JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

CHRISTEN-ZIJN IN RUSLAND

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTEN-ZIJN IN RUSLAND

9 minuten leestijd

In gesprek met Waldemar Sehwartzkopf

De laatste tijd kun je in dagbladen en tijdschriften regelmatig lezen over toenemende vervolging van christenen in Oost-Europa en met name in Rusland. Daar moeten vooral de zogenaamde niet-geregistreerde gemeenten het ontgelden. Dit zijn gemeenten die door de regering niet erkend worden, omdat de leiding niet bereid is met de staat samen te werken. Tot deze groepen behoren de baptisten, waar o.a. Georgej Vins toebehoort.

In de jaren van ontspanning kon een aantal van deze baptisten naar het vrije westen komen. Onder hen waren ook Waldemar en Helena Schwartzkopf. Zij wonen nu in Paderborn (West Duitsland). Een dezer dagen had ik bij hen thuis een gesprek over hun leven in de Sovjet-Unie en de moeilijkheden die zij daar ondervonden.

De eerste vraag is begrijpelijkerwijze hoe Waldemar en zijn vrouw uit Rusland konden komen. Waldemar vertelt dat dit een lange voorgeschiedenis heeft. Het begin daarvan ligt in de gemeente van Barnaul. Tot die gemeente behoort zijn vrouw Helena. In het jaar 1970 krijgt deze gemeente het steeds moeilijker. De maatregelen van de regering worden verscherpt. Huiszoekingen onder de leden van de gemeente komen regelmatiger voor. Twee gemeenteleiders worden gevangen genomen. Het huis van een van de gemeenteleden, waarin een godsdienstoefening wordt belegd, maken de autoriteiten met de grond gelijk.

Waldemar vertelt dat op een gegeven moment enkele leden van de gemeente opmerken dat de grondrechten van de Sowjet-burger (waaronder ook de vrijheid van godsdienst) t.a.v. de christenen eigenlijk niet gewaarborgd worden. De politie kan met hen doen wat ze wil.

De leden van de gemeente van Barnaul besluiten dan hun paspoorten aan de regering terug te geven. Waldemar licht toe, dat iedere burger van de Sowjet-Unie altijd een paspoort bij zich heeft. Dat is eigenlijk het teken dat men echt Sowjet-burger is. Het paspoort kan ook op ieder moment door de politie ter inzage gevraagd worden. Daarom is het teruggeven ervan ook iets, dat in het dagelijks leven konsekwenties heeft. In feite is men dan vogelvrij.

In Barnaul leveren ongeveer 200 mensen hun paspoort in. De dokumenten worden door vier mensen verzameld. Niemand weet precies wie dat zijn. Deze vier mannen zijn met de paspoorten naar Moskou gevlogen en hebben die daar met een begeleidende brief afgegeven bij het Kremlin.

Zo zijn de leden van de gemeente zonder paspoort. Daarmee beginnen ook de moeilijkheden voor Waldemar en Lena.

„In 1972", vertelt Waldemar, „was ik op een jeugdsamenkomst in Novosibirsk. Daar leerde ik Lena kennen. Kort daarna zijn we getrouwd en Lena ging met mij naar mijn woonplaats. Omdat, zij geen paspoort had, kon de trouwerij en de verhuizing echter niet door de ambtenaren van de burgerlijke stand in hun administratie verwerkt worden. In feite wisten we dus dat er moeilijkheden zouden komen." Enkele maanden nadat ze getrouwd waren, kwam de politie bij hen en vroeg aan Waldemar wie Lena was.

„Mijn vrouw", zei hij.

De politie-ambtenaren vroegen naar het trouwboekje, maar dat was er natuurlijk niet. Ze vertrokken met de opmerking dat ze de zaak verder zouden onderzoeken.

Waldemar en Lena wachtten met spanning op de uitslag van het onderzoek. Enkele weken later hoorden ze dat Lena naar Barnaul moest terugkeren. Wanneer ze aan dit bevel geen gehoor zou geven, zouden er maatregelen getroffen worden. Waldemar zegt te weten wat dat kan betekenen. Vaak begint men een hetze te voeren door het schrijven van negatieve artikelen in de krant. Waldemar en Lena besloten een aanvraag in te dienen om naar het buitenland te kunnen vertrekken. De behandeling van zo'n emigratie-verzoek duurt normaal ongeveer een jaar. Waldemar en Lena dienden dit begin juli in en de eerste week van augustus waren ze al in Paderborn. Binnen een maand was dus alles rond

Op de vraag, waarom hij denkt zo snel te hebben kunnen emigreren, antwoordt Waldemar dat hij en zijn vrouw door de ambtenaren als lastposten werden gezien. Beiden deden namelijk aan jeugdwerk. Kerkelijk jeugdwerk is in Rusland verboden. Zij die het jeugdwerk leiden, moeten vaak bij de politie verantwoording afleggen, of worden gearresteerd.

Zo was Lena eens met een groep jongeren bezig met bijbelstudie. De gemeente hield in een aangrenzend' gebouw een godsdienstoefening, toen plotseling de politie verscheen. Deze vroeg de kinderen om weg te gaan. Ze bleven echter bijna allemaal zitten. Enkele klein kinderen begonnen te huilen en een van hen rende naar haar ouders, die de godsdienstoefening bijwoonden. De leden van de gemeente werden hierdoor gealarmeerd en kwamen kijken wat er aan de hand was. Daar zagen ze dat de politie aanstalten maakte om Lena te arresteren. Met tranen in de ogen vertelt Lena dat de ouders van de kinderen onmiddellijk in een kring om haar heen gingen staan, zodat de politie niets kon beginnen.

„Altijd weer", vertelt Waldemar, „moet je oppassen dat je jezelf of andere gemeenteleden niet in gevaar brengt door onvoorzichtig gedrag. Overal kan het gevaar dreigen. Dat betekent niet dat je niet uitkomt voor je belijdenis. Op ieder lid van de gemeente rust de plicht om dat te doen, maar je moet voorzichtig zijn."

„Toen ik nog op de middelbare school zat, '' zegt hij, „was het bekend dat ik christen was. De meesten aksepteerden dat, maar enkelen probeerden me het leven zuur te maken." Eens ging hij naar een kerkdienst op een doordeweekse avond. Om de plaats van de bijeenkomst te bereiken moest hij dwars door de stad. Bij de halte aangekomen, zag hij twee meisjes uit zijn klas staan. Het waren aktieve leden van de komsomol, de kommunistische jeugdorganisatie. „Ergens voelde ik aan", zegt Waldemar, „dat er gevaar dreigde."

De beide dames stappen in dezelfde bus en blijven zitten totdat Waldemar uitstapt. Hij is al een halte verder gegaan dan eigenlijk nodig is. Als hij uitstapt, komen zijn twee volgsters achter hem aan. Het is duidelijk dat. ze willen weten waar de baptisten hun samenkomsten houden om zo bij de politie een goede beurt te maken. Daarom kan Waldemar niet direkt naar de samenkomst gaan. Hij loopt door sloppen, stegen en achterbuurten om zich van hen te ontdoen, maar het uithoudingsvermogen van de twee meisjes blijkt ongekend groot. Dan komt hij op een idee. Hij'loopt naar de rand van de stad. Omdat het half maart is, ligt daar nog een behoorlijk pak sneeuw van ongveer 70 centimeter dik. Lopen door zo'n sneeuwveld is niet gemakkelijk. Waldemar heeft echter als voordeel dat hij hoge laarzen draagt, terwijl de twee meisjes die niet hebben. Spoedig blijven die dan ook steken omdat een van hen haar schoen in de sneeuw kwijtraakt. Daarmee is het gevaar geweken. Via een grote omweg komt Waldemar terug in de stad en kan hij zonder gevaar naar de kerk gaan.

Vooral bij bijbeltransporten is voorzichtigheid natuurlijk geboden. Waldemar heeft daar ook aan meegedaan. Als hij negentien jaar is, komt de oudste van de gemeente met de vraag of hij met enkele anderen naar Novosibirsk wil gaan om bijbels te halen. Waldemar stemt toe, maar dat betekent wel dat er heel wat problemen moeten v/orden opgelost. Een snipperdag zal argwaan wekken. De reis duurt per trein echter acht uur, dus een dag en een nacht zijn zeker nodig om heen en terug te komen. Waldemar vertelt dat hij echter een inval kreeg. In Rusland krijgt iedere bloeddonor een vrije dag. Hoewel hij eerlijk bekend geen held te zijn ten aanzien van injekties e.d., besluit hij toch zich te melden als donor. De opzet lukt en Waldemar krijgt een vrije dag, hoewel hij een keer flauw vallen daarvoor over moet hebben.

Op de afgesproken dag werd de reis gemaakt. Elk voorzien van twee koffers kwamen Waldemar en zijn vrienden in Novosibirsk aan. Be wandeling van het station naar de geheime opslagplaats is erg lang. Op de heenweg is dat geen probleem, maar terug des te meer. De koffers zitten dan vol bijbels. Twee van die zware dingen dragen tijdens een wandeling van een half uur is normaal al een hele opgaaf. Voor Waldemar en zijn vrienden echter des te meer. Om geen argwaan te wekken bij voorbijkomende agenten, moesten ze rechtoplopen. Dat valt zeker niet mee. Als ze doodmoe op het, station aankomen, kunnen ze tijdens de reis per nachttrein uitrusten. Om zes uur 's morgens komen ze weer in hun woonplaats aan. Het enige probleem is dan nog, dat ze onmiddellijk weer aan het werk moeten

Om deze gebeurtenissen kan Waldemar nog wel lachen. Er is echter een treurige blik in zijn ogen als hij vertelt hoe in Rusland een hetze tegen hem werd gevoerd.

Op de middelbare school was hij een erg goede leerling. Op het examen had hij een goede lijst, die hem de mogelijkheid gaf om aan een universiteit verder te studeren. Dat recht werd hem, omdat hij christen was, ontnomen. Niets anders bleef over dan in een fabriek te gaan werken. Ieder jaar probeerde hij echter zich opnieuw in te schrijven. Wanneer hij dit voor de derde keer doet wordt hij bij de geheime politie geroepen. Een officier vertelt dat het onmogelijk is dat Waldemar gaat studeren, omdat hij krankzinnig is. Waldemar kan zijn oren niet geloven. Dan pakt de KGB een echt boek en leest voor dat Waldemar Schwartzkopf door de baptistenleiders tot krankzinnigheid zou zijn gebracht. Iedereen die dit boek leest moet dit voorbeeld goed onthouden, want Waldemar was vroeger een intelligente leerling. Door omgang met christenen is hij echter tot godsdienstwaanzin gekomen. De russische jeugdleider vertelt me dat hij wel gekeken zal hebben alsof hij water zag branden.

„Maar ik ben toch goed gezond? "

„Ja, ja, ik weet het ook niet hoe dit kan", zei de officier. „Ik zal kijken wat ik kan doen. Maar breek toch met die godsdienst, dan kunnen we je onmiddellijk toelaten aan de universiteit."

Waldemar weigerde. De officier beloofde de gemaakte fout te herstellen. „Maar", zegt Waldemar, „nog steeds is dat niet gebeurd."

Aan het einde van het gesprek zegt Waldemar dat christenen in het westen moeten oppassen niet alleen bang te zijn voor de dreiging van het kommunisme. De gevaren zijn hier even groot als daar. De kerk verwereldlijkt en ze wordt lauw. Hij zegt eerlijk dat het hem tegengevallen is. De leden van een gemeente gaan zo oppervlakkig met elkaar om.

Ondanks alle moeilijkheden was er in Rusland, toch meer zorg voor elkaar en onderlinge liefde. „En ik heb gemerkt, dat dit ook bij mij in negatieve zin veranderd is, nu ik hier enkele jaren in het westen woon.''

Waldemar zegt te wensen dat de Heere christenen in het westen weer terugbrengt bij Zijn Woord, opdat ze gewapend zijn voor , de dag van het kwaad en de verzoeking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1981

Daniel | 28 Pagina's

CHRISTEN-ZIJN IN RUSLAND

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1981

Daniel | 28 Pagina's