„HET BEGINT IN HET GEZIN....”
Vraaggesprek met brigadier C. Breeweg
Wilt U een korte levensbeschrijving geven, en uw huidige funktie vermelden?
Mijn naam is C. Breeweg, ben 52 jaar en werk als brigadier bij de gemeentepolitie Rotterdam. Tot 1955 werkte ik bij van Gend en Loos, maar door de benoeming van een ander tot kassier (een funktie, die mij beloofd was) ben ik eigenlijk beetje boos weggelopen. Op weg naar huis liep ik tegen de opperwachtmeester aan in m'n woonplaats Wolphaartsdijk, die me het idee aan de hand deed om bij de politie te solliciteren. Dat heb ik gedaan en op het ogenblik is dat nog steeds mijn dagelijks werk.
Wat waren uw funkties voor de bevordering brigadier? tot
Zeven jaar deed ik op „straat" dienst bij de geuniformeerde politie te Rotterdam-West. Ik kwam zo van een dorp in een grote wereldstad, waar je gekonfronteerd wordt rnet allerlei zaken, waar je zelfs nog nooit van gehoord, laat staan gezien had. Daar ben ik werkelijk als een kat uit de zak geschud. Wel heb ik vooral met de jeugd heel prettige kontakten gehad. Ik heb daar echt met de jeugd leren „optrekken''.
Geeft U daar eens een voorbeeld van?
Als de jongens aan het voetballen waren vlak bij de huizen, nam ik ze mee naar een veldje en zei: „jongens, ga nou daar trappen en niet zo dicht bij de woningen". Wanneer er een vuurtje was gestookt, probeerde ik niet boos te worden, maar liet ze een bezem en een emmer water halen en de boel netjes oppoetsen. Ik moet zeggen, dat ik daarbij de volledige steun had van zowel buurt als ouders.
Heeft dat er mede toe bijgedragen, dat U in 1963 werd overgeplaatst naar de kinderpolitie, toen nog gescheiden van de zedenpolitie?
Zeker wel, de leiding was volgens mij goed op de hoogte van de kontakten met jeugd en ouders. Voordat ik daar terecht kwam, moest ik eerst een half jaar dienst doen als rechercheur. Vanaf 1969 gingen zeden-- kinderpolitie samen; daar werkte ik tot mijn benoeming als brigadier in 1973.
Is het juist, dat ik uit u.w gesprek opmaak, dat de maatschappelijke kant van het politie-zijn u na aan het hart ligt?
Ja, dat is zo, al kan ik me ook voor 100% inzetten als er een winkeldiefstal is gepleegd. Wat. het
maatschappelijke betreft, wil ik nog vermelden, dat ik, al heb ik het steeds van me afgezet, verplicht drie jaar moest werken in de wijk Katendrecht. En daar is me uit de vele gesprekken duidelijk geworden, dat daar mensen wonen, met een verschrikkelijke nood. Onbeschrijflijk! En als je dan mag zien, dat er door jouw toedoen mensen vandaan zijn gehaald, dan ligt daar ondanks alle afkeer, die je vaak hebt, toch een enorme taak als rechercheur. Een ander geval is dat van die moeder, die ik in 1964 heb mogen helpen: na 15 jaar kwam ze bij me terug voor haar dochter, die in een psychiatrische inrichting was opgenomen wegens een poging tot zelfmoord. Als je dan de beweegredenen hoort van zo'n vrouw, doet het je goed, dat je iets voor haar mocht betekenen. Ze vond n.1. dat ze destijds zo goed was geholpen.
U noemde winkeldiefstallen; is het juist, dat winkeldiefstallen beneden 75 gulden niet meer worden• vervolgd?
Dat is niet juist, het bedrag ligt veel lager; maar elk arrondissement heeft zijn eigen regels voor zulke gevallen. Rotterdam heeft beslist een veel lager bedrag. En als ze de volgende keer weer worden betrapt, dan telt die eerste keer wel mee bij het procesverbaal.
Is het moeilijk om winkeldieven te betrappen en te arresteren?
Een winkeldiefstal wordt sporadisch door een politieman opgespoord. Dat gebeurt meestal door de bedrijfsrecherche van een warenhuis. Die konstateren dat er gestolen is (of verduisterd), dus het strafbare feit. Zij nemen de persoon in kwestie mee naar een afzonderlijke ruimte en zeggen: dit of dat hebben wij gezien, mogen wij in uw tas kijken? En blijkt nu dat er gestolen is, , dan wordt de politie gewaarschuwd en gaat het „spel" voor ons pas spelen.
Hoe noemt u dat nu in juridische termen?
We spreken dan van aanhouden! De betrokkene moet nu ten spoedigste worden overgebracht naar een plaats van verhoor. Dat is meestal een politiebureau.
Hoelang mag dat duren?
De politie kan je zes uren op het politiebureau houden voor verhoor. We rekenen daar niet bij de tijd van 12.00 uur 's nachts tot 9.00 uur 's morgens. Een voorbeeld: Ben je om 's avonds 10 uur voor verhoor op het bureau gebracht, dan mag: je tot ten hoogste 's middags één uur worden vastgehouden. Ben je 's middags om drie uur gebracht, dan moet je voor 9 uur 's avonds op vrije voeten staan, of voor verder onderzoek op het bureau blijven.
Maar dan moeten toch eerst andere maatregelen zijn genomen?
De beslissing, of je voor verder onderzoek moet blijven, wordt genomen door een hulpofficier van politie (die ikzelf ook ben als wachtkommandant), die je dan verhoort.
Kan hij nog andere stappen ondernemen?
Als hij dat nodig vindt, kan hij je inverzekeringstellen voor tweemaal 24 uur. Dit alles nog steeds op het politiebureau. Je krijgt zelf een afschrift van het bevel tot inverzekeringstelling en je mag kontakt onderhouden met een advokaat en iemand van de reklassering. Als je jonger bent dan 18 jaar wordt de raad van de kinderbescherming gewaarschuwd en de ouders!
Wat doet de politie in die tioee dragen?
De politie pleegt overleg met de officier van justitie. Is die van mening, dat je nog niet vrijgelaten kan worden dan verlengt hij de inverzekeringstelling met hoogstens tweemaal 24 uur. Hier krijg je ook weer een afschrift van. Je kunt dus maximaal 4V2 dag worden vastgehouden. Daarna wordt beslist of je op vrije voeten kan worden gesteld, dan wel voorgeleid wordt voor de officier van justitie, die dan bepaald of het onderzoek heeft uitgewezen, dat een nadere beslissing genomen kan worden.
Hoe streng wordt nu eigenlijk met verdachten omgegaan? Uit de linkse hoek klinken nogal eens kreten (loze? ), dat het bij een verhoor nogal hardhandig toegaat?
Dat ontken ik ten stelligste; er wordt alleen met woorden druk uitgeoefend, maar van geweld of mishandeling is beslist geen sprake.
Verschilt dat per brigadier?
Ja, dat is wel eens een kwestie van overwicht. Een aankomend rechercheur zal daar wat meer moeite mee hebben, dan een wat geoefender brigadier. Daarom wordt hij in het begin altijd begeleid en neemt zelden alleen een verhoor af. Een speciale opleiding in het ondervragen is er niet, dat leer je uit de praktijk.
Zijn verdachten, die al meermalen met de justitie in aanraking zijn geweest, ook van die ondervraagtechnieken op de hoogte?
Dat is zo, maar zij weten natuurlijk niet wélk bewijs wij hebben. Als wij het bewijs hebben van bijvoorbeeld vingerafdrukken, dan mogen zij voor mij hun mond houden; die zijn voor mij voldoende bewijsmateriaal.
Ook al blijft hij ten stelligste ontkennen?
Ja, maar dan moeten de vingerafdrukken niet aan de buitenkant van het raam zitten, maar bijvoorbeeld op een brandkast, als die leeggehaald is. Dat is veelal voldoende bewijs ook voor de officier van justitie. Bij de rechterkommissaris slaat zo; n man heus wel door, d.w.z. valt wel door de mand. Wij komen bijna nooit bij de rechter, als we niet voldoende bewijsmateriaal hebben.
Wanneer er nu wel een stellig vermoeden is, dat iemand een misdrijf heeft begaan, maar het bewijsmateriaal is van dien aard, dat daaruit de verdachte nog niet kan worden aangehouden en voorgeleid, wat doet u dan? \
Dan wordt alles nog eens helemaal uitgeplozen. Wij gaan pas over tot aanhouding als we zekerheid hebben, dat het, goed zit, wat we willen bereiken.
Hebt u daar een praktisch voorbeeld van bij de hand?
Ja, ik heb een geval X gehad. Die man had een enorme inbraak gepleegd en ik wist, dat hij nooit zou bekennen. Ik heb er zes maanden over gedaan om alle bewijzen bij elkaar te krijgen, 'k Ben zelfs alle nederlandse gevangenissen afgegaan, omdat in z'n kleding allerlei nummertjes etc. zaten en aan de hand van alle zaken, die ik nageplozen had, kwam ik tot het bewijs, dat voor de officier van justitie voldoende was om hem aan te houden. Maar de persoon is het te allen tijde blijven ontkennen, ondanks dat zijn kleding op de plaats van het misdrijf was achtergelaten. Hij ontdeed zich n.1. van de meeste kleding om alle sporen van het misdrijf weg te werken. Hij kreeg 2V2 jaar gevangenisstraf.
Meneer Breevjeg, wat is nu het meest voorkomende misdrijf?
Winkeldiefstallen, vernielingen, zakkenrollen, kleine mishandelingen in de binnenstad. Dat zijn zo wel de meest in het oog lopende gevallen.
Wie komen er zoal toe om in winkels te stelen? 1
Verreweg het grootste percentage is drugsverslaafden, die aan hun uitkering niet genoeg hebben. Dit neemt onrustbarend toe. Verder zijn het huisvrouwen, die minder in de portemonnee krijgen, maar toch die jurk of dat mooie tasje willen hebben. Tenslotte is er een kleine groep, die werkelijk het stelen niet, kan laten: de .zgn. kleptomanen. Zij stelen vaak alleen om het stelen, want als je ze pakt, dan weten ze vaak niet eens waarom of waarvoor. Een ziekelijke neiging tot stelen dus; maar die groep is bijzonder klein in verhouding tot de andere twee.
Hebt U nog een laatste opmerking?
Laten kinderen hun ouders gehoorzaam zijn, want ongehoorzaamheid is een van de belangrijkste punten die het gezag aantasten. Het gezag gaat tanen in het gezin. Ik heb het al zo vaak gezegd: het begint in het gezin, en dat is juist het bolwerk; als we daar al beginnen om het gezag te laten tanen, dan... zijn we al weg. Want de wereld is er al gauw bij om zulke op te vangen (JAC, Release, Sosjale Joenit) en mee te nemen naar een pleeggezin. Dan is het verkocht. En dat hebben de kinderen niet door, want dat weet, ik wel, ik ben ook jong geweest. Maar in deze tijd gaat het allemaal zo ontzettend snel, je kunt het niet meer bijhouden!!!
Heel hartelijk dank, meneer Breeweg en uw gezin voor de hartelijke ontvangst in Barendrecht. We hopen, dat veel jongeren dit zullen lezen en het ook ter harte .zullen nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1981
Daniel | 28 Pagina's