CHRISTUS’ GETUIGENIS - DE WAARHEID
LEES JOHANNES 19
Laatst las ik een boek: „Niets is geheel waar". De schrijver bedoelde hiermee, dat alles, ons maatschappelijk, politiek en godsdienstig leven met de leugen besmet is. Dit kan ook niet anders, want sedert het drama in de hof van Eden is in Adam de hele mensheid de vader der leugens, Diabolus toegevallen. Betrap jij jezelf weieens op leugens? Misschien verzwijg jij weieens de waarheid. Dat is ook liegen.
Het kan ook zijn dat je een halve waarheid vertelt. Dan is het niet geheel waar wat je vertelt. Dit is eigen werk van de duivel (Zondag 43 II.C.) Ieder woord dat je liegt is een daad, een mis-daad. Zowel voor jezelf als voor anderen. Liegen gaat lijnrecht tegen Gods heiligheid en waarheid in. Wie liegt stookt het haardvuur van de duivel op. Het deel van de moedwillige leugenaars is eeuwige schade aan lichaam en geest. De toekomst van de leugenaar is de poel des vuurs.
Koning David kende zichzelf. Daarom bad hij in Ps. 25: Leid mij in Uw waarheid".
De Waarheid
Slechts Eén is er op de aarde gekomen Die de waarheid sprak. En juist voor Hem was er geen plaats in de wereld. Alle deuren in Bethlehem bleven potdicht. Waarom?
Dat zei Hij later tegen de rechter Pilatus: „Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der WAARHEID getuigenis geven zou''.
Als reaktie op dit getuigenis van de' I-Ieere vraagt Pilatus: „Wat is waarheid? " Deze vraag stelt de rechter en stadhouder Pilatus niet zonder reden. In de romeins-griekse kuituurwereld werd zóveel beweerd. En niet te vergeten de verschillende stromingen onder het Jodenvolk.
Deze vraag komt ons in deze tijd, waarin wij leven, niet eens zo vreemd voor. Immers vandaag leeft de vraag in de harten van jong en oud. Wat wordt, er op maatschappelijk, politiek en godsdienstig terrein veel beweerd! Wij hebben er geen idee van hoe verwarrend dit alles op de buitenkerkelijke mens afkomt.
Ondergetekende wordt in zijn evangelisatiewerk dagelijks met deze vraag gekonfronteerd: „Wat is nu eigenlijk waarheid? " Moet ik als antwoord op deze vraag naar de verschillende kerkformaties wijzen? O ja, iedere kerk heeft nog wel iets dat op waarheid lijkt. Er is ook nog een groot verschil tussen de waarheid belijden met de mond en met wat de Schift noemt: „uit de waarheid zijn". De waarheid kan slechts een onderwerp, zelfs een interessant onderwerp, van diskussie zijn.
Grote denkers, wijsgeren hebben zich in de vraag, verdiept: „Wat is waarheid? "
Een wereld vol leugen en schijn
De vraag „Wat is waarheid? ", is beslissend voor ons gehele leven en onze eeuwige toekomst. Niet zoals Pilatus de vraag stelt. Of stelt hij misschien niet eens een vraag? Pilatus spreekt met grenzeloze verachting over het Jodenvolk: „Ben ik een Jood? " Hij heeft in zijn hart het Jodenvolk veracht omdat zij Eén hunner aan het romeinse gerecht uitleverden. „Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd". Een dergelijke daad achtte iedere Romein ver beneden zijn waardigheid. Daarom zegt dan ook de Heere: „die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft
groter zonde gedaan". (Joh. 19 : 11) Christus' komen in de wereld heeft alles met de waarheid te maken. In Zijn geboorte als Mens in deze wereld ligt de herschepping van velen uit het menselijk geslacht. Niemand kon uit een onreine een reine voortbrengen. Geen mens kan meer aan zijn bestemming beantwoorden. Men blijft een karikatuur van wat de mens zou moeten zijn. Er is in ieder mens echter een wanhopig pogen om de schijn te bewaren. Hij wil zich op de één of andere manier waarmaken. Maar hij is het niet. Hij leeft achter een masker. Het masker van onverschilligheid of schijnvroomheid. Denk aan de karnavalsmaskerade.
Hij heeft de overheden uitgetogen. Hun hele maskerade doorbroken.
Hij heeft de waarheid getuigenis gegeven, tegenover onze valse getuigenis. Zoals Hij voor Pilatus staat, zo staat Hij in de schuld van Zijn gemeente. Maar hoort wat. Hij getuigt: „een iegelijk die uit de waarheid is, hoort Mijn stem".
Hoe kunnen wij uit de waarheid zijn, jongens, meisjes? Dat kan alleen als wij „uit Hem geboren'' zijn. Dus wedergeboren. Dan pas worden wij ontdekt aan ons leugenachtig bestaan voor God.
Aan onze ongerechtigheid, verkeerdheid, onbetrouwbaarheid en goddeloosheid. Dan kunnen wij niet langer leven achter onze maskers.
Als de Heilige Geest ons tot dé Weg, dé Waarheid en hét Leven leidt, worden wij voor de Heere wat we werkelijk zijn. Dan komt het: Waar zijt gij" tot ons (Gen. 3 : 9). Dan gaan we de waarheid lief krijgen. Dit is louter een genade gift.
Is het een wonder dat er voor de Heere Jezus geen plaats was op onze wereld? Een wereld vol leugen en schijn. Jezus is dé Waarheid. Zijn getuigenis alleen is de waarheid.
Maar voor de waarheid is in onze wereld geen plaats.
De waarheid in de wereld wordt verkracht, gemarteld, gemeden en vernietigd.
Dit heeft de Heere aan de lijve ondervonden. En dit ondervinden allen die uit de waarheid zijn.
De verkondiging van de Waarheid
Wij mogen het als een groot voorrecht waarderen dat wij nog onder de verkondiging van de Waarheid mogen verkeren. Wacht je voor bedrog. Er is veel schijn.
„Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld, " zei de Heere tot Pilatus.
Hier begreep de stadhouder niets van. Hier begrijpt de wereld en het oppervlakkige „christendom" ook niets van. Het sociaal „evangelie" moet het nu doen. De ellende van de mens wordt maatschappelijk stof verklaard.
Men wil niet erkennen dat de maatschappelijke ellende een gevolg is van de ellendestaat waarin wij van nature in Adam gevallen zijn.
In de lijdensgeschiedenis van de Heere Jezus ontmoeten wij er één die niet vroeg: „Wat is waarheid? " Hij werd aan de waarheid van zijn staat ontdekt. „Wij, " zegt de moordenaar, „ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben, maar Deze (dat is Jezus) heeft niets onbehoorlijks gedaan". De moordenaar vraagt niet: „Zijt Gij dan een Koning? " „Heere, " zegt hij, „gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn5'. In korte tijd maakt deze moordenaar geweldige waarheden door. Hij ziet Wie de middelste Kruiseling werkelijk is. Zijn ogen worden geopend voor de staat, waarin hij leeft, maar hij ziet ook Wie Christus is. Dit is nu voor ons allen nodig, jongens, meisjes. En de Heere Die onder alle valse getuigenissen tegen Hem gezwegen heeft, zegt zonder uitstel: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn".
„GIJ MET MIJ" dit. is HERSTELDE GEMEENSCHAP, die verbroken is in de zondeval, deze drie woorden: gij met Mij, zullen voor jullie en mij en voor iedereen, eenmaal alles uitmaken. Die Zich tevoren om mijnentwille voor Gods gericht gesteld heeft, (zondag 19 H.C.) en al de vloek van mij weggenomen heeft.
Welzalig hij (en zij) wien 't mag gebeuren, dat God naar recht hem (of haar) wil schuldig keuren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1981
Daniel | 28 Pagina's