VURIGE LIEFDE GEVRAAGD
In dit nummer van „Daniël" wordt het negende gebod aan de orde gesteld. Ook, in de Pagina voor haar willen wij er aandacht aan schenken.
Wie van ons gaat hier vrijuit? Onderzoekt u zelve nauw! Niet een ander, maar onszelf. De Heere Jezus zei toen de vrouw in overspel gegrepen bij Iiem werd gebracht: ie van u zonder zonde is, die werpe de eerste steen. Het gevolg was dat zij zich allen verwijderden omdat zij in hun geweten overtuigd waren. (Joh, 8 : 3-11). En wat doen wij? Spreekt onze consciëntie nog ten opzichte van het negende gebod? Of zijn we er zo aan gewend geraakt om. te praten over een ander dat we er zelfs geen erg meer in hebben. Vaak spreken we over de fouten van anderen, zonder precies te weten wat er aan de hand is. Dan zijn we bezig het onverhoord oordelen of helpen veroordelen. Laten we in dit verband Mattheüs 7 : 1-12 eens lezen.
Een van de namen waarmee d.e satan wordt aangeduid is „Diabolus". Dat betekent „lasteraar". In het paradijs hebben we voor de satan gekozen en daarom kunnen we van nature niet anders dan kwaadspreken. Dat is echter geen excuus! De Heere, Die ons dag aan dag vele weldaden schenkt, is het zo waard dat we Zijn geboden onderhouden, ook dit gebod.
En als we echt naar onszelf kijken, ons onderzoeken, dan is er geen reden meer om over een ander te praten.
Dagelijks overtreden ook wij immers alle geboden. Ook wij zijn immers niet in staat tot enig goed, ja geneigd tot alle kwaad. Ook onze tong is een scherp zwaard!
In het antwoord op vraag 112 (zondag 43) wordt bovendien nog gesproken over het bevorderen van mijns naasten eer en goed gerucht. De Heidelberger verwijst daarin naar 1 Petrus 4:8: aar vooral hebt vurige liefde tot elkander, want de liefde zal menigte van zonden bedekken.
Hier past ons de hand op de mond te leggen, want inplaats van het bedekken van de zonden van anderen worden ze door ons vaak breed uitgemeten en aangedikt. Wij zijn liefhebbers van onszelf. Leven vaak onverschillig langs anderen heen, staan zelfs tegenover hen, strijdende wie van ons de meeste is. Om onszelf schoon te praten worden er vaak stenen gegooid naar anderen.
Zo op ons zelf ziende is het een wonder dat , de Heere ons nog in dit leven spaart, zelfs ons nog dagelijks omringt met Zijn weldaden. Plij is lankmoedig over ons en geeft ons nog de tijd ons te bekeren.
De liefde die ons ontbreekt, wil de Heere ons schenken. Hij wil een wacht voor onze lippen zetten en de deuren van onze mond behoeden. Laten we veel met onze naaste over de Heere spreken en met de Heere over onze naaste.
Waar liefde woont, gebiedt de Heer' de zegen. Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, En 't leven tot in eeuwigheid.
B. W. Hulsman
SAMENKOMST in verband met de behandeling van de Wet afbreking zwangerschap in de Eerste Kamer der Staten-Generaal op D.V. zaterdag 28 maart 1981 in de Ahoyhallen (Eemhal) te Rotterdam, aanvang 14.30 uur. De Ahoyhallen zijn in Rotterdam-Zuid.
Sprekers: Ds. H. Hofman te Gorinchem, prof. dr. W, H. Velema te Apeldoorn, dr. K. F. Gunning te Rotterdam en drs. W. Chr. Iiovius te Apeldoorn.
Bondsdag: D.V. donderdag 7 mei in „De Doelen" te Rotterdam, aanvang 10.15 uur. Sprekers: Ds, C. Vogelaar te Genemuiden en ds. P. Blok te Capelle a/d IJssel.
Regionale vergadering: D.V. donderdag 2 april te Lelystad, aanvang 19.30 uur; opening ds. R. Kattenberg, spreker dhr. Kwantes.
OP ZIEKENBEZOEK VIA DE POST
SCHARLAKENROOD OF SNEEUWWIT! Is er groter tegenstelling? Deze winter heeft het sneeuwkleed de aarde niet zoveel gedekt, koude nevelige luchten gaf de Heere, inplaats van sneeuw om 't land te dekken, en tot een zachte wol te strekken.
Een enkele keer hebben in de ziekenkamer uw ogen de wondere witte vlokken zien neerdalen, vastklevend aan struik en heg. Heeft u de intense stilte gehoord als er sneeuw gevallen is? Alle geluiden verstommen als de Heere ook de sneeuw uit Zijne schatkamer voortbrengt. Zijn onze gedachten bij het zien van , de vers gevallen sneeuw ook terug gegaan naar een biddende en worstelende David, die in diep berouw om „gewenste zielevreugd" smeekte: „Was mij geheel, zo zal ik witter wezen, dan sneeuw die vers op 't aardrijk nederviel". Wat kan bij het klimmen der jaren, of bij het naderen van ons stervensuur onze zondeschuld op ons af komen, zonde die niemand weet dan alleen de grote hartenkenner.
Welk een lot staat mij te wachten, Als de Rechter van 't heelal Al mijn daden en gedachten Op de weegschaal leggen zal?
Is in stille slapeloze nachten Jesaja's boodschap tot ons gebracht: „Kom, dan, laat, ons samen richten'', over uw scharlaken en karmozijnrode zonden. Want de striemen en etterbuilen van uw zondewonden, „gij zult geen andere goden gij zult niet doodslaan gij zult geen valse getuigenis „ gij zult niet begeren ", gij zulten vult u zelf maar in, die wonden zijn niet uitgedrukt noch verbonden.
Maar nu daalt de Heere zo laag tot ons af in onze zondenood, dat Hij zegt: „Kom dan, laat ons samen richten, al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden ais sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol". Is dat niet een groot wonder? !
In de lijdensweken mogen we gedenken hoe de Heere Jezus voor wetsovertreders het Kedrondal is doorgegaan naar de olijvenhof, waar Hij geperst werd, zodat Zijn zweet werd tot grote druppels bloed, en het van Zijn lippen klonk: „Niét Mijn wil, maar Uw wil geschiede".
Ondanks het vermanend: „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt", werden de discipelen door de slaap overmand, en heeft I-Iij d.e pers alleen getreden. Als Sions Borg. werd Hij gegeseld en geslagen, opdat door Zijne striemen ons genezing zou worden.
Toen velen valse getuigenis tegen Hem inbrachten, zweeg Hij stil, als Hij gescholden werd schold Hij niet weder, en als Hij leed, dreigde Hij niet, maar gaf het over aan Zijn hemelse Vader. Wie kan Zijn liefde peilen oneindig groot, dat Hij met overtreders wilde geteld worden, ja zelfs voor overtreders gebeden heeft? Toen men Jezus' heil'ge handen Bij het klinken van de hamer, Aan d'onheil'ge kruispaal sloeg. Die Hem. hart en hand deed bloên. Was het wonderlijk 't aanschouwen Sprak Hij: „Vader, o, vergeef 't hun Hoe Hij smaad en smart verdroeg. Die niet weten, wat zij doen." Voor we onze ziekenreis beginnen eerst een vraag: Heeft uw vereniging bejaarden of zieken .die de verenigingsavonden niet meer kunnen bezoeken? Stuur dan hun adres, in hun eenzaamheid is uw post een welkome gast. Dat mochten ook Mevr. Ruitenberg en Mevr. v. d. Spek ervaren, uit heel ons land maar vooral uit Zeeland, en zelfs uit Irian Jaya mochten .zij post ontvangen. U vergat ze toch ook niet?
Ons ziekenbezoek gaat deze keer naar de bollenvelden van Lisse, waar Mevr. Hubregtse-Markusse (36 jaar) Wilgenlaan 2, 2161 ML Lisse, lange tijd rust moet houden. Wat maakt de Heere ook voor u Mevr. I-Iubregtse waar: „Mijn gedachten en Mijn wegen zijn hoger dan uw gedachten en wegen". Hij geve u sterkte uit Zijn Woord te ervaren: Want gelijk de sneeuw van de hemel nederdaalt, zo zal ook Gods Woord getrouw zijn, om van Hem die ieders geboortestond bepaalt, de kinderzegen te mogen ontvangen.
Velen van u gaan misschien eenzaam, verlaten van mensen uw levensweg, terwijl de zondelast u drukt. Hebben uw ogen de stille sneeuwpracht wel eens aanschouwd, hoe dat blanke kleed de aarde bedekte? Zo wil de Heere Jezus met Zijn blanke gerechtigheid, uit genade onze ongerechtigheid bedekken. Dan worden scharlak en karmozijnrode zonden witter sneeuw.
L. P. Moree-Kranenburg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1981
Daniel | 28 Pagina's