JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HINDERNISSEN OP DE WEG NAAR JEZUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HINDERNISSEN OP DE WEG NAAR JEZUS

15 minuten leestijd

De Bijbel laat aan duidelijkheid niets te wensen over als het gaat over de onvoorwaardelijke nodiging, waarmee de Heere Jezus zondaren roept om tot Hem te komen (Matth. 11 : 28; Joh. 7 : 37; Mrk. 2 : 14). Ook de apostelen hebben na Christus' hemelvaart deze oproep in hun prediking laten doorklinken (b.v. Hand. 16 : 31). Onze gereformeerde belijdenis spreekt op dit punt eveneens duidelijke taal (D.L. I, 3; III en IV, 8). Gods geopenbaarde wil is dus zonneklaar: ij wil dat wij allen komen — door het geloof — tot Zijn eniggeboren Zoon, Die Hij in de wereld gezonden heeft, opdat wij door Hem zouden behouden werden. In de praktijk echter blijkt dit komen tot Jezus helemaal niet zo'n vanzelfsprekende zaak te zijn. Hoe komt dat? Waarom zijn er zovelen, die niet eens op weg willen gaan naar Hem? Waarom zijn er — ook onder ons — zovelen, die niet bij Hem, uitkomen, die Hem maar niet kunnen vinden? Is de wegnaar de Heere Jezus dan zo'n onbegaanbaar pad? De herders in de velden van Efratha liepen die weg toch met haast, en dat nog wel in het holst van de nacht! En zij kwamen bij Hem uit, ze vonden Hem! Wie of wat hindert ons dan?

Barrières in onszelf

Laten we eerst de hand in eigen boezem steken, alvorens we de beschuldigende vinger naar de ander uitstrekken. De grootste hinderpaal op de weg naar Jezus zijn we zelf. Wie immers op weg gaat naar de Zaligmaker zal daarbij overtuigd zijn van zijn eigen rampzaligheid buiten Hem. Die zal de zonde vaarwel zeggen, zichzelf verloochenen en Zijn kruis op zich nemen. En daar heeft niet één sterveling van nature zin in. We blijven liever de oude. De schuld vanwege onze zonde drukt ons niet en daarom, is Jezus voor ons niet eens begerenswaardig. Wie zou dan naar Hem op weg gaan?

Misschien heeft iemand intussen ook onze menselijke onmacht al ingevuld op het lijstje van de hindernissen. En zeker, die onmacht is er! De Bijbel zegt .duidelijk dat de mens van nature dood is in zonden en misdaden, onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Maar we mogen nooit vergeten dat deze onmacht een schuldige onmacht is en gevolg van onze onwil. Jezus Zelf leert ons: , En gij wilt tot, Mij niet komen opdat gij het leven moogt hebben" (Joh. 5 : 40). Niemand van ons, die onder het evangelie leven, zal verloren gaan vanwege zijn onmacht, wel vanwege zijn ongehoorzaamheid aan de roepstem van het evangelie (D.L. III en IV, 9). De Dordtse Leerregels noemen in deze paragraaf de volgende hinderpalen: orgeloosheid, oppervlakkigheid, het verkleefd zijn aan de

aardse goederen en de wellusten der wereld. M.a.w. 'het koesteren van en vasthouden aan de zonde, dat is de allergrootste hindernis op de weg naar het behoud in Jezus Christus.

In Matth. 5 wordt de zonde genoemd, als de voornaamste oorzaak van het eeuwig omkomen. Christus vermaant daar om liever het rechteroog uit te steken en de rechterhand af te houwen en zo tot het leven in te gaan, dan met lichaam en ziel in de hel geworpen te worden.

M.a.w. geen offer moet te zwaar zijn, als we daardoor de zonde kunnen ontgaan. Uiteraard is de bedoeling van dit gedeelte niet, dat we onszelf moeten verminken om de zonde te kunnen ontgaan — dan. zouden we beide ogen moeten uitsteken en beide handen moeten afhouwen — maar het gaat erom dat. we ons onthouden van alles wat ook maar een prikkel tot zonde zou bevatten. De zonde heet hier in Matth. 5 een skandalon, d.w.z. een struikelblok of hinderlaag. Ons woord schandaal herinnert daar nog aan. Het skandalon is eigenlijk het haakje in de muizenval, waaraan het lokaas wordt bevestigd.

Zodoende is het de aanduiding van een verlokkend gevaar dat tegelijk tot een struikelblok wordt. Het brengt, de mens ten val. Het skandalon van de zonde verlokt ons en brengt ons ten val en zo is het , de voornaamste hinderpaal om Jezus te volgen. Welke zonde houdt ons van God vandaan? Is het de seks misschien? Christus geeft deze vermaning immers in het kader van het zevende gebod! Misschien hangt er wel een ster uit de filmwereld op je kamer, of ben je in de ban van de sport. Hinderpalen zijn het, al die afgoden! Eerst verleiden ze ons, daarna brengen ze ons ten val, en het gevolg is dat we afgehouden worden van de dienst van God. Heb je deze hinderlaag van de zonde, waarin satan ons lokt al in je eigen leven ontdekt? Als dat zo is, gaan we de zonde juist haten en vlieden. Dan gaan we eronder gebogen. Dan vereert de bitterheid van de zonde ons hart. We leren onze zonden onder hete tranen belijden en ermee vluchten tot Hem, Die zondaren ontvangt en met hen eet. Wonderlijk, de zondelust van vroeger wordt dan. tot een last. Wat ons vroeger hinderde op de weg naar Jezus, wordt juist nu een aansporing om ermee te vluchten tot Hem.

De ergernis van het kruis

Het is opvallend dat in veel kerken de kerkdienst heel druk bezocht wordt, terwijl er voor de dienst op goede vrijdag veel minder belangstelling bestaat. Hoe zou dat komen? Dat komt door de ergernis van het kruis. Een kindje in de kribbe met wat sfeer eromheen spreekt de mensen nog wel aan, maar het. ruwe kruis, met een bloedende en lijdende Christus is voor de natuurlijke mens een aanstoot. Om het kruis is weinig „sfeer" te weven. Het spreekt ons onomwonden over de ontzaggelijke werkelijkheid van de zonde en Gods rechtvaardige straf. Het ware beter als ook het kerstfeest meer ontdaan werd van zijn gezellige winterse entourage, want de kribbe is toch ten diepste van hetzelfde hout gemaakt als het kruis: vloekhout!

De ergernis, die bij de inwoners van Nazaret tijdens Jezus' omwandeling op aarde tegen Hem openbaar komt (Matth. 13 : 54-58), blijkt nog maar een voorspel te zijn van wat er gebeurde op goede vrijdag. Toen werd de Christus der Schriften verworpen door het joodse volk en als een godslasteraar gekruisigd. Dat gebeurde uit pure ergernis over de kruisgang van deze Messias-Koning door de wereld. En dat die gekruiste Christus nu juist de Zaligmaker der wereld was, is een verborgenheid, die alleen door het geloof wordt ontdekt. Na zijn bekering predikte Paulus die Gekruisigde, Die voor de Joden een ergernis bleef, en voor de Grieken een dwaasheid, maar voor hun die geroepen worden de kracht Gods en de wijsheid Gods (1 Kor. 1 : 23-24).

Ook in Rom. 9. : 33 en 1 Petr. 2 : 7 blijkt Christus een rots der ergernis te zijn voor de ongelovigen, degenen, die zich aan het Woord stoten. En daartegenover staan dan degenen, die geloven, en die niet beschaamd zullen worden. Voor hen is de gekruiste Christus dierbaar. En hier zijn we tevens bij de diepste achtergrond van de ergernis, n.l. hei ongeloof. D.w.z. het gebrek aan zondekennis, het niet nodig hebben van de Zaligmaker, het nog best tevreden zijn met jezelf en je vreemde eigengerechtigheid. Al met al een levensgrote slagboom, die de weg naar de gekruiste Christus blokkeert. Voor het geloof echter — waardoor we zelfkennis en Godskennis verkrijgen — is deze vernederde, bebloede en gekruiste Koning, Die nu verheerlijkt is, onuitsprekelijk

dierbaar. Hoe schoner Zijn gestalte getekend wordt, des te brandender wordt je hart om door het geloof tot Hem te gaan en Hem te omhelzen als Borg en Zaligmaker. Voor het ongeloof betekent het bloed des kruises een ergernis, voor het geloof echter vrede met God.

En verhindert ze niet!

Nadat we de twee belangrijkste oorzaken, waardoor we gehinderd worden op de weg naar Jezus, hebben blootgelegd, n.1. het liefhebben van de zonde en de volharding in het ongeloof, hindernissen, waar we zelf volledig verantwoordelijk voor zijn, wil ik wijzen op een paar hindernissen, die door anderen kunnen worden opgeworpen. Ook hierbij wil ik uitgaan van de Bijbel zelf. In Mark. 10 blijken het de discipelen van de Heere Jezus zelf te zijn, die de kinderen, door hun ouders bij Jezus gebracht, verhinderen tot Hem te gaan. En de Heere neemt hen dat heel kwalijk. Zijn heilige toorn ontbrandt. En duidelijk geeft Hij het bevel: „Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze niet." Dat is duidelijke taal. En die is gericht aan het adres van de discipelen. Van die kant had je toch allerminst verhindering verwacht!

Dat woord is nog steeds aktueel, niet alleen met betrekking tot jonge kinderen, maar ook m.b.t. de oudere jeugd. Het kan immers gebeuren dat jonge mensen door het gedrag van ouderen verhinderd worden op de weg naar Jezus. Dat kunnen zelfs je ouders zijn, als ze nooit eens met je spreken over de dienst van de Heere, of als ze ruw en slordig leven, of onwaarachtig zijn in hun levenshouding. Daar kijk je dwars doorheen en het kan een hinderpaal voor je zijn. Evenals het idee dat „godsdienst" iets is voor de ouderen, v/aar de jeugd-toch niets van weten wil. Ik had eens ergens in den lande gepreekt. Na de dienst werd ik bij de mensen waar ik logeerde de voorkamer ingeloodst om het „geestelijk gesprek" te leiden. De jongelui dronken koffie in de achterkamer en de schuifdeuren gingen dicht. Wel kon ik nog door de glas-in-lood ruitjes heen zien, dat er in die andere kamer een vrolijke noot heerste. Door de daverende lachsalvo's, die daar opgingen kon ik ook mijn aandacht niet meer zo bij het „geestelijk gesprek" houden. Ik had eigenlijk ook liever in die andere kamer gezeten, want het „gesprek'' vlotte niet zo. Tenslotte heb ik de schuifdeuren maar opengetrokken en met die jongelui een spontaan gesprek gehad over de dienst van de Heere. Waarom, zouden we onze jonge mensen verhinderen door te denken dat ze toch niets van de waarheid willen weten?

Je maakt ook wel eens mee dat bepaalde mensen de geestelijke staat van hun medebroeders of - zusters glashard veroordelen, omdat hun ervaringen niet kloppen met de geestelijke meetlat, waarmee zijn of haar bekering wordt gemeten. Dan denk je bij jezelf: wie heeft er nu gelijk? Als bepaalde mensen zich uitgeven voor een kind van God, en ze geloven het van elkaar niet eens, zou het dan misschien van allebei bedrog zijn? Zou de Heilige Geest werkelijk zo weinig vrijheid hebben in het toebrengen van zondaren? Je weet het niet meer, en je denkt: zou heel die godsdienst eigenlijk geen verbeelding zijn? En je bent verhinderd! Het aantrekkelijke om zelf een kind van God te willen zijn, is er dan wel helemaal af.

Ook kan een wettische levenshouding een geweldige sta-in-de-weg zijn voor de ander. En als dan bovendien nog blijkt, dat veel van de godsdienst alleen maar aan de buitenkant zit, ontstaat er al gauw een karikatuurbeeld: , waardoor de hindernissen steeds groter worden. Paulus heeft in zijn dagen maar al te veel tegen die wettische levenshouding moeten strijden. Vooral in de brief aan de Galaten komt , dat tot uitdrukking. De vrijheid van Christus werd weer vervangen door het juk der dienstbaarheid.. De judaïsten predikten de besnijdenis weer, maar Paulus zegt: dan is

Christus ij del geworden. Hij schrijft in Gal. 5:7: Gij liept wel, wie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn? " Eerst liepen de Galaten goed op de loopbaan van het ware geloof in Christus tot rechtvaardigheid, maar daarna zijn er „verhinderaars" gekomen, en die verleiders hebben hen in de loopbaan van Christus verhinderd. Die u ontroert, zegt Paulus, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij. Paulus moet ze oproepen tot onderlinge liefde, want de elkaar bevechtende groepen in de gemeente gingen elkaar verbijten en vereten. Het laat zich verstaan dat zo'n situatie in de gemeenten nu niet bepaald bevorderlijk is om ook anderen voor Christus te winnen.

De sleutel der kennis weggenomen

Nog één plaats uit de Bijbel, die met ons onderwerp direkt te maken heeft, wil ik hier tenslotte noemen. In Luk. 11 : 37-54 houdt Christus, bij een farizeeër uitgenodigd op de maaltijd, een strafrede tegen hen en de schriftgeleerden. Hij beschuldigt ze van geveinsheid en bedrog, van gebrek aan liefde en billijkheid. De wetgeleerden belastten de mensen met lasten, die zwaar zijn om te dragen, maar zelf raakten ze die lasten zelfs niet met hun vingers aan. Ze bouwden de graven der profeten, maar God zou hun bloed van hun hand eisen. En dan kulmineert de heilige toorn van Christus tenslotte in het 52ste vers: Wee u, gij wetgeleerden, want gij hebt de sleutel der kennis weggenomen; gijzelf zijt niet ingegaan, en die ingingen hebt gij verhinderd."

Hier zijn het dus de „knechten van God", die het volk verhinderen in te gaan in het koninkrijk der hemelen. Door het wegnemen van de „sleutel der kennis" wordt het volk verhinderd om tot Jezus te gaan. Wat is dat eigenlijk voor een sleutel? De kanttekeningen op de Staten Vertaling zeggen: „Deze sleutel is de rechte verklaring van Gods Woord, waardoor de mensen de ingang tot de hemel geopend wordt." Denk eens na over deze zin!

Wat een enorme macht en autoriteit wordt hier toegekend aan de rechte verkondiging, van Gods Woord. De wetgeleerden hebben Gods Woord op een verkeerde manier uitgelegd, n.1. op een wettische wijze. Ze spoorden de mensen aan tot het zoeken van een eigengerechtigheid. De kennis van de weg des behouds in Christus hebben ze veranderd in een doe-het-zelf godsdienst. Zelf zijn ze niet ingegaan, d.w.z. ze hebben niet in Christus geloofd. En ze hebben anderen, die wel naar binnen wilden gaan, daarbij verhinderd. Mensen die anders in Christus zouden geloven, hebben ze daarvan afgehouden door hun houding en hun woorden. Voorbeelden hiervan vinden we in Mattheus 12 : 23-24; Joh. 7 : 46-49. Vgl. ook Matth. 23 : 13.

Zelfs in de prediking

Als we deze praktijk van de-wetgeleerden aktualiseren in het heden, zien we dat ook vandaag velen worden verhinderd in te gaan door een verkeerde of eenzijdige prediking. Neem b.v. de gesekulariseerde prediking, die zich laat leiden door de agenda van de wereld en de tekst voor de preek uit de krant haalt. Allerlei politieke stokpaardjes worden dan bereden, maar het volk krijgt stenen voor brood. De Christus der Schriften wordt niet verkondigd, en de hoorders worden afgeleid van hun eeuwige bestemming. Ze worden verhinderd in te gaan.

Ook is er de objektieve prediking, die alleen de heilshistorie overtrokken objektief naar voren brengt en geen oog heeft voor de subjektieve doorleving van het heil. Als het bevindelijke geloofsleven in de prediking niet meer funktioneert, ontbreekt er toch een wezenlijk deel. Als de vraag — die vaak een worsteling inhoudt — „hoe krijg ik een genadig God? " wordt overgeslagen of als bekend verondersteld en vanuit het objektieve heil er steeds maar op gehamerd wordt, dat daaruit nu geleefd moet worden en steeds meer de nadruk gaat vallen op de mens en zijn goede daden, die hij verplicht is te doen en zijn trouw aan de zuivere leer, wordt de hoorder ten diepste toch ook bedrogen. Zonder ooit als een arme zondaar aan de troon der genade gesmeekt te hebben om vergeving, blijft de naam van Jezus ook maar een. woord van vijf letters. Dan kun je wel denken dat je in de Zaligmaker gelooft, maar je weet niet eens waarom. Hij maakt Zijn volk immers zalig van hun zonden! En op deze wijze worden heel wat mensen misleid en verhinderd. De sleutel der kennis is dan toch weggenomen.

Aan de andere kant kan de prediking ook bedreigd worden als Christus wordt ingekapseld in allerlei schema's en ervaringen van „de mens". Dan wordt Christus gepredikt onder een deksel, en niet meer in „eenvoudigheid". Gods heil wordt dan ingekaderd in allerlei menselijke denkbeelden en het Werk van de Geest door het Woord wordt gebonden. Dan is er van een wezenlijke ontmoeting met God in de prediking geen sprake meer. Je hoort alleen een — vrij objektiverend — verhaal over hoe het allemaal moet, maar er gebeurt niets meer. De oproep tot bekering en geloof ontbreekt. De sleutel der kermis •—-juiste uitleg van Gods Woord! — is weggenomen. De mooiste teksten, die d.m.v. een diepgaande exegese soms een verrassende boodschap te brengen hebben, worden in één dogmatische handomdraai monddood gemaakt. Op zichzelf gesproken worden er dan misschien ware dingen gezegd, maar de tekst wordt geweld aangedaan en zodoende wordt de rijkdom van het Woord niet ontvouwd.

Ook kan de prediking van een strakke gesystematiseerde „bekeringsweg'' veel kleingelovigen hun levenlang in de duisternis houden. Er worden dan ook barrières opgeworpen op de weg naar Jezus! Heb je dit wel beleefd, en dat? En ben je daar wel geweest en is het er zo diep doorgegaan? Op een dergelijke manier wordt iedere gezonde geloofsgroei in het leven van hen die de Heere vrezen alleen maar geremd. Ware bevinding is niets anders dan beleefd geloof, ervaren heil, spontaan, door Gods Geest, zodat er kracht vanuit gaat, niet alleen voor jezelf, maar ook voor je omgeving. En dat trekt aan! Dat verhindert anderen niet, maar het neemt ze mee. Mee naar Jezus, de Zaligmaker van zondaren.

God is sterker dan al onze hinderpalen

Laten we daar maar mee eindigen. De titel van dit artikel is negatief. Hoe worden we verhinderd? Hoe moet het niet? Maar laten we ook hier positief eindigen. God is sterker dan al onze hinderpalen. Hij breekt dwars door onze zonde en ongeloof heen. En Hij trekt onwederstandelijk door Zijn Geest. En die Geest overtuigt. Van zonde! En dat Christus' gerechtigheid de énige gerechtigheid is! En dat wie in Jezus gelooft, bevrijd is van het eeuwige oordeel! Wie ons ook mogen tegenhouden, welke krachten ons ook mogen verhinderen, wie vanuit zijn eigen verloren bestaan eenmaal de schoonheid van de Heere Jezus heeft mogen ontdekken, die is door niets en door niemand meer tegen te houden. Die zegt ondanks alle tegenstand: „Geef me Jezus of ik sterf, Want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1981

Daniel | 28 Pagina's

HINDERNISSEN OP DE WEG NAAR JEZUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1981

Daniel | 28 Pagina's