WONEN IN „DE EERSTELING”
Zoals je misschien al weet, is „De Eersteling" het gezinsvervangend tehuis (G.V.T.) van de Stichting Gehandicaptenzorg van de Gereformeerde Gemeenten. Het tehuis staat in Moerkapelle en is nu al weer drie jaar in gebruik.
Drie bewoners vertellen iets over dit G.V.T.: Adrie van Leenen, Pauïien Molenaar en Kees Schot.
Jullie wonen nu al meer dan twee jaar hier; waar woonden jidlie voor je hier kwam?
Paulien: Ik woonde op de boerderij, bij m'n vader, moeder, broers en zussen, en bij de katten en een lieve hond, die niet bijt.
Adrie: Eerst woonde ik thuis, en toen in een ander gezinsvervangend tehuis, waar ik ongeveer vier jaar gewoond heb.
Kees: Ik ben al veel keer verhuisd; eerst in inrichtingen geweest, toen in een fase-huis en nu hier.
(een fase-huis is een woonvorm tussen inrichting en G.V.T., bewoners van een fase-huis hebben meer zelfstandigheid dan degenen die in een inrichting verblijven.)
Adrie wist dus al een beetje wat een G.V.T. was, maar Paulien en Kees nog niet, of hadden jidlie er al eerder van gehoord?
Patdien: Er is al met. me over gepraat en ik ben al eens in een ander tehuis wezen kijken. Ik wist alleen niet dat er wel 25 mensen zouden komen wonen; wel dat er meisjes en jongens zouden komen, dat is wel gezellig, eigenlijk allemaal broers en zussen.
Kees: Groter dan 25 mag ook niet, want dan wordt het een inrichting.
Paulien: Ja, maar in een inrichting hebben ze nu ook kleinere paviljoens.
Adrie: In het vorige tehuis waren eigenlijk drie huizen met drie groepen van 12; dat was wel erg veel.
Kees: Iedereen heeft hier ook z'n eigen kamer, die hebben we al gezien toen we allemaal op een zaterdag mochten komen kijken. Overdag zijn we allemaal weg, maar dat wist ik al.
Adrie en Paulien: Dat is in een inrichting meestal niet zo; daar zijn ze de hele dag.
Adrie, jij woonde al in een gezinsvervangend tehuis. Waarom ben je dan eigenlijk in „De Eersteling" komen wonen?
Adrie: Omdat ze daar televisie hadden en karnaval vierden en sokkenbal (dansen op sokken). Ik moest ook altijd alleen naar de kerk. In het begin waren er nog wel avondsluitingen, later niet meer. Ook kwamen er bewoners op zondag terug en werd er op zondag gereisd. Dat is hier allemaal niet.
Kees: Vroeger ging, ik één keer naar de kerk, dan kwamen ze me ophalen. Nu ga ik twee keer en ook 's zaterdags als er ergens kerk is (aangepaste kerkdienst). Ik neem nu 's maandags een snipperdag, als ik naar huis ben geweest. Ook vind ik het fijn als ik bij de dominee het briefje van de psalmen mag halen en ik geef de dominee 's zondags altijd een hand na kerktijd.
Paulien: Het lijkt hier gewoon erg veel op thuis.
Overdag zijn de bewoners weg, waar gaan jullie heen?
Adrie: Ik ga naar een dagverblijf voor ouderen in Alphen. De taxi haalt me en brengt me weer thuis. We doen daar gymnastiek, muziek, handwerken; soms koken we. Ook hebben we „korveetjes": koffie en thee zetten, tafel-
Paulien: dekken, afruimen, afwassen en afdrogen. Ik ga naar de sociale werkplaats in Gouda. Daar werk ik op een afdeling waar ze onderdelen maken voor de Eminent-orgels. Dat moet zonder fouten terug naar de fabriek. Het is moeilijk en precies werk. Ik reis met de ge-
Kees: wone bus en heb een maandkaart. Eerst heb ik bij een boer gewerkt. Later ben ik ook op de sociale werkplaats gaan werken. Ik heb al verschillende dingen gedaan; gaatjes geboord met een machine, potjes met kruiden gevuld en er dopjes op gedraaid en nu werk ik met beugels waar een rubber ring omheen moet.
Zijn er nog bewoners die ergens anders werken?
Paulien: Ja, er is er nog eentje die in de huishouding werkt; ons jongste zusje zit nog op school en we hebben nog een tomatenkweker.
Lijkt het in dit huis een beetje op een gezin of is het veel anders?
Paulien: Het is groter en er zijn meer kinderen.
Adrie: Het is hier gezelliger.
Paulien: Er is wel iedere avond andere leiding, maar dat kan niet anders. Ze moeten wisselen, anders moet de één alles doen.
Kees: Maar ik ga toch ook wel graag eens naar huis.
Paulien: Als er ruzie is, dan vind ik het niet zo fijn.
Alle drie: Donderdagsavonds dan is het gezellig.
Kees: Ik heb kaarten geborduurd voor het kerstfeest.
Paulien: Ik heb een muis gebreid, die heb ik bij de slaapwacht in bed gelegd. (Slaapwacht is iemand van de leiding die 's nachts in het G.V.T. slaapt en via een bel indien nodig wakker gemaakt kan worden.)
Adrie: Ik ben een koord aan het haken om langs mijn mand te plakken.
Gaan jullie wel eens het dorp in?
Kees: Meestal ga ik boodschappen doen met een andere bewoner, wat fruit ophalen of voer voor mijn parkieten. Ik heb niet zo veel vrienden in het dorp, maar ga wel af en toe ergens koffie drinken. Ook komen er wel eens vrienden in het tehuis op bezoek. We dammen dan een potje of spelen met de voetbalbak of met de trein. Verder luister ik veel naar platen op m'n kamer en ik heb veel prekenbandjes.
Adrie: Ik snuffel nog wel eens in de winkels, vooral in boeken. Ik heb een kast vol op m'n kamer staan. Soms ga ik op bezoek bij kennissen in een bejaardenwoning of in Beth-San.
Paulien: Ik doe ook veel boodschappen; soms met bewoners .die het zelf niet zo goed kunnen. Dan help ik ze. M'n familie woont in de buurt, daar ga ik dan op de fiets heen. Ze komen ook wel eens bij mij op bezoek.
Jullie hebben het erg druk zo te horen. Tijd voor vakantie is er gelukkig ook nog. Het vorig jaar zijn we met z'n allen op vakantie geweest in zomerhuisjes. Hoe vonden jullie dat?
Kees: Het is me hard meegevallen in Eerbeek. Ik vond het fijn dat de dominee (ds. Kareis) 's maandagsavonds kwam. Met de huifkar mee vond ik ook leuk.
Paulien: Dat ik in het water viel vond ik het mooiste; ik was drijfnat.
Adrie: Het was gezellig; ik ga dit jaar weer mee.
Kees: Dat wel hoor; je moet zeggen: als we het beleven mogen.
Adrie, Paulien en Kees, jullie hebben iets verteld ov> zr dit tehuis. Er zou natuurlijk nog veel meer te vertellen zijn; over de avondsluiting, de klub op zaterdagmorgen, enz. Misschien dat we beter kunnen schrijven dat bezoekers altijd welkom zijn, alleen vooraf graag even een telefoontje. Jullie kunnen dan zelf het huis laten zien. Bedankt voor jullie medewerking!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1981
Daniel | 28 Pagina's