DE PLAATS VAM DE KERK
De ware Kerk is een heilige vergadering van ware Christgelovigen, al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest (art. 27 N.G.B.).
Nu moet wel direkt onderscheid gemaakt worden tussen de kerk in haar wezen en in haar uiterlijke verschijningsvorm. Ook hier weer zou in een ideale, min of meer paradijselijke toestand geen verschil mogen zijn. Het is zeer te betreuren, maar door de zondeval is hier ook onderscheid tussen wezen en verschijningsvorm. Is de overheid ingevolge Romeinen 1 en 2 niet te verontschuldigen, omdat zij van nature het werk der wet in haar hart geschreven heeft, de kerk is dit in het geheel niet omdat haar de woorden Gods zijn toebetrouwd. Het is veelzeggend, dat na Romeinen 1 en 2 in het derde hoofdstuk zo duidelijk op deze verantwoordelijkheid gewezen wordt, waarbij in alle realiteit gekonstateerd wordt dat sommigen van het geloof zijn afgeweken. Doch dan wordt direkt daarop de vraag gesteld: „Zal hun ongelovigheid het geloof Gods te niet doen? " Dat zij verre; doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig, gelijk als geschreven is: „opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden en overwint.wanneer Gij oordeelt".
De roeping van de cïiristelljke gemeente
Ondanks de aanwezigheid van ongelovigen in de christelijke gemeente heeft zij ook in velerlei opzicht een taak en roeping.
Voor het goede inzicht willen we met prof. H. van Riessen onderscheid maken tussen het Koninkrijk Gods, de kerk en de wereld. De onderlinge relaties kunnen dan als volgt getekend worden:
a. De kerk is de egelstelling van het Koninkrijk Gods binnen de wereld. Zij omvat immers overeenkomstig het Woord zelf, de eruitgeroepenen, zij die afgezonderd en geheiligd zijn. In deze afzondering van de wereld is zij de bruid, die op de Bruidegom wacht en zich op Zijn wederkomst voorbereid.
b. De kerk is ook voorpost van het Koninkrijk Gods in de wereld. Zij is; een belangrijk instrument van het Koninkrijk Gods om de wereld te kerstenen, om mens en kuituur onder het beslag van Gods Woord te brengen.
c. De kerk is echter ook vijfde kolonne van de wereld op het gebied van het Koninkrijk nl. in zoverre de satan de kerk rekruteert om de komst van het Koninkrijk te weerstaan. De kracht van de satan ligt vooral in de heimelijke wegen en de vermomming, zodat we grote moeite hebben om te ontdekken, waar en hoe hij de kerk mobiliseert, vooral omdat we zijn werk gemakkelijker bij een ander dan bij onszelf opmerken.
Afzondering van de wereld
De kerk in zijn afzondering van de wereld, is een bijbels en op zichzelf te waarderen vertrekpunt. Het al te gemakkelijk omgaan met de wereld en met degenen, die van de wereld zijn, heeft velen langzaam maar zeker van de kerk vervreemd en in de wereld doen opgaan en als gevolg daarvan ook doen vergaan.
Toch is ook de eenzijdige afzondering van de wereld bepaald niet zonder gevaar. De historie van kluizenaars, pilaarheiligen, en later van monniken en nonnen is niet van dien aard, dat dit als hoogste ideaal voor dit aardse bestaan moet worden aanbevolen. Het is strijdig met het bijbels adagium van: Wel in de wereld maar niet van de wereld te zijn. Na de reformatie is deze stroom wel in een andere bedding gekomen, maar bepaald niet opgedroogd.
Heeft Calvijn (1509 - 1564) in een tijd, waarin de kerk bevrijd werd van het roomse juk, de strijd aan moeten binden tegen alle roomse leerstellingen, hij leefde in de tijd van het grote Concilie van Trente (.1545 - 1563), hij kwam spoedig tot de ontdekking, dat dat niet de enige bedreiging van de kerk vormde, omdat hij al spoedig een ander gevaar op zich aan zag komen nl. de doperse radikalen, die hun uitgangspunt namen in de volmaakte kerk, liefst ook in een volmaakte wereld.
De kerk als instrument om de wereld te kerstenen
Het „gijlieden zult Mijn getuigen zijn" geldt voor allen en een iegelijk, op alle plaatsen waar we gesteld zijn. De kerk moet zijn een zoutend zout en een lichtend licht.
Hoe funktioneert de kerk in dit opzicht? Dit funktioneren houdt verband met belijdenis van de gemeenschap der Heiligen zoals beleden in antwoord 55 van de Heidelberger Catechismus.
Eerstelijk, dat de gelovigen allen (dus in gemeenschap) en een iegelijk (dus ieder afzonderlijk) als lidmaten aan de Heere Christus en al Zijn schatten en gaven gemeenschap hebben. Ten andere dat elk, en dan zou ik weer willen lezen allen en een iegelijk, zich moet schuldig weten, zijn gave ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden.
Nu is ten nutte van andere lidmaten zeker ook dat het gehele maatschappelijke leven goed funktioneert dus zodanig, dat we — zoals het huwelijksformulier het zo mooi zegt — in ons goddelijk beroep getrouw en naarstig zullen arbeiden; opdat we ons huisgezin met God en met ere mogen onderhouden en dat we daarenboven ook nog iets hebben om aan de nooddruftigen mee te delen.
Dat uitdelen van geestelijke en natuurlijke gaven is een zeer wezenlijk onderdeel van het funktioneren van de kerk. En dan weer allen en een iegelijk. Alleen via diakonie (voor de nabije naasten) en via de zending (voor de verre naaste) maar ook een iegelijk als we weten dat er nood is helpen bij ziekte en andere moeilijkheden in de gezinnen en bovenal met het gedurig gebed voor elkaar.
De wereld moet zien welke onderlinge band er is. Daarmee zijn we er echter niet. We moeten ook helpen buiten de grenzen van onze gemeente als er nood is. We mogen de man die onder moordenaarshanden gevallen is, niet, net als de priester en de leviet links laten liggen. De barmhartige Samaritaan die niet tot de joodse geloofsgemeenschap behoorde, mag ons hier ten voorbeeld zijn.
Dat helpen mag nooit zo zijn dat we ons daarop voor laten staan. De farizeeën deden van alles, ze baden op de hoeken der straten en gaven tienden van alles. Hier geldt dat de linkerhand niet behoort te weten wat de rechter doet, opdat wat in het verborgene gegeven wordt in het openbaar vergolden worde, maar dan niet op onze tijd maar op Gods tijd.
Naast deze meer individueel gerichte zorg is er ook het openbaar getuigenis, dat allereerst behoort te geschieden in het openbaar gebed voor allen die in hoogheid zijn gezeten en dan niet alleen voor de overheden die het goed doen, maar vooral ook voor degenen die ver van de rechte sporen afwijken.
Naast gebed kan ook een openlijk getuigenis van de kerk op zijn plaats zijn. Niet voor niets schreef reeds de D.K.O. in de oorspronkelijke versie van artikel 49 voor dat er deputaten geordonneerd zouden worden om overleg te plegen met de Hoge Overheid. In een aantal kerken bestaan deze deputaten nog steeds en bij voorkomende gelegenheden, als bijv. laatstelijk de abortus-wetgeving, wordt een. duidelijk getuigenis ter kennis van de wettige regering gebracht en gelet op haar kontrolerende en medewetgevende taak ook ter kennis van het parlement. Juist bij zaken waar Gods Woord duidelijk richting bepalend is, is de Kerk verplicht onomwonden te getuigen aan het adres van de overheid: Alzo zegt de Heere Heere!
Vijfde kolonne
Het vijfde kolonne effekt ontstaat als de kerk zich te intensief met wereldse zaken gaat bemoeien. Het effekt is tweeledig: enerzijds is de kerkleiding zo druk met studie over wereldse zaken, dat de geestelijke leiding snel in de knel komt en het materiële meer aandacht krijgt dan het geestelijke. Dat leidt tot vervlakking aan de zijde van de kerk. Anderzijds krijgt de politieke leiding belang bij uitspraken van de kerk die ze in haar beleid kan gebruiken en dringt de politiek snel door in de kerkelijke organen. De voorbeelden liggen voor het grijpen.
Hoe speelden onder het vorige kabinet minister Pronk en de vorige sekretaris-generaal van de Ned. Herv. Kerk elkaar de bal toe. Beiden zijn overtuigde aanhangers van de P.v.d.A. Beiden stoelen zij op een uiterst horizontale uitleg van Gods Woord. Ze hebben geen of nauwelijks plaats voor God, Die Zich in Zijn Woord openbaart, maar wel veel aandacht voor de medemenselijkheid. Op zichzelf gesteld en tot verabsoluteerde medemenselijkheid geworden, werken deze leefregels averechts uit. De verabsolutering van de liefde onder de mensen, los van goddelijke inzettingen, heeft geleid tot veel echtscheidingen' en tot de rechtvaardiging van homosexualiteit. Men moet immers altijd opkomen voor de underdog. De verabsolutering van het thema onderdrukker - onderdrukte in een zwart - wit schema wist alle vragen van bestaand gezag, van recht en gerechtigheid uit. Het karakter van deze dwaling is het louter
natuurlijk spreken over de natuur, waarbij de soheppingsgedachte weg is, het louter menselijk spreken over de mens, niet meer als beelddrager Gods, en het louter werelds spreken over de wereld. Als men daar serieus over wil spreken, wordt gaarne erkend dat er ook nog een God is, doch men is zo druk met de noden van de wereld en de mensheid op te lossen, dat dat later maar eens aan de orde moet komen. Om met Felix te spreken, is dan hun bescheid: voor ditmaal ga heen en als ik gelegener tijd zal hebben bekomen, zo zullen we verder spreken. Uit zichzelf zullen ze er dan meestal nooit meer op terugkomen.
Die medemenselijkheid betekent God negeren en alles van de mens verwachten. Die mens is goed onder welk stelsel hij leeft. Vrees voor een kommunistisch stelsel in Rusland wordt uitgelegd als wantrouwen in de mens van goeden wille. Hongarije is onder de voet gelopen. Tsjecho-Slowakije onderging hetzelfde lot in nog erger mate. Men sticht cellen in een bepaald land, mogelijk zelfs in de kerk, denk wat dit betreft aan de uitspraken van Lenin. Te zijner tijd zullen deze groepen de hulp van Rusland inroepen en dan is de weg geëffend om het bevoegd gezag omver te werpen en door een kommunistisch regime te vervangen. Dat dat niet zachtzinnig toegaat, heeft de oktoberrevolutie in Rusland, maar ook het gezag van Lenin en Stalin, en dat bepaald openlijk uitgesproken, voldoende aangetoond. De recente gebeurtenissen in Angola, Mozambique via ingrijpen van Cuba en nog recenter in Afghanistan zijn bepaald niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Hier gaat een sprake van uit, die ook in het Westen moet klinken. Indien een regering gezamenlijk met anderen tracht zich hier te weer te stellen, dan past hier ter bescherming ook van geestelijke waarden de stem te verheffen. Die geestelijke waarden zijn helaas ver uitgehold en vervallen, doch de vrijheid ook van de godsdienst is behouden. Helaas wordt de vrijheid veel gebruikt als een oorzaak voor het vlees en eindigt zij materieel en geestelijk in losbandigheid. Dan is de vermaning: ebruik deze vrijheid niet tot een oorzaak van het vlees, maar dient elkander door de liefde (Gal. 5 : 13). Dan wordt wel op naastenliefde gewezen, maar dan uit een andere wortel. In het laatst van het hoofdstuk staat dan: Maar die van Christus zijn hebben het vlees gekruisigd met bewegingen en begeerlijkheden. Indien wij door de Geest leven, zo laat ons door de Geest wandelen". Dan wordt de juiste verhouding tussen vertikaal en horizontaal in het oog gehouden en dan alleen kan de Kerk vruchtbaar funktioneren, alleen in de Heere.
De kracht van het geloof in God
Een punt dat voor de kerk in het maatschappelijk bestel van zeer grote betekenis is, is het geloof in God, Die men zegt te belijden. David kon in een harnas en met een groot leger niet strijden, maar kon in het geloof met een slingersteen Goliath en in hem het leger der Filistijnen verslaan.
Hij mocht er van getuigen in Psalm. 18 : 30: et U loop ik door een bende en met mijn God spring ik over een muur.
Met biddende armen van Mozes omhoog mocht het leger der Israëlieten de Amelekieten verslaan.
Met driehonderd man mocht Gideon in het geloof de overwinning op de vijanden behalen.
Als we zien op de omstandigheden, de grootmacht van humanisme, kommunisme, islam en wat al niet meer, dan zijn we een groep amechtige Joden, die niet vermogen. Dan vervallen we snel in het kwade gerucht van de tien verspieders die alleen weten te melden, dat er Enakieten, reuzen in het land wonen en vervallen we in defaitisme, iets wat een groot deel van ons volk graag hoort. Er waren twee verspieders die een goed gerucht voortbrachten. Jozua de zoon van Nun en Kaleb de zoon van Jefunne. Omdat deze goede getuigen niet geloofd werden, moest het, volk 40 jaar omzwerven in de woestijn en moest tot God gebeden worden: ergeef toch de ongerechtigheid dezes volks, naar de grootte Uwer goedertierenheid (Num. 14 : 19).
De Heere Jezus sprak bij Zijn hemelvaart tot Zijn discipelen en in hen tot Zijn Kerk, die nog stond te komen: ij is gegeven alle macht in hemel en op aarde; en Hij gaf er het bevel bij dat dit overal verkondigd moest worden (Matth. 28 : 18 - 20) en wekelijks wordt de gemeenten toegebeden: enade en vrede zij U van Jezus Christus, de Overste van de Koningen der aarde (Openbaringen 1 : 5).
Gelooft gij, hetgeen U verkondigd: wordt?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1981
Daniel | 28 Pagina's