men immers vrijuit. Het vlees krijgt de ruimte. Maar men beseft natuurlijk wel dat niet altijd gefeest kan worden. Wie niet werkt zal ook niet eten en overmaat aan drank tast de lever aan. Wat doet men dus? Men sust eerst het geweten, d.w.z. men doet alsof God er niet is. En dan is de zaak rond. Want dan mag je stomdronken zijn, schelden, tieren en lallen, vrouwen jagen, met God en godsdienst spotten, omdat karnaval het zo wil. Ja toch? „Wat wil je, het is nu karnaval." Het mag omdat het karnaval is. Maar waarom mag karnaval dan? Sstt. Mond houden.

De karnavalsbooclschap van Jesaja en Paulus

Als je vindt dat mijn beschrijving van de kern van het karnavalsgebeuren juist is, luister dan eens naar Jesaja en Paulus. Wie zich als Sodom gedraagt, vergaat het als Sodom. De ergste straf is een afwezige God. Een God, Die de waarschuwingsborden langs de weg naar de hel één voor één gaat wegnemen. Die de mens overgeeft in zijn begeerten. Als je het eens bent met de beschrijving van de kern van karnaval, kun je dan een volgende keer wéér meedoen, wéér genieten van André en zijn liedjes? Wéér — al dan niet figuurlijk —een fluitketel opzetten? De Wijsheid zegt tot de zot, tot Prins Karnaval en tot ieder die hoe dan ook meesnoept: „Wie Mij haat heeft de dood lief." Gelóóf je dat echt? En zeg je het voort?


1) Lees bijv. hei zeer informatieve artikel van ir. M. Houtman in het Daniëlnummer van februari 1977.

2} Een antwoord kun je vinden in , , De spiegel der zedigheid" van Willem Teellinck.

3) Ik denk met name aan wat de Heere Jezus over Tyrus en Sidon zegt en aan wat Paulus schrijft over het vertrappen van het bloed der verzoening. Sodom had het evangelie, zoals wij dat kennen, nog niet gehoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1981

Daniel | 28 Pagina's

VAN ROOMSEN EN FLUITKETELS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1981

Daniel | 28 Pagina's