WIE MEENT TE STAAN . . .
KORT VERHAAL
„Ik ben me ervan bewust dat het geen gemakkelijk onderwerp is Huib. Wat denk je, durf je aan? "
Huib Maaskant knikte. „Zeker meneer de voorzitter."
Hij keek naar de voorzitter van de j.v. en een gevoel van onbehagen bekroop hem. Dat kwam door de uitdrukking op zijn gezicht, waarin iets van afkeuring en tevens van medelijden te lezen was. Huib rechtte zijn schouders, toen hij het gefluister om zich heen bemerkte. „Iiij liever dan. ik." — „Ben benieuwd wat hij daarvan maken zal."
Huib keek naar Els, z'n meisje, die hem rustig toeknikte. Een knikje dat hem goed deed. Els had vertrouwen in hem. Natuurlijk, 't kwam best in orde. Een onderwerp over het zevende gebod was toch zó moeilijk niet!
Samen liepen ze later over de stille weg. De wind speelde met Els' geruite sjaal. Ze greep de punt en stopte hem tussen haar jas. Huib lachte zachtjes. Zo was Els. Ze hield niet van buitensporigheden. Met Els kon hij voor de dag komen. Een knappe meid met een goed figuurtje, rustig en intelligent. Alles wat ze zei of deed was weloverwogen, precies zoals Huib z'n meisje wenste. Beiden behorend tot dezelfde kerk, beiden komend uit een keurig gezin. Wat wilde hij nog meer! Huib en Els, ze hóórden bij elkaar. Gij zult niet echtbreken. Daar zou bij hen geen kans op zijn. Hij voelde haar koude hand, kneep erin. Begon te praten over het onderwerp, , , 't Moet goed in elkaar zitten, Els. 'k Zal m'n best er op .doen. Maar 't. lukt me wel", klonk het verzekerd.
Hoewel hij nog enkele weken de tijd had, wilde hij er toch zo vlug mogelijk aan beginnen. De eerstvolgende avond zat hij gebogen over een schrift. Op z'n buro lagen diverse boeken naast de Bijbel. Huib dacht, las, schreef, streepte, schreef opnieuw. Eerst de hoofdpunten maar neerzetten, die hij dan later uit kon werken. Geen gemakkelijk onderwerp? Och, 't viel eigenlijk best mee. Natuurlijk moest in de eerste plaats het huwelijk aan de orde komen. Het huwelijk, door Go.d Zelf ingesteld. Het aardse huwelijk als schaduw van het hemelse. De schepping, Adam en Eva, de bruiloft te Kana, David en Bathseba, voorbeelden te over.
- We hebben kuis en stichtelijk te leven, hetzij in de heilige huwelijke staat of daarbuiten - . Vooral over dat - daarbuiten - zou hij in kunnen gaan. Fel ingaan tegen het - een mens mag toch leven zoals hij wil? - en het - baas in eigen buik - . Hoe zou hij het doen? De dingen bij hun naam noemen? Of het ouderwetse woord - onkuisheid - gebruiken? Hoe dan ock, uieindelijk kwam hij toch terecht, bij het woord - zonde - . De zonde die tegenwoordig wordt goedgepraat. Niet alleen buiten de kerk. Peinzend staarde Huib naar buiten, waar de kale takken van de bomen zwijgend omhoog wezen, schijnbaar dor en dood. Was dit een voorbeeld van de kerk? Dor en dood. Schijnbaar dor en dood. De bomen droegen de kiem van nieuw leven in zich. Zo was het toch ook met Gods kerk? Tot het laatste der dagen toe zouden er immers mensen zalig worden? Dood in zichzelf door zonde en misdaden, maar toch... nieuw leven!
Toe, niet afdwalen nu. Huib konsentreerde zich opnieuw, boog zich over het buro heen. Het - trekt geen juk aan met een ongelovige - was een tekst die hij in verband met het onderwerp ook wel kon gebruiken. Driftig gleed z'n pen over het papier. - De Heere gebiedt dat we in de Heere zullen trouwen. Dat is alleen mogelijk als we samen buigen onder het Woord van God. God
heeft ons het huwelijk gelaten, een stukje Paradijs. Maar de wortel der zonde knaagt aan deze paradijsbloem - . Huib knikt instemmend bij het nalezen. Mooi gezegd was dat. Het ging fijn! En meteen schreef hij verder. - Het huwelijk is heilig. Dat heilig kunnen we ook verklaren als afgezonderd. Tegenwoordig wordt op allerlei wijze geprobeerd het huwelijk te ontwrichten, te ontkrachten en er andere samenlevingsvormen voor in de plaats te stellen. Daar doen wij toch niet. aan mee? - Die vraag zou hij heel indringend stellen. En dan waarschuwen om niet vooruit te grijpen op het huwelijk. Eerbied hebben voor elkaar. Niet met vuur spelen. Onze lichamen moeten tempels van de Heilige Geest zijn. - Daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en wat de mens daartoe trekken kan - . Nou nou, 't stond nogal uitgebreid in de catechismus! Hoe moest hij dat „overzetten" in „hedendaags nederlands"? Uitwisselen van partners, kleding, pornografie, t.v., film, de keuze van onze vrienden, enz.
Hij schreef nog enkele losse zinnen op, die hij later in het onderwerp wilde verwerken. - De zonde zit overal, zelfs in de ogen. - Rekenschap afleggen - Geen Borg voor onze schuld, dan zal ook dit wet woord tegen ons getuigen, want geen echtbreker, geen hoereerder zal het Koninkrijk Gods beërven. - Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart alreeds overspel met haar gedaan. - Uit het hart komen boze bedenkingen. - Ken Mij in al uw wegen en Ik zal uw paden recht maken. - Met een resoluut gebaar schroefde hij de dop op zijn vulpen. Ziezo, 't was genoeg voor vandaag. Hij was dik tevreden. De uitwerking van deze hoofdlijnen zou geen problemen opleveren. Als het klaar was, zou hij het Els laten lezen en om haar kommentaar vragen. Maar hij was er haast wel van overtuigd dat er geen kritiek zou komen, maar dat ze hem het onderwerp na lezing terug, zou geven met de woorden: „Keurig Huib, ik ben trots op je." En dat was nu juist waar hij op hoopte. Op hóópte? Waar hij op rékende! Natuurlijk had hij niet alles aan kunnen halen. Bijvoorbeeld dat er wijsheid nodig was om als ouders met de kinderen over deze zaken te spreken. Dat liet hij er maar uit. 't Was tenslotte een onderwerp voor de jeugd en vóór alles wilde hij voorkomen dat er om z'n onderwerp gelachen zou worden of dat men opmerkingen zou lanceren in de geest van: - Moet je die huisvader, of moet je die opa, horen. -
De eerstvolgende verenigingsavond waren er twee nieuwe. Twee vriendinnen, Joke en Anneke. De voorzitter heette hen hartelijk welkom. Anneke keek wat verlegen, maar Joke bleek een flapuit. „Ik had er eigenlijk geen zin in, maar op aandringen van Anneke ben ik meegegaan. Op „proef", want zo'n verenigingsavond lijkt me eerlijk gezegd maar een duffe boel."
Dat aller ogen op haar gericht waren, interesseerde haar niet in het minst. Ook I-Iuib keek naar haar en telkens weer dwaalden z'n ogen én gedachten naar dat vlotte kind. Donkere, weerbarstige krullen, een felgekleurde ruitrok met een rode trui. Een sjaaltje nonchalant om. haar hals geknoopt. Onwillekeurig dwaalden Huibs ogen van Joke naar Els. Els met haar grijze plooirok en lichtblauw truitje, haar gladde, blonde haar. Vergelijken? Onzin! Maar toch ... Joke, Els, Joke, Els dreinde het door hem heen. Joke, vonkend leven. Els, lief, maar... saai, fantasieloos. Meteen schrok hij van zichzelf. Voelde zich warm worden van ergernis. Ergernis over zijn eigen reaktie. Een ergernis die nog dieper werd toen hij de blik van Joke opving, uitdagend, lokkend, tintelend. Of léék dat maar zo? Niemand merkte verder toch iets? Enne in feite gebeurde er niets. Even, in een flits, zag hij zichzelf na afloop van de verenigingsavond door de stille straten en lanen lopen. Z'n arm, nee, niet om Els, maar om Joke heen. En nóg verder gingen z'n gedachten, zomaar, in enkele sekonden. Hé, warm was het in het zaaltje. Tot stikkens toe benauwd kreeg hij het!
Hij was blij toen na de pauze z'n aandacht werd afgeleid. Dat had hij nodig, hard nodig!
Er ontwikkelde zich een diskussie, waaraan heel de groep deelnam. Ook Joke. I-Iuib keek en luisterde. En 't was als kreeg hij een koude douche. Ze was wel vlot, die Joke, maar dom. Haar antwoorden gaf ze lukraak. Praatte ze óm te praten? Om in het middelpunt van de belangstelling te staan? Els luisterde aandachtig, en toen haar iets gevraagd werd, gaf ze rustig haar mening. Huib voelde de trots in zich omhoog wellen. Dat was zijn meisje! Zijn meisje? Het meisje dat hij, al was het dan maar
even, verloochend had! En plotseling schoot het door hem heen: De zonde tegen het zevende gebod.
Onzin? Ver gezocht? Onkuise gedachten, lusten en wat de mens daartoe trekken kan. Wat. was er weinig voor nodig! Zomaar wat simpele dingen. Een bos donkere krullen, een uitdagend figuurtje en de begeerte vlamde op. Gij zult niet echtbreken. Tussen hem en Els was alles zo goed, daar zou bij hen geen kans op zijn. Dat dacht hij vorige week. Wie méént te staan Iiuib voelde zich schuldig.
Hij keek naar Els. Bemerkte ze iets van zijn intense aandacht? Ze keek hem vragend aan. Even boog hij zich naar haar toe, fluisterde in haar oor: „Je bent lief, ik hou van je."
Terwijl ze wat bestraffend haar hoofd schudde, verraadden toch haar schitterogen en een klein lachje om haar mond, dat ze blij was met z'n woorden. Hoe had hij even tevoren nog kunnen denken dat Els saai was. dacht Huig verwonderd. De aanwezigheid van de andere jongens en meisjes hinderde hem. Nu zou hij samen met Els moeten zijn, haar alles vertellen. Maar straks, na afloop van de verenigingsavond, zou hij haar vertellen over Joke, nam hij zich voor. Offe was het beter om te zwijgen? Er was tenslotte in feite niets gebeurd. Was het wérkelijk zo dat Joke hem uitdagend had aangekeken? Of had hij zich dat. maar verbeeld? Nee, er was niets gebeurd. Niets?
Toch! De zonde tegen het zevende gebod. - Wie een vrouw, een meisje aanziet om haar te begeren - hoe hij dit ook trachtte te verkleinen, toch wist hij zich schuldig. Wie meent te staan. Hoe gemakkelijk werd het niet gezegd. Maar voor Huib was het praktijk geworden, ook al wist niemand ervan. Nóg niet. Straks, Els. Zou ze het begrijpen? Eerlijk zijn tegenover elkaar, ja, dat wilde hij. En... schuld bekennen en om vergeving vragen.
De avond was voorbij. De voorzitter informeerde: „Al wat gedaan aan je onderwerp Huib? Lukt het? "
't Is moeilijk, véél moeilijker dan ik dacht", bekende Huib wat aarzelend.
„Daar ben ik blij mee", antwoordde de voorzitter. Een vreemd antwoord? Toch niet, een wederzijds begrip.
Hartelijk zei de voorzitter: „Sterkte hoor!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1981
Daniel | 28 Pagina's