JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

„WIE STIEKEM GELD KRIJGT MOET HET STIEKEM WEER KWIJT OOK...!”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„WIE STIEKEM GELD KRIJGT MOET HET STIEKEM WEER KWIJT OOK...!”

6 minuten leestijd

VRAAGGESPREK MET BKS. P. HONKOOP

In de serie artikelen over de tien geboden zijn we intussen al weer bij het achtste gebod' gekomen. In dit gebod gaat het over het beheer van ons eigendom. Hoe moeten we daarmee omgaan? We zijn met enkele vragen naar onze predikant, ds. P. Honkoop gegaan, om daarover zijn mening te vragen. Drs. P. Pionkoop mag als deskundige op dit gebied beschouwd worden, omdat hij afgestudeerd ekonoom is.

Dominee, kunt u in het kort samenvatten wat het achtste gebod ons te zeggen heeft?

Ik geloof, dat ik geen betere definitie zou kunnen geven dan die van de catechismus, zondag 42. Daaruit licht ik dan één regel: „ dat ik met mijn. naaste alzo handele, als ik wilde, dat men met mij handelde." God vérbiedt niet alleen in dit gebod, Hij gébiedt net zo-goed. Ik wil er trouwens de nadruk op leggen, .dat het achtste gebod nooit los gezien kan worden van de andere geboden uit de wet. Bij de behandeling van de tien geboden probeer ik altijd naar voren, te laten komen, dat de twee tafels van de wet één geheel vormen met als hoofdsom: God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. De wet is ons, mensen, niet gegeven om „het onderling even te regelen". Het moet juist echt WET voor ons worden, omdat God achter die geboden staat.

U wilt zeggen, dat wat mensen denken of doen niet maatgevend, mag zijn, zelfs al bedoelen ze het heel goed?

Precies! Je kunt tegen abortus zijn uit louter eerbied voor het leven. Hoewel dit op zichzelf prima is, moet toch het grote motief zijn (en zeker ook voor jongeren die met de Bijbel opgroeien): Gód verbiedt de doodslag, dus ook van het ongeboren leven. Zo is het ook met het achtste gebod. De allesoverheersende gedachte daarbij moet zijn: God is de grote Eigenaar van alles. Al wat wij ontvangen is slechts „leengoed": ons geld, ons bezit, we hebben er in verantwoordelijkheid aan de Eigenaar mee om te gaan.

Een vraagje tussendoor: het hebben van geld is toch geen zonde?

Het hebben van geld kan een grote zegen zijn... ja, het is een grote zegen! De rijke dwaas was niet rijk in God, dat was zijn zonde. Ananias en Saffira worden ook niet in de eerste plaats om hun geld veroordeeld, maar om hun bedrog.

Mag de overheid nu partikulier bezit (dat vaak moeizaam verdiend is) zomaar ongelimiteerd vorderen, bijvoorbeeld door belastingheffing, aftop ping van inkomens, loonmaatregelen, enz.?

Ik wil allereerst duidelijk stellen, dat we allemaal gehoorzaamheid aan de overheid schuldig zijn. „Alle ziel zij de machten, over haar gesteld, onderworpen" (Rom. 13 : 1). Dat schreef Paulus nota bene aan de gemeente te Rome, die onder de goddeloze keizer Nero leefde! God eist gehoorzaamheid aan de overheid.

Dus ongeacht 'het feit of die overheid christelijk is of niet?

Ja... mits deze overheid mij vrijlaat datgene te doen. wat ik mij door God en m'n geweten verplicht acht! Dus geen gewetensdwang.

Dus als wij tegen bepaalde overheidsbestedingen bezwaar hebben, is dat nog geen reden om belasting te ontduiken?

Inderdaad! De overheid mag van mij belasting eisen. I-Ioe de overheid dat geld besteedt is in de eerste plaats haar verantwoordelijkheid. Wel hebben we natuurlijk de plicht om via politieke kanalen te proberen Gods wet tot richtsnoer voor het overheidshandelen te maken. En wat daarin nóg belangrijker is, is het gebed voor de overheid; niet alleen zondags in de kerk, maar voor jezelf i

Werkt de hoge belastingdruk de ontduiking niet in de hand?

Misschien Maar dat mag geen motief zijn. Laat ik het zo zeggen: wie in ware afhankelijkheid van de Iieere leeft, hoeft niet bang te zijn, dat hij zoveel belasting moet betalen, dat er voor eten en drinken geen geld meer overblijft. De hele 34e psalm, staat er vol van: „Die de Heere zoekt vroeg of laat, mist nimmer 't nodig goed."

Is het hebben van „zwart geld" tegenwoordig niet een algemeen geaksepteercl verschijnsel?

Ja, we zouden beter kunnen spreken van een algemeen geaksepteerd kwaad. Stel je eens-voor, dat al het zg. „zwarte geld" in het „normale" produktieproces zou worden verdiend en besteed, wat een geweldige stimulans zou dat voor de werkgelegenheid kunnen zijn. Wat een zegen voor de mens kan zijn, wordt zo gauw een vloek. Geld kan een zegen zijn, maar de geldzucht en de begeerte naar al of niet zwart geld, wordt zo gauw een vloek; ja, het is ons tot een vloek!

Dus op zwart geld kan nooit zegen rusten?

NEE! Het is eerder een hellend vlak. Wie stiekem geld krijgt moet het stiekem weer kwijt ook. Het doen van de ene zonde werkt altijd de volgende uit. Kijk eens naar David toen hij tegen het zevende gebod zondigde. Een reeks van zonden treffen we aan: begeerte van een andere vrouw, overspel, bedrog tegen Uria, list tegen Uria, móórd op Uria... Zo is het met elk gebod. Ik herhaal nog eens: De tien geboden moeten niet los van elkaar worden gezien. De twee tafelen van de wet zijn ten nauwste aan elkaar verbonden. God vraagt om eerlijkheid. Eerlijkheid jegens Hemzelf in de eerste plaats, maar ook jegens de naaste. Eerlijkheid in onze levenswandel, óók in het invullen van de belastingaangifte.

Verbindt God in de Bijbel ook een duidelijke belofte aan het onderhouden van h achtste gebod?

God verbindt Zijn zegen aan het onderhouden van al Zijn geboden. Christus zegt in Matth. 7 : 12: Alle dingen dan die gij wilt dat de mensen u zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten, ."

Maar, wie is tot deze dingen bekwaam?

Juist! De geschiedenis van de rijke jongeling staat niet voor niets in de Bijbel. We kunnen proberen alle geboden te onderhouden, terwijl ons één ding ontbreekt: het belangrijkste. Wij zondigen dagelijks, wij stelen dagelijks. Gods eer roven en stelen we wel het allermeest! Daarom zou ik tot slot graag willen wijzen op Hem, „Die het geen roof heeft geacht Gode even gelijk te zijn... maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende en is de mensen gelijk geworden". Hij was eerlijk. Hij is eerlijk. Hij maakt Zijn kinderen eerlijk voor Zijn aangezicht!

Dominee, hartelijk dank.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1981

Daniel | 28 Pagina's

„WIE STIEKEM GELD KRIJGT MOET HET STIEKEM WEER KWIJT OOK...!”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1981

Daniel | 28 Pagina's