GODS TROUW RUST ZELFS OP OP ’T LATE NAGESLACHT
Vraaggesprek met ds. A. Vergruist;
Het leek de redaktie een goede gedachte om vóór het vertrek van ds. A. Vergunst naar de Verenigde Staten nog een vraaggesprek met hem te houden.
't Kostte ons enige moeite Veen te vinden. Met de kaart erbij lukte het echter wel. Hartelijk werden we ontvangen in de ruime studeerkamer - rommelig volgens mevrouw Vergunst, netjes volgens ons (en uiteraard ook volgens de dominee).
Gezeten in een gemakkelijke stoel — die een echte praatstoel bleek — beantwoordde ds. Vergunst onze vragen. Niet alles kan hieronder weergegeven worden, slechts een samenvatting.
Natuurlijk kwam terloops ook Amerika zelf ter sprake. Op een gegeven moment stonden we gedrieën gebogen over je raadt het nooit afbeeldingen van amerikaanse slaapkamerameublementen. Onze indruk was, dat het wel goed toeven moet zijn in Amerika.
Maar nu ons gesprek
— Dominee, u bent al een heel tijdje predikant, vanaf het begin van de jaren vijftig reeds. Ziet u verschillen tussen de Gereformeerde Gemeenten van toen en die van nu?
De tijd staat natuurlijk niet stil, ook in het kerkelijk leven niet. Wat het wezenlijke betreft, de leer dus, dan zeg ik: nee, daarin is niets veranderd. Wel vind ik bijvoorbeeld, dat het werk der bekering vroeger overvloediger besproken werd dan tegenwoordig. Ik zeg niet — versta mij goed — dat er nu minder mensen bekeerd worden. Maar 't lijkt wel of er minder tijd is voor zulke gesprekken.
Maatschappelijk is er natuurlijk wèl veel veranderd, 't Leven is wat anders gekleurd geworden: 't haar soms wat langer, enz. 'k Weet nog dat in de vijftiger jaren de grammofoon — de platenspeler dus — in onze kringen als een werelds apparaat werd gezien. Toen had je alleen een huisorgel.
De gemeenten waren ook veel minder mobiel. Vrijwel niemand had een-auto. Toen ik in Zeist stond, ging ik nooit per auto naar de kerk. Dat deed je gewoon niet. 'k Weet nog dat ik op een keer de zondag in Arnhem preekte, 'k Logeerde bij een ouderling in Velp. Natuurlijk ging ik lopen, 'k Had 's maandags echter wel mooi blaren. In Amerika was dat heel anders. Daar was de auto, toen ik er stond, al heel gewoon. Nu doe ik het ook. In zulke — niet wezenlijke zaken — verander je mee. Maar fundamenteel? Nee! Er worden nog dezelfde preken gelezen, inhoudelijk wordt er nog op dezelfde wijze gecatechiseerd.
— U sprak net over een vermindering van het gezelschapsleven. Ziet u dat als een verarming?
't Waren eigenlijk geen echte gezelschappen zoals in de vorige eeuw. Toen waren de gezelschappen een vervanging van de kerkdienst. In mijn jonge jaren sloten ze er juist bij aan. Als ik aan m'n jeugd terugdenk Opgegroeid in een gezin met twee godvrezende ouders. Bij ons thuis kwam elke zaterdagavond een aantal kinderen van God bijeen en ze spraken dan rijk van de Heere. Zo werd de I-Ieere wel aan de poort van je hart gelegd.
—-Ziet u in dit verband preekbesprekingen na afloop van de dienst met de jongeren van de gemeente als een positief iels?
Ik waardeer dat zeker, ja. Voor de jongeren kan dan op bepaalde zaken van de preek nog eens worden ingegaan, meer toegespitst op hen. 'k Ben er wel huiverig voor als zo'n bespreking ontaardt in een stuk kritiek op de prediking, 't Moet niet zo zijn dat er een maatstaf langs de preek wordt gelegd. Goede leiding is daarom een vereiste.
— Vindt u het ambt van predikant vandaag zwaarder dan vroeger?
Als je 't innig beleeft, is het altijd zwaar. Aan de andere kant is het vaak ook een lust. Wat wel duidelijk zwaarder is geworden, is de tijd die je moet steken in zaken die niet direkt ambtelijk zijn. Ik denk dan vooral aan het werk in allerlei deputaatschappen. 'k Zet daar ook graag een punt achter. Op een vergadering van het deputaatschap voor de zending zat je dan soms te praten over de aanschaf van een generator Door het op poten zetten van een zendingsbureau is er gelukkig al wel wat verbeterd wat dit betreft. Ook op de laatste synode is het vele werk in de deputaatschappen aan de orde geweest. Er zal een duidelijke reorganisatie plaatsvinden.
Dat is ook absoluut noodzakelijk. Een predikant is namelijk niet alleen leraar, maar ook pastor. En juist dat pastoraat dreigt er bij in te schieten. Ik geloof, dat kerkeraden er veel meer op moeten toezien, dat gedaan wordt wat volgens het bevestigingsformulier moet worden gedaan. Er is erg veel behoefte aan het pastoraat. Gesprekken van hart tot hart. Ook met jonge mensen!
— Dominee, u hebt de groei van het jeugdwerk in onze gemeenten meegemaakt. Wat vindt u van ons jeugdwerk, zoals dat zich nu manifesteert? Vindt u het meer of minder noodzakelijk in deze tijd?
Daar sta ik voor de volle 100% achter! 'k Was 11 jaar, geloof ik, toen in Leiden de J.V. werd opgericht, 'k Was er net één jaar te jong voor. 'k Ben altijd een enthousiast verenigingslid geweest. Mijn kinderen trouwens ook. 'k Heb dat altijd erg fijn gevonden.
Natuurlijk, wanneer je niets doet, maak je nooit fouten. Tekortkomingen zullen er wel steeds blijven. Ook in „Daniël" lees ik wel eens iets, waarvan ik zeg: dat had voor mij niet gehoeven, of: had dat niet anders gekund? Maar ik ben blij dat het blad verschijnt en zoveel goeds biedt. Om alleen negatief over het jeugdwerk te spreken, dat verdienen onze j.v.'s en onze Jeugdbond niet!! Je kunt het jeugdwerk niet positief genoeg waarderen. Ik kan gemeenten noemen, waar men „ach en wee" roept over het jeugdwerk, maar waar de kerkeraad er zich niet om bekommert, dat veel jongelui op zaterdagavond in een kroeg of in een bar zitten
Het is natuurlijk wel van belang, dat het jeugdwerk geschiedt onder leiding van mensen, die voluit meedenken in de lijn van onze gemeenten.
— Onlangs gaf u een interview weg in het dagblad Trouw. U stelde toen o.a.: „Uitspraken over kernwapens, abortus of homofilie hoeft u van onze synode niet te verwachten." Onze vraag: Waarom niet? Is dat onvermogen of vindt u het niet nodig?
Laat ik voorop stellen, dat deze zaken als zodanig niet op de agenda stonden, zodat er dus ook niet over gesproken zou worden. Hoe we over abortus en homofilie denken, is natuurlijk duidelijk. Daar wordt onder ons eensgezind over gedacht. Daarom is een uitspraak feitelijk overbodig. In de Gereformeerde Kerk bijvoorbeeld ligt dat anders. Daar blijkt een uitspraak wel nodig te zijn, omdat ze het Woord hebben losgelaten als normatief gezag. Denk maar aan het onlangs verschenen rapport over het Schriftgezag.
Wat kernwapens en kernenergie betreft liggen de-zaken enigszins anders. Hiervoor geeft de Schrift niet zonder meer een bepaalde norm aan. Op dit punt wordt er onder ons waarschijnlijk ook verschillend gedacht.
— Vindt u dat de kerk over zulke zaken ook uitspraken behoort te doen, zoals onlangs de Hervormde Synode deed?
De verschrikkelijkheid van vooral de kernwapens dwingt tot nadenken. De kerk heeft zeker een getuigende roeping, ook voor het maatschappelijk leven. Onze calvinistische
traditie in deze is zeer duidelijk. Wel zijn er natuurlijk grenzen aan het spreken van de kerk. 't Gaat me te ver, dat de Hervormde Synode gaat zeggen wat de overheid moet doen... Wel mag de kerk aandringen op bezinning. Ook onder ons komen vormen van konservatisme voor. Een meer inhoudelijke bezinning is daarom zeker gewenst. Alles wat „links" zegt, is niet zonder meer fout. Neem nou de ijver voor het milieu, 't Kan overdreven worden, tot in het belachelijke toe, maar de zaak is het. zeker waard om er aandacht aan te besteden. Denk alleen maar aan de gifvondsten.
Natuurlijk wens ik de kernwapens de wereld uit, maar hoe groot is het werkelijke verschil met de wapens uit de Tweede Wereldoorlog? 'k Herinner me nog goed het verschrikkelijke bombardement op Dresden door de geallieerden, vlak voor het einde van de oorlog. De stad was vol vluchtelingen. Systematisch werden eerst de buitenwijken in brand gebombardeerd. Daarna werkte men langzaam naar het centrum toe. De fosforbommen van toen waren ook verschrikkelijk.
— In bedoeld interview kwam ook de prediking ter sprake. U signaleerde verwantschap met de Gereformeerde Bond, maar u loees ook op verschillen. Zo merkte u op, dat bij hen — generaliserend gesproken — meer de nadruk ligt op de eis om te geloven en minder op de noodzaak van bekering. In het Gereformeerd Weekblad dxl. 19 september 1980 gaf ds. Maasland u gelijk. Hij acht dat „een zorgelijke ontwikkeling". Op zijn beurt had hij ook wel enkele vragen aan u. Wilt u ze van kommentaar voorzien? In het interview stelde u o.m., dat bij ons in de prediking centraal staat: een rijke Christus voor arme zondaren. Ds. Maasland stelt dan als eerste vraag: Wordt er onder u overal zo gepreekt? Neemt Christus steeds die plaats in die Hem toekomt?
Daar kan ik m'n hand niet voor in het vuur steken. Iedere prediker heeft z'n eigen aksenten. Er zijn er die erg christo-centrisch preken. Er zijn er misschien ook, die wat teveel het aksent leggen op de christen. Het volmaakte is onder ons niet te vinden. Toch zou ik willen stellen, dat, in het algemeen gesproken, bij ons christo-centrisch wordt gepreekt. Er zijn natuurlijk aksentsverschillen, echter geen tegenstellingen Ds. Kersten had bijvoorbeeld een heel andere ligging dan ds. De Blois. De één was duidelijk supra-lapsarisch, de ander infra-lapsarisch.
— Even een tussenvraagje van ons: U hebt het over supra-en infra-lapsarisch en u zegt, dat die liggings-of aksentsverschillen er ook nu nog zijn. Kunt u aangeven hoe deze verschillen tot uiting komen in de prediking?
'k Hoorde eens over een vraag, die op een zondagavond aan ds. H. Roelofsen werd gesteld. Men vroeg hem: „Dominee, wilt u uw bekering eens vertellen? " Zijn antwoord was: „Dat heb ik vandaag al tweemaal gedaan". Daarmee bedoel ik dit te zeggen: de persoonlijke levensondervinding van de prediker laat zich nooit verdringen. Paulus en Jacobus preekten verschillend, al preekten zij beide „naar de mening des Geestes". Sommige predikers halen „het kleinste in d.e genade" zeer teer op; anderen dringen krachtig aan „om de roeping en verkiezing vast te maken." Tussen de oude ds. Bakker en ds. Van Dijke waren verschillen. De één preekte krachtig de vrije rechtvaardiging van de goddeloze; de ander de nodige heiligmaking. Sommigen preekten krachtig Gods soevereiniteit; anderen de menselijke verantwoordelijkheid. Nu behoren al deze zaken in elke preek, maar de onderscheiden leiding spreekt altijd mee. Daarom vullen
Gods knechten elkaar aan en heeft de één ook de ander nodig, ook in de totaliteit van de gementen.
Volgende vraag van ds. Maasland: Is de prediking van de toedergeboorte los te maken van het „Woord des geloofs? "
Vanzelf niet! Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In de prediking gaat het om de verkondiging van het heil in Christus, dat de hoorders aangeboden wordt met bevel van geloof en bekering.
— Derde vraag: dreigt de hoorder van deze prediking niet al te veel op zichzelf geworpen te worden om te onderzoeken of hij dl de kenmerken wel bezit die moeten getuigen van zijn al dan niet wedergeboren zijn?
Ik onderschrijf de opmerking dat hier gevaren kunnen liggen. De kenmerken, waarnaar in de prediking moet worden verwezen, zijn dié kenmerken die ik in artikel 29 van de N.G.B. vind: „En aangaande degenen die van de kerk zijn, die kan men kennen uit de merktekenen van de Christenen, te weten: uit hun geloof, en wanneer zij aangenomen hebben de enige Zaligmaker Jezus Christus, de zonden vlieden en de gerechtigheid najagen..." enz. Dat zijn bijbelse kenmerken. Deze kenmerken mógen niet alleen, maar móeten ook in de prediking aan de orde worden gesteld. Dat is geen terugwerpen op zichzelf, maar op het Woord! Alle hoorders moeten gekonfronteerd worden met deze kenmerken. Een man als Smytegelt zei dan vaak: Leg je er maar naast. Zulk zelfonderzoek is zeker bijbels.
— Laatste vraag van ds. Maasland: wordt, wanneer de gemeente niet anders te horen krijgt dan: dat volk is gelukkig, niet de vrijblijvende houding onder de predikng aangewakkerd?
Van vrijblijvendheid kan en mag geen sprake zijn. Alle hoorders moeten aangesproken worden: vermanend, ontdekkend, bemoedigend, vertroostend. Als gezant van Christus' wege moet een predikant zijn hoorder tot Christus tracht ente leiden. Als hij voluit schriftuurlijk-bevindelijk preekt, dan komen ook de onderscheiden typen bevindelijkheid aan de orde. Alles is niet in één patroon te voegen. Er is niet één bekerings-model te maken, 'k Waardeer de vragen en opmerkingen van ds. Maasland — evenals hij de mijne deed — positief.
— Dominee, na dit Gereformeerd Weekblad-intermezzo gaan we verder. Vit de jaarboekjes blijkt — en 't zal u ook bekend zijn — dat de laatste jaren relatief veel jongeren overgaan naar de N.H. Kerk (Ger. Bond). Wat zijn volgens u de oorzaken hiervan? ;
Ik bestrijd dat dit een verschijnsel van de laatste jaren is. Van vroeger zijn geen statistische gegevens bewaard. Bovendien, als men bij ons weggaat, ligt het 't meest voor de hand om hervormd te worden. Misschien hebben de intellektuele ontwikkelingen van de laatste jaren wel een rol gespeeld. We zijn inderdaad wat jongelui, die gestudeerd, hebben, kwijt geraakt. Ik betreur die overgangen natuurlijk wel. 't Is jammer dat wij ze niet vast hebben kunnen houden. Bij die mensen, die zijn overgegaan, zijn ook veel
jongelui die theologie studeerden. Als ze in Rotterdam niet worden aangenomen, staan ze „voor het blok".
— Wat vindt u daar van?
Het Curatorium is een menselijke instelling. Er zullen ongetwijfeld gebreken aan het werk kleven. Deze wijze van werken is echter voor de totaliteit van onze gemeenten niet onjuist geweest. In de Chr. Geref. Kerken heeft men hetzelfde systeem. Deze wijze van toelaten is de afgescheiden kerken eigen. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat je het niet met elke beslissing eens bent.
— De redaktie kreeg onlangs een zeer sympathieke brief van een ouder gemeentelid, die op deze zaak (overgang naar andere kerken) inging. Hij veronderstelde, dat vooral de leesdiensten en de preektrant van onze dominees hieraan schuldig zouden kunnen zijn. Hoe denkt u daarover?
In welke kerk in Nederland is het predikanten-aantal in zo'n 20 jaar met, meer dan 100% toegenomen?
— Oké, maar vjelke kerk met zoveel leden heeft zo weinig jorcdikanten als wij?
Er is inderdaad een groot tekort. Maar ik zie toch een positieve ontwikkeling. Bij alle zorgen die er zijn, mogen we toch zeggen, dat de hand Gods over ons was en is.
— En wat vindt u van die opmerking over de leesdiensten en cle preektrant?
'k Dacht niet dat de leesdiensten hier een oorzaak van zijn, al hebben sommige lezers misschien wat weinig gaven. Wat die gaven betreft, en dat geldt ook voor de preektrant en het taalgebruik, het gaat toch om de inhoud? Laten we alsjeblieft over dit soort zaken heenkijken. Daarmee wil ik natuurlijk niet zeggen dat een dominee niet kritisch mag zijn op zijn eigen kanseltaal. 'k Zeg tegen de studenten altijd: praat gewoon. Maar 't is waar, als je ouder wordt, loop je het gevaar door je taalgebruik de jongeren niet meer zo aan te spreken. Mijn jongens zeggen het ook wel eens: Pa, had je dat nou niet anders kunnen zeggen...? In de engelse taal ken je niet zo zeer een „tale Kanaans". Je moet het dan wel eenvoudiger zeggen.
— Hoe zijn uw ervaringen met betrekking tot het geestelijk leven, met name onder de jongeren in onze gemeenten?
Ik moet zeggen, dat ik onder een niet onbelangrijk deel van onze jeugd een intense belangstelling voor de dingen van de Heere vind. De I-Ieere werkt duidelijk nog onder ons! Laten we daar onze ogen niet voor sluiten. We zien dat God ook met jonge mensen bezig is. De Heere heeft gezegd: Van kind tot kind Dat zie ik! En dan vind ik het steeds een wonder, als ik ook jonge mensen in de kerkeraden zie zitten.
— Nog een laatste vraag: Wat gaat u in Amerika doen?
Precies hetzelfde als hier. Ik hoop er een gemeente te gaan dienen en er ook een belangrijk aandeel te hebben in het opzetten van een Theologische School. Ook hoop ik nog eens wat te kunnen schrijven.
— Misschien ook het al lang geleden aangekondigde boek, dat moet dienen als antwoord op „Uit ons uitgegaan"? Of is dat vergeten?
Dat boek komt! Het is bijna klaar. Je zult er ongetwijfeld binnen afzienbare tijd meer van horen. (N.B. De titel weten we al, maar die mogen we nog niet verklappen...)
— Nog een laatste opmerking, dominee?
Nee, eigenlijk niet. Ik zou nogmaals willen benadrukken, dat Gods trouw groot is, ook over ons!
Dominee, heel hartelijk dank voor het fijne gesprek. We hopen, dat u straks in Amerika ook tijd hebt om zo nu en dan iets voor „Daniël" te schrijven. Wij wensen u, mede namens al onze lezers, toe, wat ds. Maasland u toewenste in het. Gereformeerd Weekblad: Het ga u en uw gezin goed in Amerika, onder de doorboorde handen van de Koning der Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1981
Daniel | 28 Pagina's