HONDETROUW
ONS VERVOLGVERHAAL DEEL I
Het is koud. Een. gure wind blaast over de besneeuwde velden en bossen. Aan de nachtzwarte hemel fonkelen duizenden sterren en aan de einder flikkert flauw het noorderlicht. Het vriest meer dan twintig graden en wie niet naar buiten moet, blijft waar hij is. In Churchill-City, één van de noordelijkste posten van de Koninklijke Canadese Politie rinkelt de telefoon. Majoor Brentis neemt hem aan en meldt, zich. De dienstdoende agenten kijken elkaar aan. Ieder van hen denkt hetzelfde: „Bill Stewart". Als de majoor de hoorn weer op het toestel gelegd heeft, blijft hij even, als in gedachten verzonken, zitten. De mannen wachten tot hij zal spreken. Ze kennen hem. Vlak voor een gevaarlijke opdracht of een moeilijke beslissing is dit zijn geijkte houding.
„Hm", hij kucht even en dan: „Bill Stewart is deze kant uitgevlucht. Van hogerhand wordt bevolen hem op te sporen." Hij wacht even en kijkt zijn mannen één voor één aan. „Dood of levend", zegt hij dan. De mannen gaan staan. Ze weten wat dat laatste betekent. Het wil zeggen: Eén van jullie gaat hem zoeken en keert niet terug zonder Bill Stewart. Zo wil het de traditie van het korps.
„We zullen loten mannen." Brentis gooit zes staafjes in een helm, vijf witte, één zwarte. De mannen staan klaar in de houding, de ruige muts onder de arm. Ze zijn nog jong, de oudste is nog geen veertig. Niemand zal weigeren of bedenkingen maken als het lot hem aanwijst. Hughes, de oud: ste grijpt in de helm, die door de majoor zo hoog gehouden wordt, dat hij de staafjes niet ziet liggen. Hughes trekt zijn hand terug en doet hem open. Wit! Hij treedt een pas terug en salueert, Stephan is aan de beurt. Ook hij trekt „wit". De derde, vierde: wit. De spanning is voelbaar als John zijn hand in de omhooggeheven helm brengt. Wit! Mac Gill is de laatste. Hij is ook de jongste, nog geen drieëntwintig. Hij weet wat hij trekken zal. Er is immers maar één staafje over. Zijn hand beeft niet als hij het staafje uit. de helm haalt. Zijn gezicht verraadt geen enkele emotie. Hij doet geen pas terug, maar vooruit. Hij brengt zijn hand naar de muts, die ze alle zes vóór het loten opgezet hebben en zegt: „Mac Gill meldt zich. Dood of levend, ik heb het begrepen."
Op zoek
Een grauwe morgen breekt aan. De lucht ziet naar sneeuw, de wind is gaan liggen, het vriest negentien graden. Voor de deur van de politiepost in Churchill-City staat een volgeladen slee, bespannen met twaalf honden. De dieren liggen rustig in de sneeuw te wachten. Het is een uitgezocht stel, in de wijde omtrek is geen beter afgericht span te vinden dan deze Samojeden van de politiepost in Churchill-City. De aanvoerder heft de kop op. Hij hoort zijn baas. Als deze naar buiten komt keft de hond kort en staat op. Zijn schrandere ogen volgen alle bewegingen van de man, die even in het deurgat blijft staan en zijn bontmuts onder de kin vastmaakt. Dan salueert hij stram en loopt zonder aarzelen naar de wachtende slee. De honden zetten aan en terwijl uit de grauw-grijze lucht de eerste sneeuwvlokken vallen, glijdt korporaal Mac Gill, 22 jaren jong, het stadje uit, op zoek naar de man, die tweemaal een moord pleegde.
Bill Stewart
Middenin het bos, twee dagreizen ten noorden van Churchill-City, staat een kleine tent. Hij is van de bosweg af niet te zien, maar sledesporen en prenten van hondepoten kunnen de plaats verraden waar hij staat. Zes honden liggen, de dikke staart over hun neus, naast de tent te slapen. Ze hebben geen last van de kou, hun dichte vacht houdt de bijna twintig graden vorst gemakkelijk tegen. De warme bontjas laat
geen zuchtje wind door. Vanuit de tent komt wat gerucht. Een man is bezig op een oude vergasser water aan de kook te brengen. Vanuit een jute zak haalt hij brood en spek en spoelt dat tien minuten later weg met wat hete thee. Dan gaat hij naar buiten. Uit de slee die achter zijn tent staat pakt hij een emmer, die hij vol sneeuw schept. Met z'n grote laars stampt hij de sneeuw zo vast mogelijk. Dan schept hij hem weer vol en herhaalt het gestamp. Als er niets meer bij kan, sjouwt hij hem mee naar binnen en zet de emmer op de vergasser. Hij wacht tot de sneeuw gesmolten is, dan gooit hij er vet en vlees in, een paar handen vol zemelen en brengt alles naar dé honden. In een oogwenk hebben de dieren hun maaltijd binnen. Vóór de man zijn tent weer in gaat, staat hij even luisterend stil. Z'n felle ogen loeren van onder de ruige muts het donkere bos in. Uit de grijze lucht, die door de naakte takken van de bomen goed te zien is, dwarrelen wat sneeuwvlokken. De man gromt goedkeurend. Mompelend over sledesporen die nu bedekt zullen worden, bukt hij zich en gaat zijn tent binnen.
Geen nieuws van Bill
Mac Gill is twee dagen op pad. Regelmatig luistert hij via zijn kleine zender naar de mededelingen van majoor Brentis, die hem enkele keren per dag oproept. Veel nieuws over Stewart is er echter niet. , , 't Is zoeken naar een speld in een hooiberg", mompelt Mac Gill als hij op de avond van de tweede dag zijn tent opzet. In het dichte bos lijkt de kou minder fel als daar buiten. Mac Gill kan moeilijk in slaap komen. Dood of levend, dood of levend. De woorden dreunen in eendere cadans door zijn hoofd. Bill Stewart, twee moorden op zijn geweten, zal zeker niet voor een derde terugdeinzen. Hoewel hij hem nooit gezien heeft, zal hij hem airekt herkennen. Hij heeft zijn signalement zo goed ingeprent, dat hij zich in Bill niet zal vergissen. Korte gedrongen gestalte, brede schouders, felle donderbruine ogen, platte neus, dikke lippen. Mac Gill draait zich voor de zoveelste keer om in zijn slaapzak. Dood of levend, zo wil het de traditie van het korps. Hij voelt naar zijn wapens, 't Ligt wel ongemakkelijk, maar hij heeft zijn beide revolvers bij zich in de slaapzak.
Hoorde je dat?
Het is tegen de avond van de derde dag dat Mac Gill zijn span een smalle bosweg afstuurt naar een groepje bijeenstaande dennebomen. Een prachtplekje om de nacht door te brengen. Hij spant de honden uit en legt ze vast. Eén van de twaalf loopt vrij rond. Hij is de aanvoerder, een schrander dier, dat voor zijn baas door het vuur zal gaan. „Jammer dat het gesneeuwd heeft, Astor, nu is het spoor van Bill uitgewist. Maar jij kan 't wel vinden hè? " Mac Gill strijkt de hond over de kop. „We gaan straks een eindje het bos in. Misschien komen we hem wel tegen, 'k Zal eerst de baas even oproepen."
Samen met de hond loopt Mac Gill naar een open plek en trekt de lange antenne uit. Hij zet de knop op „zenden". Er gloeit echter geen lampje aan en het vage geknetter dat er normaal te horen is, blijft uit.
„Batterijen leeg", mompelt hij. „Dat is een strop, enfin dan eerst maar even de reservebatterijen gaan halen." Als hij naar de tent terugloopt, blijft hij plotseling staan. „Hoorde je dat, ouwe jongen? " Astor kwispelt even met zijn dichtbehaarde staart. Hij staat onbeweeglijk, zijn kop in de richting waar het geluid, een knal als van een zweepslag, vandaan kwam. „Da's óf een jager, óf 't is Bill, kom."
Enkele ogenblikken later ritst Mac Gill de tent dicht en loopt samen met de hond dieper het bos in. Zouden ze de schutter vinden?
Stom!
Met een vloek omklemt Bill Stewart zijn geweer. Hoe kon hij zo-stom zijn! Voorover gebogen staart hij luisterend het schemerende bos in. Hoe ver dringt een schot van een buks door in de stilte van de koude avond?
Als hij in de betrekkelijke warmte van de kleine tent de buks opnieuw laadt, blijven zijn oren nog gespitst op ieder geluid. Voordat hij de ingang van zijn tent. zorgvuldig dichttrekt, luistert hij enkele minuten intens naar enig gerucht. Maar half gerustgesteld kruipt hij onder zijn vuile deken. Na wat gedraai en gesteun valt hij met de buks in zijn hand in slaap.
Wordt vervolgd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1981
Daniel | 28 Pagina's