JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

REIN EN HEILIG...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

REIN EN HEILIG...

.. . IN EN BUITEN HET HUWELIJK ...

13 minuten leestijd

Onkuisheid en ontucht waren de speciale zonden van de eerste wereld, die door de Heere gestraft werd met de zondvloedramp. De vreselijke zonde van homofilie deed Sodom en Gomorra in de vlammen van het helse vuur ondergaan. Door de zonde van ontucht zijn Lot en zijn dochters tot vandaag toe gebrandmerkt met bloedschande.

Israël kon door het zwaard niet overwonnen worden. Daarom spekuleerae de listige Bileam op de zinnelusten van het volk, waardoor zij hoereerden met het heidense Moab en waardoor er te Sittim 24.000 door het zwaard werden gedood. Simson verliest, zijn eer en zijn kracht in , de schoot van Delila en David die in de zonde van overspel viel, hoort tot zijn bittere smart dat het zwaard van zijn huis niet zal wijken. De volkeren van de oude beschaving, die tot een hoogtepunt, van kuituur en wetenschap geklommen waren, zijn ineengestort door de zonde van zedeloosheid. Het grote Ninevé en het geweldige Babel, het wijze Griekenland en het kunstzinnige oude Rome, zijn ondergegaan in de poel van onreinheid.

En het ontzettende is, dat de zonde van zedeloosheid, die de oude heidenvolken deed ondergaan, ook de zonde is, die nu is doorgedrongen tot de diepste wortels van ons volksbestaan. Men spreekt nu openlijk van „vrije liefde". Men vindt het heel gewoon en eigenlijk vanzelfsprekend dat twee jonge mensen eerst samenwonen om te ervaren of men wel bij elkaar past voor ze tot een huwelijk komen. En mochten later de ervaringen in het huwelijk tegenvallen, dan kan dat spoedig weer ongedaan gemaakt worden. Dan zijn we weer vrij. De mens meet zich toch immers vrij en ongeremd kunnen ontplooien en uitleven! Zonde tegen God is voor miljoenen een sterk verouderd begrip geworden. Zonde veronderstelt schuld en gemaakte schuld spreekt van straf. Met deze begrippen heeft de moderne mens afgerekend. Je moet vrij zijn. Eigen heer en meester, op sexueel gebied liefst zo jong mogelijk, zeggen de moderne psychologen.

Het is de oude paradijs-zonde. Wij leven in een tijd waarin de geest uit cle afgrond zich steeds schaamtelozer en brutaler openbaart. Deze zonde van onkuisheid heeft alle standen en bijna elke leeftijd in ons maatschappelijke leven aangetast en besmet, met soms geraffineerde middelen. Satan gebruikt daarvoor de wereld van de kunst, de porno-

grafische lektuur, reklame, sport, televisie en radio en vieze sexwinkels.

Maar in deze wereld vol schandelijkheden blijft de onverbiddelijke eis van Gods heilige wet klinken: „Gij zult niet echtbreken".

Het huwelijk, een gave van God

Gods Woord leert hoe de Heere de mens geschapen heeft. Hij schiep de mens als man en vrouw. Maar dan in gemeenschap met God en ook in gemeenschap met elkaar. En uit die gemeenschap met God in het paradijs en die gemeenschap van man en vrouw, ontstond ook de huwelijksgemeenschap. Dat is een uitermate belangrijke zaak. Want de geestelijke gemeenschap stond voorop, en daaruit vloeide de eenheid in het huwelijk voort. Dus niet andersom. Niet het lichamelijke, maar de geestelijke verbondenheid-was het eerste en voornaamste. Dat leert ons ook vandaag nog dat die geestelijke verbondenheid en eenheid voorop moet staan. Voor veel mensen geldt het tegenovergestelde. Alles wordt toegespitst op sex en het lichaam, Maar als men niet meer vraagt naar de Heere en Zijn gemeenschap, dan leeft de mens zich uit.

De Heere schiep Adam en Eva in het huwelijk. Daarom is het huwelijk een Goddelijke instelling en niet maar traditie of gewoonte, niet een verbintenis die naar eigen goeddunken weer verbroken kan worden. De Heere schiep deze bijzondere gemeenschap in het huwelijk en niet daarbuiten. Deze Goddelijke ordinantie geldt ook nu nog. En juist dat Hij de mens schiep in het huwelijk waaruit deze bijzondere huwelijksgemeenschap voortkwam, leert ons anderzijds dat, binnen de grenzen van het huwelijk de huwelijksgemeenschap niet iets minderwaardigs zou zijn. Nee, ook deze gemeenschap is een scheppingsordinantie. We lezen heel opmerkelijk in Genesis 5: „Henoch wandelde met God en Hij gewon zonen en dochteren."

Het huwelijk is een gave Gods uit het paradijs en niet maar een samenleven in losse ongebondenheid. Dat geldt toch het samenwonen met een vriend of vriendin. Dat, is ook overtreding van het zevende gebod. Lees maar in Deuteronomium 22 wat de gevolgen zijn als een meisje niet als maagd het huwelijk ingaat.

Het huwelijk werd door Christus Zelf hoog geëerd. Op de bruiloft te Kana deed Hij zelfs Zijn eerste wonder. Het huwelijk is dus een gave Gods en een instelling Gods. Daarom mogen wij het nooit buiten de Heere om zoeken. Abraham en Izak staan ons als lichtende voorbeelden in Gods Woord getekend. Izak ging uit in het veld om een vrouw van de Heere te vragen. En als we vóór ons huwelijk en bij de sluiting van ons huwelijk Zijn Aangezicht zoeken en Zijn hulp inroepen, dan vinden wij groter vrijmoedigheid ook straks in het huwelijk als misschien kruis en verdriet ons deel is, Hem onze noden te klagen. Ook hier geldt wel heel bijzonder: „Ken Hem in al Uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken."

Vóór liet huwelijk

De grondzuil van ons huwelijk moet zijn hartelijke wederzijdse liefde. Liefde die elkaar respekteert, dient en hoogacht. Liefde in gehoorzaamheid aan het Woord des I-Ieeren en aan Zijn heilige geboden.

Onze liefde moet daarom ook reine liefde zijn. Velen verzondigen hun huwelijkszegen in een ongeoorloofde omgang met elkaar vóór het huwelijk. Vooral door de tegenwoordige voorbehoedmiddelen hebben wij de Heere des te ernstiger te smeken rein en heilig voor Hem te leven. Het vooruitgrijpen op het huwelijk rekent de Heere als overspel. De gedachte als zou vriendschap betekenen voor de Heere reeds gehuwd te zijn, leidt tot vrijheden die Iiem zeer bedroeven en waardoor we de wederzijdse achting voor elkaar steeds meer verliezen. Gods Woord leert ons duidelijk dat we rein het huwelijk hebben in te gaan. In Deuteroncmium 22 : 13-21 lezen wij als de wil des Iieeren, dat een jonge vrouw het huwelijk diende in te gaan als een ongerepte maagd. In vers 21 lezen we zelfs dat overtreding gestraft moest worden met de dood door steniging.

Onze liefde behoort ook te zijn zoals Christus Zijn gemeente liefheeft, nl. een onveranderlijke liefde, die openbaar komt door wederzijdse trouw. Want ook in het huwelijk komen straks moeilijke dagen. Het huwelijksformulier begint er zelfs mee: „Overmits de gehuwden gewoonlijk velerhande tegenspoed en kruis vanwege de zonde overkomt." En juist dan komt het zo aan op onze trouw. Trouw, zoals de hemelse Bruidegom Christus Zijn ontrouwe Israël liefhad, zowel bij het begin als tot het einde toe.

Trouw zowel in het huwelijk als daarbuiten. Ontrouw aan het, eens gegeven woord is de grote zonde van deze tijd, door omgang in een buitenechtelijke verhouding met een vrouw of man, een meisje of jongen. De Heere heeft er Zijn Goddelijke vloek over uitgesproken: „Maar Ik zeg ulieden, dat wie zijn vrouw van zich laat, anders dan om hoererij, en een ander trouwt, die doet overspel; en die de verlatene trouwt, doet ook overspel." Satan probeert altijd van onze onreine begeerten en boze lusten gebruik te maken. Maar laten we denken aan Jozef die deze zonde van overspel ontvluchtte en zei: „Zou ik zo een groot kwaad doen en zondigen tegen God? "

In het huwelijk

Wees er ook van overtuigd, dat Gods voorzienigheid ook over ons huwelijk gaat. Niet slechts tot aan het huwelijk. Nee, ook in het huwelijk. Gods bestel en alwijze Raad gaat ook over een kinderloos huwelijk, dat als een geheel eigen kruis ervaren wordt door een onvervuld verlangen naar het moederschap en dikwijls door zo weinigen begrepen wordt. Zijn Goddelijke voorzienigheid gaat ook over een gezin met één kind, of met veel kinderen, of over een gezin met een bijzonder kind dat óf lichamelijk óf geestelijk gehandicapt is. Ook die kinderen heeft de Heere ons in ons huwelijk willen toebetrouwen. Dan dragen we de verantwoordelijkheid voor twee onsterfelijke zielen; voor onszelf en voor ons kind, dat dit besef mist, maar voor wie wij middellijk dan toch misschien tot eeuwige zegen mogen zijn.

Het huwelijk is heilig. Als er iets in ons leven gevonden wordt van de tere vreze des Heeren., dan gaan we niet lichtvaardig ingrijpen bij de Bron van het leven. Want denk er om, daar is Gods scheppende Hand. De Heere zegt in Zijn Woord: „Kinderen zijn een zegen des Heeren." Door velen wordt het bezit van meerdere kinderen echter ais een ondragelijke last beschouwd. Velen gebruiken de ongeoorloofde middelen van deze tijd omdat, zij geen zorg en moeite in hun huwelijk willen dragen, maar zich vrij en ongeremd willen uitleven. Dit is echter een kwaad van deze tijd, dat ook in de kerk van Nederland steeds meer openbaar komt. We verschuilen ons dan zo snel achter allerlei sociale en medische indicaties, maar is er in ons huwelijk nu of straks nog wel plaats en ruimte voor een wonderdoend God?

We zeggen soms zo gemakkelijk: „Ik kan geen groot gezin straks aan." Maar hoe weet je dat nu al? Heeft de Heere je , dat gezegd?

De wereld vindt ons vandaag a-sociaal als we een groot gezin hebben. Maar, leeft de mens van de wereld zonder een groot gezin en zonder zorgen nu zoveel gelukkiger dan vader en moeder in het gewone gezinsleven?

Nederland aborteert (dus vermoordt) zijn vele duizenden onschuldige kinderen, die verwekt worden binnen en buiten het huwelijk, omdat men toch zijn driften moet uitleven.

Binnen de kerkelijke grenzen gebeurt dat niet zo bloedig. Nee, wij spreken liever over een z.g. „verantwoorde gezinsvorming" door ons kindertal dan veelal zelf zo te beperken, dat er nauwelijks of geheel geen plaats meer is voor de vraag van zondag 10: „Wat gelooft gij van de voorzienigheid Gods? " Velen blijven in het pas gesloten huwelijk samen werken om zoveel mogelijk op ons huis te kunnen afbetalen of om te kunnen doorsparen. En dan komt „onze tij.d" dat we één of twee kinderen „nemen". Ik ken een echtpaar dat diep beschaamd en met bitter verdriet mij vertelde, dat er een tijd in hun huwelijk aanbrak, dat de Heere ging „afnemen"'.

Je lichaam, een tempel

Jonge mensen, stel jezelf ook eens deze vragen: Zijn onze huizen kleiner dan die waarin onze ouders geboren werden? En zijn de sociale voorzieningen van dien aard dat we onze kinderen niet meer behoorlijk kunnen verzorgen?

Kunnen we straks als het sterven wordt, vrijmoedig zeggen: „Ziet hier, ik en de kinderen die Gij mij gegeven hebt? "

Denk er om, dit zijn zaken die vlak moeten zijn tussen de Heere en je ziel. Niet straks wanneer je getrouwd bent, maar nu reeds in je verlovingstijd in de verborgen omgang met de Heere.

Tenslotte dit nog: onze lichamen behoren tempelen van de H. Geest te zijn. Dat wil dus zeggen dat wij geregeerd worden door de Heilige Geest. De mens is immers als schepsel Gods geroepen zijn Schepper te verheerlijken naar ziel en lichaam. En als Gods Geest ons hart bekeert, werkt Hij ook als de Geest van reinheid en heiligheid. Dan gaan al onze zinnen zich weer richten op onze Schepper en wordt het ons hoogste zielsvermaak, om te vragen: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? " Wat behoren wij dan reeds in ons jonge leven verlegen te zijn om die Geest, Die op het gebed verkregen wordt, om ons hart door ijdelheden omringd, zuiver en rein te bewaren en heilig te leven tot Gods eer. Want dat moet ook in ons huwelijk, het verheven doel van ons leven zijn.

Gods Woord zegt in Spreuken 6 : 27: Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden? " Laai dat vuur niet zelf op, maar ga liever op je knieën en vraag om een nieuw hart en om een geheiligde levenswandel tot Gods eer.

Laten we dit vuur ook niet oplaaien door onze trouwdag langer uit te stellen dan nodig is. Hebben jullie jong verkering? Daar is niets op tegen. Ben je vroeg verloofd? Daartegen kan evenmin bezwaar zijn. Als het dan maar zó wezen mag, dat de Heere jullie beiden met Zijn Hand heeft samengebracht. En daaraan gaat vooraf, dat we onze knieën gebogen hebben en zoals Izak eens deed, de Heere hebben gevraagd om het meisje of de jongen van ons hart. Stel je verkering echter niet te lang op de proef. Trouw liever met wat minder huisraad en met een mager spaarbankboekje, maar trouw rein en heilig en in de gunst des Heeren.

Zonde, schuld en vergeving

De Heere kent ook onze verborgen zonden. Er is een gedenkboek voor Zijn Aangezicht. Zó nauw gaat dit gebod zelfs uit, dat Christus Zelf zegt: „Wie een vrouw aanziet, om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gedaan..." En daarom leert Hij in de diepten van onze schuld en verlorenheid bidden als een arme en ellendige zondaar: „En leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze."

En als we door genade het eigendom mogen zijn van de Heere, dan is er ook troost. Dan is ons leven niet mislukt, ook al blijven we ongetrouwd. Dan is ons leven ook niet mislukt, al blijft ons huwelijk kinderloos. Ook niet ai zegent de Heere ons met veel kinderen, of al zegent Hij ons misschien met veel moeite, met veel verdriet en met een zwaar huwelijkskruis. Want ook dat kan een zegen zijn, om ons nauw aan Hem te verbinden. Het zaligmakende geloof ziet Gods weg met Zijn kinderen als een volmaakte weg. Ja, als zo'n volmaakte weg dat alle raadsels en kruizen moeten medewerken ten goede.

Moge dit zevende gebod voor jullie zijn een tuchtmeester tot die dierbare Zaligmaker Christus. Hoe gezegend en onmisbaar wordt Hij voor het schuldige hart. Hij was de Enige in deze wereld, Die Zijn heilige ogen niet beschaamd naar beneden behoefde te slaan, maar Die voor het Aangezicht van Zijn Vader Zijn ogen kon opblikken en kon getuigen: „Wie van u overtuigt Mij van zonden? "

Hij heeft Zich Rachab de hoer van Jericho en Maria Magdalena tot bruid verkoren. Zij allen staan in Gods Woord opgetekend, om. ons te leren dat geen zondaarshart voor Hem te zwart, te goddeloos of te onrein is.

Alleen: „Die zijn zonde bedekt zal niet voorspoedig zijn. Maar die zijn zonde belijdt en laat, die zal barmhartigheid geschieden."

En als Hij straks als de hemelse Bruidegom Zijn kinderen als een reine maagd zonder vlek en rimpel de Vader zal voorstellen, zal Hij Zijn reine en heilige Planden leggen op Zijn lievelingsbruid die Hij verkreeg met de prijs van Zijn bloed. Dan zal Christus zeggen: „Ziet daar, Ik en de kinderen die Mij God gegeven heeft." En dan zal Zijn bruidsgemeente eeuwig Zijn uitnemende liefde vermelden en van Hem zingen:

Beminlijk Vorst, Uw schoonheid hoog te loven, Gaat al het schoon der mensen ver te boven; Gena is op Uw lippen uitgestort; Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1981

Daniel | 28 Pagina's

REIN EN HEILIG...

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 1981

Daniel | 28 Pagina's