JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HONDETROUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HONDETROUW

ONS VERVOLGVERHAAL DEEL III

6 minuten leestijd

Tergend langzaam onder bedreiging van Maes revolver en de waakzame blik van de hond, breekt hij de tent af en spant de honden voor de slee. liet interesseert hem niet, dat hij de handboeien weer omkrijgt. Zijn vreugde wordt echter lelijk getemperd als tussen hem en de zich van pijn krommende Mac, Astor een plaats op de slee krijgt. Na wat gegrom en gebijt trekken de honden aan. Mac Gill heeft ze maar één keer de zweep laten voelen. De wind is opgestoken en jaagt duizenden sneeuwvlokken, scherp als ijsnaalden voor zich uit. In de luwte van een dichtopeenstaande groep bomen laat Mac Gill stilhouden. De honden gaan hijgend in de sneeuw liggen. Met grote moeite komt Mac Gill uit de slee. Hij knipt de boeien van Stewart open en beveelt hem wat eten en drinken voor de dieren klaar te maken. „En geen getalm, opschieten". Bill gehoorzaamt grommend. Zijn loerende ogen houden zo onopvallend mogelijk de zieke korporaal in de gaten. „Nu of nooit", mompelt hij zacht, terwijl hij de sneeuw vaststampt in de emmer, , , 'k Ben er niet zeker van, maar hij zal vanmorgen zijn baas wel opgeroepen hebben, hoewel ik hem niet gehoord heb". Hij loenst vanonder zijn muts naar Mac Gill, die zijn zendapparaat uit de slee haalt. Bill ziet hem plotseling voorover buigen door een hevige pijnscheut. Zijn vingers omknellen het hengsel van de emmer zo hevig, dat zijn knokkels er zeer van doen. Hij doet een sluipende pas in de richting van de zich weer oprichtende Gill. Een dreigend gegrom houdt hem echter terug en met, een grauw zet hij de emmer op de fel brandende vergasser. Mac Gill besluit om eerst een paar handen vol sneeuw op zijn buik te leggen, voor hij majoor Brentis oproept. Ze weten op de post. wat er aan de hand is. Brentis was kort, maar duidelijk vanmorgen. „Begrepen Mac, 'k stuur onmiddellijk assistentie. Over en sluiten." De sneeuw geeft weer wat verlichting. De hevigste pijn lijkt gezakt en Mac besluit om straks voor ze vertrekken, de behandeling nog eens te herhalen. Dan roept hij Churchill-City op. „Hallo, hier Mac Gill, pijn wat gezakt. Vertrek over een uur. Positie nu 120 km. noord-oost van City. Over." „Hallo, Hier Brentis, begrepen Mac. Assistentie nu ongeveer 40 km noordoost vanaf City. Over en sluiten". E-ven leunt Mac Gill wat duizelig tegen een boom. „Veertig kilometer". Hij vouwt zijn handen: „Heere help".

Bijna

„Je handen Stewart".' Zijn woorden kracht bijzettend door een dreigend gebaar met zijn revolver te maken, gebiedt Mac Gill aan Stewart zijn handen uit te steken. Bill duikt echter plotse-

ling in elkaar en beukt met kracht zijn hoofd tegen de buik van de korporaal. Deze slaat dubbel en een hevige pijnscheut maakt, hem een ogenblik machteloos. Als een wild dier wil Stewart zich op hem storten, maar As tor is vlugger. De hond jankt even van woede, er is een rode gloed in zijn ogen.

Bill tuimelt in de sneeuw en voelt de scherpe tanden van de hond opzij van zijn keel. „Astor, af!" Met een schorre stem roept Mac Gill zijn hond tot de orde. Het trouwe dier gehoorzaamt direkt. Met open bek staat hij naast de man, die bijna een derde moord op zijn geweten had. „Sta op Stewart. Dood of levend. Houd dat goed in de gaten. Als ik je niet in Churchill-City kan brengen, zal Astor het doen. Je handen Bill". Met een schuine blik naar de hond, die zijn ogen niet van hem afhoudt, steekt Bill Stewart met tegenzin zijn handen uit.

Als we hem maar niet missen

Vanuit Churchill-City suist een slede bespannen met twaalf honden in noordoostelijke richting de wijde vlakte o-ver. Twee mannen, geheel in bont gekleed, zitten voorovergebogen in het lichte voertuig. Praten met elkaar is onmogelijk, de wind snijdt hun adem bijna af. Als ze straks bij de bosrand komen, rijden ze wat beschutter. De bomen zullen de felle kracht van de wind breken. Bezorgd kijken ze af en toe naar de lucht. Die wordt steeds donkerder en de sneeuwvlokken zijn in vlijmscherpe ijsnaalden veranderd. De man die het span leidt draait zich even om naar zijn makker achter hem. „Als we hem. maar niet missen", schreeuwt hij. Hij wijst naar de lucht. „Sneeuwstorm vrees ik".

„Opdracht uitgevoerd"

In een niet te stuiten vaart suist de slee van Mac Gill langs de bosrand. Nog enkele kilometers en hij is de beschuttende bomen voorbij. Dan is de open vlakte bereikt en zal de noordenwind, die bijna tot stormkracht is aangegroeid, vrij spel hebben met het smalle voertuig. Mac Gill voelt de pijnen terugkeren, feller, heviger nu dan daarnet. Stoppen om wat sneeuw op zijn buik t, e leggen kan niet, ze moeten voort. De koorts gloeit in zijn bloed en af en toe glijdt hij weg in een korte bewusteloosheid. Maar Astor waakt en Stewart lijkt alle vechtlust verloren te hebben, Nog dertig kilometer schat hij. Als ze deze vaart kunnen houden, hebben ze over anderhalf uur Churchill-City in zicht. Waar zouden zijn vrienden blijven? Ze hebben hem vast gemist in de felle sneeuwstorm die opgestoken is. Met verdubbelde krachten rennen de honden door, als de wind hen van opzij aanvalt. De slee krijgt een hevige stoot en dreigt te kantelen. Woest jagen de dappere sledehonden voort, de wind en de ijsnaalden lijken hen niet te deren. Mac Gill houdt nog steeds de leidsels in zijn linkerhand. En ondanks de hevige pijnen blijft zijn rechterhand de revolver omklemmen. Astor waakt. Af en toe schudt hij grommend de sneeuw van zijn vacht. Een uur, anderhalf, twee uren gaan voorbij. Het sneeuwt niet meer, de lucht is helder, een brede maansikkel giet zijn zilveren licht over Churchill-City en omgeving uit. In vliegende vaart suist de slee de stad binnen. In de straten wordt wat snelheid verminderd, toch is er niemand die de slee bestuurt. Voort gaat het weer, door de brede hoofdstraat recht op het gebouw van de Koninklijke Canadese Politie af. Het hek van de poort staat wijd open. De schildwacht ziet de slee aankomen en wil hem tegenhouden. Maar de honden lopen hem voorbij en staan pas hijgend stil voor de deur van de post. Majoor Brentis is met enkele passen bij de slee. Voorin, ineengedoken, de geboeide handen onder een vuile deken, zit Stewart. Achterin, half weggedoken onder zijn slaapzak ligt Mac Gill. De teugels zijn uit zijn handen gegleden.

De loop van de revolver, die vast in zijn hand ligt, is op Stewart gericht. En dicht tegen hem aan ligt Astor, zijn o-gen onafgewend op de man, die bijna een drievoudige moordenaar werd. Met moeite richt Mac Gill zich op. Hij legt zijn hand op de kop van zijn hond. „Mac Gill meldt zich. Opdracht uitgevoerd".

Vrij verteld naar een verhaal lezen in GZB-kalender 1971.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1981

Daniel | 28 Pagina's

HONDETROUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1981

Daniel | 28 Pagina's